Dichters I

8-7-06

Lêdo Ivo

Ledo Ivo Lêdo Ivo, de grand old man van de Braziliaanse poëzie, werd in 1924 geboren in Maceió, in de noordoostelijke deelstaat Alagoas. Hij debuteerde als dichter in 1944 en publiceerde sindsdien zo’n negentien bundels. Literair behoort hij tot de generatie van andere grote Brazilianen zoals Carlos Drummond de Andrade, João Cabral de Melo Neto en Ferreira Gullar. In 2000 verscheen een uitgebreide selectie uit zijn latere werk, in een vertaling van August Willemsen, bij Wagner & Van Santen, onder de titel Vleermuizen en blauwe krabben. De hier gepubliceerde vertalingen zijn gekozen uit die bloemlezing, met dank aan de uitgever voor de toestemming tot herpublicatie. Wagner & Van Santen biedt het boek, samen met de bundel Morgen is weer geen andere dag van Ferreira Gullar (eveneens vertaald door August Willemsen) tijdelijk met korting aan. Het gedicht 'De toerist' kwam tot stand na medewerking van de dichter aan Poetry International in Rotterdam. (Kees Klok)


            DE TOERIST

Op de boot propvol toeristen
die door de Rotterdamse delta vaart
ontmoet ik God
en Hij wendt voor mij niet te zien.

Aan reizen heb ik niets.
Alle reizen zijn onnut.
Ze voeren ons naar nergens
en onthullen evenmin het uiteind van de wereld.

God de grote reiziger is ook aan boord
maar Hij kijkt liever naar de stoomboten en naar de dokken.
Misschien hebben de mensen Hem teleurgesteld
met hun voortdurende gesmeek.

De hemel is vol verwensingen.
En ik benijd de meeuwen
die in het grijze water pikken
- de meeuwen die het kunnen stellen zonder God.


            O TURISTA

No barco cheio de turistas
que singra o delta de Rotterdam
encontro Deus
e Ele finge não me ver.

Não me adianta viajar.
Todas as viagens são inúteis.
Elas não nos levam a lugar nenhum
nem nos revelam o outro lado do mundo.

Deus o grande turista vai no barco
mas prefere olhar os estaleiros e rebocadores.
Talvez os homens O tenham decepcionado
com as suas súplicas sucessivas.

O céu está cheio de imprecações.
Invejo as gaivotas
que bicam a água cinzenta
- as gaivotas que não precisam de Deus.


© Lêdo Ivo
© vertaling August Willemsen

Lêdo Ivo

            DE USURPATOR

De wrede God die de zwammen vergiftigt
en de belladonna macht geeft om te doden
stuurt mij deze nacht zijn afgezanten.
Het zijn mieren, uilen, muizen en vampieren
die mij met de grootste arrogantie ondervragen.
Ik beken hun mijn onheugelijke schuld.
Ik smeek hen om vergiffenis dat ik besta, dat ik hen stoor
met mijn stilzwijgen en mijn hinderlijke ademhaling.
Ik erken een indringer te zijn, een usurpator.
Ik ben hier op doorreis, wachtend tot het dag wordt.


            O INVASOR DE TERRAS

O Deus cruel que envenena os fungos
e outorga à beladona o poder de matar
me envia esta noite os seus embaixadores.
São formigas, corujas, ratos e morcegos
que me interrogam com a maior arrogância.
Eu lhes confesso a minha culpa imemorial.
Peço-lhes perdão por exister e perturbá-los
com o meu silêncio e incômoda respiração.
Reconheço ser um intruso, um invasor de terras.
Estou aqui de passagem e à espera do dia.


© Lêdo Ivo
© vertaling August Willemsen

Lêdo Ivo

            DE KRABSPIN

De krabspin zat verscholen
in de stapel hout die in de schuur stond.
Zij was belofte van de dood zonder pardon
terwijl ik een geboorte zou gaan vieren.
Onbeweeglijke en onaanraakbare vorstin der duisternis,
onwetend van de liefde en van herrijzenis.

Men kan praten tot een mens, een hond, een paard,
maar tot een krabspin praten kan men niet.
Immuun voor vriendelijkheid, bewoont zij de funeste wereld
waar men geen cadeautjes geeft en waar geen sterren komen.
Ik heb haar niet gestoord en in die Kerstnacht
verkoos ik kou te lijden bij de uitgedoofde haard.


            A CARANGUEJEIRA

A caranguejeira estava escondida
no monte de lenha guardada no galpão.
Era a promessa da morte sem misercórdia
quando eu ia festejar um nascimento.
Imóvel e intocável rainha da escuridão
ela desconhecia o amor e a ressurreição.

Pode-se falar a um homem, a uma cadela, a um cavalo,
mas não se pode falar a uma caranguejeira.
Imune às gentilezas, ela habita o reino funesto
onde não se trocam presentes nem passam as estrelas.
Não a incomodei e naquela noite de Natal
preferi sentir frio junto à lareira a apagada.


© Lêdo Ivo
© vertaling August Willemsen

Lêdo Ivo

            AAN CHRISTOPHORUS COLUMBUS

Christophorus Columbus:
jouw ontdekking heeft ons
met stomheid geslagen.
Niets heb je ontdekt,
alles heb je verhuld.

Duif van de oceanen,
je gebolde zeilen
zijn ons doodsgewaad:
een dood, gegeven aan
leven dat onze naam was.

Drager van Christus:
jouw zwijgzame god
heeft de goden verjaagd
die zon waren en maan
op onze piramiden.

Alles heb je gestolen:
onze liederen
die sliepen in de kelen,
dromen die wij droomden
en het lieve leven.

Je hebt het woud verwoest
en de woestijn gegraven.
Alles nam je mee:
mineralen, hout, en
stenen, zilver, goud.

Alles heb je geroofd,
tot onze schaduwen aan toe.
En onze hele wereld
stortte in en viel
in puin voor onze ogen.

Het spoor dat jij hier naliet
zal van onze muren
niet worden gewist:
het is het spoor van bloed
van grote brandoffers.

Wij waren ongeschonden
als water en als steen
en jij hebt ons verminkt.
Wij waren één, verenigd
en jij hebt ons gescheiden.

Ziehier je erfenis
langs heel de horizon:
ellende, pijn en honger
die je hebt gebracht
en onderworpenheid.

Duizendmaal vervloekt
tot in de eeuwigheid
zij de ontdekking van
dit valse Amerika dat ons
onzichtbaar heeft gemaakt.


            A CRISTÓVÃO COLOMBO

Cristóvão Colombo:
tua descoberta
nos mudou em mudos.
Nada descobriste
e escondeste tudo.

Pomba do oceano,
tuas velas pandas
são nossas mortalhas,
morte dada à vida
que era o nosso nome.

Portador do Cristo,
teu deus taciturno
expulsou os deuses
que eram sol e lua
no alto das pirâmides.

A tudo roubaste:
ao canto dormido
nas nossas gargantas,
ao sonho sonhado
e à vida na praça.

Devastaste a selva,
cavaste o deserto
e a tudo levaste:
mineral, madeira,
ouro, pedra e prata.

Saqueaste tudo,
até nossas sombras.
Todo o nosso mundo
se desmoronou
e virou escombros.

A tua passagem
não se apagará
de nossas muralhas:
a marca de sangue
do grande holocausto.

Éramos inteiros
como a pedra e a água
e nos mutilaste.
Éramos unidos
e nos separaste.

Eis a tua herança
no longo horizonte:
para nós trouxeste
a miséria, a fome
e a escravidão.

Mil vezes maldita
por todos os séculos
seje a descoberta
desta falsa América
que nos encobriu.


© Lêdo Ivo
© vertaling August Willemsen

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005