Jamie McKendrick (1955) werd geboren in Liverpool. Hij studeerde Engelse letterkunde aan de universiteit van Nottingham. McKendrick publiceerde tot op heden vijf dichtbundels. Voor The Marble Fly (1997) kreeg hij de Forward Poetry Prize for Best Collection. Ink Stone (2003) werd zowel voor de T.S. Eliot Prize als voor de Whitbread Poetry Award genomineerd. Hij heeft aan verschillende universiteiten binnen en buiten Groot-Brittannië gedoceerd en woont momenteel in Oxford, waar hij verbonden is aan het Hertford College. Naast zijn werk als dichter en docent vertaalt hij poëzie uit het Italiaans. In 1999 verscheen een selectie uit zijn werk, vertaald door Ko Kooman, in een tweetalige uitgave bij Wagner & Van Santen, onder de titel Een versteende dierentuin. De hier gepubliceerde gedichten zijn uit deze uitgave gekozen. (Kees Klok)
Een versteende dierentuin
De hartstocht van de eerste fossielenjagers
maakte die expedities tot een feest –
ik hunkerde als een beeldhouwer naar de klank van de beitel,
vorm bevrijd uit zijn occulte windsels.
Carrara's alpen van marmer haalden het niet bij
de kalksteengroeven van Wenlock Edge
qua mogelijke buit. Als nietige jutters in het zog
van de enorme graafmachines plunderden wij
de grafkamers van het Siluur,
bestormden wij de vroege levensvormen in hun laatste veste
en laadden wij er de kofferbak van je Corsair mee vol: de wimpel
van een wuivende varen, trilobieten die nergens
snel heenzwemmen in een vaste oceaan, gekliefd en verpulverd
door de bulk-excavateurs. Eens stootte ik
op een ammoniet als de gekrulde hoorn van een reuzenram
zo diep in het gesteente ingebed dat mijn beitel
niet meer vermocht dan een mussensnaveltje.
Niemand geloofde mijn gespreide armen. De volgende dag
was zijn rustplaats weggeschraapt en afgevoerd
- mijn droomvondst zou tot caustisch stof vermalen worden
en dan gewogen op het kalkbord van een stukadoor.
A pertrified Zoo
The passion of the early fossil-hunters
lit up those expeditions - I was avid
as a sculptor for the clink of the cold chisel,
form freed from its occult swaddling.
Carrara's alps of marble could not match
the limestone quarries near Wenlock Edge
for sheer potential. Dwarfed combers in the wake
of the great earth-movers, we would raid
the burial-chambers of the Silurian Age,
besiege life's early types in their last fastness
and load your Corsair's boot with them: the pennant
of a fern waving, trilobites swimming nowhere
fast in a solid ocean, sectioned and blasted
by the bulk excavators. once I chanced
on an ammonite like a giant rarn's curled horn
so deeply bedded in the rock my chisel
made no more impact than a sparrow's beak.
No one believed my outflung arms. Next day
its resting-place had been sheared and carted off
- my dream-find would be ground to caustic dust
then weighed on the scale of a plasterer's hawk.
Heimwee
Ik ontwaakte badend in het zweet en vol heimwee
naar ik wist niet waar, een gevoel
afgetrapt en oubollig als duiten of ellen.
Toen herinnerde ik mij de kamer van de sirocco
in een Siciliaans paleis gemaakt van roze vulkanische suiker.
Er hing een geur van boenwas en pistache.
Twee meisjes maakten ons huwelijksbed op,
streken het witte linnen glad met hun donkere handen.
Jij zou zijn blijven vitten op hun werk
als ik niet tussenbeide was gekomen, zodat je je tegen mij keerde
en zei Hun voorouders waren knollendokters
ten tijde van de Bourbons - een oude vijandschap dus,
en dwingender nog dan genot.
Hoe uit die raamloze kamer te komen,
waarvan geen enkele muur aan de buitenlucht grensde
was het enige waaraan ik nog denken kon.
Je stem achtervolgde mij langs de marmeren trap omlaag:
Denk maar niet dat jij ooit nog een thuis zult vinden!
Nostalgia
I woke drenched in sweat and homesick
for nowhere I could think of, a feeling
scuffed and quaint as farthings or furlongs.
Then I remembered the room of the sirocco
in a Sicilian palace made of pink volcanic sugar.
There was a scent of waxed oak and pistachios.
Two maids were making up our nuptial bed,
smoothing the white linen with their dark hands.
You'd never have finished finding fault with their work
if I hadn't intervened, so that you turned on me
saying Their family were turnip doctors
at the time o the Bourbons ~ an old enmity then,
and more imperious even than pleasure.
How to get out of that windowless room,
with not one of its walls adjoining the air
was all I could think of, from that point on.
Your voice pursued me down the marbile stairway:
Don’t think you'll ever find a home again!
Il Capitano
Hij heeft een donker schuurtje bij de strandhutjes en de botenhuizen
dat ruikt naar diesel en vochtige wol;
op de deur zit een vergeeld briefje
in een vreemde hand, of een vreemde taal als het babbelen
van golven op kiezelstenen, cursieven van gebroken schelp.
Gebonden in zijn vistuig en zijn netten, draagt hij een drietand
waarmee hij op de grond tikt bij het onvermoeibare heen-en-weergeloop
dat hem altijd in het zicht van de zee houdt
waar de stekelige rotsen de golven zeven en lozen
als het water dat ontdaan van krill van walvistanden druipt.
In het dorp vertelt men dat hij, lang geleden,
de kapitein was van een schip dat mijlen uit de kust verging
en dagen rondgedreven had op een stuk dek.
Sinds hij gered werd leeft hij als de laatste mens op aarde
in deze badplaats waar het gonst van de toeristen en de Vespas.
Hij is hier aangespoeld zoals wij allemaal
door zaad, getij, handwerk of lot maar leeft duidelijk,
onwetend van gebruiken, onder een andere hemel
- de sterren dringend en leesbaar; de mijlen van zwart zout
die donderend stukslaan in de kleine baaien, zijn intieme plattegrond.
Men zegt dat hij soms een schip in het oog krijgt
ver aan de einder en schuimbekt in een sublieme
paniek van herkenning. Dan laat hij zijn stok vallen
en stampt hij door de golven als een woedend kind
tot de vissers hem met zachte hand weer terughalen.
Il Capitano
He keeps a dark shed by the beachhuts and boathouses
smelling of diesel and damp wool;
there's a yellowed notice tacked to the door
in a strange hand, or a strange tongue like the babble
of waves on pebbles, cursives of broken shell.
Bound in his nets and tackle, he carries a trident
to tap the ground in the tireless pacing
that keeps him always in sight of the sea
where the spiny rocks sift back the waves
like krill-less drizzle from the teeth of whales.
The villagers tell how once, years back,
he commanded a vessel wrecked miles out
and drifted days on a fragment of deck.
Ever since his rescue he's lived like the last man alive
in this coast resort buzzing with tourists and Vespas.
He was washed up here like the rest of us
by seed, tide, trade or fate but clearly lives,
oblivious of custom, under a different sky
- the stars urgent and legible; the miles of black salt
crashing into coves, his intimate blueprint.
It's said tha't sometimes he sights a ship
far out in the blue and foams with an exquisite
panic of recognition. Dropping his stick
he thrashes through the waves like a fierce child
till the fishermen gently drag him back again.
Onder de vulkaan
Tussen het Duivelsviaduct en de diepe blauwe zee,
elk donker plekje of hoekje is geschikt,
komen ze samen voor de riten van de jeugd
- een oplosbare nectar die van nergens komt,
als een boot in de haven.
Incendi dolosi. Een bronzen schijnsel verstoort
de nachtelijke hemel waar de helling
zichzelf verteert. Zij die
schadevergoeding willen binden
een brandende tak aan de poot van een gevangen vogel
zodat waar de vogel in doodsangst neerstrijkt
het vuur zich verspreidt. Geen mens
die iets gezien heeft zoals wanneer de camorra
met een brandbom een disco of kroeg in de as legt.
Je voelt de zwavel onder de aardkorst.
De rouwstoet volgt de jongen
die ze in het Park van de Lente hebben gevonden,
een injectiespuit koesterend in zijn onderarm.
Tussen het viaduct en de strandboulevard
vertrap je de brosse bloemen.
(Incendi dolosi: brandstichting)
Under the Volcano
Between the Devil's Viaduct and the deep blue sea,
any darkened patch or nook will do,
they gather for the rites of youth
- a soluble nectar that arrives
from nowhere, like a boat in the port.
Incendi dolosi. A bronze light worries
the night sky where the hiliside
consumes itself. Those
wanting compensation tie
a burning brand to a trapped bird's foot
so where the bird alights in terror
flames spread. No one's
the wiser as when the camorra
firebomb a discotheque or bar.
You sense the sulphur under the earth's crust.
The cortège follows the boy
they found in the Park of Springtime,
his forearm dandling a syringe.
Between the viaduct and the seafront
you crush the brittle flowers underfoot.
Oude Geschiedenis
Het jaar begon met onheilspellende voortekenen:
kometen, verduisteringen, aardbevingen, bosbranden,
de golven lusteloos onder een laag teer
zo lang als de kustlijn. En er had een koe gesproken,
wat vorig jaar ook was gebeurd, alleen geloofde
niemand vorig jaar dat koeien spraken. Maar het werd nog erger.
Het regende bloederige klompen vlees
die zwermen meeuwen in de vlucht opvingen
en wat ze misten viel op de grond
waar het dagen bleef liggen zonder te rotten.
Toen velde een storm een heel steeneikenwoud
en pikten kauwen de ogen van schapen uit.
De priesters die de Sibyllijnse boeken duidden
vertelden van gehelmde vreemdelingen
die de kruispunten en hoge plaatsen van de stad bezetten.
Er zou waarschijnlijk bloed gaan vloeien. Vermijd,
vermaanden zij, kliekvorming en intern geruzie. De tribunen
beweerden dat dit het gebruikelijke smoesje was,
van stal gehaald om de nieuwe wet te traineren
die binnenkort in stemming kwam. Wat het geweld beteugelde
was slechts geloof in een gerucht dat de stammen
in het oosten zich hadden verenigd en wapens
smeedden, dodelijker dan de wereld ooit had gezien
en dat nu al de hoefslag van hun verkenners
gehoord was in de zuidelijke heuvels.
Het jaar eindigde vol angst voor oorlog.
Het jaar daarop begon met onheilspellende voortekenen.
Ancient History
The year began with baleful auguries:
comets, eclipses, tremors, forest fires,
the waves lethargie under a coat of pitch
the length of the coastline. And a cow spoke,
which happened last year too, although last year
no one believed cows spoke. Worse was to come.
There was a bloody rain of lumps of meat
which flocks of gulls snatched in mid-air
while what they missed fell to the ground
where it lay for days without festering.
Then a wind tore up a forest of holm-oaks
and jackdaws pecked the eyes from sheep.
Officials construing the Sibylline books
told of helmeted aliens occupying
the crossroads, and high places of the city.
Blood might be shed. Avoid, they warned,
factions and in-fights. The tribunes claimed
this was the usual con-trick
trumped up to stonewall the new law
about to be passed. Violence was only curbed
by belief in a rumour that the tribes
to the east had joined forces and forged
weapons deadlier than the world has seen
and that even then the hooves of their scouts
had been heard in the southern hills.
The year ended fraught with the fear of war.
Next year began with baleful auguries.
© Jamie McKendrick
© vertaling Ko Kooman