Dichters H

20-7-08

Juan Paulo Huirimilla

Huirimilla

Juan Paulo Huirimilla werd in 1973 op het Chileense eiland Calbuco geboren. Hij schreef o.a. El ojo de vidrio, Cantos para niños de Chile en Palimpsesto. Zijn teksten verschenen in binnen- en buitenlandse publicaties. Hij schreef ook essays en bijdragen over cultuur in tijdschriften en dagbladen. Verschillende literaire onderscheiden werden hem toegekend. Hij doceerde ook Mapuchecultuur en -wereldvisie aan de Universidad de los Lagos. Hij doceert er nu moedertaal en filosofische grondslagen van de basispedagogie. Huirimilla is één van de Chileense dichters die zeer door de cultuur van de oorspronkelijke bewoners is beïnvloed en die zich inzet voor het behoud ervan.

Noot: De taal die deze dichter schrijft is niet overal Castellano. Om al te grote moeilijkheden te vermijden heb ik gedichten gekozen waarin spelling en zinsbouw niet of niet te sterk daarvan afwijken. Huirimilla is weinig consequent in zijn gebruik van eindpunten en hoofdletters. Het feit dat er geen punt staat betekent niet dat de zin niet af is; zijn versregels beginnen tamelijk willekeurig met hoofdletter of kleine letter. Een andere eigenaardigheid: op het internet staan gedichten van hem, maar de versie van het gedicht kan varianten tonen van site tot site. Zo luidt het slot van het eerste gedicht dat ik hier vertaal: que vamos a trenzar con la música del respirar. Op een andere pagina staat: con la música del respiradero, en nog op een andere plaats: con la música de caballos blancos. Dat is lang geen alleenstaand geval. In datzelfde gedicht is een paard van de ene versie in de andere een stier. Misschien is dat een speciaal gebruik. Het heeft er de schijn van dat dergelijke "kleinigheden" de dichter niet bijzonder interesseren. (Fa Claes)


                 "Ik heb je mond aangeroepen
                 uit de kruin van een kersenboom"

ZANG VOOR DE POËZIE

De poëzie is de kop van een haan,
Onder de grond afgesneden door een boom,
Die een jongen van op de hoek
Verwart met de zon die in
Een waterpoel blinkt.
Dat is mijn woord in de grote stad:
Een duif die onder deze stad woont terwijl ze
De beklemming van een haven observeert
Zonder dat iemand de gouden sleutel bemachtigt
Een volk met tarwe verguld
Dat naast de zon en de maan loopt
In dezelfde ruimte
Met hoeden die worden uitgewisseld
En bomen met pas ontloken knoppen.
Hier heb je de zee met zijn steiger voor kwallen
Die nooit zullen sterven bij het aan land gaan
Vermits de stier met zijn hoorn de weg
Aan het vrijmaken is voor de geesten
Die vanuit zomerweiden reizen.
Vanuit het hemelsblauw
Is er een magische wind die stenen opent
Tot hij estuariën opgraaft die verschijnen
Als de nevel aan boord gaat
En wij een bloedende slang op haar plaats brengen
Aan het luik van de achtsteven vastgemaakt
Om elkaar in onze jeugd te ontmoeten
Zo lief als het bos en de poëzie
Die we gaan vervlechten met de muziek van het ademhalen.


                 "He llamado a tu boca
                 desde la copa de un cerezo"

ÜLKANTUN PARA LA POESÍA

La poesía es la cabeza de un gallo
Cortado bajo tierra por un árbol
Que un muchacho de la esquina
Confunde con el sol que brilla
En una poza de agua.
Esta es mi palabra en la urbe:
Una paloma observando la congoja
De un puerto que habita bajo esta ciudad
Sin que nadie consiga la llave de oro
Un pueblo dorado de trigo
Que corre junto a la luna y sol
En el mismo espacio
Con sombreros que se intercambian
Y árboles de brotes recién nacidos.
He ahí el mar y su atracadero de medusas
Que nunca morirán al llegar a tierra
Porque está el toro con su cuerno
Abriendo el paso a los espíritus
Que viajan desde veranadas.
Desde el azul
Está un viento mágico que abre piedras
Hasta desenterrar esteros que aparecen
Al subir la neblina al barco
Y nosotros colocamos una serpiente sangrante
Amarrada al lucero en popa
Para encontrarnos en la infancia
Tan dulce como el bosque y la poesía
Que vamos a trenzar con la música del respirar.

(De "Rawe")


DE TERECHTSTELLING VAN DE APPELBOOM

- Je moet met jezelf te rade gaan vent
je hebt toen geen tiuqes om regen zien roepen
en geen trailes hun vlooien over de weg zien meesleuren
Laat het drinken van die tequila con gusano
Je hebt me zo vaak gestorven en ik blijf het moeilijk hebben
ik zal niet ophouden je slechte bed te krabben
tot ik je hoofd bereik.
Ik was je beste ballerina.
Ik kom je huis binnen als je samen met andere zweet.
In de appelboom zal ik met een karabijn je strot staan samen te drukken:
je zult te paard slapen tot de flessen gisten -

Noot: Tiuque en traile zijn namen van vogels, valkachtigen. Tequila con gusano is een naam die de dichter gebruikt voor mezcal con gusano. Mezcal is zoals de tequila een sterk alcoholhoudende drank uit de agave gedistilleerd. Naar het schijnt is de “gusano” (worm, in casu een worm uit de agave) er pas in de jaren 1950 aan toegevoegd als kwalijke grap om te zien of de Noord-Amerikanen, de gringo’s, ook mezcal zouden drinken als er een worm in de fles lag. Mezcal con gusano wordt nu als een specialiteit beschouwd.


EL AJUSTICIAMIENTO DEL MANZANO

-Debes entrar en tu juicio hombre
no has visto entonces tiuques llamando lluvias
y trailes arrastrar sus pulgas en el camino-
Ese tequila con gusano deja de beber
Me has muerto tantas veces y sigo en pena
no dejaré de rasguñar tu camastro
hasta llegar a tu cabeza.
Fui tu mejor bailarina.
Entro a tu casa cuando sudas junto a otras.
En el manzano apretando con carabina tu cuello estaré:
dormirás en tu caballo hasta que las botellas fermenten-


RANCHERSVROUW IN DE VROEGE MORGEN

"zelfs de dood wint het niet van de wijn"

Vroeg in de morgen zoekt mijn hart je heengaan
In een zwarte kat die op elk ogenblik mijn keel kruist.
Misschien is het nodig het licht dat waait op te geven
want
"zelfs de dood wint het niet van de wijn".
Je beeld verschijnt op de buis
Ik luister naar Antonio Aguilar in de radioseries.
Opnieuw het dromen van een steen in mijn schoen.
En toch, je schaduw blijft in mij
gelijk een ster in een wasbak met water.


RANCHERA DE MADRUGADA

"al vino no lo vence ni la muerte"

Mi corazón de madrugada busca tu partida
En un gato negro que ha cada rato cruza mi garganta.
Es preciso acaso renunciar a la luz que sopla
porque
"al vino no lo vence ni la muerte".
Tu imagen en la T.V. a tubos aparece
Escucho a Antonio Aguilar en las radionovelas.
De nuevo el soñar con una piedra en el zapato.
Y sin embargo, tu sombra queda en mí
Cual estrella en un lavatorio de agua.


IK VERWACHT DE KOMST VAN EEN GROTE GEEST

Ik ben uit de droom gestapt.
Vandaag is donkere nacht en de bomen vechten niet
het water staat stil in het mos
en jij blinkt niet zoals Witranalwe vroeger
Ik weerspiegel je afwezigheid in de oogleden
van het vensterluik
laat de rivieren terugkeren
als tranen van andere rivieren.

Noot: Witranalwe is een landelijke duivel, het kwaad of de negatieve krachten in de natuur.


ESPERO LA LLEGADA DE UN GRAN ESPÍRITU

He bajado del sueño.
Hoy es noche de oscuridad y los árboles no se trenzan
las aguas se detienen en el musgo
y tú no brillas como antes Witranalwe
Reflejo tu ausencia en los párpados
del lucero
que los ríos vuelvan
como lágrimas de otros ríos.


ABSURDITEITEN

Als ik uit de kerker weerkeer en je bent er niet
Strijkt een ster neer op mijn adem.
In mij had ik de stilte en de dood nooit zo vlakbij als nu.
Ik ben het wit van de opschriften:
*TIEN DUIZEND VOOR EEN SCHURK*
daarom krimp ik ineen als een pasgeboren kleine
niemand kan de galg oprichten in mijn ogen.
Ik neem het bloed van de zwakste
Zijn zielen vallen in mij.
Bij de voorraden bekijkt het astrolabium mij overdekt met vissen
Op zee bedreigt Ñankupel mij met een mes
en de striemen vervormen mij
want ik was de dapperste piraat van de spiegel.
Op mijn schip jagen allen de hasj erdoor
Met sterke drank.
Vrouwen lopen krankzinnig op het dek
En de haaien omsingelen hun zielen
Die omdraaien in mijn mond.
- Dat een zeeman me wekt als er sterren geboren worden -
- Niemand luistert
misschien zien ze geen zeemeerminnen ontroerde ranchersvrouwen dansen -
Ik kom aan in de haven van het vuilnis waar de wijnhandeltjes om vijf uur in de middag sluiten.
Ik neuk een prostituee en houd al op met spreken.

Noot: Pedro María Ñankupel (ook gespeld Ñancupel) was een bloeddorstig piraat uit de 19de eeuw die zijn gevangen met een mes afmaakte. Hij werd in 1890 terechtgesteld.


DESVARÍOS

Cuando vuelvo de la cárcel y no estás
Una estrella se posa en mi aliento.
Nunca tuve en mí el silencio y la muerte tan cerca como ahora.
Soy el blanco de los letreros:
*DIEZ MIL POR UN PEÑAN*
por eso me encojo como cría recién parida
nadie puede poner la horca en mis ojos.
Cojo la sangre del más débil
En mí caen sus almas.
En los retenes el astrolabio mírame cubierto de peces.
Ñankupel en el mar me amenaza con un cuchillo
Y se me tuercen las estrías
Porque fui el pirata más bravo del espejo.
En mi barco todos se fuman el cáñamo
Con bebidas blancas.
Mujeres corren a cubierta locas
Y los tiburones rodean sus ánimas
Que dan vuelta en mi boca.
-Que un marino me despierte cuando nazcan astros-
-Nadie escucha
acaso no ven a las sirenas bailar movidas rancheras-
Llego al puerto del desperdicio donde los negocios de vino
cierran a las cinco de la tarde.
Cojo a una prostituta y termino ya de hablar.

(De "La vuelta del ojo de vidrio")


DE GELE BLOEM

Dronken van sterven
Observeer ik de bloem die lacht en niet tot me spreekt
- Ik herinner me alleen het trillende jachtgeweer
bij de haven van het zwijgzaamste gehucht
Zij die de bar binnenkomen
tonen me sterren in hun handen
Ik luister alleen naar het weggaan van het wapen
Een oude sirene weerklinkt -
Ik weet dat iemand zijn eigen aders doet zwellen
Daarginds is de gele bloem
ingesloten in een druppel melk.


LA FLOR AMARILLA

Ebrio de morir
Observo la flor que ríe y no me habla.
-Recuerdo sólo la escopeta temblando
junto al puerto de la aldea más muda
Ellos que entran a la cantina
Mostrándome estrellas en sus manos
Sólo escucho la salida del arma
Suena una sirena vieja-
Sé que alguien hincha sus propias venas
Ahí está la flor amarilla
Encerrada en una gota de leche.


MASKER

Ruk me de ogen uit in aanwezigheid van Tiresias
een ander kijkt in zijn masker
iemand weet dat ik hier in Het Noorden
voorbijkwam toen ik wraak kwam innen
Aan de pruimenboom bij de waterput proberen ze me op te hangen.
Ik bind mijn haar samen tot ik het nieuwe zaaisel bijeenraap
Ik verbrand droge takken opdat de rook mijn lichaam uitdroogt.


MÁSCARA

Sácome los ojos ante Tiresias
otro mira en su antifaz
alguien sabe que he pasado
Por El Norte cobrando venganza.
En el ciruelo junto al pozo intentan ahorcarme.
Encojo mis cabellos hasta recoger una nueva siembra
Quemo ramas secas que el humo deshumedezca mi cuerpo.


OVER HOE PAARDENDIEVEN ELKAAR KENNEN

Ze noemen mij Porfirio Alcalá
degene die vergaat bij het zien
van de blik van die meiden tussen twee waters.
Een boom begint onzichtbaar te zijn.
Ik ga naar de steenachtige weg
om de afstand van mijn luchtpijp te verkorten
Op de andere oever wachten mijn streekgenoten de Schurken:
- We brengen je een stuk koe
opgegraven met de machtigste van de toverkunsten
Er is een kaneelboom gezaaid
In onze grot -
Mij blindheid zal ik bedekken met wat leer.
Aan zijn hals hangt een witte zakdoek
Die zijn blik doet stikken.


DE CÓMO SE CONOCEN LOS CUATREROS

Me llaman Porfirio Alcalá
aquel que se triza al ver
La mirada de ellas entre dos aguas.
Un árbol comienza a ser invisible.
Voy al camino pedregoso
Para acortar la distancia de mi respiradero
En la otra orilla aguardan mis paisanos los Peñan:
- Te hemos traído un pedazo de vaca
desenterrada por la más poderosa de las magias
Se ha sembrado un canelo
En esa cueva nuestra -
En la barra brindaremos Peñan
Taparé mi ceguera con un poco de cuero.
De su cuello cae un pañuelo blanco
Que ahoga su mirada.


ZANG VOOR DE WATERVAL

We daalden met mijn moeder af naar de waterval
om medicijn te halen uit zijn nevel
Hier is de blauwe bloem in zijn beek
roept de laarzenmaker van het andere eiland
De morgenster licht ons bij
In de dauw zeggen we de ballade:
Ai, blauwe steen die komt om ons hart te doen groeien
Blauw was de bliksem
Hier brengen we het goud want vader slaapt vandaag
met de maan hoger dan de regenboog
Zij heeft een zilveren boom geplant
In de vijver
En bejaarden maken met een pijl knopen los
in regen sneeuw later hagel.


CANTO A LA CASCADA

Bajamos con mi madre a la cascada
Para tomar remedios de su neblina
Aquí está la flor azul en su arroyo
Llama el botero de la otra isla
El lucero de la mañana nos alumbra
En el rocío decimos el romance:
Ay! Piedra azul que vienes a crecernos el corazón
Azul ha sido el relámpago
Aquí te traemos el oro que el padre hoy duerme
Con la luna más arriba del arco iris
Ella ha plantado un árbol de plata
En el pantano
Y ancianos desatan nudos con una flecha
En lluvia nieve luego granizo.


BEZWERING VAN EEN CABARETUTOPIE

Het regent noodlotsregen
Ankers ophalen en neerlaten
en dit anker valt opnieuw.
Een vogel is het slangenoog
Daarmee terugkeren naar de haven waarvan de nacht
af en toe een spelonk is
Daar zijn nog gestreepte
vissen
Stranden
En de "Witte Olifant"
waar we niet naar binnen mogen
omdat er een man is
met een been op zijn rug
die het hoofd naar zijn moeder heeft gekeerd
om het naakt van de boom te bespieden.
Buiten bij het openen van de grot
zwerven mijn verlossers met de utopie
dat de rivier die ons baadt
gelijk een museumstuk is geschramd.


EXORDIO A UNA UTOPÍA DE CABARET

Llueve lluvia de destino
Subir y bajar anclas
y esta vuelve a caer.
Un pájaro es el ojo de serpiente
Con esto volver al puerto cuya noche
Es a ratos una caverna
Allí aún están rayados
peces
Playas
Y el "Elefante Blanco"
al que no podemos entrar
porque hay un hombre
con pierna en la espalda
que ha vuelto la cabeza a su madre
para espiar el nudo del árbol.
Afuera al abrir la cueva
Rondan mis redentores con la utopía
Que es el río que nos baña
Arañado como pieza de museo.

Juan Paulo Huirimilla
Vertaling Fa Claes

9-3-08

Jaime Huenún

Jaime Huenún

Jaime Huenún werd in 1967 in Valdivia (Chili) geboren. Hij studeerde Pedagogie aan het Instituto Profesional van Osorno en aan de Universidad de la Frontera in Temuco. Vooral bekend zijn zijn werken Ceremonias, Puerto Trakl en Reducciones. Gedichten van hem verschenen in nationale en internationale tijdschriften, ze werden bij herhaling onderscheiden. In 2005 werd hem de prestigieuze studiebeurs van de John Simon Guggenheim Memorial Foundation in New York toegekend. Gedichten en fragmenten uit zijn werk werden vertaald in het Engels, Italiaans, Catalaans, Portugees en Kroatisch. Voor het ogenblik bereidt hij een bloemlezing van Mapuche poëzie voor. (Fa Claes)


BOEK

Alleen je gezicht kan ik lezen, huenún jaime luis,
lelijk zevenmaands kind, alleen
je helft zoon kan ik lezen,
je helft been en vleesgeworden doodshoofd,
je zwak negatief nummer
gemaakt van gebarsten eeuwigheid en vlees.
Alleen je helft vader, broer
kan ik lezen, degene
die dagelijks uitgaat om een schrale
portie sterren te bemachtigen, pover voedsel
uit woorden die nog niet eens
weten te stamelen.
Alleen kan ik je lezen naast een Ander,
alleen samen met de kapotte gehelen van je moeder,
alleen eenzaam maar nooit alleen,
kwade dief van de blankheid van de Bladzijden.
Alleen kan ik je lezen als ik de letters samenvoeg
van je vlucht van opengebarsten vlieg
onderaan een gedicht van Tu Fu.
Alleen je valse wortel kan ik lezen, huenún
jaime luis, man
of halsstarrig spook of zieke van hoofd,
alleen de helft kan ik lezen
van de lucht die je oud maakt,
de andere helft win je
met het zweet van je ogen
en dat
kent in mijn alfabet geen verklaring.


LIBRO

Sólo puedo leer tu cara, huenún jaime luis,
sietemesino feo, sólo
puedo leer tu mitad hijo,
tu mitad hueso y calavera encarnada,
tu débil número negativo
hecho de cuarteada eternidad y carne.
Sólo puedo leer tu mitad
padre, hermano, aquel
que diariamente sale a conseguir
una mísera ración de estrellas, exiguo alimento
de palabras que no saben todavía ni
siquiera balbucear.
Sólo puedo leerte al lado de Otro,
sólo junto a los conjuntos rotos de tu madre,
sólo solitario pero nunca solo,
mal ladrón de la blancura de las Páginas.
Sólo puedo leerte juntando las letras
de tu vuelo de mosca reventado
al pie de un poema de Tu Fu.
Sólo puedo leer tu raíz falsa, huenún
jaime luis, hombre
o duende porfiado o malo de la cabeza,
sólo puedo leer la mitad
del aire que te hace viejo,
la otra mitad la ganas
con el sudor de tus ojos
y aquello
no tiene explicación en mi alfabeto.


KAMPVUUR

Minder dan de stilte weegt het vuur, papay, je
dikke schaduw die brandt
tussen vochtige blokken hout;
minder dan de stilte op de nacht
en de droom weegt
het licht dat vrijkomt
van vogels en rivieren.
“Dat het vuur onze broer mag zijn”, spreek, ontsteek
je mond,
de geschiedenis van weiden
en gevallen bergen,
de oorlog onder de goden, zilveren
slangen,
de doortocht van de mannen
met bliksem en bloed.
Je luistert naar de galop van de generaties,
de namen begraven
met kruiken en fruit,
de traan, het geroep van trage karavanen
die aan de bergen van de dood en het leven ontsnappen.
Je luistert naar het klauwen van de poema
naar het hert,
de sprong van de forel in de blauwe
rivieren;
je beluistert de zang van waarzegvogels
verborgen achter varens
en fuchsia’s in bloei.
Nu adem je het stof van de nguillatunes,
de machi die de uitgekozen ram
de keel afsnijdt;
nu adem je de geur vóór de rehue, het vuur
waar de beenderen van het uitgebreide offer branden.
“Dat het vuur onze broer mag zijn”, zeg je bij je terugkeer,
de brede zon van de dag
brengt de broers samen,
dat het vuur onze broer mag zijn, papay, de herinnering
die in stilte de schaduw en het licht
omarmt.

Noot: enkele woorden heb ik onvertaald gebruikt, ze komen uit de Mapuche-taal. Papay: is de koosnaam die voor oudere vrouwen gebruikt wordt, nguillatún is een landbouwceremonie met offerfeest, de machi is de medicijnvrouw, rehue is een behouwen boomstam die ruwweg trappen uitbeeldt met daarboven een gezicht waarvoor vuur wordt gemaakt om offers te brengen.


FOGÓN

Menos que el silencio pesa el fuego, papay, tu
gruesa sombra que arde
entre leños mojados;
menos que el silencio a la noche
y al sueño,
la luz que se desprende
de pájaros y ríos.
"Hermano sea el fuego", habla, alumbra
tu boca,
la historia de praderas y montañas
caídas,
la guerra entre dioses, serpientes
de plata,
el paso de los hombres
a relámpago y sangre.
Escuchas el galope de las generaciones,
los nombres enterrados
con cántaros y frutos,
la lágrima, el clamor de lentas caravanas
escapando a los montes de la muerte y la vida.
Escuchas el zarpazo del puma
al venado,
el salto de la trucha en los ríos
azules;
escuchas el canto de aves adivinas
ocultas tras helechos
y chilcos florecidos.
Respiras ahora el polvo de los nguillatunes,
la machi degollando el carnero
elegido;
respiras ahora el humo ante el rehue, la hoguera
donde arden los huesos del largo sacrificio.
"Hermano sea el fuego", dices retornando,
el sol ancho del día
reúna a los hermanos;
hermano sea el fuego, papay, la memoria
que abraza en silencio la sombra
y la luz.


ZWANEN VAN RAUQUEMÓ

We zochten geneeskrachtige kruiden op de pampa
(paardenstaart en polei, aarmunt en smalle weegbree).
De zon was violet, de weiden raakten bedekt met rijm.
De Rahue stroomde donker voort, zonder glans van vissen.

We hoorden koeien loeien, verloren in de laagvlakte,
en het geluid van een tractor op weg naar Cancha Larga.
We kwamen tot bij de rivier en vroegen om overvaart,
een sloep kwam zonder geluid naar ons toe.

Ze spraken op zachte toon en gaven ons stokken
en een paar slokken brandewijn om de kou te verdragen.
We zwommen heel licht om geen kramp te krijgen.
De nevel sloot het gezicht van de oever af.

Midden in de rotan bogen twee zoetwaterlichamen,
wit gelijk twee manen in de nacht van het water,
hun twee gebroken halzen van zuiver zilver
en ontweken flauwtjes de slagen en de felle stroming.

Elk van hen greep een vogel bij de staart of de poten
en zwom stroomopwaarts naar de boot, tussen de bomen verscholen.
De mannen ontstaken hun jachtlantaarns
en gooiden de zwaargewonde prooien in zakken.

Dronken gingen we weg, met dood gevederd,
terwijl we een paar rancheras zongen en urineerden in de wind.
Midden op de pampa gingen we liggen slapen
en overdekten ons met rijm, met kruiden en beheksingen.


CISNES DE RAUQUEMÓ

Buscábamos hierbas medicinales en la pampa
(limpiaplata y poleo, yerbabuena y llantén).
El sol era violeta, se escarchaban los pastos.
Bajaba el Rahue oscuro, ya sin lumbre de peces.

Oímos mugir vacas perdidas en la vega,
y el ruido de un tractor camino a Cancha Larga.
Llegamos hasta el río y pedimos balseo,
un bote se acercó silencioso a nosotros.

Nos hablaron bajito y nos dieron garrotes,
y unos tragos de pisco para aguantar el frío.
Nadamos muy ligero para no acalambrarnos.
La neblina cerraba la vista de la orilla.

En medio del junquillo dos cuerpos de agua dulce,
blancos como dos lunas en la noche del agua,
doblaron sus dos cuellos de limpia plata rotos,
esquivando sin fuerza los golpes y el torrente.

Cada uno tomó un ave de la cola o las patas,
y remontó hacia el bote oculto entre los árboles.
Los hombres encendieron sus linternas de caza
y arrojaron en sacos las presas malheridas.

Nos marchamos borrachos, emplumados de muerte,
cantando unas rancheras y orinando en el viento.
En mitad de la pampa nos quedamos dormidos,
cubriéndonos de escarcha, de hierba y maleficios.


IN HET HUIS VAN ZULEMA HUAIQUIPÁN

Naast de rivier - met deze luchten -
groenzwart naar de kust toe
hebben we het huis van Zulema Hauaiquipán opgericht.
De grondvesten sinds zo vele doden al,
sinds zo vele zonen voor het roodkleurige
stof van de weg.
Tegenover de vlakte en de heuvelrij in het oosten
hebben we het lariksuitzicht opgericht
van Zulema Huaiquipán.
Betoverd in haar reeds lichtloze ogen
bouwden we de muren van haar droom.
Iedere plank van beukenhout ruikt naar de mist
die de nachtvelden omhoog stuwen.
Elke drempel die naar de rivier en de schippers kijkt
bewaakt de vlucht van vissen en van vogels.
Onder het wateroog op de helling
waar dieren uit een andere wereld slapen
voltooien we de vensters.
En in het zand hebben we onze schaduwen vastgezet
gelijk heipalen die het dak ondersteunen
van het huis van Zulema Huaiquipán.


EN LA CASA DE ZULEMA HUAIQUIPÁN

Junto al río de estos cielos
verdinegro hacia la costa,
levantamos la casa de Zulema Huaiquipán.
Hace ya tantas muertes los cimientos,
hace ya tantos hijos para el polvo
colorado del camino.
Frente al llano y el lomaje del oeste,
levantamos la mirada de mañío
de Zulema Huaiquipán.
Embrujados en sus ojos ya sin luz
construimos las paredes de su sueño.
Cada tabla de pellín huele a la niebla
que levantan los campos de la noche.
Cada umbral que mira al río y los lancheros
guarda el vuelo de peces y de pájaros.
Bajo el ojo de agua en el declive
donde duermen animales de otro mundo
terminamos las ventanas.
Y en la arena hemos hincado nuestras sombras
como estacas que sostienen la techumbre
de la casa de Zulema Huaiquipán.


PUERTO  TRAKL
(fragmenten)

In de mist daalde ik naar Puerto Trakl af.
Ik zocht de bar van het goede geluk
om over de overtocht te praten.
Maar allen hielden toezicht op de poolster in hun glazen,
spraakloos gelijk de zee tegenover een verlaten eiland.
Ik ging weg om door de straten met de rode lantaarns te zwerven.
De vrouwen boden zich zonder genegenheid aan, geurig en moe.
“Naar Puerto Trakl komen de dichters om te sterven”, zeiden ze me
glimlachend in alle talen van de wereld.
Ik liet ze gedichten na die ik in mijn graf dacht mee te nemen
als bewijs van mijn doorgang op aarde.

“Als je naar Puerto Trakl komt om te sterven,
drink dan niet van mijn wijn”, zei de kroegbaas.
Deze bar is zomin het lijkenhuis van de engelen
als de begraafplaats van de fantasten.
Veel mannen zijn de oceaan overgestoken
voor een kruik bier, voor een glas
warme jenever.
Niemand hier heeft een vaderland nu, en varen
vermoeit erger dan het heimwee en de liefde.
Luister, luister slechts naar het geraas van de golfslag
terwijl de merel klaagt
tussen de takken en de wind.

Gelijk een zanger op kermissen en in cafés
die altijd dezelfde liedjes herhaalt
zeg ik voor de oceaan gedichten op.
De golfslag dooft het geluid van mijn stem
en het schuim bespat deze papieren
gelijk een klodder spuug van de rosten en het water
op mijn ijdelheid.
Dan boots ik het gebaar van de zanger na
wanneer die zijn gitaar naar het publiek uitsteekt en zegt:
“ik verlang geen applaus, alleen wat geld
ik verlang geen applaus, alleen wat geld.”

Gelijk een droevige manier van voorspellen
zie ik het voorbijgaan van de wolken boven de haven.
Ik weet dat mijn geluk niet ligt
in een van die regenwolken die naar zee terugkeren
nauwelijks door de wind van de literatuur bewogen.
“Profeteren doet me walgen” kon ik zeggen
en toch, daar gaat mijn leven,
overtroffen door vogels die al de tijd
van de wereld tussen hun vleugels meedragen.

Terwijl ik rook op de verlaten kade
denk ik aan mijn kinderen terug
die amper verlicht worden door de zon van deze ring.
Mijn vaderschap is naar de haaien,
de markt ligt verlaten vóór me.
Een vaderlandsloos hart klopt in deze vlucht
naar het beloofde eiland.
De liefde heeft een deur geopend
waarlangs ik binnenga
               maar dan gebukt.

Puerto Trakl stuurt mij dronken weg
als de ochtend mijn hoofd nat maakt.
Zonder geld, zonder vrienden en zonder aanzien
keer ik naar mijn oude leven terug.
De kleine morgen zet zijn deuren open.
De krotten waar dichters en vissers drinken
blijven achter, voorgoed.


PUERTO  TRAKL
(fragmentos)

Bajé a Puerto Trakl entre neblinas.
Buscaba el bar de la buena suerte
para charlar sobre la travesía.
Pero todos vigilaban la estrella polar en sus copas,
mudos como el mar frente a una isla desierta.
Salí a vagar por las calles con faroles rojos.
Las mujeres se ofrecían sin afecto, fragantes y cansadas.
"A Puerto Trakl los poetas vienen a morir", me dijeron
sonriendo en todos los idiomas del mundo.
Yo les dejé poemas que pensaba llevar a mi tumba
como prueba de mi paso por la tierra.

"Y si vienes a morir a Puerto Trakl,
no bebas de mi vino", dijo el tabernero.
Este bar no es la morgue de los ángeles
ni el cementerio de los fantasiosos.
Muchos hombres han cruzado el océano
por un jarro de cerveza, por una copa
de ginebra caliente.
Nadie aquí tiene patria ahora, y navegar
cansa más que la nostalgia y el amor.
Escucha, sólo escucha el estruendo del oleaje,
mientras el mirlo clama
entre las ramas y el viento.

Como un cantante de ferias y cantinas
repitiendo siempre las mismas canciones,
declamo poemas al océano.
El oleaje apaga el rumor de mi voz,
y la espuma salpica estos papeles
como un escupitajo de las rocas y el agua
a mi vanidad.
Entonces imito el gesto del cantante
cuando extiende la guitarra al público y le dice:
"no quiero aplausos, sólo monedas
no quiero aplausos, sólo monedas.”

Como una manera triste de predecir
miro el paso de las nubes sobre el puerto.
Sé que mi suerte no está
en ninguno de esos nimbos que regresan al mar
movidos apenas por el viento de la literatura.
"Profetizar me asquea" podría decir
y, sin embargo, allá va mi vida
sobrepasada por pájaros que llevan
todo el tiempo del mundo entre sus alas.

Fumando en el muelle desierto
recuerdo a mis hijos,
apenas alumbrados por el sol de este anillo.
Mi paternidad se ha ido a pique;
el mercado está desierto frente a mí.
Un corazón apátrida late en esta fuga
hacia la isla prometida.
El amor ha abierto una oscura puerta
por donde paso
              inclinándome.

Ebrio me despide Puerto Trakl
con el alba mojando mi cabeza.
Sin dinero, sin amigos y sin reputación
vuelvo a mis antiguos días.
La pequeña mañana abre sus puertas.
Los tugurios donde beben poetas y pescadores
quedan para siempre atrás.


Jaime Huenún
Vertaling Fa Claes

13-9-06

Elin ap Hywel

Elin ap Hywel Dichter en vertaalster Elin ap Hywel werd in 1962 geboren in Colwyn Bay, in Noord-Wales in het hart van het gebied waar men nog volop Welsh spreekt. Ze studeerde Welsh en Iers aan de Universiteit van Aberystwyth. Tijdens haar studie, in 1982, debuteerde zij met de bundel Pethau Brau ('Broze dingen'). In 2002, het jaar dat zij te gast was bij Poetry International in Rotterdam, publiceerde zij Ffiniau ('Grenzen'), samen met Grahame Davies, die eveneens afkomstig is uit Noord-Wales. Werk van haar verscheen ook in verschillende bloemlezingen met Keltische poëzie. De onderstaande gedichten werden in 2001 gepubliceerd in de bloemlezing In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales, een uitgave van Wagner & Van Santen, die wij danken voor de toestemming tot herpublicatie. De vertalingen, door Jan Eijkelboom, kwamen tot stand op basis van een Engelse vertaling van de gedichten door de dichteres zelf. (Kees Klok)


            SOEP

Dit is geen gedicht over soep -
niet de kleur van soep, de geur, de smaak ervan
noch de sterretjes vet – verschroeiende kussen
op een tong die gewoon popelt om te branden

Dit is geen gedicht over soep,
de delicate beet van wortels,
het kruidige, zoute zuigen van vocht,
de peterselie als verfrommelde groene confetti

Het was tenslotte slechts soep
- aardappels en vlees en water en zout -
geen gazpacho, geen chowder, geen bouillabaisse,
bisque of velouté of vichysoisse

Dit is geen gedicht over soep
maar een gedicht over een halfbegrepen ding,
een snufje van iets hier en daar,
een soupçon, meer van dit dan van dat
- het enige juiste bord, een lepel lang genoeg -
elk kooksel opnieuw een kans
om de geheime genius van soep te vatten

Dit is helemaal geen gedicht over soep -
geen gedicht over soep of gebrek aan soep:
niets te maken met hitte en licht,
de radio die zoemt in een warme keuken,
een plaats aan tafel.


            CAWL

Nid cerdd am gawl yw hon –
nid cerdd am ei sawr, ei flas na'i liw,
na'r sêr o fraster yn gusannu poeth
ar dafod sy’n awchu eu hysu

Nid cerdd am gawl yw hon,
am frathiad o foron tyner,
am sudd yn sugnad safri, hallt
na’r persli’n gonffeti o grychau gwyrdd

Dim ond cawl oedd wedi'r cyfan
- tatws a halen a chig a d?r -
nid gazpacho na chowder na bouillabaisse,
bisque na velouté neu vichysoisse

Nid cerdd am gawl yw hon,
ond cerdd am rywbeth oedd ar hanner i ddysgu -
pinsaid o rywbeth fan hyn a fan draw,
mymryn yn fwy neu’n llai o'r llall
- y ddysgl iawn, llwy bren ddigon hir -
pob berwad yn gyfle o'r newydd
i hudo cyfrinach athrylith cawl

Nid cerdd am gawl yw hon o gwbl -
nid cerdd am gawl, nac am ddiffyg cawl:
dim oll i'w wneud â goleuni a gwres
y radio’n canu mewn cegin gynnes
a lle wrth y bwrdd.


© Elin ap Hywel
© Vertaling: Jan Eijkelboom, 'Soep' uit: In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales (Wagner & Van Santen, 2001)

Elin ap Hywel

            ECHT NUTTIG

Hoe is het de kapelletjesdames uit mijn jeugd vergaan?
De bontmutsen, de altijd parate psalmboeken,
en hun liefde, een hete knuffel
van ruwe tweed en puntige broches?

Ik ontworstelde mij aan hun omhelzing,
brochespelden een bloeiende wond op mijn wang.
Achter hun gedoe, hun dode dieren,
was de lucht van hun verdriet zuur als pies.

'Liefde is liefde,' zei mijn moeder bestraffend,
'hoe het ook ruikt,
hoe scherp ook.'

Sindsdien heb ik bemind.
Ik ben bemind.
Een gemakkelijke liefde soms,
uitgezakt als oud corduroy;
andere liefdes als netgordijnen
die meer lieten zien dan ze trachtten te verbergen.
Eén liefde was een bijtend touw,
het brandde en beet in mijn vlees.

Dit is het soort liefde dat ik zou willen:
een liefde als beddenlakens,
Iers linnen, honderd procent,
glad van textuur, sterk,
ruikend naar niets dan frisse lucht en poeder:
lakens met ruggegraat
die geen steek prijsgeven
als ik ze aan elkaar knoop, een lang wit touw,
door het raam naar beneden glij, ervandoor ga in de nacht.


            DEFNYDDIOL

Ys gwn i beth ddigwyddodd i hen fenywod fy mhlentyndod?
Eu hetiau ffwr, eu llyfrau emynau parod,
a’u cariad yn wasgfa boeth
o frethyn cras a broitsys pigog?

Gwingwn a llithrwn o’u gafael
â chusan y froits yn glais ar fy moch.
Y tu ôl i’w ffws a’u hanifeiliad marw
roedd hoglau tristwch yn biso sur.

'Cariad yw cariad,' dwrdiai fy mam,
'beth bynnag fo'i hoglau,
waeth pa mor bigog'.

Ers hynny, cerais
a chefais fy ngharu -
cariad cysurus, weithiau,
yn llac a chynnes fel hen gordwroi;
cariad arall fel llenni net
sy’n dangos mwy nag a guddiant;
un cariad fel brathiad rhaff
a ysai ac a losgai fy nghnawd.

Dyma’r cariad a garwn:
cariad sydd fel cynfasau
o liain Iwerddon, gant y cant
eu gwead yn llynf a chryf
heb oglau arnynt ond glendid a phowdwr:
cynfasau â digon o afael a rhuddin,
cynfasau na fydd yn ildio pwyth
pan glymaf nhw’n rhaff hir gwyn at ei gilydd,
eu taflu o’r ffenest, a diflannu i'r nos.


© Elin ap Hywel
© Vertaling: Jan Eijkelboom, 'Soep' uit: In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales (Wagner & Van Santen, 2001)

3-5-06

Norberto García Hernanz

Norberto García Hernanz werd in 1956 in Segovia, Spanje, geboren. Hij is leraar wiskunde. Hij publiceerde verschillende verzenbundels: Hedoné y la Espada (1999), Poeta de a pie (2000), Material Presente (2002), Zona libre sin muerte (2003), Oraciones sin distancia (2004) en Diario incompleto de quién (2005). Voor die laatste bundel werd hij onderscheiden met de 'XX Premio Nacional El Yantar de Pedraza'. Hij stichtte het tijdschrift 'Profesores Poetas' voor leraar-dichters uit Segovia. (Fa Claes)


HET IS NIET GOED naar de nacht te roepen
om zijn gevleugelde zoenen te vragen,
het is niet goed geesten van hem te eisen
of een hemel van met sterren bedekte betovering,
want als de nacht zich boos maakt
drijft hij uiteen en raakt leeg
en gaat op in het niets
en dat leidt ons alleen
tot de verschrikte zoektocht
naar de morgen.


NO ES BUENO gritarle a la noche
pidiendo sus besos alados,
no es bueno exigirle los duendes
ni un cielo de embrujo estrellado,
pues si la noche se enfada
se disipa y se vacía
y se confunde con la nada
y eso sólo nos conduce
hacia la búsqueda aterrada
de la aurora.


Copyright vertaling © Fa Claes

Norberto García Hernanz

JIJ ZONDER JOU

Cellen,
afgezonderde werelden, verloren,
jij onuitwisbaar, onopneembaar,
eeuwig en nooit,
in mijn huid ontbrand zonder aanraken,
die mij op afstand omarmt
tot het me pijn doet.
Jij die welriekende omheining bent,
vergetelheid en bewaakte princes
in dubbelzinnige kastelen.
Jij die leven en essentie bent
die de pijn van tegenspoed verlicht
die me soms overspoelt.
Jij die maan bent tenslotte,
zonder vol te geraken in de koude kraters,
die mijn zachtmoedige doodstrijd in de afwezige
zoenen met zilveren licht overdekt.
In het woud levensgevoelens
vertoon jij je bij herhaling
zonder jou.


TÚ SIN TI

Células,
mundos aislados, perdidos,
tú imborrable, inasumible,
eterna y nunca,
prendida en mi piel sin tocarla,
abrazándome a distancia
hasta dolerme.
Tú siendo seto aromático,
olvido y princesa guardada
en castillos ambiguos
Tú siendo vida y esencia,
aliviando el dolor de tormenta
que a veces me anega.
Tú siendo luna, por fin,
sin llegar a estar llena en los cráteres fríos,
cubriendo con luces plateadas
mi dulce agonía en los besos ausentes.
En la selva sentimiento de la vida,
te presentas con frecuencia
tú sin ti.


'Tú sin ti' uit: 30/03 (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Norberto García Hernanz

ONBEPAALDE LENTE

Zoals een monnik op zoek naar zijn god,
gevangene van zijn liefde,
bebloed in zijn leegten,
getekend door zijn vlammen,
geheeld door zijn genade,
overgeleverd aan zijn wonderen...
Zoals een monnik zonder bepaalde taal
om verstaanbare uitleg te geven,
die iedere besliste stap steunt
op zijn staf van vlees en bloed.
Zoals een monnik met zuchten zonder boodschap,
van goedheid zonder omhelzingen,
dag en nacht op weg
naar een plaats van onzekerheid,
met als enige beloning
het weten dat wat hij voelt
de meest brandende liefde is.
Zoals een boetvaardige monnik die zich dag en nacht
voedt met de dauw
van deze bloem van onbepaalde lente.


PRIMAVERA INDEFINIDA

Como un monje en busca de su dios,
cautivo de su amor,
sangrado en sus vacíos,
marcado por sus llamas,
sanado por su gracia,
rendido a sus milagros...
Como un monje sin lenguaje definido
para dar explicaciones comprensibles,
que reclina cada paso decidido
en su bordón de carne y hueso.
Como un monje de suspiros sin mensaje,
de bondad sin los abrazos,
caminando día y noche
hacia un lugar de incertidumbre,
con la sola recompensa
de saber que lo que siente
es el amor más incendiado.
Como un monje penitente
se alimenta día y noche del rocío
de esa flor de primavera indefinida.


'Primavera indefinida' uit: 30/03 (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Norberto García Hernanz

PROTON

Het proton is bijna eeuwig,
zeer verwant aan het eeuwige,
van langere duur dan de liefde zonder voorwaarden
ondanks de verzen,
duurzamer dan de woorden die niet zouden voorbijgaan
ondanks de teksten,
met meer bestendigheid dan de kleur,
de melodie of de gitaar
ondanks mezelf.
Maar het kent zijn persoonlijk voorrecht niet
en zelfs waar het triomfeert over de nukkige dood
bevat het in zijn energie zelfs geen spoortje
hoop dat het verleidelijke clair-obscur
van deze weide overtreft.


PROTÓN

El protón es casi eterno,
muy parecido a lo eterno,
de más duración que el amor sin condiciones
pese a los versos,
más persistente que las palabras que no pasarían
pese a los textos,
con más permanencia que el color,
la melodía o la guitarra
pese a mí mismo.
Pero ignora su privado privilegio
y aun triunfando ante la muerte caprichosa,
no contiene en su energía ni un atisbo
de esperanza que supere el claro oscuro
seductor de esta pradera.


'Protón' uit: 30/03 (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Norberto García Hernanz

OM NIET TE STERVEN

Ter dood met de dood, om niet te sterven.
Ter dood in iedere ster of storm,
in elke droom of glimlach,
ter dood in elke bloedende liefdeswond
die ik onderweg heb gelikt.
Ter dood met de dood, om niet te sterven.
In de leegte elke dag deze
bevende handen uitsteken
voor het geval dat de zee van genegenheid
het goedvindt ze te bevochtigen.
Ter dood met de dood, om niet te sterven.
In andere ogen berg ik de vrees
van de 'nimmers' weg
en de vertraagde minuten
van de avonden zonder troost
geef ik aan de onnadenkendheid prijs.
Ik zal totterdood gaan met de dood
voor het geval dat de terrassen
van de herfstcafé's
niet dichtgaan voor mijn dromen
en me opnemen met hun lach...
ik zal totterdood gaan met de dood
om niet te sterven.


POR NO MORIR

A muerte con la muerte, por no morir.
A muerte en cada estrella o tormenta,
en cada sueño o sonrisa,
a muerte en cada llaga sangrante del amor
que haya lamido en el camino.
A muerte con la muerte, por no morir.
Alargando cada día en el vacío
estas manos temblorosas
por si el mar de la ternura
tiene a bien humedecerlas.
A muerte con la muerte, por no morir.
Enterrando en otros ojos
el temor de los "jamases"
relegando a la inconsciencia
los minutos detenidos
de las tardes sin consuelo.
Iré a muerte con la muerte,
por si acaso las terrazas
de los bares del otoño
no se cierran a mis sueños
y me acogen con sus risas...
iré a muerte, con la muerte
por no morir.


'Por no morir' uit: 30/03 (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Norberto García Hernanz

DE HAAST

Haast is bijna nergens goed voor,
maar dit gedicht is met haast gemaakt,
gebruikt de haast als startlijn
in mijn hardnekkige loop naar het optimisme,
naar de zon die nog niet is ondergaan
en die belooft
- zoals ze dat in februari altijd doet -
om zo spoedig mogelijk amandelbloesems te brengen.
Haast is bijna nergens goed voor,
hoewel we ze zonder verpozen gebruiken bij angst,
in de onveiligheid ons niet voldaan te voelen,
in de onzekerheid van morgen.
Toch bestijg ik de haast
en ik begin te lopen om zo vlug mogelijk de voldane
man die ik achternazit tegen het lijf te lopen,
onder de zon van deze februarimaand die
die bloemen belooft, hoewel ik weet dat jullie gaan denken
waar ik toch heenga om mezelf te zoeken
aangezien ik me al sinds altijd bij mezelf bevind.
Maar ik dring erop aan dat ik die plaatsen
weg van mezelf moet bezoeken
en dat eiland op de hoogvlakte van mijn eenzame heuvel
waar ik zelfs het vlees van mijn schaduw opmerk.
Daar zal ik altijd haastig ten strijde trekken
om later gemoedelijk, onder het zweet,
terug te keren naar de rust.
Die haast is de stof waaruit ik
bij zonsondergangen de rust en het gevoel
beeldhouw dat de onbeschrijflijke
schoonheid van deze dagen vorm geeft.


LA PRISA

La prisa no es buena para casi nada,
pero este poema está hecho de prisa,
usa la prisa como línea de salida
en mi carrera pertinaz al optimismo,
hacia el sol que aún no se ha puesto
y que promete
- como siempre hace febrero-
trae las flores del almendro cuanto antes.
La prisa no es buena para casi nada,
aunque se use sin pausa en los miedos,
en la inseguridad de no sentirnos satisfechos,
en la incertidumbre de mañana.
Sin embargo me monto en la prisa
y me marcho a correr, para encontrarme cuanto antes
con el hombre satisfecho que persigo,
con el sol de este febrero prometiendo
aquellas flores, aunque sé que pensaréis,
que dónde voy para buscarme,
si ya estoy conmigo mismo desde siempre.
Pero insisto en que yo debo visitar
esos lugares apartados de mí mismo
y esa isla en la meseta de mi otero
donde noto hasta la carne de mi sombra.
Allí iré siempre con prisa a mis batallas,
para luego regresar plácidamente,
en los sudores al descanso.
Esa prisa es la sustancia donde esculpo
en los ocasos la quietud
y sentimiento que modela la belleza
indescriptible de estos días.


'La prisa' uit: Diario incompleto de quién (2005)
Copyright vertaling © Fa Claes

15-2-06

Edward Hirsch

Hopperrailroad













Edward Hopper en 'The House by the Railroad' (1925)

Hier, precies op het midden van de dag,
Draagt dit vreemde, onhandige huis de uitdrukking
Van iemand die aangestaard wordt, van iemand die onder water
Zijn adem inhoudt, tot zwijgen gebracht, afwachtend;

Dit huis schaamt zich voor zichzelf, schaamt zich
Voor zijn fantastische mansardedak
En zijn pseudo-gothische veranda, schaamt zich
Voor zijn schouders en grote, eigenaardige handen.

Maar de man achter de ezel is meedogenloos;
Hij is brutaal als het zonlicht, en gelooft
Dat het huis iets verschrikkelijks heeft gedaan
Tegen de mensen die er ooit leefden

Want het is nu zo wanhopig leeg,
Het moet iets gedaan hebben tegen de hemel
Want ook de hemel is volstrekt onbewoond
En verstoken van betekenis. Er zijn nergens

Bomen of struiken - het huis
Moet iets gedaan hebben tegen de aarde.
Het enige aanwezige is een enkel paar rails dat zich
Uitstrekt naar de verte. Geen trein komt voorbij.

Nu keert de vreemdeling dagelijks terug naar dit oord
Totdat het huis begint te vermoeden
Dat ook de man zonder troost is, troosteloos
En zelfs beschaamd. Spoedig begint het huis

De man eerlijk aan te kijken. En op de een of andere manier
Neemt het lege, witte canvas langzamerhand
De uitdrukking aan van iemand die beroofd is van zijn kracht,
Iemand die onder water zijn adem inhoudt.

En dan, op een dag, verdwijnt de man simpelweg.
Hij is een laatste namiddagschaduw die beweegt
Over de rails, die zich een weg baant
Door de immense, verdonkerende velden.

Deze man zal nog andere verlaten herenhuizen schilderen,
En verbleekte cafetariaramen, en slecht beletterde
Winkelpuien aan de randen van kleine stadjes.
Altijd zullen ze deze zelfde uitdrukking dragen,

De volstrekt naakte blik van iemand
Die aangestaard wordt, iemand Amerikaans en klunzig,
Iemand die op het punt staat in de steek gelaten te worden,
Opnieuw, en het niet langer kan verdragen.


Edward Hopper and the House by the Railroad (1925)

Out here in the exact middle of the day,
This strange, gawky house has the expression
Of someone being stared at, someone holding
His breath underwater, hushed and expectant;

This house is ashamed of itself, ashamed
Of its fantastic mansard rooftop
And its pseudo-Gothic porch, ashamed
Of its shoulders and large, awkward hands.

But the man behind the easel is relentless;
He is as brutal as sunlight, and believes
The house must have done something horrible
To the people who once lived here

Because now it is so desperately empty,
It must have done something to the sky
Because the sky, too, is utterly vacant
And devoid of meaning. There are no

Trees or shrubs anywhere - the house
Must have done something against the earth
All that is present is a single pair of tracks
Straightening into the distance. No trains pass.

Now the stranger returns to this place daily
Until the house begins to suspect
That the man, too, is desolate, desolate
And even ashamed. Soon the house starts

To stare frankly at the man. And somehow
The empty white canvas slowly takes on
The expression of someone who is unnerved,
Someone holding his breath underwater.

And then one day the man simply disappears.
He is a last afternoon shadow moving
Across the tracks, making its way
Through the vast darkening fields.

This man will paint other abandoned mansions,
And faded cafeteria windows, and poorly lettered
Storefronts on the edges of small towns.
Always they will have this same expression,

The utterly naked look of someone
Being stared at, someone American and gawky,
Someone who is about to be left alone
Again, and can no longer stand it.

'I need help' uit: Wild Gratitude, 1985
Copyright vertaling © Jolijn den Os 2006

Edward Hirsch

Ik heb hulp nodig

Voor alle slapelozen in de wereld
Wil ik een nieuw soort machine bouwen
Om 's nachts uit het lichaam te vliegen.
Die zal vredesprijzen winnen, ik weet het,
Maar ik kan het zelf niet doen; ik ben uitgeput,
Ik heb hulp nodig van de uitvinders.

Ik geef toe dat ik wanhopig ben, ik weet
Dat de benen in mijn benen trillen
En het geraamte uit mijn lichaam wil
Want de nacht van de rots is gevallen.
Ik wil iemand met een reusachtige katrol
Om hem terug te takelen over de berg

Want ik kan het niet alleen doen. Het is
Zo donker hier dat ik over straat waggel
Als een dronkeman of een kreupele;
Ik krijg bijna een bochel van het proberen de hemel
In mijn eentje omhoog te houden. De wolken zijn enorm
En ik heb kracht nodig van de gewichtheffers.

Hoeveel nachten kan ik zo nog doorgaan
Zonder een enkel licht aan de hemel: geen maan,
Geen sterren, niet eens een smoezelige straatlamp?
Ik wil een rommelmarkt houden voor de wolken
En zwaailichten omhoog sturen, luciferdoosjes, kerosine,
En oude lantaarns, ik heb heldere, vurige bijdragen nodig.

En hoeveel nachten kan ik nog doorgaan met lopen
Door de tuin als een spook dat luistert
Naar bloemen die hijgen in de aarde - kleine mondjes
Die naar adem snakken als kleine, zwarte astmalijders
In gevecht met hun lichaam, die de wind eten?
Ik heb de groene vingers van een tuinman nodig.

En ik heb de hulp nodig van de rechters. Vannacht
Wil ik de duistere gezichten die opflakkeren
Onder het zware gras voor de krijgsraad slepen -
Zo veel blinde manen, zo veel dode monden
Die hun adem inhouden in de ondiepe grond,
Bijna fluisterend. Ik heb geen idee waarom

Mijn eigen gezicht er nooit tussen zit, maar
Ik wil ophouden dit mezelf te verwijten,
Ik wil in mijn borst de harde hamer horen
Die het vonnis slaat: "Niet schuldig",
Maar ik kan dit niet alleen doen, ik heb hulp nodig
Van de ernstige mannen in zwarte gewaden.

En omdat ik het enorme gewicht van deze enorme nacht
Niet op kan tillen van mijn schouders
Heb ik de hulp nodig van de zes slippedragers van de slaap
Die opdoemen uit de langzame, holle schaduwen
Om het lichaam in een lege kist te takelen.
Ik heb hun hulp nodig om uit mezelf te vliegen.


I need help

For all the insomniacs in the world
I want to build a new kind of machine
For flying out of the body at night.
This will win peace prizes, I know it,
But I can't do it myself; I'm exhausted,
I need help from the inventors.

I admit I'm desperate, I know
That the legs in my legs are trembling
And the skeleton wants out of my body
Because the night of the rock has fallen.
I want someone to lower a huge pulley
And hoist it back over the mountain

Because I can't do it alone. It is
So dark out here that I'm staggering
Down the street like a drunk or a cripple;
I'm almost a hunchback from trying to hold up
The sky by myself. The clouds are enormous
And I need strenght from the weight lifters.

How many nights can I go on like this
Without a single light from the sky: no moon,
No stars, not even one dingy street lamp?
I want to hold a rummage sale for the clouds
And send up flashlights, matchbooks, kerosene,
And old lanterns. I need bright, fiery donations.

And how many nights can I go on walking
Through the garden like a ghost listening
To flowers gasping in the dirt - small mouths
Gulping for air like tiny black asthmatics
Fighting their bodies, eating the wind?
I need the green thumbs of a gardener.

And I need help from the judges. Tonight
I want to court-martial the dark faces
That flare up under the heavy grasses -
So many blank moons, so many dead mouths
Holding their breath in the shallow ground,
Almost breathing. I have no idea why

My own face is never among them, but
I want to stop blaming myself for this,
I want to hear the hard gavel in my chest
Punding the verdict, "Not guilty as charged,"
But I can't do this alone, I need help
From the serious man in black robes.

And because I can't lift the enormous weight
Of this enormous night from my shoulders
I need help from the six pallbearers of sleep
Who rise out of the slow, vacant shadows
To hoist the body into an empty coffin.
I need their help to fly out of myself.

'I need help' uit: Wild Gratitude, 1985
Copyright vertaling © Jolijn den Os 2006

4-12-05

Edward Hirsch

Edward Hirsch Edward Hirsch is geboren in Chicago in 1950. Hij studeerde aan het Grinnell College en aan de Universiteit van Pennsylvania, waar hij zijn Ph.D. in folklore behaalde. Hij is een terecht veelbekroonde dichter. Voor zijn eerste dichtbundel, For the Sleepwalkers (1981), kreeg hij de Lavan Younger Poets Award van de Academy of American Poets en de Delmore Schwartz Memorial Award van de New York University. Voor zijn tweede bundel, Wilde Gratitude (1986), kreeg hij de Nation Book Critics Circle Awards. Ook zijn derde en vierde bundel, resp. The Night Parade (1989) en Earthly Measures (1994) oogsten veel lof en bijval. Hij schrijft veelvuldig voor toonaangevende tijdschriften als de American Poetry Review, The Paris Review en DoubleTake, waarvoor hij tevens poëzieadviseur is. Hij heeft een National Endowment For the Arts Fellowship gekregen, een Ingram Merrill Award, een Guggenheim Fellowship en de Prix de Rome. Achttien jaar lang heeft hij aan de Universiteit van Houston onderwezen. In 2002 is hij benoemd tot voorzitter van de John Simon Guggenheim Foundation, een positie die hij tot op heden nog bekleedt. In zijn poëzie weet hij een mooie balans neer te leggen tussen duidelijke beelden, helder taalgebruik en diepzinnige betekenissen.

Uit zijn laatst verschenen bundel Lay Back the Darkness (2003), is hier het gedicht 'Groene Vijgen'. Het gedicht 'Zelfportret' verscheen op 18 oktober 2004 in de New Yorker. Beide vertalingen zijn van Alissa Valles. (Joris Lenstra )


Groene Vijgen

Ik wil een leven als dat van de vijgenboom
           die vorige lente op het strand verrees
                      en zijn bladeren op het zandsteen spreidde.

De hele zomer rijpte zijn koppige groene fruit
           (kleine bloesems bedekt met een zachte huid)
                      en groeide het in het heldere zoute bruisen.

De Boom der Kennis van Goed en Kwaad
           was een vijgenboom, zo wordt gezegd,
                      maar deze wilde vorm was losbandig, los.

Ik wil een leven als dat van die kromme boom -
           eenzaam, bitterzoet, geheel ongebonden -
                      die in de hardste winden op zijn knieën ging,

maar niet weg te vagen was. Hij hield
           zijn blik op de verre horizon gevestigd
                    en diepte honing op van onder het steen.


'Groene vijgen' uit: Lay Back the Darkness (2003)
Copyright vertaling © Alissa Valles

Edward Hirsch

Zelfportret

Ik leefde tussen mijn hart en mijn hoofd,
een getrouwd stel dat eeuwig sores heeft.

Ik leefde tussen mijn linkerhand, handig
en link, en mijn rechter, de rechtvaardige.

Ik leefde tussen glimlach en grimas, stemde
tegen mezelf, of een van mijn twee partijen.

Mijn linkerbeen weifelde of danste vooruit,
het rechterbeen hield het bij het smalle pad.

Mijn linkerschouder was een stripdanseres,
mijn rechter recht als een Romeinse soldaat.

Laten we het erop houden dat de linkerkant
de donor was en over mijn geslacht zwijgen

-- wat mijn ogen betreft, twee kleuren bruin,
Dionysus, mag ik je aan Apollo voorstellen?

Kijk hoe Eva haar linkerwenkbrauw opheft
terwijl Adam met zijn rechtervoet stampt.

Niemand had verwacht dat zou voortduren,
maar van een scheiding was er geen sprake.

In mijn doodskist zullen ze mijn linkerhand
en rechterhand samenbrengen op de borst,

en ik meen dat ik dan uiteindelijk verenigd
zal zijn, dat ik dan een eenheid zal vormen.


'Zelfportret' werd eerder gepubliceerd in de New Yorker (2004)
Copyright vertaling © Alissa Valles

20-8-05

Sue Hubbard

Tn_crows_gogh

Kraaien boven het korenveld

Ik heb de brui van de zon.
Hier op deze noordelijke
vlaktes worden korenvelden
golven, onder loodgrijze luchten
vliegen schaduwen zwart als honden
door de wuivende oogst.
Lang geleden verliet ik een ander land
waar de zwavelkleurige zon
laag hing boven de aardappelvelden.
Ze noemden me dolleman
omdat ik een ware christen
wilde zijn. In Arles
schilderde ik bloesem zuiver als
vlagen Japanse sneeuw.
Nu is het me weer overkomen,
deze gekramde kroon.
Ik die goud smolt tot
een alchemie van zonnebloemen
opgeglansd als de manen van een leeuw.
Tegenspoed moet ergens
goed voor zijn ...
Boven de korenvelden cirkelen
kraaien in een rauw requiem
naar me toe. Mijn blik
verschuift en glijdt. Drie paden
wijken uiteen - leiden naar ergens
voeren naar nergens. Mijn ogen
branden. Ik houd het niet langer vol.

'Crows over the Wheatfield' uit: Ghost Station (Salt Publishing, 2004)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Anselm Hollo

5 & 7 & 5

volg dat vliegtuig
natuurlijk ben ik high      dit is
een noodgeval

&

reusachtige Schotse terriër
dacht ik zag ik stond bekend als
Taxi Berg

&

vergeelde foto      legende
'sereen plezier' ze zuigen aan
pijpjes botjes verbrokkeld terug

&

nachttrein fluit      sterren
boven een natie onder
dwaze temporele tsaren

&

ronde celklonten groeien
op om van havermoutpap te houden      worden
later The Supremes

&

dame ik ben mijn
metrokaartje kwijt      we moeten scheiden
door de lucht gaat sneller

&

'maar het is onze wereld'
kleine blauwe handen en groene armen
jouw gedachten in mijn kamer

&

liefelijk bouzouki geluid
nog een syntaxis voor koppen
de ether in

&

in jou de binnenmaan
haar stralen verstrengeld met mijn
geesteshaar      hangt neer heus binnenin

&

de draak aanschouwend
daar rijden ze dun door mijn droom
het paar van Carpaccio

&

trage bloei in jou
de mnemoniek van liefdevol
aanhoudend geklets

&

verre kust reuzenrad
draaiend glimmend zoemend      liefde
in onze aangestoken hoofden

&

laat ze nu overgaan naar de slaap
de vliegende vossen stromen fantastisch naar
buiten      het is tijd om opgewonden te zijn

&

wind regen jij en ik
gingen op zoek naar een nieuw huis
o het gras groeit luid

'5 & 7 & 5' uit: Notes on the Possibilities and Attractions of Existence: Selected Poems 1965-2000
(Coffee House Press, 2001)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2005

Tony Hoagland

Schoonheid

Toen de medicijnen die ze nam
haarvaten in haar gezicht lieten knappen,
vage maar permanente blauwe plekjes op haar wangen,
zei mijn zus dat ze wist
dat ze nooit meer mooi zou zijn.

Na al die jaren
van kijken naar haar reflectie in de spiegel,
buik inhouden en rechtop staan,
zei ze dat het een opluchting was
om klaar te zijn met schoonheid,

maar ik zag haar even aarzelen op dat moment
toen de wetenschap zich over haar gezicht verspreidde
met een scherp verdriet, dat de perzik
uit haar lippen zoog
en haar neus, voor de eerste keer,
een beetje knobbelig leek te maken.

Ik ben waarschijnlijk de enige in de hele wereld
die zich het schooljaar nog kan herinneren
waarin ze de kunst perfectioneerde
van dom blondje zijn,

hoe ze de vakantie doorbracht onder de overkapping bij het geneeskundig lab,
haar haren schudde en de kanarietriller lachte
die haar specialiteit was,

terwijl een footballspeler die Johnny heette
met een droeve blik
steeds maar weer zijn dikke vinger
in de springveer van een van die bleke krullen stak.

Of hoe ze de daarop volgende tien jaar van haar leven
wijdde aan een reeks lange mannen,
zocht naar die ene met aandacht
waarop ze kon rekenen.

Maar op een dag was haar tijd van aantrekkelijkheid voorbij
en al die andere mooie vrouwen
in de bladen en op straat
bleven maar mooi
overal waar je keek,

lopend in een soort elegante, onverschilligheid uitstralende trance
die jou doet geloven dat ze altijd met een hand
de geheime plek aanraken
waar hun schoonheid veilig wordt bewaard,
je ademt het parfum ervan in en uit.

Het was lente. Seizoen waarin de jonge
boterbloemen en madeliefjes klimmen op de
met mest bedekte lichamen van hun voorouders
om met hun vlaggen in de parade te zwaaien.

Mijn zuster stond amper dertig seconden stil,
verbaasd over de wijze waarop de dingen kunnen gaan,
haalde toen haar schouders op en schudde haar woeste hoofd
alsof ze er iets uit gooide,

iets dat ze lang bij zich had gedragen
maar niet meer gebruiken kon,
nu het geen nut meer voor haar had.
Dat was ook mooi.

'Beauty' verscheen eerder in Agni Web Issue #3
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Bob Hicok

Nadat ik gelezen had dat een bioloog denkt
dat we uitontwikkeld zijn

Misschien verlies ik mijn angst
voor artisjokharten puur
of op de pizza. Misschien word ik weer verliefd
op sneeuw en bouw een fort
en kruip naar binnen en bel mijn leven
mobiel en zeg
dat ik niet meer terugkeer. Misschien
raap ik na hevige ijsregen ledematen bijeen
en richt in de kelder
een klein woud op om bezoekers te herinneren
aan hun verbroken beloften
totdat zij hun verontschuldigingen aanbieden aan
de honden die ze nooit uitlieten
en de eenzame moeders
onder de grond zonder bloemen
om de plek van hun botten te markeren
met een geurige X.
Misschien vind ik de uitvinder
van de fragmentatiebom
en vul zijn mond met popcorn
en verhit zijn hoofd in de magnetron en zeg
tegen zijn knisperend bewustzijn
snap je? Misschien vul ik met laadschoppen en een graafwerktuig
en drie mannen die chirurgisch zijn weggenomen
uit het schemerige licht van de Tip Time
Bar
de goot op
die Teddy Roosevelt gutste
dwars door Panama opdat mensen zullen stoppen
met zich er doorheen te worstelen en Panamezen
eindelijk wat slaap kunnen krijgen.
Misschien kus ik als je wakker wordt
de achterkant
van je knieën als een voorwaarschuwing
voor de volgende keer dat ik
iets fout doe of alleen maar
om je dromen te proeven
op de laatste plaats waar ze zich verschuilen
of om te toe te geven dat de lippen
worden overgewaardeerd als de begroetingsplek
van het lichaam. Misschien
neem ik overal waar ik naar toe ga
water en staalwol en houtraspen
en schuurpapier mee en begin
de wereld glad te maken, te ontdoen
van elk uitsteeksel en ruw oppervlak.
Dan, als je oud bent, een hoop
pijnlijke rimpels,
en valt wanneer dat moet, zullen je heupen
tegen de troostende grond slaan
en zal ik het achterhoofd
van een jongen meppen en zeggen
geef haar een hand
en hij zal je oprapen
als een zakdoek want misschien
heeft de wetenschap het bij het verkeerde eind en zul jij
de eerste mens zijn wiens adem
nooit stokt.

'After reading that a biologist thinks we're through evolving' verscheen eerder in Poetry Daily
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Patrick Herron

Man eet rijst

Vandaag zag ik een man rijst eten.
Later keek ik toe hoe een andere man
een verhaal schreef over de man die rijst at.

Weer later zag ik nog een man zo hongerig
dat hij het papier opat waarop
het verhaal geschreven was - -

het verhaal van de rijst en
de man die rijst eet
en de man die schreef over

de man die rijst eet
en de man die het verhaal eet
over de man die zo hongerig was

hij schreef het verhaal
over de man die het verhaal at
over de man die rijst eet.

'Man Eating Rice' verscheen eerder in Blaze Vox, 2002
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Patrick Herron

Machinegeweer
(Sondheimwundermaschinenremix)

ik deed het voor
geld
anthrax
dood
alles
jij vergruizelde
glas vernield
en toegetakeld
welke schade heb
jij toegebracht
aan jouw
selecterende
indexerende o mijn
scheurende milt
doe het
speelplaats voor
machinegeweer

niet het heelal
korrel zand
bevries niets
tapijt weven
en naam geven
aan een strop
niets
begrijpen
geen onderzoek
ontvouwde milt
geen glas
machinegeweer
maschinen
gewehr gloeiende
hotdog
machinegeweer

steekt me
dienstdoend substituut
tegenover jouw
herordenende
angstaanjagende
vergruizing van glas
schiep
geen deel hiervan
vernietigde jouw
verschrikking hier
veranderde
naakte man oproepend
spel van
honger maakt dingen
waardeloos
in beroerde hel mijn vlees
zwarte verpulverende
schuldige vriend
me nauwkeurig
vernietigend
verspilde milt
met plaag van seks
folders uitdelen
min of meer volgens de wet
mijn gevoelige
ruwe
tekst seks het
met het juiste
gebrek aan codex
fernsehen
maschinen
spondee seksen
veeleisend
bloed in
badkuip
machinegeweer

de mijne roept
anthrax op
militante hunkering
maak dingen
waardeloos
bijtende milt
er zijn
kijk ver
machines
spoorweg
machinegeweer

laat je
scheurende milt los
ik ben
oorverdoofd
mijn geld makend
machinegeweer

'Machine Gun (Sondheimwundermaschinenremix)' verscheen eerder in Blaze Vox, 2002
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Michael Heller

Een interpellatie

Wij dringen op het branden van meesterwerken aan, wanhopig
om het as van Racine of de Bard in de lucht te doen laten stijgen
om als proza neer te dalen op hen die nog altijd luisteren.

Maar ik had er behoefte aan om te praten over die werken die men
steeds weer leest over de doden, die langzaam omgeslagen pagina's,
half hoop, half hybris, om te spreken ten gunste van de klassieken,

over hun naleven, alsof men zou kunnen rijzen op een wind
uit een verwoord graf met de smaak van sintels in de mond.

Geen andere manier om een leven te vormen uit overpeinsde herinnering,
het uitstukken van de schrikwekkende ellips van onzekerheid, zelfs als dit
de geest een moment veroordeelt tot de gedachten van anderen.

Geen andere manier dan te ontwaken in een andere taal,
om terug te keren naar een stem achtervolgd door onwetendheid, naar
de onvervulde verbeeldingen van hoop of liefde van de dode, naar

die woorden nu afgedekt met definitiefheid, met een einde dat hun klanken
afsluit en een asgrauwe hemel wijder en rijker doet lijken.

'An Interpellation' werd eerder gepubliceerd in The Cultural Society, 2002
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Lyn Hejinian

uit A Border Comedy

Een koele bries die ruikt naar zeeschelpen en rijst
En dan naar bomen en die me eerder
Wakker maakt dan het rumoer van de stad zoals ik uit eigen ondervinding weet
Duwt de gordijnen bij het bed opzij waarin ik nog wat langer blijf liggen
Om te dromen
Dat ik een gevangene ben.
Maar ik kan niet doen alsof ik slaap terwijl ik dit schrijf.
En als je van dit switcht naar een ander didactisch gedicht dan zul je het contrast zien
Tussen de meditatieve avonturen van een vrouw en de verbeelding in de speculaties van een man,
De ene verlaat zich op opeenhoping, de ander op winst en verlies
Hetgeen niet voor iedereen hetzelfde is, opgesloten in verschillende cirkels
En in verschillende hoofden
En grotendeels bedekt
Alhoewel er soms dingen in of uit gaan - de geur van dekens
Die hangen in het donker, bijvoorbeeld,
Of het verhaal van de vader die zijn dochter straft voor luiheid omdat hij haar soort werk niet begrijpt -
Maar ook deze zijn ideeën.
Ideeën wedijveren met verhalen
En dat is eerder een beschouwing waard dan het oordeel dat hen verdeeld in 'goede' en 'slechte'
Engelen.
Ik weet dat de dichter die schrijft over het paradijs ijdel is.
Ervaringen vallen samen tijdens overgangen
Die tegelijkertijd kort en lang zijn
En dus kijk ik naar de lange bladeren aan het smalle raam van mijn cel
En knipper.
Wat misschien wel het meest verbaast, is dat ik met zonden op mijn geweten
Nog altijd de muur kan kussen.
Mijn insluiting
Bestaat uit een reeks verbindingen
Die mijn overtuiging ondersteunt dat ik iets gedaan heb
En elke handeling betuigt een noodzaak
Tot verbetering.
In meer dan de helft van mijn dromen komt een moreel dilemma voor.
Er is een grazend werkpaard in een grasrijke kraal
En een blauwe gaai genaamd 'Julie' die een smaldeel schepen loodst door een kanaal
Of een bijeenkomst van logici in gestreepte overhemden die naar een bokswedstrijd kijken
In een dorpsgymnastieklokaal dat van mijn ongelukkige opa is
En het dilemma benadrukt de overeenkomsten
Waar de schaduwen van veranderen
Door de rationaliserende ambities van het verhaal.
Mijn schuldgevoel heeft veel weg van de twijfel van Descartes.
Nee - die twijfels waren zekerheden, alhoewel bereikt door 'pijn
En andere sensaties
Die niet konden worden voorzien'
En doen dienst als grendels
Of slagbomen
Of schermen of leidraden.
Symbool en betekenis.
Zij overbruggen de afstand
In een droom met een buitenwaartse blik gericht op het verkrijgen
Van een metafoor en de verandering van vorm
Op deze 'stopplaats'
Onder druk van de zintuigen
Die putten uit de 'natuur' en realiteit ontwikkelen.
Dat is onze drijfveer tot handelen.
Drijfveer is een hulpmiddel voor verhalen.
Het is de geest uit de fles,
Die opzegt wat hij zich herinnert, niets uitsluit,
Zoals Clio of Verteller of Anoniem.
Maar als het lichaam van de geest niet langer onder druk staat
Dan, als een geest, verdwijnt hij
Van zijn ongebruikelijke of zelfs uitgesproken vreemde positie,
Ons,
Van wie hij een imitatie is,
Niet wetende waar naar toe te gaan,
Een aporia,
Dat het ons mogelijk zal maken om voorbij de grenzen van elk gezichtspunt te gaan
En daar te blijven.
Hoewel het misschien niet te volgen is.
Maar ik ben aangekomen, mijn eigen gewicht
Onder mijn eigen vertrouwde en zelfzuchtige zintuigen.
Mijn geheugen zit vol met hun indrukken
Ik schrijf wanneer niemand antwoord
Dat er iets zal opdagen.
Een verschrikkelijke slachting doet zich voor.
Zoals Kwame Anthony Appiah zegt, de technologie heeft hakken en houwen nog niet overbodig gemaakt.
Een stad is een grote stad of een mooie stad
Of een drukke stad
Of een kleine progressief bestuurde universiteitsstad
Enzovoort.
Intellectuele systemen, spreken in dromen, dingen die veranderen als gras
Eindigen altijd in strijd
(Definitie: actie; motivatie: gebrek)
En hebben verbanning tot gevolg
(Verbanning heeft hier het karakter van een zekere vorm van gerechtigheid)
Maar veel dingen zijn veranderd.
Een anekdotisch verhaal is vaak een geschiedenis
Die bestaat uit verschillende feiten
Elk subtiel verbonden met de volgende.
Wij reageren op de aantrekkelijkheid van de feiten
En het beeld dat een elk verschaft.
Er doen zelfs zulke dingen als filosofische anekdotes
De ronde,
Van prachtige veren voorzien en volmaakt rondcirkelend
Om nog geen centimeter af te dwalen van de waarheid
Geworpen te midden van de dingen
En verloren in het bos.
Dan komt een houthakker voorbij die blauwe laarzen draagt
En een vogel in een zak over zijn schouder
Om zijn aanspraak te rechtvaardigen
Op de nauwkeurigheid van de metaforen vertakking en neerstrijker
Die hij gebruikt
Om verhaal en verhalenteller te beschrijven
Als hem daar naar gevraagd wordt.
Waar anders kan men
Gerechtigheid vinden?
De jonge soldaat slaat tegen de grond en een ui schudt.
Het verhaal is nooit universeel
Alhoewel het zich kan herhalen
En zelfs symboliseren, zoals rotsen voor eeuwig of gedeeltes voor beving
En muziek.
Waarmee vangt een verhaal aan?
Het wonderbaarlijke is een saai middel voor inkt en papier.
De kracht van Rosa Luxemburg kon niet worden opgelegd.
Maar hier is een ambitieuze onderneming:
EEN poging om rekenschap te geven van de Twintigste Eeuw!
Goya's kleine onafgemaakte schets 'Tijd, Waarheid en Geschiedenis'
Werd twee eeuwen geleden geschilderd op een vergelijkbaar moment,
(1797).
Het toont Tijd die met zijn uurglas naakte Waarheid aan het licht brengt
Terwijl Geschiedenis schrijft.

Uit: A Border Comedy (Granary Books, 2001)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005