Dichters Y

8-7-07

W.B. Yeats

Tn_wb_yeats W.B. Yeats (1865-1939) werd geboren te Sandymount in de buurt van Dublin. Hoewel hij als zoon van een kunstschilder aanvankelijk naar de kunstacademie ging, besloot hij zich na drie jaar studie geheel aan de letteren te wijden. Behalve dichter was hij ook toneelschrijver. Tussen 1922 en 1928 was hij politiek aktief als senator van de Ierse republiek. Yeats overleed in 1938 in Frankrijk, maar werd later begraven op het bescheiden kerkhof van het Ierse plaatsje Drumcliff bij Sligo. Hij geldt als een van de grootste dichters van Ierland, een land dat een formidabel aantal voortreffelijke dichters heeft voortgebracht. In 1923 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur. De hier opgenomen gedichten komen uit de vermaarde Yeats-uitgave van Wagner & Van Santen, Al keert het grote zingen niet terug, die in 1999 werd gepubliceerd in een vertaling van J. Eijkelboom. (Kees Klok)


Het eilandmeer van Innisfree

Ik zal opstaan en gaan nu, en gaan naar Innisfree,
en daar een hutje bouwen, gemaakt uit klei en twijgen;
negen rijen bonen zal ik daar hebben, een korf voor honingbijen,
en wonen, heel alleen, op bij-doorgonsd gebied.

Ik zal wat vrede hebben, want rust drupt daar heel zacht,
druipt uit de morgensluiers, naar waar de krekels zingen;
’s nachts is het één geglinster, 't gloeit midden op de dag,
en 's avonds is de lucht vol vleugels van de vinken.

Ik zal opstaan en gaan nu, want altijd, vroeg of laat,
hoor ik het water klotsen, aan d'oever van het meer,
als ik sta op de weg of in de grijze straat
hoor ik, diep in mijn hart, hoor ik het weer.


The Lake Isle of Innisfree

I will arise and go now, and go to Innisfree,
And a smail cabin build there, of clay and wattjes made:
Nine bean-rows will I have there, a hive for the honeybee,
And live alone in the bee-loud glade.

And I shall have some peace there, for peace comes dropping slow,
Dropping from the veils of the morning to where the cricket, sings;
There midnight's all a glimmer, and noon a purple glow,
And evening full of the linnet's wings.

I will arise and go now, for always night and day
I hear lake water lapping with low sounds by the shore;
While I stand on the roadway, or on the pavements grey,
I hear it in the deep heart's core.


Woorden

Ik dacht een tijd geleden:
'Mijn lief kan niet begrijpen wat
ik gedaan heb of wat stand hield
in dit blind bitter land.'

En ik werd lusteloos in de zon
tot mijn denken op ging klaren
en 'k mij herinnerde dat wat ik kon
gedaan werd om het duidelijk te maken;

dat ik elk jaar maar riep: 'Eindelijk
begrijpt mijn lief dit allemaal
daar ik mijn wasdom heb bereikt
en meester ben over de taal.'

Wat was, had zij aldus besloten,
er afgevallen bij het zeven?
Ik had het pover woord misschien verstoten
en was content geweest met leven.


Words

I had this thought a while ago,
'My darling cannot understand
What I have done, or what would do
In this blind bitter land.'

And I grew weary of the sun
Until my thoughts cleared up again,
Remembering that the best I have done
Was done to make it plain;

That every year I have cried, 'At length
My darling understands it all,
Because I have come into my strength,
And words obey my call';

That had she done so who can say
What would have shaken from the sieve?
I might have thrown poor words away
And been content to live.


Zestien dode mannen

Maar o, wij praatten heel wat af eerdat
de zestien werden neergeschoten,
maar wie kan er spreken van geven en nemen,
wat wel en niet moet worden besloten,
terwijl daar die dode mannen rondhangen
om de kookpot op te stoken?

Je zegt dat we ons stil moeten houden
tot Duitsland overwonnen is
maar wie is er om dat te betogen
nu Pearse toch een doofstomme is?
Is er een logica die zwaarder weegt
dan MacDonaghs duim die beslist?

Denk je dan dat ze luisteren zouden
die aandacht hebben alleen
voor de nieuwe makkers die ze vonden,
Lord Edward en Wolfe Tone,
of zich mengen in ons geven en nemen
die spreken van bot tot been?


Sixteen Dead Men

O but we talked at large before
The sixteen men were shot,
But who can talk of give and take,
What should be and what not
While those dead men are loitering there
To stir the boiling pot?

You say that we should still the land
Till Germany's overcome;
But who is there to argue that
Now Pearse is deaf and dumb?
And is their logic to outweigh
MacDonagh's bony thumb?

How could you dream they'd listen
That have an ear alone
For those new comrades they have found,
Lord Edward and Wolfe Tone,
Or meddle with our give and take
That converse bone to bone?


W.B. Yeats
Vertaling: J. Eijkelboom

5-11-06

Mehmet Yaşın

Mehmet Yaşın Mehmet Yaşın (1958) werd geboren in Neapolis, een cosmopolitische buurt van Nicosia. Hij studeerde politicologie, geschiedenis en literatuurwetenschap in Istanbul, Ankara, Athene, Birmingham en Londen.

In de late jaren zeventig werden al gedichten van hem uit het Turks vertaald in het Grieks en gepubliceerd in tijdschriften in Athene en op Cyprus. Zijn eerste gedichtenbundel Mijn geliefde de dode soldaat (My love the dead soldier), gepubliceerd in 1984, trok direct grote belangstelling, zowel binnen als buiten Turkije, vooral omdat het boek scherpe kritiek leverde op verschijnselen als oorlog en militarisme en eveneens vanwege de vernieuwende poëtische stijl. Het boek won een eerste prijs van de Turkse Academie en eveneens de A. Kadir Poëzieprijs. De publicatie van Ladder van licht (Ladder of Light) in 1986 was aanleiding voor het toenmalige autoritaire bewind in Ankara om hem naar het buitenland te deporteren. Hij vestigde zich daarop in Londen. De Turkse overheid beschuldigde hem van verraad, vanwege het antinationalistische en cosmopolitische gehalte van zijn oeuvre, dat ondertussen in steeds meer talen werd vertaald.

In 1988 zette hij voor het eerst sinds vijftien jaar voet op Cypriotische bodem. In beide delen van Nicosia droeg hij uit zijn werk voor, in het Turks, Grieks en het Engels. Sindsdien woont hij als een echte cosmopoliet in drie landen: Engeland, Cyprus en Turkije. Hij publiceerde zes dichtbundels, twee romans en twee essays in Istanbul.

In 1999 publiceerde hij An Anthology of Early Cypriot Poetry: 9th BC to 18th AD Centuries en in 2000 verscheen onder zijn redactie de belangwekkende essaybundel Step-Mothertongue. From Nationalism to Multiculturalism: Literatures of Cyprus, Greece and Turkey. Van de hand van Taner Baybars verscheen in hetzelfde jaar bij de Middlesex University Press een Engelse vertaling van Yaşıns poëzie onder de titel Don’t go back to Kyreneia. Onderstaande gedichten verschenen eerder in de door Stella Timonidou en mij samengestelde bloemlezing Wij wonen in een taal, Brugge 2004. (Kees Klok)


EEN GEEST

            "Omdat ze schreven "laat er een eind komen aan de oorlog met de Griekse steden"
            is het grootste deel van de Punische inscriptieschrijvers
            door hun eigen soldaten gedood
            De overlevenden leven als doden onder bedreiging van de dood..."

                                                                        Grafsteen uit Idalion, 8ste eeuw v. Chr.

Alleen als mijn eigen geest kan ik naar mijn woning terugkeren.
Door beslagen spiegels. Veel tijd heb ik niet.
Ik open de vensters, in de duisternis stroomt
mijn huis vol sterrenlicht. De gordijnen worden uitgeschud,
de lakens die mijn boekenkast afdekken. Ik moet het stof afnemen
van mijn familiefoto’s. Mijn adem tegen het glas.
De wraakengelen van dit huis van tot zwijgen gedwongen veeltaligheid
nemen een ieder die binnenkomt de gelofte af tot schrijven.
(over al deze oorlogen. Over alles wat nationaal is. Zelfs de taal.)
Laat mierenpoeder worden uitgestrooid
als betoverde woorden, mottenballen. Ik veeg de vloeren aan. Dan sluit
ik de deuren en verdwijn, alweer, zonder door iemand gezien te zijn.
            Een geest... Mij kunnen ze niet laten vermoorden.


BİR HAYALET

            "Elen siteleriyle savaş bitsin, yazdılar diye
            kendi savaşçıları tarafindan öldürüldü
            Fenikeli kitâbe yazıcılarının çoğu –
            Kalanlarsa ölüm tehdidi yüzünden ölü gibi yaşamakta..."

                                                                        İdalion’dan bir mezartaşı, MÖ 8.yy.

Ancak kendi hayaletim olarak dönebiliyorum evime.
Puslu aynalardan çıkarak. Fazla vaktim yok.
Pencereleri açıyorum, karanlıkta, yıldızışıklar
doluşuyor eviçime. Perdeler silkeleniyor,
kitaplığı örten çarşaflar. Tozlarını almalıyım
aile fotoğraflarının. Cama nefesimle hohlayarak.
Çok-dilleri susturulan bu evin İntikam Melekleri
yazma sözü alır, içine her girenden.
(Bütün bu savaşlardan. Ulusal olan her şeyden. Dilden bile.)
Büğülü sözcükler gibi serpilsin karınca-tozu
naftalin. Yerleri siliyorum. Sonra kapıları
kilitleyerek kayboluyorum, yine, kimseye görünmeden.
            Bir hayalet...Beni öldürtemezler.


© Mehmet Yaşın
© vertaling Dick Koopman

Mehmet Yaşın

MARIKA’S MUSTAFA

Raam vol bloemen van het tuinschuurtje
denk erom, verraad mij niet
ik zag hen beiden door het transparante bloemenhart,
raam vol bloemen.

Mustafa, druipend, naakt uit bad,
rekt zich heupwiegend uit, met een erectie,
voor Marika -
Hij is gek, die Mustafa
Ook zijn vrouw kleedt zich uit, onverstoorbaar.

Fuchsia, belletjesplant op de vensterbank
terwijl zij zich omwentelen, in elkaars armen, spiernaakt
net een baby allebei
hun gekwetter geen Grieks, geen Turks
            kleine belletjesplant
            ik begreep er niets van
            belletjesplant
maak wat zij kreunend en steunend uitbrachten tot belletjes voor het oor.

Marika’s Mustafa is gek
Marika nog gekker dan hij, met die belletjes in haar oor.


MARİKA’NIN MUSTAFA

Bahçıvanevinin çiçekli cam penceresi
sakın ele verme beni
saydam çiçek-göbeğinden gördüm ikisini
çiçekli cam penceresi.

Şıpır şıpır Mustafa çıplak banyodan çıkmış
gerinip sallanıyor, önünde dikilmiş
Marika’nın –
Şu Mustafa deli galiba
istifini bozmadan çıplanıyor karısı da.

Pencerenin içindeki küpeçiçeği
sarmaş dolaş çırılçıplak yuvarlanırken
bir bebecik gibi ikisi
na Elence ne Türkçe kuşdilleri
            küçük küpeçiçeği
            anlamadım hiçbir şey
            küpeçiçeği
kulaklara küpe yap inil inil söyledikler’ni.

Marika’nın Mustafa deli
Marika ondan deli, kulakları küpeli.


© Mehmet Yaşın
© vertaling Dick Koopman

Mehmet Yaşın

GA NIET NAAR GIRNE

Ga niet naar Girne, hadden ze gezegd
ga je wel, krijg dan geen kinderen
elfhonderd maal hadden ze dat gezegd
eigen schuld als je luisterde.

Het was dezelfde boot die aankwam
zeilen die je hield voor satijn, waren een lijkwade.
Wat hij in de haven uitlaadde
was niet het liefdeslied van onze Oost
amforen gevuld met het bloed der zee
wie er uit dronk werd vergiftigd.
Hadden ze niet gedronken, ze zouden aan de pest gestorven zijn
waren ze niet gestorven, ze zouden ten oorlog zijn gegaan.

Of we sterven of niet
draai maar door diskolampen
laten we bonte schaduwen worden
draai maar door diskolampen.

Ik weet niet door de huivering van welke oorlog
Girne met open ogen is versteend.
Ze heeft ze door elkaar gegooid
de geliefden die in schepen vertrokken
de doden die terugkomen
de doden die terugkomen.
Als ze zich durft te bewegen komt ze onder vuur van machinegeweren
beweegt ze niet, zal ze door vliegtuigen worden gebombardeerd.


GİRNE’YE GİRME

Girne’ye girme demişlerdi
girersen döllenme
bin yüz kere söylemişlerdi
dinleseydin suç sende.

O gelen aynı gemiydi
yelkeni atlas sandın, kefendi.
Limana boşalttığı
Şark’ımızın aşk sarkışı değildi
denizin kanıyla doluydu anforalar
içenler zehirlendi.
İçmeseler vebadan öleceklerdi
ölmeseler savaşa gideceklerdi.

Ölsek de ölmesek de
dönün dansevi ışıkları
rengârenk gölgeler olalım
dönün dansevi ışıkları.

Bilmem hangi savaşın ürpertisiyle
gözleri açık taş kesmiş Girne.
Birbirine karıştırmış
gemilerle giden sevgilileri
gelen ölüleri
gelen ölüleri.
Yerinden kımıldasa A-4’ler tarayacak
kımıldamasa uçaklar bombalayacak.


© Mehmet Yaşın
© vertaling Dick Koopman

12-10-06

Neşe Yaşin

Nese Yasin Neşe Yaşin (1959) werd geboren in Nicosia uit het tweede huwelijk van Ozker Yaşin, de 'nationale dichter' van de Turks-Cyprioten. Behalve door het werk van haar vader werd zij vooral beïnvloed door de Turkse dichters Nazım Hıkmet en Fazıl Husnu Daglarca. Ze studeerde sociologie aan de Middle East Technical University in Ankara. Zij is als docent verbonden aan de vakgroep Turks van de Universiteit van Cyprus en maakt programma’s voor de radiostations ASTRA en PIK. Sinds enkele jaren woont zij in het zuidelijke, niet door Turkije bezette, deel van Nicosia. In haar literaire werk probeert Neşe Yaşin een brug te slaan tussen de twee gemeenschappen op het eiland. In dat kader was zij samen met Niki Marangou als organisator betrokken bij de historische conferentie van Turks en Grieks-Cypriotische kunstenaars op het Zweedse eiland Gotland in 1999. In 1978 werd zij uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar door de Republiek Cyprus en in 1980 door de Turkse Bank. In 1993 won zij de Necati Taskin Foundation Award en in 1998 de Anthias-Pierides Cultural Award. Onderstaande gedichten, vertaald door Dick Koopman, werden eerder gepubliceerd in de door Stella Timonidou en Kees Klok samengestelde bloemlezing van Cypriotische literatuur Wij wonen in een taal. (Kees Klok)


            EEN DRUPPEL DROEVIGHEID

De vochtige takken van de dromen
het trillen van een mus
ik ben de verkleumde binnenstem
van een gekwetste jeugd

In mijn tuin rimpelt het water
trieste waterlelies in mijn ziel

Mijn schaduw en ik voeren een dans uit
voor de wachtende dood

Ik ben de stem van de angst
van pijnlijke duisternis
Het zachte geween
van een als dank geofferd lam

Wanneer de ballerina op de muziekdoos
los komt begin ik te draaien

Ik ben een herfstblad op het water
een nacht met verduistering
ik bekijk de ontbering
in de spiegel van verdriet

Ik ben een glimmerlichtje
op de mondhoeken
van een gekwetste droom

Het voorbijgaan in de tijd
van een gebroken droom
de maandelijkse bloeding
van volwassen worden

Een vluchtige huivering
boven de graven
het huilen van een verloren engel

Waar een stille bloem in het beekdal
en treurigheid elkaar kussen
het druppelen
drup
na drup
van een passie
in de eenzaamheid


            HÜZÜN DAMLASI

Düşlerin ıslak dalları
bir serçe titremesi
üşüyen iç sesiyim
yaralı çocukluğun

Bahçemde sular titrer
ruhumda üzgün nilüferler

Gölgem ve ben dans ederiz
bekleyen ölüme karşı

Korku sesiyim
acıtan karanlığın
şükrana adanmış kuzu
İncecik ağlaması

Müzikli kutuda balerin
özgürleşince dönerim

Su üstünde güz yaprağı
karartmalı bir geceyim
yoksunluğu seyrederim
kederin aynasında

İnce bir ışığım
dudak kıvrımında
yaralı bir hayalin

Kırık bir düşün
geçişi zamandan
büyümenin
ay kanaması

Uçan bir ürperti
gömütlerin üstünde
yitik bir melek ağlaması

Vadide sessiz çiçek
hüznün öpüştüğü yerde
bir tutkunun
yalnızlığa
tıp
tıp
damlaması


© Neşe Yaşin
© vertaling Dick Koopman

Neşe Yaşin

            ZO EINDIGT DE DOOD

1. het geheime meer

In mijn lichaam
een afgelegen plek
het verlangen diep verborgen
smachtende
geheime meren

2. verstuikte liefde

Dansend met de zee
ons beider ondergang
door kleine schokjes
opgefladderd laken
gevallen
gehuild
verstuikte liefde

3. zijden begeerten

In de schaduw van mijn binnenste een kus
in een pijnlijk
gebroken lichaam
door zijden begeerten
ontstoken

4. blauwe pijn

In het diepste
van de ogen
blauwe pijn
in het meer van de slaap
dromerig water

5. stad aan zee

Wanneer de reis van het water
de stad aan zee
raakt
stroomt het door ons binnenste
net zo

6. het meer van licht

De wolkenladder van het oplossen in het niets
is vol gefluister
wanneer wij vrijen
waarmee wij vliegen
zijn rozenvleugels
waarin wij neerkomen
is het meer van licht

7. ons beider droom

De brandende kaars in de tempel
herinnert aan ons beider droom
hoe verder hij opbrandt
hoe pijnlijker
de vlam van de passie

8. kamer

Dromerige schaduwen
de plaats waar wij samenkomen
de kamer waar ik mijn haar vergat
in de verte de hoefslag
van de naar scheiding ijlende dag

9. voetafdruk

Waar de steen huilt
ons beider voetafdruk
Zo eindigt de dood


            ÖLÜM BÖYLE BİTER

1. sırlı göl

Bedenimin içinde
bir uzak yer
arzusu derinde saklı
iç çeken
sırlı göller

2.incik aşk

Denizle danseden
ikimizin felaketi
küçük kıpırtıların
uçan çarşafı
düşmüş
ağlamış
incik aşk

3. ipek arzular

İçimin gölgesinde öpücük
acımış
kırılgan gövde
ipek arzularında
tutuşmuş

4. mavi sızı

Gözlerin
derinde
mavi sızı
uykuların gölünde
düşsü su

5. deniz şehri

Dokununca
suların yolculuğu
deniz şehrine
içimizin akışı
öylesine

6. ışık göl

Yitişin bulut merdiveni
fısıltılar içinde
Sevişirken
uçtuğumuz
gül kanat
düştüğümüz
işık göl

7. ikimizin düşü

Tapınakta yanan mum
ikimizin düşünü anımsar
tükendikçe
incinen
sevdalı alev

8. oda

Dalgın gölgeler
ikimizin kavuştuğu yer
saçımı unuttuğum oda
uzakta toynakları
ayrılığa koşan günün

9. ayak izi

Taşın ağladığı yerde
ayak izi ikimizin
Ölüm böyle biter


© Neşe Yaşin
© vertaling Dick Koopman

Neşe Yaşin

            VUURBLOEM

Toen ik met jou vrijde
voelde ik het stromen
van de rivieren in onze aderen.

De aarde beefde
om al haar bloemen in herinnering te brengen

Toen ik met jou vrijde
in dat speelse en onverzadigbare ritme
van vibratie die leven heten te zijn

Een vogel aan de hemel
een vis op de bodem van de oceaan
een spinnende kat

Wanneer wij vrijden bereikte ik
een zeer afgelegen stad
van voor de tijd

Ik omhelsde het gefluister van je lichaam
mijn lichaam was een vallende ster
                        in kokende golven

Vochtige trillingen
in je mond
nodigden uit tot dromenland

Even
zag ik je ogen
in die magische flits
die dwars door mij heen schoot

Ik liep
op de weg in je binnenste
aanzwellend als een hartekreet

Wanneer ik in jou opging
vlogen wij heen
trillend, brandend
zacht als wolken

De zon ging op
boven onze bedauwde bladeren
een knop sprong open op de tak

Ik boog mij voorover om je te kussen
minieme druppeltjes op je voorhoofd
een vuurbloem
aan de rand van de zee


            ATEŞ ÇİÇEĞİ

Seninle sevişirken
akışını duyardım
damarlarımızdaki nehirlerin

Sarsılırdı dünya
anımsatmak için bütün çiçeklerini

Seninle sevişirken
o kıvrak ve doyulmaz ritminde
yaşamak adındaki titreşimlerin

Bir kuş gökyüzünde
okyanusun dibinde balık
mırıl mırıl bir kedi

Sevişirken ulaşırdım
çok uzak bir şehire
tarih öncesinde

Sarılırdım teninin fısıltılarına
gövdem kayan bir yıldızdı
                        kaynayan dalgalara

Ağzının içinde
ıslak ürperişler
çağırırdı düş ülkesine

Bir an
gözlerini görürdüm
o delip geçen
büyülü kıvılcımda

Yürürdüm
içindeki yolda
bir çığlık gibi çoğalarak

Seninle karışırken
titreyip yanarak
uçardık
bulutlarca yumuşak

Güneş açardı
ıslanmış yapraklarımıza
bir tomurcuk patlardı dalda

Eğilip öperdim
küçük damlacıkları alnında
bir ateş çiçeği
denizlerin kıyısında.


© Neşe Yaşin
© vertaling Dick Koopman

3-10-05

W.B. Yeats

YeatsDe Ierse schrijver en dichter William Butler Yeats werd in 1865 geboren te Dublin. Hij studeerde aan de Metropolitan School of Art. Op negentienjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste gedichten. Hij interesseerde zich voor volksverhalen, die hij belangrijk achtte voor het nationale erfgoed en de Keltische identiteit. Ook bezat hij een fascinatie voor de occulte wetenschappen, wat onder meer tot uitdrukking komt in zijn bekende boek A Vision. In 1923 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. Hij stierf in 1939. Stanza heeft van de erfgenamen toestemming gekregen om een vertaling van zijn gedicht The Second Coming op te nemen.


De Wederkomst

Wendend en kerend in de toenemende wenteling
Hoort de valk niet meer de valkenier;
Dingen vallen uit elkaar; het centrum houdt het niet meer;
Louter anarchie wordt losgelaten op de wereld,
Het met bloed doordrenkt getij wordt losgelaten, en overal
Wordt de ceremonie van onschuld verdronken;
De besten ontberen alle overtuiging, en de slechtsten
Zijn vol hartstochtelijke intensiteit.
Er is vast een openbaring op komst;
Er is vast de Wederopstanding op komst.
De Wederopstanding! Nauwelijks is het woord
Gesproken of een immens beeld uit de Spiritus Mundi
Vertroebelt mijn zicht: ergens in het zand van de woestijn
Roert een vorm met een leeuwenlichaam en een mannenhoofd,
Een blik leeg en meedogenloos als de zon,
Zijn trage dijen, terwijl om hem heen
De schaduwen van verontwaardigde woestijnvogels wervelen.
De duisternis valt opnieuw; maar nu weet ik
Dat twintig eeuwen versteende slaap
Tot een nachtmerrie werden getreiterd door een schommelende wieg,
En wat voor woest beest, zijn tijd eindelijk gekomen,
Kruipt loom naar Bethlehem voor zijn geboorte?


'The Second Coming' uit: W.B. Yeats, Selected Poetry (onder redactie van T. Webb, Penguin, Londen, 1991)
Published with permission of A.P. Watt Ltd on behalf of Michael B. Yeats
Copyright Nederlandse vertaling © J. Lenstra 2005

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005