Dichters O

7-10-06

Jorge Orozco

De Argentijnse dichter Jorge Orozco werd op 21 februari 1937 in Buenos Aires geboren. Hij is psychoanalyticus. Voor zijn studies, wegens gedwongen ballingschap en voor zijn werk verbleef hij lange tijd in het buitenland. Hij publiceerde in het Engels de verzenbundels Lifetime Short Poems (1982), Tea Roses (1986), The Bard (1992) en The Depth (1996). In Argentinie verschenen in het Spaans de bundels Cuartillas Escalenas (2003), Mención de Honor de "La Luna Que" (2003), La palabra indecible (2004) en Otros Espacios (2004). Hij bereidt de uitgave voor van de bundels En la fragilidad (ten dele gepubliceerd in de Poetas Argentinos del Siglo XXI) en Arena roja. (Fa Claes)


‘S AVONDS...

‘s Avonds
breekt
de schreeuw de hals
van de onzekere horizont
in halflicht
in zijn verbanning
beeft
de tijd van het naamloze
aan het einde van de strijd
bedekt
de versleten vlag
genadig
het terneergeslagen gezicht
van de eenzaamheid.


AL ATARDECER...

Al atardecer
el grito
desboca el horizonte
intranquilo
a media luz
en su destierro
tiembla
el tiempo de lo sin nombre
al final de la batalla
la bandera raída
cubre
piadosa
el rostro aterrado
de la soledad.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

TOT NIETS...
            voor Carl Gustav Jung
                                    (1875-1961)

Tot niets dienden
vragen
klachten
of kreten
blind
betraden zonder medelijden
zijn vuil beslijkte voeten
de tegenovergestelde pool van de schaduw
wild en zonder beheersing
hij
de afschuwelijke
brutaal
wacht weggedoken
in het diepst van de afgrond
waar smeekbeden niet aankomen.


DE NADA...
            a Carl Gustav Jung
                                    (1875-1961
)

De nada sirvieron
ruegos
llantos
ni alaridos
ciegos
sus pies sucios de barro
sin piedad pisaron
el polo opuesto de la sombra
feroz y sin control
ella
la execrable
brutal
espera agazapada
en el fondo del abismo
donde no llegan las plegarias.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

DE GRIJZE VOGEL...

De grijze vogel
de pijn
de naakte voeten
de weg
de absurde grimas
draagt een sluier
verliest het licht
blind
houdt hij op
boven de tijd te vliegen
zijn naaktheid beeft
in andere ruimte
gaat gebalsemd op weg
onbeschermd
doorheen een massa deurtjes in deuren
leerde om niet te hopen
dat de anderen wijzelf zouden zijn
weent
hem doet pijn
te weten dat ook hij niet
de ander van de anderen is
zijn fee zal niet komen
tegen zijn zin
begint hij weer de eenzame
tragedie van in leven zijn
te bewenen.


EL AVE GRIS...

El ave gris
la pena
los pies desnudos
el camino
la mueca absurda
viste el velo
pierde la luz
ciega
deja de volar
sobre el tiempo
tiembla su desnudez
en otro espacio
camina embalsamada
indefensa
en un enjambre de postigos
aprendió a no esperar
que los otros sean nosotros
llora
le duele
saber que ella tampoco
es el otro de los otros
no vendrá su hada
sin aire
vuelve a llorar
la tragedia solitaria
de estar viva.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

IN MIJN LICHAAM...

                        voor Inti Raymi

In mijn lichaam
duurt zonder ophouden
de innerlijke dialoog voort
met de zonnewende
die winterse
obsessie
verwijderde
bijna luxueuze
hoop op het licht
vol verlangen naar de dageraad
mijn ongeschoeide voeten
de frisheid van het gras
haar dronkenschap
mijn onschuld
het onaangeroerde van de Liefde
de verre koelte van de zomer
in deze bijzondere nacht
eindeloos
donker
waar de herinnering wegduikt
in de volheid
van haar volkomen zwart zijn.


EN MI CUERPO...

                        al Inti Raymi

En mi cuerpo
aún perdura incesante
el diálogo interior
con el solsticio
esa obsesión
invernal
distante
casi lujuriosa
esperanza de la luz
añorando la alborada
mis pies descalzos
el verdor de la hierba
su embriaguez
mi inocencia
lo intocado del Amor
la lejana frescura del estío
en esta noche distinta
interminable
oscura
donde el recuerdo se hunde
en la plenitud
de toda su negrura.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

HET WAS...

Het was de stem
de schreeuw
het vertrek
de terugkeer
het zwart van het ebbenhout
en het wit van de blankheid
een herinnering
uit de gelukstijd
een nieuwe dageraad
het was
het licht.


ERA...

Era la voz
el grito
la partida
el regreso
lo negro del ébano
y el blanco de la albura
un recuerdo
del tiempo venturoso
una nueva aurora
era
la luz.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

ER ZIJN DAGEN...

Er zijn dagen
[slechts enkele weinige]
waarop de herinnering
voelbaar is in de huid
ik weet niet
of je op enige manier bestaat
ik hallucineer
je ochtendlichaam
dat in de avond rondslentert
je zal niet komen
al noem ik je tevergeefs
in de diepte van de zee
heb ik het enigma ontraadseld
van het licht en de schaduw
zonder ruimte of tijd
er zijn dagen
[slechts enkele weinige]
waarop mijn ziel
ook zonder het te willen
nog op je wacht.


HAY DÍAS...

Hay días
[sólo unos pocos]
en que el recuerdo
se siente en la piel
no sé
si estás de algún modo
alucino
tu cuerpo de alba
deambulando en la noche
no vendrás
aunque en vano te nombre
en lo profundo del mar
he develado el enigma
de la luz y la sombra
sin espacio ni tiempo
hay días
[sólo unos pocos]
en que mi alma
aun sin querer
todavía te espera.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

INGESTORT...

Ingestort was jij het vuur
dat wat nog brandde
het laatste bastion van het licht
mijn lucht bij het stikken
een schaduwrijke boom
een onverwachte bloem
de regen boven de dorstige voor
het geheime vuur van het mysterie
in het donkere gehucht
ben je vandaag amper
de zwevende gloeiende kooltjes
in het aroma van het sandelhout
het grimas van de lach bij vreugde
onnuttig in een lege vaas
de tranen van het niets
in de onmetelijkheid
van al je droefheid.


INFUSA...

Infusa eras la pira
lo que aún ardía
el último bastión de la luz
mi aire en el ahogo
un árbol umbrío
una flor inesperada
la lluvia sobre el surco sediento
el fuego secreto del misterio
en la aldea oscura
hoy eres apenas
las ascuas suspendidas
en el aroma del sándalo
la mueca de la risa en la alegría
inútil en un búcaro vacío
las lágrimas de la nada
en la inmensidad
de toda tu tristeza.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

ONZE NAMEN...

Onze namen
sterven in de mist
na wat dampen
herinnert ze zich niemand
zelfs wijzelf niet
die de schreeuw
en de zucht waren
wij vertrouwen erop
dat de echo ze herhaalt
wij hebben onze stem
verloren
het gestamel
de betovering
van de litanie van de stilte
het onzekere van de oker
van de blaren in de herfst
die dorpsklok
haar roestige geluid
dat oude kerstliederen klept
met de smaak van vroege druiven
ja
het verlorene is veel
wij zijn
de afwezigheid in het woord
nog slechts een herinnering
aan het gelukkige verleden
stomme zoutstandbeelden
nauwelijks
een voorschot van de vergetelheid.


NUESTROS NOMBRES...

Nuestros nombres
desfallecen en la niebla
tras los humos
ya nadie los recuerda
ni siquiera nosotros
los que éramos
el grito y el susurro
confiamos
en que el eco los repita
hemos perdido
la voz
el balbuceo
la magia
de la letanía del silencio
lo incierto del ocre
de las hojas en otoño
esa campana de pueblo
su sonido herrumbrado
repicando antiguos villancicos
con sabor a uva temprana

es mucho lo perdido
somos
la ausencia en la palabra
tan solo un recuerdo
del pasado venturoso
mudas estatuas de sal
apenas
un anticipo del olvido.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

IN DE ZWAKHEID...

In de zwakheid
mezelf onder de blote hemel te weten
zonder grenzen
reeds buiten de tijd
wachtte ik op je en wacht ik nog
veel vroeger en later
dan alleen het wisselvallige weer te zijn.


EN LA FRAGILIDAD...

En la fragilidad
de saberme a cielo descubierto
sin fronteras
fuera ya del tiempo
te esperé y aún te espero
mucho antes y después
de ser tan solo la intemperie.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

EÉN...

Eén
van de anderen die
begerig was
zocht het spoor van je lichaam
in de buik van de nacht
wellustig
dorstig naar je huid
terneergeslagen
vond hij slechts
duisternis
de holte
van je afwezigheid
de lege
omarming van het niets
nu
ik
die deze
eeuwig neerliggende
van de schaduw ben
schreeuwt
alleen maar om licht.


UNO...

Uno
de los otros que fui
ansioso
buscaba el rastro de tu cuerpo
en el vientre de la noche
lascivo
sediento de tu piel
aterrado
tan solo encontró
oscuridad
el hueco
de tu ausencia
el abrazo
vacío de la nada
ahora
yo
el que soy
este eterno
yaciente de la sombra
clama
solamente por la luz.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

NOG BEN IK...

Nog ben ik
wat ik voelde bij het vertrek
de bittere smaak
de schaduw
een dolk verborgen
in de naaktheid zonder naam
mijn ziel geplunderd
met de respectloosheid van pijnlijke
splinter
haar ondergang zucht
op de tast
in de nacht
loop ik over de weg
tot de eerste klaarte ontstaat
ik zwijg
zonder hoop
het nutteloze smeekgebed
vroeger
lachte in mijn stem
alle vreugde
nu
weent in haar
alle droefheid.


AÚN SOY...

Aún soy
lo que sentí al partir
el sabor amargo
la sombra
un puñal hundido
en la desnudez sin nombre
mi alma saqueada
con impiedad de espina
dolorida
su derrota gime
a tientas
en la noche
recorro el camino
hasta que nazca el alba
callo
sin esperanza
la plegaria inútil
antes
en mi voz reía
toda la alegría
hoy
en ella llora
toda la tristeza.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

BIJ HET WEGGAAN...

Bij het weggaan
bleef ik stil
onderweg viel geen woord
niemand
zei me vaarwel
vluchtig
was dat ogenblik
nauwelijks
een knipperen met de ogen
droevige herinnering
aan een oud gedicht
de kou
een nieuwe toevlucht
in mijn eigen land
de schande
de schuld
niet gestorven te zijn
iemand
noemde de vergetelheid
ik
vol ontzetting
was in een stofwolk
aan het weggaan
zonder afscheid te nemen.


AL PARTIR...

Al partir
guardé silencio
no hubo palabras en mi camino
nadie
me dijo adiós
fugaz
aquel instante
fue apenas
un parpadeo
recuerdo triste
de un viejo poema
el frío
un nuevo exilio
en mi propia tierra
el oprobio
la culpa
de no haber muerto
alguno
nombró el olvido
yo
lleno de espanto
en la polvareda
sin despedirme
me fui alejando.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

OP DE MUUR...

Op de naakte muur
de afwezige spiegel
de verloren blik
de stijve ogen
de stilte zwijgt
onzichtbaar
ze schrijven hem zelfs niet
hij ontbreekt niet
niemand noemt hem
indien ze het deden
zou hij sterven
de solfervlammen
zouden zijn lichaam verbranden
de wind
die in zijn huid graaft
heeft zijn gezicht uitgeveegd
belangrijk is het niet
niemand
heeft hem gekend
tegenover de muur
hij
wenst het niet te weten
het is reeds laat.


EN LA PARED...

En la pared desnuda
el espejo ausente
la mirada perdida
los ojos tiesos
calla el silencio
invisible
ni siquiera lo escriben
no hace falta
nadie lo nombra
si lo hicieran
moriría
las llamas de azufre
quemarían su cuerpo
el viento
cavando en su piel
le ha borrado la cara
no es importante
ninguno
lo ha conocido
frente al muro
él
no desea saberlo
ya es tarde.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

ER WAS...

Er was een tijd
toen het licht
het wonder
van de uren aaneengeregen
tot dagen temperde
met de breekbare draad van de Liefde
dat wonder
van mysterieuze symmetrie
mijn bloed
circuleerde binnen in de bomen
het sap
doorliep mijn aderen
wonderlijk
klopte het met mij
tergde mijn huid
met fluisteringen van hoop
een verre plooi
waar je de moed behoort te hebben
om de durf te zaaien
de buitensporigheid
van die vluchtige
droom
die we eeuwigheid noemen.


HUBO...

Hubo un tiempo
en que la luz
entibiaba
el prodigio de las horas
enhebradas en días
con el hilo frágil del Amor
ese milagro
de simetría misteriosa
mi sangre
circulaba por dentro de los árboles
la savia
recorría mis venas
milagrosa
latía conmigo
exacerbaba mi piel
con susurros de esperanza
un surco lejano
donde atreverse
a sembrar la osadía
la desmesura
de ese sueño
fugaz
llamado eternidad.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

OP EEN DAG...

Op een dag
zal de Zon
naar mijn smeekbeden luisteren
zelfs zonder goden
zal ze met haar licht
velden en dorpen zegenen
de huizen
de boom
een nest
mijn borst en mijn armen
zullen haar lichaam verwachten
wild en begerig
dankbaar
zal ik het geschikte parfum branden
niet minder toch dan mirre en wierook?
ik zal lofzangen zingen
misschien zelfs een psalm
ik zal brandewijn van wilde kruiden
drinken
gelijk vroege zoenen
ik zal dansen
van de zonsopgang tot de zonsondergang
als enige wolk
de morgen beslaat
zal blind
mijn vruchtbare bliksem
in de schaduw ondergaan
altijd zal de nacht
mijn droom
moeten bewaken.


ALGÚN DÍA...

Algún día
el Sol
escuchará mis plegarias
aun sin dioses
bendecirá con su luz
los campos y pueblos
las casas
el árbol
un nido
mi pecho y mis brazos
esperarán su cuerpo
salvaje y ansioso
agradecido
quemaré el sahumerio propicio
¿qué menos que mirra e incienso?
cantaré alabanzas
tal vez hasta un salmo
beberé aguardiente de hierbas
silvestres
como los besos tempranos
danzaré
desde el alba al ocaso
si alguna nube
empañara la aurora
ciego
mi rayo fecundo
se hundirá en la sombra
siempre la noche
mi sueño
habrá de velar.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

Jorge Orozco

DE NACHT...

De nacht
de friste van vochtigheid
de eenzaamheid
wacht niet in het waken
somber en wild
het lot
onvolledig in leven zijn
gevoelig
een gehuil
doorboort de schaduwen
het is een kind
dat zijn moeder roept
het zoekt
haar afwezige borsten
zij
kan het niet horen
ze ging weg
zonder troost
hij weet het
hij is oud
zijn leven ging voorbij
er is geen tijd
ze laten hem
zelfs niet wenen.


LA NOCHE...

La noche
el frescor del relente
la soledad
no espera en vigilia
oscuro y salvaje
el destino
estar vivo incompleto
sensible
un vagido
horada las sombras
es un niño
llamando a su madre
busca
sus pechos ausentes
ella
no puede escucharlo
partió
sin consuelo
él lo sabe
es viejo
su vida ha pasado
no hay tiempo
ni siquiera
lo dejan llorar.


© Jorge Orozco
© vertaling Fa Claes

26-2-06

Aurelio González Ovies

Aurelio González OviesAurelio González Ovies werd geboren in 1964 te Bañugues (Asturias - Spanje). Hij is doctor in de klassieke filologie, afgestudeerd aan de Universiteit van Oviedo. Aan diezelfde universiteit is hij professor Latijnse filologie en is sinds 1996 vice-decaan.

Hij publiceerde een groot aantal verzenbundels waarvan verschillende met een prijs werden onderscheiden: Las horas en vano, Gijón 1989; Versos para Ana sin número (Premio Internacional de Poesía Ángel González), Oviedo 1991; En presente (y Poemas de Álbum amarillo) (Premio Internacional de Poesía Feria del Libro-Ateneo Jovellanos 1991), Gijón, 1991; La hora de las gaviotas, (Premio Internacional de Poesía «Juan Ramón Jiménez») Huelva 1992; Vengo del Norte (Accésit Premio Adonais 1992), Madrid 1993; Nadie responde (Accésit Premio Esquío 1994), El Ferrol 1995; La muerte tiene llave (samen met Marián Suárez), Avilés. 1995; Con los cinco sentidos (id.), Avilés 1997; Las señas del perseguidor (samen met Carmen Nuevo), Avilés 1999; Nada, Ateneo Obrero (Colección Deva), Gijón 2001; 34 poemes (a imaxe del silenciu), Oviedo, 2003; Tocata y Fuga, Oviedo, 2004. Hij is vertegenwoordigd in ongeveer elke moderne Spaanse bloemlezing. (Fa Claes)


PENELOPE VAN ODYSSEUS

Een eind achter het huis knispert de warmte
van september in de vijgenbomen;
Penelope van Odysseus, trouwe Spartaanse,
is op het balkon gaan staan waar ze voor altijd borduurt
en verjaagt een paar stoutmoedige ganzen
die de bloemen van haar hortensia’s lopen af te pikken.
Het huis ruikt naar brood, naar herinnering aan meel,
naar verwachting ontstaan uit oude verwachting.
Zal hij terugkomen? Wie weet of hij op zee
of in het licht van de vuurtorens
sinds zo lange tijd zich blijft herinneren.
En plots zingt ze (ze weet wel waarom ze zingt)
en aan haar lippen hangt
een trilling die al bijna helemaal een traan is.

En de zon komt naar haar ogen gelijk een nachtmerrie
- toch is er niets mooiers dan het gezicht
van Penelope met het fonkelende spoor van de tranen -.
Zal hij terugkomen? Op ogenblikken als deze stopt ze niet met borduren
om niet te wenen in het bijzijn van dienaressen
maar haar vingers weten niet of ze een bloem borduren
op de lijkwade
of een ander bloemblad toevoegen aan haar leed.
In niets gelijkt ze op de vrouw met haar boerenhuid,
de slankste van Ithaca
die destijds uiteindelijk de begeerde echtgenote werd,
want van zoveel wachten,
van zo vaak het weefsel van haar dagen ongedaan te maken
wanneer de nacht inviel, zal ze tenslotte overblijven met draden
die de huid van haar gezicht losmaken.
Ze gelijkt heel weinig op die met haar sneeuwwitte armen
door zo verhangen te zijn aan de klaagzang van de schemering,
door de beloftes van zoveel aanbidders af te wijzen
nu ze wacht op de zeilen van de roodachtige schepen
die de golven van de tijd misschien nooit zullen dichterbij brengen.
En soms overkomt haar hetzelfde als aan haar hond:
door te blaffen, vastgebonden aan de voet van zijn noodlot,
is de band rond zijn keel hem aan het versmachten,
een geel merkteken van eenzaamheid en weerzin
dat hem zijn reukzin, zijn huilen en zijn pels heeft geroofd.
En nooit gebeurt iets behalve het vergeefse leven;
al draaiend in het luchtledige volgen de uren elkaar op
gelijk een dood wiel vastgelopen in een paar handen
die het geen draai meer zullen geven. Daar kunnen ze op rekenen.
Penelope van Odysseus, de eenzame van Ithaca,
die met het openstaande balkon voor het geval dat ze stappen hoorde;
Penelope van Odysseus, de eeuwige borduurster
met haar onheilspellend heden, met haar mythische toekomst.
De echtgenote, oud geworden gelijk een vergeten Griek.


PENÉLOPE DE ULISES

Más allá de su casa el calor de septiembre
crepita en las higueras;
Penélope de Ulises, fiel espartana,
se ha asomado al balcón donde borda por siempre
y ahuyenta una pareja de gansos atrevidos
que va picoteando la flor de sus hortensias.
La casa huele a pan, a recuerdo de harina,
a esperanza nacida de una esperanza vieja.
¿Volverá? Quién sabe si en el mar
o a la luz de los faros,
después de tanto tiempo, se sigue recordando.
Y de repente canta (bien sabe por qué canta)
y de sus labios pende
un temblor que ya es casi ya una lágrima.

Y el sol llega a sus ojos como una pesadumbre
-no hay nada más hermoso, sin embargo, que el rostro
de Penélope con la estela brillante de las lágrimas-.
¿Volverá? En momentos como este no deja de bordar
por no llorar delante de doncellas,
mas sus dedos no saben si bordan una flor
sobre el sudario
o anudan otro pétalo a su pena.
No se parece en nada a la mujer de piel campesina,
la más esbelta de Ítaca,
que antaño llegó a ser la esposa deseada,
porque de tanta espera,
de tanto deshacer la tela de sus días
cuando la noche entraba, va quedando con hilos
que descosen la carne de su cara.
Se parece muy poco a la de brazos níveos,
por abrazarse tanto al llanto del crepúsculo,
por rehusar promesas de tantos pretendientes,
esperando las velas de las naves rojizas
que las olas del tiempo jamás, tal vez, acerquen.
Y a veces ya le ocurre lo mismo que a su perro:
que de ladrar atado al pie de su destino,
tiene la tirantez ahogándole en el cuello,
una marca amarilla de soledad y hastío
que le ha robado olfato, el aullido y el pelo.
Y nunca pasa nada sino la vida en vano,
las horas se suceden girando en el vacío,
como una rueca muerta varada en unas manos
que no darán más vueltas. Lo tienen prometido.
Penélope de Ulises, la solitaria de Ítaca,
la del balcón abierto por si escuchara pasos;
Penélope de Ulises, la eterna bordadora
de su presente aciago, de su futuro mítico.
La esposa envejecida como un griego olvidado.


'Penélope de Ulises' uit: En presente (1991)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

KLEINE AANKONDIGING

Gezocht: een wezen
dat wil deel hebben aan het weinige dat we bezitten
van het vele dat nog overblijft.
Er zal geen rekening worden gehouden met zijn leeftijd,
zijn sociale toestand, zijn woonplaats...
                    Maar het is dringend.
Iemand die nog begrijpt waarom de vogels
herfstopwaarts trekken,
waartoe de mens gekomen is,
aan welke bloem de kleur van de dromen toebehoort,
in welke maand de ongelukkige rassen overstromen,
met welke druiven je de hoop uitperst,
met welke spreuk je de vervloeking om altijd zo droevig te zijn geneest.
VEREIST is dat het de taal van de eenvoudige dingen kan hanteren
en de straal van de kussen berekenen
en de gezichten zonder merknaam naar waarde schatten
en de dode verwachtingen in het presens schrijven
en de structuur van de gebaren begrijpen.
BIJ VOORKEUR kind-man-vrouw tiener,
                    met een huid naar believen,
met ronde ogen gelijk een zingeving,
met een stem die altijd op de vlucht is gelijk de vrijheden
en met open handen gelijk tien bedoelingen.
Maar vooral een wezen
dat nooit een stortvlaag bloed heeft gezien,
dat voor het leven nooit valkuilen heeft gegraven,
dat soms een zee vol bittere pillen heeft geslikt
en soms aarde heeft gegeten uit razernij.
Er wordt ook vereist dat het zich ongelegen aanmeldt
met de onmetelijke bekoring van wat je niet verwacht,
met een frisse glimlach gelijk een straal uit je ziel
en het eeuwige geheim waarom iemand verliefd wordt.
Iemand die belooft dat heel weinig
noodzakelijk is om tot iedere prijs heel gelukkig te zijn.
                    Maar het is dringend.

Ik weet niet welke bladzijde dit is
uit mijn leven,
maar van wat er overblijft
ga ik heel weinig schrijven.
Ik zal zeggen dat het vandaag een mooie dag is
om weg te gaan
en om met mezelf te delen wat ik nog niet
helemaal versta.


ANUNCIO POR PALABRAS

Se necesita un ser
que quiera compartir lo poco que tenemos
de lo mucho que aún queda.
No han de importar sus años, su condición social,
su domicilio...
                    Pero es urgente.
Alguien que entienda todavía por qué se van los pájaros
otoño arriba,
a qué ha venido el hombre,
a qué flor pertenece el color de los sueños,
en qué mes se desbordan las razas infelices,
con qué uvas se pisa la esperanza,
con qué refrán se cura la maldición de estar siempre
tan tristes.
SE REQUIERE que sepa manejar el idioma de las cosas sencillas
y calcular el radio de los besos
y valorar los rostros que carecen de marca
y escribir en presente las ilusiones muertas
y entender la estructura de los gestos.
PREFERENTEMENTE niño-hombre-mujer adolescente,
                    de la piel que quisiera,
con los ojos redondos como un significado,
con la voz siempre en fuga como las libertades
y las manos abiertas como diez intenciones.
Pero un ser, ante todo,
que jamás haya visto un chubasco de sangre,
que no haya puesto nunca una trampa a la vida,
que haya bebido a veces un mar de malos tragos
y a veces con la rabia haya comido tierra.
Es también requisito presentarse a deshora
con el inmenso encanto de lo que no se espera,
con la sonrisa fresca como un chorro del alma
y el eterno secreto por que uno se enamora.
Alguien que prometiera
que es preciso muy poco para ser muy feliz a toda costa.
                    Pero es urgente.

No sé qué página es ésta
de mi vida,
pero de lo que resta
voy a escribir muy poco.
Voy a decir que hoy es un día hermoso
para ausentarme
y compartir conmigo lo que no me comprendo
todavía.


'Anuncio por palabras' uit: La hora de las gaviotas (1992)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

ARCHITECTUUR VAN DE RUÏNES

Oudheid
mooie vrouw
met Pompejaanse ogen
die korven
met schaduw
naar de wijngaarden draagt
Zee
die zich in de
spiegel bekijkt
en kalm wordt
vooraleer
de trotse schepen
haar zien
dagen
Lansvormige
vrouw
met haar borsten
in purper
die de tempels
bezoekt
en de
olielampen
knipperen
Jeugdgordel
van de zuilen
weemoed
van de bloem van
de kamille
die naast de
grafstenen
verjaardagen
voor je maakt
in het Latijn
Vrouw
in as gekleed
en manestraal
ze hebben je
zien wenen
‘s nachts
op een mozaïek
Zacht
bewoog je
je vingers
over de vaag geworden
glimlach
van je dierbare
ouders.


ARQUITECTURA DE LAS RUINAS

Antigüedad
mujer hermosa
con ojos pompeyanos
que lleva cestos
de sombra
hasta las viñas
Mar
que se mira
en un espejo
y se serena
antes de que
la vean
amanecer las naves
orgullosas
Mujer
lanceolada
con los pechos
en púrpura
que visita
los templos
y pestañean
las lámparas
de aceite
Cintura de la juventud
de la columnas
melancolía
de la flor de
la manzanilla
que te hace
aniversarios
en latín
al lado
de las losas
Mujer
vestida de ceniza
y rayo de luna
que en la noche
te han visto
llorar
sobre un mosaico
Pasabas
levemente
los dedos
por la desvanecida
sonrisa
de los padres
queridos.


Arquitectura de las ruinas' uit: Nadie responde (1995)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

HET UITBRAKEN
van bloed
doodde mijn grootmoeder;
ze was in de keuken, kaardde
wol, en viel gelijk een vogel.
Mijn grootvader vaarde en toen hij op een dag
binnenliep
verhing hij zich aan een balk.
Hij stierf gek van pijn, werd verklaard.
Degenen die het zagen
op die middagen
zeggen dat hij in zijn handen urineerde en lachte,
en zijn haren uitrukte en lachte,
en de bladeren van de vijgenboom opat.
En dat hij distelvinken en koperwieken
en kippen en hanen kocht
en dat hij de deuren en ramen afdekte
en zich opsloot... en niets,
hij verhing zich aan de balk.
Mijn grootmoeder was heel jong;
ze liet mijn moeder achter,
net vier geworden,
en haar broer van zes,
Aurelio, zoals ik,
bij wie, tegen de dertig,
de aorta sprong. Hij leed
nauwelijks.
Mijn moeder had altijd
heel wat te stellen met
haar bloed.
Allemaal niks..., zoals ze
gewoon is tegen zichzelf te zeggen, in dit
kutleven
genees je een pijn met
een andere pijn
en een wond heel je
met een andere wond.


UN VÓMITO
de sangre
mató a mi abuela;
estaba en la cocina, cardando
lana, y cayó como un pájaro.
Mi abuelo navegaba y cuando un día
arribó
se colgó de una viga.
Murió loco de pena, se comentaba.
Dicen los que lo vieron
aquellas tardes
que orinaba en las manos y se reía,
y se arrancaba el pelo y se reía,
y comía las hojas de la higuera.
Y que compró jilgueros y malvises
y gallinas y gallos
y que tapió las puertas y ventanas
y se encerró... y nada,
se colgó de la viga.
Mi abuela era muy joven;
dejó a mi madre
con cuatro años cumplidos
y a su hermano de seis,
Aurelio, como yo,
a quien, hacia los treinta,
le reventó la aorta. No sufrió
apenas.
A mi madre la sangre
le dio siempre también bastante
guerra.
Que nada..., como
suele decirse, en esta
puta vida
una pena se cura con otra
pena
y una herida se cierra
con otra herida.


'Un vómito' uit: Nada (2001)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

EERST veel later weet je
dat het vuur eindigt in
rook.

Eerst veel later zie je
dat de rook dode
waarheid is.

Eerst veel later voel je
dat de dood in alles
leeft.

Eerst veel later geef je toe
dat alles nauwelijks
iets is...
                   Of liever...

Het zal altijd zeer vroeg zijn.
Het vertrouwen verliezen is zo droevig...
Gelijk blind worden en geen licht
verwachten
hoezeer
                    en hoe meer
en hoe vaker de morgen ook daagt.


CUANTO más tarde sepas
que el fuego acaba en
humo.

Cuanto más tarde veas
que el humo es verdad
muerta.

Cuanto más tarde sientas
que la muerte está en
todo.

Cuanto más tarde admitas
que todo es nada
apenas...
                    Mejor...

Siempre será muy pronto.
Perder la fe es tan triste...
Como quedarse ciego y no esperar
la luz
por mucho
                    y más
y mucho que amanezca.


'Cuanto' uit: Nada (2001)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

HET ZUURZOETE VENIJN VAN HET LEVEN

Winnen, openen, sluiten,
verliezen. Vandaag de gelukkige
ontmoeting. Morgen het afscheid.
Alles is hetzelfde
en tegengesteld. Zoals de maan
en de dag. Helemaal uit licht en
schaduw. Zoals een heel
volle nacht en een huis
zo leeg.
Ik neem een slok. Ik omhels het geloof.
Bitter glimlach ik:
zoet venijn, het leven.


EL VENENO AGRIDULCE DE LA VIDA

Ganar, abrir, cerrar,
perder. Hoy el encuentro
feliz. Mañana la despedida.
Todo es lo mismo
y contrario. Como la luna
y el día. Todo de luz y de
sombra. Como una noche
muy llena y una casa
tan vacía.
Tomo un sorbo. Reconozco la fe.
Amargamente sonrío:
dulce veneno, la vida.


'El veneno agridulce de la vida', onuitgegeven in het Spaans, afkomstig uit de Asturiaanse bundel: 34 poemes a imaxe del silenciu (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

DE BRODEN EN DE VISSEN

Hun handen hadden iets
van uitbotten of een put:
en hoewel het water ontbrak
bevochtigden ze onze dorst.
En hoewel de zon niet opkwam,
haar aanraken verlichtte.
En al was er heel weinig
en al waren de dagen heel lang
en de maanden heel lang
en onze monden allemaal...,
het verminderde zichzelf
- het moest zo zijn -,
mits voor ons
- vooruitzichten en fruit, dromen en nieuwe kleding -
zich vermenigvuldigden.


LOS PANES Y LOS PECES

Algo tenían sus manos
como de brote o pozo: y aunque faltara el agua, nos mojaban la sed.
Y aunque el sol no saliera,
tocarla, iluminaba.
Y aunque hubiera muy poco
y los días muy duros
y los meses muy largos
y nuestras bocas todas...,
se restaba a sí misma
-tuvo que ser así-,
con tal de que a nosotros
-ilusiones y fruta, sueños y ropa nueva-
se nos multiplicaran.


Nog onuitgegeven
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

VOORTVLUCHTIG VERBLIJF

Alles is in mij
zoals ik deze nacht op aarde
met de vage hoop om te beminnen, zich levend te weten
en een zekere verplichting om dikwijls te dromen.
En toch ben ik niets,
achter mij drukt latent iets dat me voortduwt
naar de koude dood
om een plaats voor zich te winnen en zich voort te planten.
Alles is in mij
maar ik ben niets en er is niets dat nauwelijks een ogenblik
van mij moet zijn.


ESTANCIA FUGITIVA

Todo está en mí
como esta noche yo sobre la tierra,
con ilusión de amar, saberse vivo
y cierta obligación de soñar a menudo.
Sin embargo soy nada,
tras de mí late algo que me empuja
hacia la fría muerte
para ganarse un sitio y hacer vida.
Todo está en mí
pero soy nada y nada ha de ser mío
apenas un momento.


Nog onuitgegeven
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

VERLIEFD MEISJE

Het was in het museum in Athene,
een mooie meid
in marmer
- realiteit geweest -
bond haar sandaal vast.
Ik weet het niet..., maar aan haar armen,
aan het zo lieve gebaar van haar gelaat,
- de lichte inclinatie
van haar heupen,
de plooien van haar tuniek
of haar glanzende lippen -,
herkende ik dat ze
verliefd was.


MUCHACHA ENAMORADA

Fue en el Museo, en Atenas,
una hermosa muchacha
sobre el mármol
-realidad un día-
se ataba su sandalia.
No sé..., pero en sus brazos,
en el gesto tan dulce de su cara,
-la leve inclinación
de sus caderas,
los pliegues de su túnica
o sus labios brillantes-,
reconocí que estaba
enamorada.


Nog onuitgegeven
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurelio González Ovies

DOOI

Januari. Zijn laatste
ogenblikken. De zon
staat hoger.
Een enkele hagedis kruipt
tussen de schuttingen te voorschijn.
De narcissen botten al
met dezelfde hartstocht die ik op een dag
in mijn lichaam voelde.
Ik haal diep adem. Ik verjong
een beetje en voel
- wat lieve tegenspraak -
dat ik ouder word.

DESHIELO

Enero. Sus últimas
estancias. El sol
está más alto.
Alguna lagartija asoma
entre los setos.
Brotan ya los narcisos
con la misma pasión que un día
sentí sobre mi cuerpo.
Respiro hondo. Rejuvenezco
un poco y siento
-qué contradicción dulce-
que envejezco.


'Deshielo', onuitgegeven in het Spaans, afkomstig uit de Asturiaanse bundel: 34 poemes a imaxe del silenciu (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

21-8-05

Stephen Oliver

Stephen OliverStephen Oliver (1950) groeide op in Wellington, Nieuw-Zeeland. Hij zwierf door vele landen en beoefende verscheidene beroepen, waaronder dat van journalist en nieuwslezer. Ook werkte hij aan boord van The Voice of Peace, een radioschip dat uitzond vanaf de Middellandse Zee, standplaats Jaffa. Hij heeft inmiddels twaalf poëziebundels op zijn naam staan, waaronder Unmanned (HeadworX, 1999), Night of Warehouses: Poems 1978-2000 (HeadworX, 2001) en Deadly Pollen (Word Riot Press, 2003), alle drie gratis te downloaden bij het Gutenberg Project. Het hieronder vertaalde gedicht Parable of the Sea Sponge is afkomstig uit zijn nieuwe, nog ongepubliceerde bundel Antiphonal, waaraan hij momenteel werkt. Stephen Oliver woont in Sidney, Australië.


Parabel van de zeespons

Wat is 'mensheid' per slot van rekening, anders dan de idee van een god
schiep vlees; waardoor lijden transformatie wordt.

Herfstwinden schiften en wisselen tussen appartementenblokken.

Gerimpelde, grijze wolk van de ene zijde van de lucht
               tot aan de andere.

Later, de exploderende vlamkast van een ster, dan nog een.

Ergens lijkt het of de toekomst zich terugtrekt, het verleden
daaronder meeslepend in een zuurbad van onbegrensdheid; het is slechts

               'voor een ogenblik'
dat het moment opweegt tegen vernietiging, dat is alles.

Intussen pakt de Lijkenoppasser, opgesloten in zijn
verchroomde kamer, een
zeespons om lui het volgende besmeurde oppervlak op te poetsen.


Parable of the Sea Sponge

What is 'humanity', after all, but the idea of a god
made flesh; whereby suffering becomes transformation.

Autumn winds chop and change between apartment blocks.

Furrowed, grey cloud from one end of the sky
               to the other.

Later, one star's blast furnace, then another.

Somehow, it appears the future is pulling back dragging
the past under into an acid bath of limitlessness; it is only

               'momentarily'
that the moment weighs up annihilation, that's all it takes.

Meanwhile, the Keeper of Corpses locked within his
chrome chamber takes a
sea sponge to lazily make bright another streaked surface.

Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2005

Joe Osterhaus

Lichtschaal

In beslag genomen door wat hij bij het verzet
van de bourgeoisie wil betrekken,
kiest de student, die zit op een vlinderstoel
terwijl de projector trilt van afgesloten licht,
een detail van het pleisterreliëf uit,
bedient de sluiter en staart opnieuw op
Hitlers stoet door de Montparnasse,
de cameramannen en staf verrukt als
de autocolonne voorbij de dichtgetimmerde deuren schiet -
en daar, binnen een meter
vol struikeldraad, verbrande hoepels en trommels,
zijn de witte vlaggen van de overgave
in de kleuren van de verbannen regering geverfd;
het doel simpel, obsceen zo, in
de achtertuintjes van de sloppenwijk -
hierna klappert de film en de auditor
strekt zich uit naar de bundel vuil licht -
op de achtergrond, achter de geopende deur van een bijgebouw,
heeft een kind een geweer uit een jutezak gehaald;
een van de vele verzetslieden
uitgekozen vanwege de schijnbare onwaarschijnlijkheid
van hun betrokkenheid bij de ondergrondse;
en glipt, achterom kijkend, langs een hek
om de scherpe knal van het geweer tussen de fluitende
draineerbuizen en stortbakken van een leegstaande bottelarij
uit de lucht te plukken.
Het te harde rijden van de autocolonne onder
de engelen in de diepe portieken van de boog door
past op de een of andere manier nog steeds niet
bij de heldere frisheid van die schaduwrijke dag,
alsof het chroom en de rode insignes zijn uitgebeten
door zuur in een zich anderszins foutloos ontrollende film.
De student, aangelokt door genegenheid, liefde
en om carrière te kunnen maken,
heeft enkele jaren lang de wijze bestudeerd
waarop de media de oorlog verslaat,
de onmiddellijke overdracht van beelden
die verschrikkingen voor miljoenen thuis
tot iets alledaags maakt; maar een nieuw
soort verschrikking; vernikkeld
door de harde onwerkelijkheid van het nieuws
dat, via krakende speakers door een stem
uit de hemel of de depots van Lotharingen gebracht,
de luisteraars met gemengde gevoelens achterlaat, in onzekerheid
tussen de verzekerde meubels en kachels in.
Het is de thesis van de student dat deze wereld,
gebroken door gevoelige plaat en film,
het leven schonk aan een tweede, door bemiddeling
van vertoningen, aktes en journaal tot stand gekomen wereld van glas:
jonge idolen die in exotische kledij poseren
voor een stelletje grijze duinen of een woeste zee;
houterige karakters die geheel vervuld zijn
van gecompliceerde wraakzucht,
de X in hun ogen reflecteert
de onbeduidendheid van de metafysica in hun plots.
Volgens de student groeide deze nieuwe wereld
net zo harteloos op als de eerste, naarmate het zwoegde
en vorderde in de ruimte
opende het zich, eenzaam of niet, voor allen.
Enige jaren voor de documentaire
mixte het Westen onbewust tragedie
en het choquerende bewustzijn ervan
toen de Hindenburg plotseling vlam vatte,
de omtrek van het canvas vaag
door de franje en het kyrie van verhit gas;
het geraamte nog altijd aan de grond gemeerd
met een lange ketting die in een boog omhoog loopt naar een wolk,
een gloeiende bijenkorf van door de wind aangewakkerd vuur;
zowel de radioluisteraars
als de toeschouwers op de grond
zich alleen maar bewust van de blauwgrijze perspectieven van de lucht -
en toen een paniekerige stem het einde afriep
en een windstoot langs de microfoon
als de echo van de persoonlijke angst doorklonk,
boog een fotograaf zich naar zijn camera en nam
een foto die de hele wereld overging
van het vallende vaartuig, ineenstortend, tot rust komend
tussen het onkruid en de olievaten van Bayonne.

De Führer zal spoedig, zijn praalvertoning reeds aangetast
door de nog onbekende slachting in de achterbuurten
van Berlijn, uit zijn auto stappen
en, hetzij vanwege zijn opgetogenheid over de arcade
of door een hapering van de dichtbij draaiende film,
die lullige spastische pas dansen, zijn veldgrijze
pet laag op zijn wenkbrauw;
en spoedig zal de wereld weer eens leren
hoe gevaarlijk een simpel genoegen kan zijn,
zoals het doet in het beeld van deze man
alleen te midden van zijn generaals; hoofd gebogen
in gedachten verzonken boven de donkere tombe van Napoleon.

'The Scale of Light' uit: AGNI Magazine #41 (published at Boston University)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Stephen Oliver

Munch Museum, Oslo

Voor de tweede keer binnen tien jaar
is een versie van Munch's 'De Schreeuw'
gestolen op klaarlichte dag;
ditmaal liepen twee mannen met bivakmutsen op (één

zwaaiend met een handvuurwapen) langs
verblufte bezoekers naar de 'man met ovale
mond aan de reling
' zijnde 'De Schreeuw'
(in Oslo), rukten het schilderij van haar

ophangdraden, ontsnapten met behulp van
een gereedstaande stationwagen, stukjes
omlijsting verspreid in hun spoor. 'De
Schreeuw' staat voor eenzaamheid, isolement,

wanhoop, stille paniek, het soort paniek
dat je zou voelen als je verdrinkt. Welke gezonde
geest zou met zo'n schilderij kunnen leven, laat
staan stelen; dergelijke wanhoop is van alledag.

'Munch Museum, Oslo' uit: Either Side The Horizon, dat in de loop van 2005 zal verschijnen bij Titus Books
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2005

Kristy Odelius

Duizeligheid tot Eros

Laat de witte vlekken terugkeren O nerveuze
kaarten! een onverwacht figuur geëtst in het netvlies:

nukkige engel die hechtdraden knipt, bizarre
kostuums stikt, bijziende opsmuk regeert

de geest der ogen, pendant aan een ketting.
Behendig skelet, zulk een vracht - vlees,

mijn vriend, overal gaat de machinerie van het brein,
een fris gewassen gezicht: treurdicht voor de levenden - diepe

groeven slingeren zich door het landschap. O mijn el greco!
streng droevige verzinsels, kwellingen als bijen

naar een bed fel gekleurde asters. Op dit eiland ontkleden
slechte ogen de zee. Gebroken licht vernauwt, lokaliseert

opkomende spanningen van het decolleté opgehangen tussen
vogelbotjes. Dagelijkse renaissance, penseelstreken

verwrongen door het glas, en de ogen van schoolkinderen
hebben een kleine draaicirkel, griffelen de wereld. Jouw eigen

bijzondere oppervlak verlengd, samengedrukt
tot kloven, wolkenformaties.

'Vertigo to Eros' verscheen eerder in Sidereality Poetry, volume 2, issue 3
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2005

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005