Dichters G

4-2-07

Gur Genç

Gur Genc Gur Genç (Gurgenç Korkmazel, 1969) vertrok in 1986, na het voltooien van de middelbare school in Nicosia, naar Ankara voor het volgen van een universitaire studie, maar twee jaar later besloot hij zijn tijd volledig aan de literatuur te besteden. Daartoe keerde hij terug naar Cyprus. In 1992 publiceerde hij zijn eerste bundel, onder titel Yarımlık, twee jaar later gevolgd door Ye. Zijn derde bundel, Yolutma, verscheen in 2000.

Hij nam deel aan verschillende internationale poëziefestivals, waaronder dat van Gotland in 1999, waar een succesvolle ontmoeting plaatsvond tussen Turkstalige en Griekstalige dichters van Cyprus. Zijn werk is in verschillende talen vertaald, onder andere in het Russisch, Grieks, Duits en Engels.

In 1998 vestigde hij zich in Engeland, waar hij poëzie in het Engels begon te schrijven. Inmiddels is hij teruggekeerd op Cyprus, waar hij zijn eigen uitgeverij, B/6 Publishing House, is begonnen. De hier opgenomen gedichten werden eerder gepubliceerd in de door Stella Timonidou en mij samengestelde bloemlezing Wij wonen in een taal, Brugge 2004. (Kees Klok)


   HET HUIS VAN DE TAAL IS STEEN

In zware tijden sta ik stil om op mijn horloge te kijken:
"Tijd om naar huis terug te gaan?"
Maar wat is de belofte van thuis, de macht van de taal
als het geheim in een geheugen van steen verborgen ligt?

Wanneer ik de leegte toeroep: "leegte ben je"
zijn huizen ontoereikend
mij te beschermen tegen de in veelvoud terugkaatsende echo’s.
Toch heb ik een beitel in handen
waarmee ik denk de vorm van een thuis te kunnen uithakken
uit de harde kern van de stenen.


   DİLİN EVİ TAŞTIR

Zor zamanlar durup saate bakıyorum:
'Eve dönme zamanı mı?'
Evin vaadi, dilin gücü ne
eğer taşın belleğinde saklıysa sırrı?

Boşluğa ‘boşluksun’ diye haykırınca
çoğalarak dönüp gelen yankıdan korunmama
yetmeyecek evler
Yine de elimde keski
bir yuva şekli oyabileceğimi sanıyorum
taşların sertliğinden.

1997

Gur Genç
Vertaling: Dick Koopman

Gur Genç

GEEN POËZIE, WATER

Aan de dichters van Cyprus

Sinds Aphrodite is dit eiland de storthoop geworden van de liefde.
Wanneer onze voeten verstrikt in de wortels van bezettende rassen
bewegen, kraken de stapels knekels
onder ons gewicht.

De aarde is zo doortrokken van lijkenvocht
dat de laatste redding
                                  niet is poëzie
                                                       water!

Zelfs de stenen zijn door de extreme hitte gesmolten
en met de beken in zee gestroomd
Vreemde tongen hebben als gesmolten koper
onze sensuele lust geopende monden verbrand.

Voor een eiland van niets zijn zoveel poëzie teveel
schrijf niet meer
                          plant bomen
                                             of water!


ŞİİR DEĞİL, SU

Kıbrıslı şairlere

Aphrodit’den beri aşk çöplüğüne döndü bu ada.
İşgalci ırkların köklerine karışan ayaklarımız
kımıldadıkca kemik yığınları kıtırdıyor
ağırlığımız altında.

Toprak öylesine yüklendi ki ölüm-şırasıyla
tek kurtuluş
                   siir değil
                                 su!

Aşırı ısı nedeniyle taşlar bile eriyip
derelerle denize aktı
Yaban diller erimış bakır gibi yaktı
cinsel istila ile açılan ağzımızı.

Az bir ada için bu kadar şiir çok
artık yazmayın
                       ağaç dikin
                                        ya da su!


Gur Genç
Vertaling: Dick Koopman

Gur Genç

VELE GODEN HEB IK GEDIEND

I
Vele goden heb ik gediend, na lange
noordelijke winters heb ik ingezien
de ware ben jij toch, Zon!

      Wat heb jij in dit dor paradijs,
met de zee als medeplichtige gedaan
met de verloren stukken uit migrantenjeugd?

Ik ben terug, heb weinig tijd, zeg op.

II
Aarde die voor elke zeven negen neemt, ik ben terug
In weerwil van de spreekwoorden zet zich
kalk af op mijn gewrichten

Jou vraag ik naar
hen die zich in vergetelheid verschuilen, naar wat zij verbergen

De grenzen van de omstandigheden overwinnend,
torens met zocklichten ter aarde werpend
en vol schuldgevoel

ben ik terug, heb weinig tijd, zeg op.


ÇOK TANRILARA TAPINDIM

I.
Çok tanrılara tapındımım, uzun
kuzey kışlarından sonra anladım
en gerçeği senmişsin Güneş!

      Deniz ile bir olup, bu
çorak cennette ne yaptınız
göç çocuklukların kayıp parçalarına?

Döndüm, zamanım az, söyle.

II.
Yedi veren dokuz alan Toprak, döndüm
atasözlerine karşı kireç
birikiyor eklemlerimde

Unutmalarda saklananları, sakladıklarını
soruyorum sana

şartların sınırlarını aşarak, ışık
kulelerini devirerek kırlara
ve suçluluk duyarak

Döndüm, zamanım az, söyle.

2001

Gur Genç
Vertaling: Dick Koopman

15-1-07

Koenraad Goudeseune

A child without a wallet

I am a child without a wallet,
without the pictures of his wife and children.
They have no name, they can’t be seen by anyone,
they are too small to be with him forever.
Regarding his wife, let us forgive her.

I am a child drinking beer in the morning
and listening to the sound of his refrigerator.
I wish I could go to sleep but I am too young.
It is cruel to have to close my eyes until I turn 41.

I am a child telling difficult jokes to sad old men
of the kind who cast tragic looks at elderly women.
I am the child that makes the pope wish he had a son.
I am a child but hope to make her mine one day.


Een kind zonder portefeuille

Ik ben een kind zonder een portefeuille,
zonder de foto's van zijn vrouw en kinderen.
Ze zijn naamloos, ze zijn onzichtbaar,
ze zijn te klein om voor altijd bij hem te zijn.
Wat zijn vrouw betreft, laten we haar vergeven.

Ik ben een kind dat 's ochtends bier drinkt
en luistert naar de geluiden van zijn koelkast.
Ik wou dat ik naar bed kon maar ik ben te jong.
Het is wreed mijn ogen te moeten sluiten tot ik 41 word.

Ik ben een kind dat moeilijke grappen vertelt aan droevige oude mannen
die tragische blikken naar oudere vrouwen werpen.
Ik ben het kind dat de paus naar een zoon doet verlangen.
Ik ben een kind maar hoop dat ze van mij is op een dag.

© Koenraad Goudeseune, 2007

18-5-06

Ángel González

Angel Gonzalez Ángel González werd op 3 september 1925 in Oviedo (Spanje) geboren. Hij is doctorandus in de rechten en journalist. Hij is hoogleraar in Spaanse moderne literatuur geweest aan de universiteit van Albuquerque, Nieuw Mexico, USA, en gastprofessor aan de universiteiten van Utah, Maryland en Texas. Hij werd onderscheiden met onder andere de 'Premio Antonio Machado' in 1962, de 'Premio Príncipe de Asturias' in 1985, de 'Reina Sofía de Poesía Iberoamericana' in 1996 en de 'Primer Premio Internacional de Poesía Ciudad de Granada' in 2004. Bij herhaling verschenen van hem zijn aangevulde verzamelde gedichten, telkens onder de titel: Palabra sobre palabra. De laatste uitgave was die van Seix Barral, 1968. Daarna verschenen nog Prosemas o menos, 1984, Deixis en fantasma, Hiperión, 1992, 101 + 19 = 120 poemas, 1999 en Otoño y otras luces, 2001. Hij schrijft poëzie vol contrasten en behandelt thema’s van het voorbijgaande tot het eeuwige. Alles is aanleiding om uit te weiden over en zich te verdiepen in de essentialia van liefde en leven. Sinds 1996 is hij lid van de Real Academia Española. (Fa Claes)


LIEFDESVERJAARDAG

Hoe zal ik zijn
als ik niet ik ben?
Als de tijd
mijn structuur zal hebben gewijzigd
en mijn lichaam anders zal zijn,
anders mijn bloed,
anders mijn ogen en anders mijn haar.
Ik zal aan je denken, misschien.
Zeker,
mijn opeenvolgende lichamen
- die me verder zetten, levend, naar de dood toe -
zullen van hand tot hand,
van hart tot hart,
van vlees tot vlees,
het mysterieuze element doorgeven
dat mijn droefheid veroorzaakt
wanneer jij weggaat,
dat me aandrijft om je blindelings te zoeken,
dat me onvermijdelijk
aan je zijde voert:
om kort te gaan, dat wat de mensen liefde noemen.
En mijn ogen
- wat voor belang heeft het dat het niet deze ogen zijn -
zullen je volgen waar je ook heengaat, trouw.


CUMPLEAÑOS DE AMOR

¿Cómo seré yo
cuando no sea yo?
Cuando el tiempo
haya modificado mi estructura,
y mi cuerpo sea otro,
otra mi sangre,
otros mis ojos y otros mis cabellos.
Pensaré en ti, tal vez.
Seguramente,
mis sucesivos cuerpos
-prolongándome, vivo, hacia la muerte-
se pasarán de mano en mano,
de corazón a corazón,
de carne a carne,
el elemento misterioso
que determina mi tristeza
cuando te vas,
que me impulsa a buscarte ciegamente,
que me lleva a tu lado
sin remedio:
lo que la gente llama amor, en suma.
Y los ojos
-qué importa que no sean estos ojos-
te seguirán a donde vayas, fieles.


© Ángel González - 'Cumpleaños de amor' uit: Sin esperanza, con convencimiento, 1961
© vertaling Fa Claes

Ángel González

MIJ IS HET GENOEG ZO

Indien ik God was
en het geheim bezat,
maakte ik
een wezen juist zoals jij;
ik testte het
(op de manier van bakkers
als ze brood bakken, het is te zeggen:
met de mond),
en als die smaak
gelijk was aan de jouwe, of laat ons zeggen
je zelfde geur, en je manier
om te glimlachen,
en om stil te zijn,
en om met alle recht mijn hand te drukken
en om elkaar te zoenen zonder ons pijn te doen
- hier ben ik heel zeker van: ik ben
bijzonder attent wanneer ik je zoen -;
                                                        dan,
als ik God was,
kon ik je herhalen en herhalen,
altijd dezelfde en, altijd anders,
zonder moe te worden van hetzelfde spel,
zonder degene die je was te versmaden
voor degene die je dadelijk ging worden
ik weet niet of ik me goed uitdruk, maar ik wil
verduidelijken dat, als ik
God was, dan deed ik
al het mogelijke om Ángel González te zijn
om van je te houden zoals ik van je hou,
om rustig af te wachten
tot je jezelf schiep elke dag,
tot je het pasgeboren licht iedere morgen
verbaasde met je eigen
licht, en je het ontastbare
gordijn opzij schoof dat de droom
van het leven scheidt,
en me deed verrijzen met je woord,
blije Lazarus,
ik,
nog vochtig
van duisternis en luiheid,
verrast en verdiept
in de beschouwing van dat alles
dat jij, samen met mij,
herwint en redt, beweegt, achter-
laat als je - later - zwijgt...
(Ik luister naar je stilte.
Ik hoor
sterrenbeelden: je bestaat.
Ik geloof in je.
                      Je bent er.
                                      Mij is dat genoeg.)


ME BASTA ASÍ

Si yo fuese Dios
y tuviese el secreto,
haría
un ser exacto a ti;
lo probaría
(a la manera de los panaderos
cuando prueban el pan, es decir:
con la boca),
y si ese sabor fuese
igual al tuyo, o sea,
tu mismo olor, y tu manera
de sonreír,
y de guardar silencio,
y de estrechar mi mano estrictamente,
y de besarnos sin hacernos daño
-de esto sí estoy seguro: pongo
tanta atención cuando te beso-;
                                               entonces,
si yo fuese Dios,
podría repetirte y repetirte,
siempre la misma y siempre diferente,
sin cansarme jamás del juego idéntico,
sin desdeñar tampoco la que fuiste
por la que ibas a ser dentro de nada;
ya no sé si me explico, pero quiero
aclarar que si yo fuese
Dios, haría
lo posible por ser Ángel González
para quererte tal como te quiero,
para aguardar con calma
a que te crees tú misma cada día,
a que sorprendas todas las mañanas
la luz recién nacida con tu propia
luz, y corras
la cortina impalpable que separa
el sueño de la vida,
resucitándome con tu palabra,
Lázaro alegre,
yo,
mojado todavía
de sombras y pereza,
sorprendido y absorto
en la contemplación de todo aquello
que, en unión de mí mismo,
recuperas y salvas, mueves, dejas
abandonado cuando -luego- callas...
(Escucho tu silencio.
Oigo
constelaciones: existes.
Creo en ti.
                Eres.
                        Me basta.)


© Ángel González - 'Me basta así' uit: Prosemas o menos, 1985
© vertaling Fa Claes

27-4-06

Marco Giovenale

Marco Giovenale Marco Giovenale werd in 1969 geboren in Rome, waar hij nog steeds woont. Hij was curator van verschillende tentoonstellingen en werkt sinds november 2000 in een antiquariaat. Hij is redacteur van slow-forward en, samen met Massimo Sannelli, van de (a)periodieke open brief 'bina'. Voorts is hij verbonden aan het cultureel centrum La Camera Verde en Biagio Cepollaro E-dizioni. Hij vertaalde de poëzie van Frénaud, Rimbaud, Dickinson en Verlaine.

Marco Giovenale publiceerde de volgende poëziebundels: Curvature (samen met Francesca Vitale – Rome, La Camera Verde, 2002), Il segno meno. Parte di prosimetro [1998-2003] (Lecce, Piero Manni, 2003), Altre Ombre (Rome, La Camera Verde, 2004), Endoglosse [Venticinque piccoli preludi, 1999-2000] (e-book, Biagio Cepollaro E-dizioni, 2004) en Double Click (Genova, Quaderni di Cantarena, 2005). (Sven Staelens)


het pak geopend, het geschenk kleiner,
het lemmet heeft verdeeld en kon
snel twee korreltjes lederhuid uitrukken
uitgeschakeld, maar onder de bocht van bloed heeft
het haar kans niet verkeken.
zo is het rood de verzegelde enveloppe binnengekomen
een klein bedrag, een kleine verovering
van het gewapende paleis,
alles zo ondermijnd
alles bij elkaar


aperto il pacco, il regalo minore,
la lama ha spezzato e saputo
svellere svelta due grani di derma
disattivato, ma sotto la curva di sangue non ha
perso la sua occasione.
così nel plico è entrato il rosso
una piccola cifra, una piccola presa
del palazzo stemmato,
tutto minato così
tutto sommato


Uit: Statue linee (2003)
Copyright vertaling © Sven Staelens

Marco Giovenale

            cosmic microwave background

het licht heel precies tegen
de achtergrond van de kamer
waar jij slaapt nog preciezer
niet omdat het schaduw voortbracht
maar omdat jij die verkoos


            cosmic microwave background

la luce esattissima contro
la cornice della stanza
dove dormi più esatta ancora
non per avere generato
ma preferita l’ombra


Uit: Curvature (2002)
Copyright vertaling © Sven Staelens

Marco Giovenale

De grote gloeidraad gedoofd
'het gevoel vergaat'
schittert niet meer op de huid
van de geliefden, van de kamer.

Een lijn een elektrische piek
van de lamp onthutst nochtans
een weinig witte objecten –
ze zijn te zien. Cachetten.

Comme des larmes
bleek. Larven.

Bespijker ze.


Spento il filamento grande
'il senso tramonta' non
splende più su pelle degli
amanti, della stanza.

Una riga un picco voltaico
del lume fa però perplessi ancora
pochi oggetti bianchi –
si vedono. Cialde.

Comme les larmes
scialbe. Larve.

Chiodarle.


Uit: Altre ombre (2004)
Copyright vertaling © Sven Staelens
Meer vertalingen van Marco Giovenale op Estro Poetico

22-1-06

Revathy Gopal

Regels op het ontmoeten van een lang verdwenen nicht

'Je hebt je vaders mond,' zegt ze,
'en de familieneus, die we allemaal hebben geërfd.
Zo'n vriendelijke man, je vader,
ik denk met veel genegenheid aan hem terug.'

Ze zegt niets, vrijwel niets,
een vluchtig woord over mijn moeder.
Stilte vult de ruimtes tussen ons in,
waar wij ooit lawaaierig het bad
en elkaars rokken deelden.

De jaren kunnen niet worden doorbroken.
Haar gespierde pols, de sterk uitstekende
kaak, de ruwe handpalm op mijn wang
bij het begroeten en afscheid nemen,
vertellen hun eigen verhaal.

Mijn gedachten als spiegel,
ik vang mijn moeders blik op,
samengeknepen uit herkenning.
Het is die van haar, dezelfde tekening
van bot onder de huid.

Ik zou nu tegen haar op kunnen, woord voor woord.
Ik zou haar nu op gelijke voet tegemoet kunnen treden.
Ik denk dat ik zou kunnen uithalen.


Lines on meeting a cousin, long lost

'You have your father's mouth,' she says,
'and the family nose we have all inherited.
Such a gentle man, your father,
I remember him with great affection.'

She says nothing, practically nothing,
a perfunctory word about my mother.
Silence fills the spaces between us,
where once we shared noisy baths
and each other's skirts.

The years cannot be breached.
Her muscular wrist, the strong jut
of jaw, the rough palm on my cheek
at greeting and parting,
tell their own story.

My mind the mirror,
I meet my mother's eye
narrowed in recognition.
It is her's, the same geometry
of bone beneath the skin.

I could match her now, word for word.
I could meet her now, on equal terms. I think
I could draw blood.


'Lines on meeting a cousin, long lost' voor het eerst gepubliceerd in Poetry India
Copyright vertaling © Kees Klok

18-1-06

Antonio Gamoneda

Antonio GamonedaAntonio Gamoneda werd in 1931 geboren in Oviedo (Asturias - Spanje). Hij was zeer jong toen zijn ouders naar Léon verhuisden waar hijzelf later een grote culturele belangstelling en bedrijvigheid aan de dag legde. Zijn poëzie is niet bij een of andere groep of generatie onder te brengen. Grote zelfstandigheid en strenge, hoewel vrije vorm kenmerken zijn gedichten die grotendeels hermetisch lijken. Er ligt evenwel sterk verband tussen zijn bundels, vooral doordat hij - reeds in zijn vroege bundels - in zijn gedichten verzen uit vorige bundels citeert of uitdrukkelijk naar vroegere verzen verwijst.

Sublevación inmovil (1966) was zijn eerste bundel waarin hij aan iedere beperking van het realisme tracht te ontsnappen. Daaarna volgden Descripción de la mentira (1977), León en la mirada (1979) en Blues castellano (1982), een bundel gedichten uit zijn beginjaren. De bundel Lápidas (1987) maakte hem algemeen bekend en werd met de Premio Nacional de Poesía bekroond. Libro del frío (1992) kende eveneens succes. Een heruitgave aangevuld met twintig nieuwe gedichten volgde in 2003. In dat jaar verscheen ook zijn voorlopig laatste bundel Arden las Pérdidas. De bundel is een uiteenzetting van zijn vroegere werk. De bundel bevat toespelingen op en verwijzingen naar eigen werk, zozeer dat het hermetisme in feite een doorgedreven gebruik van metaforen blijkt. De logische verstaanbaarheid is daardoor niet hersteld. Wel tekenen zich al of niet vermeende krachtlijnen af. Zijn taal laat een indruk van sterkte na. De atmosfeer is er een van angst en dreiging. Gamoneda schreef ook monografieën over beeldhouwers en schilders. (Fa Claes)


DE VERGETELHEID KOMT

Het licht kookt onder mijn oogleden.
Uit een nachtegaal, opgegaan in as, uit zijn muzikale zwarte ingewanden,
rijst een storm op. De klaagzang daalt af naar de oude cellen,
ik bespeur levende zweepslagen
en de onbeweeglijke blik van de dieren, de koude naald ervan in mijn hart.
Alles is voorteken. Het licht is merg van schaduw: de insecten gaan sterven
in de kaarsen van de dageraad. Zo
branden in mij de betekenissen.


Het been van het erbarmen heb ik in de afgrond gegooid; het is niet nodig
wanneer het leed een deel van de kalmte is, maar de helderheid werkt
in mij gelijk gek geworden alcohol.
Ik weet dat je nagels aangroeien als je dood bent. Niemand
daalt af naar het hart. Wij ontdoen ons van ons eigen
zelf bij het uitsluiten
van het bedrog, we halen ons het vel over de oren en
niemand komt. Geen
schaduwen zijn er en geen doodstrijd. Goed:
laat er niets meer zijn dan licht. Zo is
de laatste dronkenschap: gelijke delen
duizeling en vergetelheid.


Duiven. Dwars door het niet-zijn gaan ze.
Tegenover de afgrond staan sporen van de herder. Holle.
Alles wordt duidelijk in de onmogelijkheid.
Er zijn zweren in de zuiverheid, we gaan
van het zichtbare naar het onzichtbare.
Op die fout steunt ons hart.


Dwars door de geloofsovertuigingen ben ik getrokken. Gedurende lange tijd
sneeuwde het hopeloos.
Er waren moeders die gek werden bij het ochtendgloren: ik hoor hun gele kreten.
Nog sneeuwt het. Ik geloof in de verdwijning.
Ik geloof in de toorn.


VIENE EL OLVIDO

La luz hierve debajo de mis párpados.
De un ruiseñor absorto en la ceniza, de sus negras entrañas musicales,
surge una tempestad. Desciende el llanto a las antiguas celdas,
advierto látigos vivientes
y la mirada inmóvil de las bestias, su aguja fría en mi corazón.
Todo es presagio. La luz es médula de sombra: van a morir los insectos
en las bujías del amanecer. Así
arden en mí los significados.


He tirado al abismo el hueso de la misericordia; no es necesario
cuando el dolor es parte de la serenidad, pero la lucidez trabaja
en mí como un alcohol enloquecido.
Sé que las uñas crecen en la muerte. No
baja nadie al corazón. Nos despojamos de nosotros mismos al expulsar
la falsedad, nos desollamos y
no viene nadie. No
hay sombras ni agonía. Bien:
no haya más que luz. Así es
la última ebriedad: partes iguales
de vértigo y olvido.


Palomas. Atraviesan la inexistencia.
Hay huellas de pastor frente al abismo. Cóncavas.
Todo se explica en la imposibilidad.
Hay úlceras en la pureza, vamos
de lo visible a lo invisible.
En este error descansa nuestro corazón.


He atravesado las creencias. Durante mucho tiempo
nevó sin esperanza.
Había madres que enloquecían al amanecer: oigo sus gritos amarillos.
Aún nieva. Creo en la desaparición.
Creo en la ira.


'Viene el olvido' uit: Arden las pérdidas (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Antonio Gamoneda

TOORN

Wie komt daar
al roepend, kondigt
gindse zomer aan, ontsteekt
zwarte lampen, fluit
in de blauwe zuiverheid van de messen?


Ze schreeuwen vóór de verschroeide muren.
Ze zien het profiel van de messen, zien
de cirkel van de zon, de chirurgie
van het dier vol schaduw.
Ze fluiten
in de witte fistels.


Ik zag
lijken op de rand van
de koude sloten.
Met hun doodskleed aan
in het licht.


IRA

Quién viene
dando gritos, anuncia
aquel verano, enciende
lámparas negras, silba
en la pureza azul de los cuchillos?


Gritan ante los muros calcinados.
Ven el perfil de los cuchillos, ven
el círculo del sol, la cirugía
del animal lleno de sombra.
Silban
en las fístulas blancas.


Vi cuerpos al borde de
las acequias frías.
Amortajados
en la luz.


'Ira' uit: Arden las pérdidas (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Antonio Gamoneda

VOORBIJ DE SCHADUW

Ik zie de schaduw in de rode substantie van de schemering.
Ik sluit de ogen en
de uiteinden branden.


Ik deed water en cinnaber in mijn hart en mijn aderen
en zag de dood verder weg dan het purper.
Nu zien mijn ogen in het verleden: grote onbeweeglijke bloemen, moeders
gekweld in hun zonen, korstmos bevrucht door de droefheid.


Misschien duurt de stilte verder weg dan zichzelf en het bestaan is alleen
een zwarte roep, een schreeuw tegenover de eeuwigheid.
De fout weegt op onze oogleden.


MÁS ALLÁ DE LA SOMBRA

Veo la sombra en la sustancia roja del crepúsculo.
Cierro los ojos y
arden los límites.


Puse agua y cinabrio en mi corazón y en mis venas
y vi la muerte más allá de la púrpura.
Ahora mis ojos ven en el pasado: grandes flores inmóviles, madres
atormentadas en sus hijos, líquenes fertilizados por la tristeza.


Quizá el silencio dura más allá de sí mismo y la existencia es sólo
un grito negro, un alarido ante la eternidad.
El error pesa en nuestros párpados.


'Más allá de la sombra' uit: Arden las pérdidas (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

Antonio Gamoneda

KLAARTE ZONDER RUST

Misschien volg ik mezelf op. Wie weet ik niet, maar in mij is iemand gestorven.
Ook gisteren rook ik de verdwijning en was bedreigd door het licht, maar
vandaag is het mes voor mijn ogen anders.


Ik wil mijn eigen vreemdeling niet zijn, ik word lastig gevallen door geestverschijningen.
Het is moeilijk
om elke dag licht te ontsteken in de aderen en te werken bij het wegtrekken
van onbekende gezichten tot ze in geliefde gezichten veranderen
en daarna te wenen omdat ik ze ga verlaten en omdat zij mij gaan
verlaten.
Wat voor
dwaasheid om angst te hebben op de rand van het bedrog, wat voor vermoeienis
het niet-zijn op te geven en
daarna elke dag te sterven.


Over de verkalking van de zaden, vóór de verschroeide bloemen,
in het verdwijnen van de gedachte
weven onzichtbare handen het gras. Ik vrees hun zuiverheid. Ik zie
bloedige wol en in de eetwaren dodelijk vet, zwarte injectienaalden en,
onder onbeweeglijke takken, touwen en schaduwen en condooms.
Ben ik het die met mijn ogen kijk?
De beenderen branden, ik hoor het gisten van de dauw: iemand weent onder
de gemartelde bomen. Ik zie de kwellingen van het licht, hoge galgen
en slangen en industriële oliën onder de lobben van de papavers.
Ben ik in mij en weeg ik op de aarde? Vreemd is dat.
In ieder geval, ik ben bang: de insecten komen naar mijn hart.


CLARIDAD SIN DESCANSO

Quizá me sucedo en mí mismo. No sé quién pero alguien ha muerto en mí.
También ayer olía la desaparición y estaba amenazado por la luz, pero
hoy es otro el cuchillo delante de mis ojos.


No quiero ser mi propio extraño, estoy entorpecido por las visiones.
Es difícil
poner luz todos los días en las venas y trabajar en la retracción
de rostros desconocidos hasta que se convierten en rostros amados
y después llorar porque voy a abandonarlos o porque ellos van a
abandonarme.
Qué
estupidez tener miedo al borde de la falsedad y qué cansancio
abandonar la inexistencia y
morir después todos los días.


Sobre la calcificación de las semillas, ante las flores abrasadas,
en la desaparición del pensamiento,
tejen la yerba manos invisibles. Temo su pureza. Veo
lana sangrienta y, en los alimentos, grasa mortal, cánulas negras y,
bajo ramas inmóviles, cuerdas y sombras y preservativos.
¿Soy yo quien mira con mis ojos?
Arden los huesos, oigo la fermentación del rocío: alguien llora bajo
los árboles torturados. Veo las llagas de la luz, altos patíbulos
y serpientes y aceites industriales bajo los lóbulos de las amapolas.
¿Estoy yo en mí y peso sobre la tierra? Es extraño.
En cualquier caso, tengo miedo: los insectos vienen a mi corazón.


'Claridad sin descanso' uit: Arden las pérdidas (2003)
Copyright vertaling © Fa Claes

30-11-05

Aurora García Rivas

Aurora García Rivas werd in 1948 geboren in La Antigua, San Tirso de Abres, Asturias, Spanje. Ze is medeoprichtster en bestuurslid van de culturele vereniging POEGÍA (Poëzie vanuit Gijón). Van haar verscheen in haar eigenlijke moedertaal, het Galicisch-Asturiaans, de bundel O viaxeiro da noite (Trabe, Uviéu, 2004). In diezelfde taal publiceert ze in de tijdschriften Lliteratura en Lletres Asturianes. Bovendien publiceert ze in het Castiliaans (wat wij het Spaans noemen) in de culturele tijdschriften Hola Pontevedra (Galicië, Spanje) en Trilce (Chili). Hieronder een voorpublicatie van een drietal gedichten uit haar binnenkort te verschijnen bundel La tierra vertical. (Fa Claes)


LUISTER naar de stilte

van het mos
en de verminderde klaarte van november.
                Luister naar de sneeuwjacht
die vroeg op is om je dromen van maïsbrood
en lauwe melk te brengen.

Luister naar mij: ik heb het juiste woord, datgene
dat je niet kwetst omdat het me nooit
over mijn lippen komt.


ESCUCHA el silencio

del musgo
en la menguada claridad de noviembre.
                 Escucha la ventisca
que madruga a traerte sueños de pan
de maíz y leche tibia.

Escúchame: tengo la palabra justa, aquella
que no te hiere porque nunca
sale de mi boca.


Escucha el silencio uit de nog te verschijnen bundel La tierra vertical
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurora García Rivas

OGENBLIKKEN

Ik heb een tijd voor alles
                            net als jij
vermoed ik.
Tijd voor heimwee en om de koffer
mee te slepen
waarin ik mijn bezittingen bewaar: een oud
uurwerk
twee centen van puur zilver
het schreeuwerige licht
        gefilterd
                van de straat
en die allerzachtste nacht,
een boek met een onleesbare handtekening.

Dat is alles. De rest van mijn leven
            heb ik in het bagagedepot achtergelaten.


MOMENTOS

Tengo momentos para todo
                            igual que tú,
supongo.
Tiempo para nostalgias y para arrastrar
la maleta
donde guardo mis pertenencias: un reloj
viejo
dos pesos de plata pura
la luz estridente
        filtrada
               de la calle
en aquella noche dulcísima,
un libro con una firma ilegible.

Eso es todo. El resto de mi vida
            lo he dejado en la consigna.


Momentos uit de nog te verschijnen bundel La tierra vertical
Copyright vertaling © Fa Claes

Aurora García Rivas

DE WAANZINNIGE

Op de middag, het was altijd op de middag,
in het broze uur van de waterjuffers.
Vleugels van glanskatoen zweefden
over het water. De forellen hingen hun
uitpuilende ogen in de diepte van hun vredig verblijf.

De waanzinnige weefde. Ze weefde
kronen van algen met geduldig gebaar,
met eindeloze tederheid.
Naakt en puur spon ze
zonder tijd, zonder haast, zonder gekwijl of lachje.
De rivier kroop omhoog langs haar dijen, likte
haar pubis die bloeide met donkere
ongerepte bloembladen.

In de lucht zoemden eenzame blauwe
bromvliegen. De waanzinnige weefde niet meer: vol
extase sloot ze haar ogen en het water

zuchtte.


LA LOCA

Al mediodía, era siempre al mediodía,
en la frágil hora de las libélulas.
Alas de percalina planeaban
sobre el agua. Las truchas colgaban
sus ojos pasmados en el fondo del remanso.

La loca tejía. Tejía
coronas de algas con gesto paciente,
con ternura infinita.
Desnuda y cándida hilaba
sin tiempo, sin prisa, babas y risas.
El río le trepaba los muslos, lamía
su pubis florecido de oscuros
pétalos vírgenes.

En el aire zumbaban solitarios
moscones azules. La loca ya no tejía: extasiada
cerraba los ojos y el agua

gemía.


La loca uit de nog te verschijnen bundel La tierra vertical
Copyright vertaling © Fa Claes

14-9-05

Allen Ginsberg

Allen GinsbergDeze Levensvorm Heeft Seks Nodig

Ik zal vrouwen moeten accepteren
              als ik het ras door wil geven
       borsten kussen, moeten aanvaarden
       vreemde harige lippen achter
                     billen,
Moeten kijken in vragende vrouwenogen
              aan zachte wangen toegeven,
Mijn lendenen moeten begraven in de hangende perenpruim
              van vet weefsel
                     dat ik verafschuwde
voordat ik de goddelijke schok maak Lieverd sprong
       voorwaarts door de dood-
Tussen mij en vergetelheid staat
                     een onbekende vrouw;
Niet de Muze maar levende vleesschim,
een mysterie angstaanjagend als mijn god met scherpe tanden
       zijn voet zijn strot afdalend &
zijn eigen beeld uitkotsend uit zijn achterste
-Deze Vrouwe Toekomstigheid die ik mijn trouw beloof
              om geboren te worden niet te sterven,
maar breng mijn eigen penisbrein reproductie Mijn-Heid voort
       opnieuw - Uit angst voor de Veeg?
Gezicht des Doods, mijn Vrouwe, zoals ik geheiligd word
              tot op het diepste bot,
zo ben ik genoodzaakt om een dame te vinden voor
                     anonieme Neukpartij-
mijn buik schuddend & ingesmeerd met Speeksel
     beschaamd gezicht van vlees & vocht,
- we houden lange uitgezakte conversaties
       in Kosmische Plichtsmatige Boudoirs,
              verveeld wellicht?
Of opwindend Nieuw Vooruitzicht, praten
     erover, Toekomstigheid, mijn Echtgenote
       Mijn moeder, Dood, Mijn enige
              hoop, mijn eigen Wederopstanding
Vrouw
              haarzelf, waarom ben ik zo bevreesd
                     om waarachtig te samensmelten
       omarmd onder de Panty's der Eeuwigheid
naar binnen in het ene gat dat mij vanaf 1937 deed walgen?
- Trok mijn broek naar beneden op de veranda om
       mijn achterste te laten zien aan de auto's voorbijsnellend in de regen-
& zou Zij geïnteresseerd zijn, dit contact met Onnozele nieuwe Man
       die de lul van mijn haantje heeft gepijpt
in Aanbidding & volkomen bedelend romantisch ontzag
       teug-slik Hoop van Leven komt
en heb mezelf ontelbare keren afgetrokken tot jongensgegak
              van binnen schemerend zodat mijn plexus solaris
       de godheid in mij kan voelen als een open deur-

Nu is het anders mijn lichaam decennia oud
hoewel mannendijen bij mijn wenkbrauw bewonderend,
       harde liefde kloppend in mijn oren,
              stevige billen omhoog geheven
                     voor mijn meesterlijke Inname
       die bedoeld waren voor een persoonlijke ontlasting
                     als het Leger Alles was-
Maar niet meer een antwoord op het leven
                     dan het gespierde standbeeld
       ik voelde aan zijn knikkers
   benijdde de onsterfelijkheid van Schoonheid in het
              museum van Vroeger-
   Je kunt een standbeeld neuken maar je kunt geen
              kinderen krijgen
   Je kunt blij zijn man met man maar het Sperma
              komt terug in een stroompje in de ochtend
       in een toiletpot op de 45ste verdieping-
   & Je kunt geen eeuwigdurend mysterie maken uit die
              voltooide uitvoering
                            & afgrijselijke opwinding
       die eindigt zoals begonnen,
                     stomme reptielenpiep
       leven ontzegd door Sprookjes Schepper
              wordt Denkbeeldig
       omdat hij besloot geen lichaam te geven aan
              het tegengestelde-Ouwe Spook
   die geen baby wilde worden & sterven,
       niet wilde schijten en schreeuwen
              blootgesteld aan een bombardement op een
                            Chinese treinrails
en op te groeien om zijn opwelling door te geven aan
              de andere helft van het Universum-
Als een homoseksuele kapitalist bang voor de menigten-
en dat is mijn situatie, Mensen-

Allen Ginsberg, New York, 12 april, 1961

'This Form of Life Needs Sex' uit: Selected Poems (Penguin UK, London 1997)
Copyright Nederlandse vertaling © J. Lenstra 2005

Allen Ginsberg

Kral Majales

En de Communisten hebben niets te bieden dan vette wangen en monocles en liegende politieagenten
en de Kapitalisten bieden Napalm en geld aan in groene koffers voor de naakten,
en de Communisten schiepen zware industrie maar het hart is ook zwaar
en de wonderschone ingenieurs zijn allemaal dood, de geheime technici zweren samen voor hun eigen roem
in de Toekomst, in de Toekomst, maar nu drink Wodka en betreur de Veiligheidstroepen,
en de Kapitalisten drinken gin en whiskey in vliegtuigen maar laten miljoenen bruine Indianen sterven
en wanneer Communistische en Kapitalistische eikels ruzie maken wordt de Rechtvaardige man gearresteerd of beroofd of zijn hoofd eraf gehakt,
maar niet zoals Kabir, en de sigarettenhoest van de Rechtvaardige man boven de wolken
in het heldere zonneschijnsel is een eerbetoon aan de gezondheid van de blauwe lucht.
Want ik werd drie keer gearresteerd in Praag, één keer omdat ik dronken zong op Narodni straat,
één keer neergeslagen op de middernachtelijke stoep door een agent met snor die BOUZERANT schreeuwde,
één keer omdat ik mijn notitieboekje verloor met ongebruikelijke sex politiek droom meningen,
en ik werd weggestuurd van Havana op een vliegtuig door rechercheurs in groene uniformen,
en ik werd weggestuurd uit Praag op een vliegtuig door rechercheurs in Tsjechoslowaakse driedelige pakken,
Kaartspelers van Cézanne, de twee vreemde poppen die 's ochtends vroeg Jospeh K's kamer binnengingen
kwamen ook de mijne binnen, en aten aan mijn tafel, en bestudeerden mijn gekrabbel,
en volgden me 's nachts en 's ochtends van de huizen van minnaars naar de cafés van het Centrum -
En ik ben de Koning van Mei, wat de kracht van de sexuele jeugd is,
en ik ben de Koning van Mei, wat ijver in welbespraaktheid en actie in liefde is,
en ik ben de Koning van Mei, wat lang haar van Adam en de Baard van mijn eigen lichaam is
en ik ben de Koning van Mei, wat Kral Majales in de Tsjechoslowaakse taal is,
en ik ben de Koning van Mei, wat oude Menselijke poëzie is, en 100.000 mensen hebben mijn naam uitgekozen,
en ik ben de Koning van Mei, en in enkele ogenblikken zal ik landen op Londen Airport,
en ik ben de Koning van Mei, logischerwijs, omdat ik van Slavische afkomst ben en een boeddhistische Jood
die het heilige hart van Christus aanbidt het blauwe lichaam van Krishna de rechte rug van Ram
de kralen van Chango de Nigeriaan die Shiva Shiva zingt op een manier die ik uitgevonden heb,
en de Koning van Mei is een eer uit midden Europa, de mijne in de twintigste eeuw
ondanks ruimteschepen en de Tijdmachine, omdat ik de stem van Blake heb gehoord in een visioen,
en die stem herhaal. En ik ben de Koning van Mei die slaapt met lachende tieners.
En ik ben de Koning van Mei, opdat ik eervol uit mijn Koninkrijk verdreven mag worden, als vanouds,
Om het verschil te laten zien tussen het Koninkrijk van Caesar en het Koninkrijk van Mei van de Mens -
En ik ben de Koning van Mei, hoewel paranoïde, want het Koninkrijk van Mei is te mooi om langer dan een maand te duren -
en ik ben de Koning van Mei omdat ik met mijn vinger mijn voorhoofd aanraakte om te groeten
een stralend zwaarlijvig meisje trillende handen die zei "een momentje meneer Ginsberg"
voordat een dikke jonge politieman in burger tussen onze lichamen stapte - ik was op weg naar
Engeland -
en ik ben de Koning van Mei, in een gigantisch vliegtuig dat Albions vliegveld raakt trillend van angst
terwijl het vliegtuig ronkend landt op het grijze beton, schudt & lucht wegblaast,
en langzaam tot stilstand komt onder de wolken met een deel van de blauwe hemel nog zichtbaar.
En hoewel ik de Koning van Mei ben, hebben de Marxisten me op straat geslagen, de hele nacht wakker gehouden op Politiebureau, me door Praag in de Lente gevolgd, me in het geheim vastgezet en gedeporteerd vanuit ons koninkrijk per vliegtuig.
Daarom heb ik dit gedicht geschreven op een vliegtuigstoel in het midden van de Hemel.

7 mei, 1965

'Kral Majales' uit: Selected Poems (Penguin UK, London 1997)
Copyright Nederlandse vertaling © J. Lenstra 2005

Allen Ginsberg

Voor Lindsay

Vachel, de sterren zijn er
schemering is gevallen over de Colorado weg
een auto kruipt traag over de vlakte
in het vage licht schalt de radio zijn jazz
de verkoper met liefdesverdriet ontsteekt nog een sigaret
In een andere stad 27 jaar eerder
zie ik jouw schaduw op de muur
je zit met je jarretelles aan op het bed
de schaduwhand tilt een Lysol flesje naar jouw hoofd
jouw schim valt voorover op de vloer

Parijs, mei 1958

'To Lindsay' uit: Reality Sandwiches: Europe! Europe!
Copyright Nederlandse vertaling © J. Lenstra 2005

29-8-05

Revathy Gopal

Revathy GopalRevathy Gopal (1947) werd geboren in Bombay, India, waar zij nog steeds woont en werkt. Zij is, behalve dichteres, een bekend free-lance journaliste en schrijfster van korte verhalen. In 1979 verscheen haar eerste gedicht in het tijdschrift Subterranean, dat in die periode, vanwege de door wijlen Indira Gandhi uitgeroepen noodtoestand, een ondergronds bestaan leed. Sindsdien is haar poëzie gepubliceerd in diverse kranten en tijdschriften en in een bloemlezing samengesteld door de Indiase P.E.N. Haar gedicht I Would Know You Anywhere, dat de god Ganesha tot onderwerp heeft, werd in 2000 bekroond met de tweede prijs in de All India Poetry Competition van de British Council en de Indian Poetry Society. In 2001 verscheen haar bundel Eden Gardens and other poems en in 2002 Six, waarin zowel gedichten als korte verhalen zijn opgenomen (Kees Klok).


Yashodhara I

Zij voelt zich reeds
terugwijken in zijn bewustzijn
als was ze een denkbeeld
waaraan hij eens
lippendienst bewezen had,
of een afgelegen plek
die hij ooit had bezocht
en die hij zich niet meer
herinneren kon.

Zij heeft opgehouden te bestaan.

In haar droom
knispert licht als vuur
om zijn hoofd.
Bomen schrompelen ineen bij zijn nadering
en doornen trekken aan de korsten
van verwaarloosde wonden.

Zij heeft hoofdpijn van onvergoten tranen.

Geen oogopslag, geen woord,
geen blik achterom.
Werd alles dan overvoerd,
zoals bij te zoet fruit,
door juist die zweem
van bederf?

Nachtvlinders fladderen
het duister
in en uit;
werpen zich
tegen het flakkerende
licht van de lamp.

Nu moet ze de tijd die ze samen
waren wegbergen,
hem in dure zijde wikkelen
en bewaren met geurige kruiden
en bittere neem*.

* Medicinale, auromatische olie uit de vrucht van de Azadirachta indica.

Yashodhara II

In het paleis spreekt niemand luider dan op fluistertoon. De
vrouwen vermijden elkaars blik wanneer ze langs
de muzikanten lopen die naast hun instrumenten zitten te wachten
op een bevel dat nooit zal komen. Buiten kwijnen de fruitbomen
weg, hangen de bloemen slap, stokken de fonteinen.
Jonge meisjes dartelen niet langer door de lusthoven.
Uit de binnenkamers het onophoudelijke huilen van een kind ... een
verontruste dienstmaagd ijlt naar buiten en roept om een min ...

Ik had het je toen kunnen zeggen,
als je had gevraagd
(maar dat heb je nooit gedaan)
wat de meeste vrouwen weten
zonder naar kennis op zoek te zijn.

Wij verkiezen de pijn
van het mens zijn,
de ketenen van verbondenheid
die jij ontvlucht.
Wij verkiezen de oneindige kringloop
van geboorte en dood
boven jouw onmenselijke
en vergeefse zoektocht.

Wat was het dan,
de gebruikelijke mannelijke weerzin
tegen wat je had voortgebracht,
het platte gevolg
van een kortstondig genot?

Je hield van mij indertijd,
toen ik slank was
en met je uit rijden kon gaan
en uit jagen
en met je slapen.

Wat was het dan,
overvloed aan vlees,
of mijn zenuwscheurende kreet
of het deerniswekkend gehuil van het kind?
Mijn borsten zijn opgedroogd,
daar is geen oplossing voor.

Ze noemen dit bevalling
maar niet verlossing.
Verlossing van wat?
Wat kun je anders
dan mens te zijn?

'Yashodhara I' en 'Yashodhara II' uit: Six, Calcutta, 2001
Copyright Nederlandse vertalingen © Kees Klok 2002
Beide vertalingen verschenen eerder in Kruispunt 188, Brugge, 2002

20-8-05

Peter Gizzi

Coda

Toen de hemel naar beneden kwam
was er wind, water, rood

Toen de hemel naar beneden kwam
werd het water, wind
een verklaring in blauw

Toen het einde nabij was
knapte ik even op, klonk er vreugde
in mijn stem door

Schiet op! zong het
in bootjes en bliksemflitsen
Selah in zilverkleurige tonen

Toen de dag openbrak
werd ik mezelf
en stond naast een deur

In mijn droom leefde je nog
en huilde

'Coda' uit: Some Values of Landscape and Weather (Wesleyan University Press, 2003)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Peter Gizzi

Ter verdediging van niets

Ik denk dat dit rijtje trailers op het parkeerterrein naast de snelweg volstaat.
Ik denk dat ook van die kromgegroeide eucalyptusboom.
Ik denk dat deze snelweg maar moet volstaan en de auto's
   en de voorttrekkende mensen erin.
Het heden doet zich altijd aan ons voor, omringt ons.
Het is moeilijk om zich atomen voor te stellen, moeilijk om zich voor te stellen
   hoe waterstof & zuurstof zich binden, het moet maar volstaan.
Dat geldt ook voor de lucht en haar vlekkerige wolken
   en die elektriciteitsmast daar links, een losgebroken lijn.

'In Defense of Nothing' uit: Some Values of Landscape and Weather (Wesleyan University Press, 2003)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Peter Gizzi

Onderschrift

Een klein lichaam is verdwaald in de sneeuw
De stervende wordt (na verloop van tijd) landschap,
      weet je nog hoe dat kwam?

Sneeuw anders dan glas, glas anders dan lichaam
Maan anders dan een brutaal ingekleurde torso
      met schors, met lei, met uit elkaar vallende drek

in de groeven van een andere eroderende vorm

Of een doorgesneden lijn, die ons voor de eerste keer samenbrengt
Maart anders dan lente of een verouderde almanak,
      nomenclatuur: overal

Bewijs, inzicht, conclusie
anders dan een saaie plas in een bruin bandenspoor,
      eerder zei ik landschap

Hoe kwam het ook al weer?

Verdriet anders dan waarheid, waarheid anders dan sneeuw
Lichaam anders dan zijn contouren

'Caption' uit: Artificial Heart (Burning Deck, 1998)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Allen Ginsberg

Howl | Gehuil

Voor Carl Solomon

I

Ik zag de fijnste geesten van mijn generatie door waanzin getroffen worden, hysterisch naakt sterven,
zichzelf bij zonsopgang door de zwarte straten slepen op zoek naar een verderfelijk shot,
hippe vogels met engelengelaat smachtend naar de oeroude hemelse verbinding met de stervormige dynamo in de machinerie van de nacht,
die armzalig en kapot en hologig en high opbleven en rookten in de bovennatuurlijke duisternis van onverwarmde flats en zweefden boven de toppen van de grote steden en nadachten over jazz,
die de hemel hun hersens openlegden onder de luchtspoorweg en mohammedaanse engelen zagen wankelen op verlichte huurkazernedaken,
die cool de universiteit doorliepen met glanzende ogen en hallucineerden over Arkansas en luchtige tragedies van Blake temidden van oorlogsgeleerden,
die van de academies werden weggestuurd vanwege gekte & het publiceren van obscene odes op de ramen van het leslokaal,
die hurkten in ongeschoren kamers in ondergoed en hun geld verbrandden in afvalbakken en luisterden naar de Terreur aan de andere kant van de muur,
die terugreizend tot op hun schaamhaar naakt werden aangehouden in Laredo met een gordel vol marihuana voor New York,
die vuur aten in beschilderde hotels of terpentijn dronken in Paradise Alley, hun torsos nacht na nacht op sterven na dood of in het vagevuur
met dromen, met drugs, met nachtmerries waaruit ze opschrikten, alcohol en lul en eindeloos veel ballen,
weergaloos trillend wolkendek en bliksemschichten in de geest die sprongen naar polen in Canada & Paterson en de bewegingloze wereld van de Tijd daar tussenin totaal verlichtten,
Peyote waanvoorstellingen van zalen, achtertuinen groene bomen kerkhoven dageraad, dronken van wijn over de toppen van de daken, pot roken en joyriden langs dorpen van winkelruiten en neon knipperende stoplichten, vibraties van zon en maan en boom in Brooklyn's stormachtige winterschemering, klapperende vuilnisbakken en vriendelijk koninklijk licht van de geest,
die zichzelf ketenden aan de ondergrondse voor de eindeloze rit van Battery naar de heilige Bronx op amfetamine totdat het lawaai van wielen en kinderen hen aan de grond zetten huiverend met gesloopte monden en tot somberheid geslagen doodsbleek in het treurige licht van de Zoo,
die de hele nacht wegzonken in het onderzeese licht van Bickford's afdreven en de schrale biermiddag uitzaten in verlaten Fugazzi's en luisterden naar de crack van de ondergang in de jukebox van waterstof,
die onophoudelijk spraken zeventig uur lang van park naar huis naar bar naar Bellevue naar museum naar de Brooklyn Bridge,
een verloren bataljon platonische causeurs dat op de stoepen sprong vanaf brandtrappen vanaf vensterbanken vanaf Empire State uit de maan,
ouwehoerend gillend brakend fluisterend feiten en herinneringen en anekdotes en opmerkelijke en schokkende details van ziekenhuizen en gevangenissen en oorlogen,
met glinsterende ogen zeven dagen en nachten lang het volledige geheugen van het intellect uitgestort, vlees voor de synagoge neergekwakt op de stoep,
die verdwenen in het zen New Jersey van nergens en een spoor van ambigue ansichtkaarten van de Atlantic City Hall achterlieten,
leden onder Oosterse zweetbaden en Tangerse bottenkrakers en Chinese migraineaanvallen tijdens ontwenningskuren in een somber gemeubileerde kamer in Newark,
die rondzwierven en rondzwierven om middernacht op het spoorwegemplacement en zich afvroegen waar naar toe te gaan en gingen zonder gebroken harten achter te laten,
die sigaretten aanstaken in goederenwagens goederenwagens goederenwagens en herrie maakten door de sneeuw op weg naar eenzame boerderijen in grootvaders nacht,
die Plotinus Poe heilige Johannes van het Kruis telepathie en bebop kabbalah bestudeerden omdat de kosmos instinctief vibreerde aan hun voeten in Kansas,
die in hun uppie door de straten van Idaho dwaalden op zoek naar visionaire indiaanse engelen die visionaire indiaanse engelen waren,
die dachten dat ze alleen maar gek waren toen Baltimore schitterde van bovennatuurlijke opgetogenheid,
die impulsief in limousines sprongen met de Chinees uit Oklahoma bij winters middernachtelijk straatlicht en kleinsteedse regen,
die hongerig en eenzaam slenterden door Houston en zochten naar jazz of sex of soep en de geniale Spanjaard achternaliepen om te converseren over Amerika en Onsterfelijkheid, een hopeloos karwei, en een schip namen naar Afrika,
die verdwenen in de vulkanen van Mexico en niets achterlieten dan de schaduw van tuinbroeken en de verspreidde lava en as van poëzie in de openhaard van Chicago,
die weer verschenen aan de West Coast en met baarden en in korte broek met grote pacifistische ogen sexy donkere huid een onderzoek instelden naar de FBI en onbegrijpelijke foldertjes uitdeelden,
die met sigaretten gaten in hun armen brandden om te protesteren tegen de verslavende tabaksdampen van het Kapitalisme,
die Supercommunistische pamfletten verspreidden in Union Square en huilden en zich uitkleedden terwijl de sirenes van Los Alamos hen neerhaalden en Wall neerhaalden en de Staten Island veerboot loeide ook,
die jankend instortten in witte gymnastieklokalen naakt en bevend tegenover het corpus van andere uitgemergelden,
die detectives in de nek beten en in politiewagens schreeuwden van vreugde over het begaan van geen andere zonde dan hun eigen wilde kokende pederastie en bedwelming,
die op hun knieën in de metro huilden en van het dak werden gesleurd terwijl ze met hun geslachtsorganen en manuscripten zwaaiden,
die zichzelf in de reet lieten naaien door heilige motorrijders en het uitschreeuwden van plezier,
die pijpten en werden gepijpt door die menselijke serafijnen, de matrozen, strelingen van Atlantische en Caribische liefde,
die 's ochtends 's avonds neukten in rozentuinen en het gras van openbare parken en op begraafplaatsen en hun zaad vrijelijk verstrooiden over wie ook komt die mag,
die eindeloos de hik hadden terwijl ze probeerden te giechelen maar ophielden met een snik achter een tussenmuur in een Turks bad toen de blonde & naakte engel kwam om in hen binnen te dringen met een zwaard,
die hun schandknaapjes verspeelden aan de drie oude feeksen van het lot de eenogige feeks van de heteroseksuele dollar de eenogige feeks die knipoogt vanuit de schoot en de eenogige feeks die niets doet dan op haar kont zitten en de intellectuele gouden draden knippen van vakmans weefgetouw,
die extatisch en onverzadigbaar copuleerden met een fles bier een liefje een pakje sigaretten een kaars en van het bed afvielen en doorgingen op de vloer en in de gang en flauwvallend eindigden tegen de muur met een visioen van een ultieme kut en sperma en zich onttrokken aan het laatste geil van het bewustzijn,
die de poezen zoetten van een miljoen bevende meisjes bij zonsondergang en 's morgens roodogig waren maar bereid om de poes van de zonsopgang te zoetten, flitsende achterwerken tegen schuren en naakt in het meer,
die uit hoereren gingen door Colorado in talloze gestolen nachtwagens, N.C., geheime held van deze gedichten, pikmans en Adonis uit Denver - leve de herinnering aan zijn ontelbare nummertjes met meisjes op verlaten parkeerterreinen & achterplaatsjes van een eettent, tussen gammele stoelenrijen in bioscopen, op bergtoppen in grotten of met serveersters vel over been in vertrouwde til je petticoat op ik ben zo alleen wegrestaurants & vooral geheime solipsistische vluggertjes in tankstationplees & ook nog de stegen thuis,
die langzaam wegstierven in vreselijk smerige films, werden verplaatst naar dromen, ontwaakten in haastig Manhattan en overeind krabbelden in souterrains met een kater van harteloos Tokay en gruwel van Third Avenue nachtmerries & strompelden naar het werklozenloket,
die de hele nacht met hun schoenen vol bloed door de besneeuwde havens liepen wachtend op een openzwaaiende deur in East River naar een kamer vol stoomhitte en opium,
die grote zelfmoorddrama's opvoerden op de steile met appartementen volgebouwde oevers van de Hudson in het blauwgrijze strijklicht van de maan & hun hoofden zullen worden gekroond met de lauweren der vergetelheid,
die de lamsstoofschotel van de verbeelding aten of de krab verteerden op de modderige bodem van de rivieren van Bowery,
die schreiden om de romance van de straten met hun handkarren vol uien en slechte muziek,
die in dozen zaten en ademden in de duisternis onder de brug en opstonden om op hun bovenetages klavecimbels te bouwen,
die hoestten met hoogrood gelaat op de zesde verdieping in Harlem onder de tuberculeuze lucht omringd met sinaasappelkistjes theologie,
die de hele nacht schreven wikkend en wegend verheven incantaties die in de gele ochtend stanza's kromtaal bleken,
die bedorven dieren kookten long hart poten staart borsjt & tortilla's en droomden van het pure plantenrijk,
die onder vleestrucks doken op zoek naar een ei,
die hun horloges van het dak af gooiden om hun stem uit te brengen op de Eeuwigheid buiten de Tijd & tien jaar lang vielen elke dag wekkers op hun hoofden,
die driemaal achtereen zonder succes hun polsen doorsneden, zich gewonnen gaven en gedwongen waren om antiekwinkels te openen waarin ze dachten dat ze oud werden en huilen moesten,
die in hun onschuldige flanellen kostuums levend werden verbrand op Madison Avenue te midden van het geschal van beklemmende verzen & het bezopen gekletter van de ijzeren mode regimenten & het nitroglycerine gegil van de reclameflikkers & het mosterdgas van sinistere intelligente redacteuren of werden aangereden door de dronken taxi's van de Absolute Werkelijkheid,
die van de Brooklyn Bridge afsprongen dit is echt gebeurd en ongedeerd wegliepen onbekend en vergeten de spookachtige verdoving van Chinatown in soep steegjes & brandweerwagens, niet één gratis biertje,
die wanhopig uit hun ramen schreeuwden, uit het raam van de metro vielen, in de smerige Passaic doken, op Afro-Amerikanen sprongen, luidkeels op straat jammerden, blootsvoets op gebroken wijnglazen dansten nostalgische Europese 1930 Duitse jazz grammofoonplaten kapot smeten de whisky opdronken en kreunend overgaven in het verdomde toilet, gekerm in hun oren en de stoot van enorme stoomfluiten,
die de grote wegen van het verleden afsnelden reizend naar elkanders Golgotha scheurijzer eenzame opsluiting uitkijkpost of Birmingham jazz incarnatie,
die tweeënzeventig uur lang dwars door het land reden om erachter te komen of ik een visioen had of dat jij een visioen had of hij een visioen had om het Eeuwige Leven te ontdekken,
die reisden naar Denver, die wegteerden in Denver, die terugkeerden naar Denver & tevergeefs wachtten, die over Denver uitkeken & piekerden & vereenzaamden in Denver en ten slotte vertrokken om de Tijd te betrappen & nu is Denver verlaten door haar helden,
die in uitzichtloze kathedralen op hun knieën vielen en om elkanders verlossing beden en licht en borsten totdat de ziel heel even haar gezicht liet zien,
die wegens hun lusten de nacht in een cel doorbrachten en wachtten op onmogelijke boeven met gouden koppen en de charme van de werkelijkheid in hun harten die Alcatraz zoete blues toezongen,
die zich terugtrokken in Mexico om zich aan een verslaving te wijdden of Rocky Mount aan vriendelijke Boeddha of Tanger aan jongens of Southern Pacific aan de zwarte locomotief of Harvard aan Narcissus aan Woodlawn aan de bloemenkrans of het graf,
die psychiatrische onderzoeken eisten en de radio van hypnotisme beschuldigden & bleven zitten met hun krankzinnigheid & hun handen & geen unaniem oordeel van de jury,
die aardappelsalade wierpen naar City College of New York sprekers over dadaïsme en vervolgens zichzelf presenteerden op de granieten trappen van het gekkenhuis met geschoren hoofden en een clowneske speech over zelfmoord en onmiddellijk lobotomie verlangden,
en die in plaats daarvan het tastbare niets van insuline Metrazol elektriciteit hydrotherapie psychotherapie pingpong & amnesie werd gegeven,
die in een humorloos protest slechts één symbolische pingpongtafel omverwierpen, even rustend in schizofrenie,
en jaren later echt kaal terugkeerden, op een pruik van bloed en tranen en vingers na, naar het zichtbare verderf van de gek op de afdelingen van de krankzinnigengestichten in het oosten,
Pilgrim State's, Rockland's en Greystone's stinkende gangen, en kibbelden met de echo's van de ziel en wiegelden in het middernachtelijke strafbank hunnenbedrijk van de liefde, de droom van het leven een nachtmerrie, lichamen veranderd in steen zo zwaar als de maan,
met moeder eindelijk ****** en het laatste fantastische boek uit het flatraam gegooid en de laatste deur om 4 uur 's ochtends dichtgedaan en de laatste telefoon in antwoord tegen de muur gesmeten en de laatste gemeubileerde kamer tot op het laatste mentale meubelstuk leeggeruimd, een gele papieren roos om een klerenhanger in de kast, en zelfs die denkbeeldig, niets dan een hoopvol brokje hallucinatie -
ah, Carl, zo lang als jij niet veilig bent ben ik niet veilig en nu ben je werkelijk in het barbaarse ratjetoe van de tijd -
en die daarom door de ijzige straten rende geobsedeerd door een plotselinge vlaag alchemie van het gebruik van de ellipscatalogus een variabele maat en het vibrerende vlak,
die droomde en lijfelijke gaten maakte in Tijd & Ruimte door naast elkaar geplaatste afbeeldingen heen en de aartsengel van de ziel in de val liet lopen tussen 2 afbeeldingen in en zich bij de elementaire werkwoorden aansloot en het zelfstandig naamwoord en gedachtestreepje van het bewustzijn samenvoegde en opsprong met een gevoel van Pater Omnipotens Aeterna Deus
om de syntaxis en het ritme van het armzalige menselijke proza te herscheppen en sprakeloos en intelligent en hoofdschuddend van schaamte voor je te staan, afgewezen doch de ziel de biecht voorlezend dat zij zich dient te schikken naar het ritme der gedachten in zijn naakte en eindeloze hoofd,
de gek schooier en engel sloegen in de Tijdmaat, buiten medeweten om, maar ze schreven hier neer wat misschien zou kunnen overblijven om ooit te worden uitgesproken na de dood,
en reïncarneerden in de spookachtige kleding van de jazz in de schaduw van de gouden hoorn van de band en bliezen het boeten van Amerika's naakte gemoed voor de liefde in een eli eli lamma lamma sabacthani saxofoon uithaal die de steden deed rillen tot op de laatste radio
met het zuivere hart van het gedicht van het leven uit hun eigen lichamen gerukt goed genoeg om duizend jaar van te eten.

II

Welke sfinx van cement en aluminium sloeg hun schedels open en at hun hersens en verbeelding op?
Moloch! Eenzaamheid! Vuiligheid! Lelijkheid! Vuilnisbakken en onbereikbare dollars! Schreeuwende kinderen onder de trappen! Snikkende jongens in het leger! Huilende kerels in de parken!
Moloch! Moloch! Nachtmerrie Moloch! Moloch de liefdeloze! Zwakzinnige Moloch! Moloch de strenge beoordelaar van mannen!
Moloch de ondoorgrondelijke gevangenis! Moloch het doodsbenen zielloze gevang en Congres van de smart! Moloch wiens gebouwen een vonnis zijn! Moloch kolossaal oorlogsmonument! Moloch de verblufte regeringen!
Moloch wiens geest pure machinerie is! Moloch wiens bloed rollend geld is! Moloch wiens vingers tien legers zijn! Moloch wiens borst een mensen etende dynamo is! Moloch wiens oor een rokende tombe is!
Moloch wiens ogen duizend geblindeerde ramen zijn! Moloch wiens wolkenkrabbers als ontelbare Jehova's in de lange straten staan! Moloch wiens fabrieken dromen en grommen in de mist! Moloch wiens schoorstenen en antennes de steden kronen!
Moloch wiens liefde eindeloze olie en steen is! Moloch wiens ziel elektriciteit en banken is! Moloch wiens armoe het geniale schrikbeeld is! Moloch wiens lot een seksloze wolk waterstof is! Moloch wiens naam Geest is!
Moloch in wie ik eenzaam zit! Moloch in wie ik van Engelen droom! Krankzinnig in Moloch! Nicht in Moloch! Zonder liefde en kerels in Moloch!
Moloch die vroeg mijn ziel binnendrong! Moloch in wie ik bewustzijn zonder lichaam ben! Moloch die me uit mijn natuurlijke extase wegjoeg! Moloch die ik verlaat! Word wakker in Moloch! Licht stroomt uit de hemel!
Moloch! Moloch! Geautomatiseerde appartementen! onzichtbare buitenwijken! uitgemergelde juwelen! blinde hoofdsteden! duivelse industrieën! spookachtige staten! onoverwinnelijke gekkenhuizen! granieten pikken! monsterlijke bommen!
Ze braken hun ruggen toen ze Moloch tot Hemel verhieven! Straten, bomen, radio's, tonnen! de stad tot Hemel verhieven die bestaat en overal om ons heen is!
Visioenen! omina! hallucinaties! mirakels! extases! in de Amerikaanse rivier ten onder gegaan!
Dromen! adoraties! verlichtingen! religies! de hele lading gevoelige bullshit!
Doorbraken! afgevoerd! geflip en kruisigingen! weggespoeld met de vloed! Euforie! Openbaringen! Wanhoop! Tien jaar lang dierlijk gekrijs en zelfmoorden! Geesten! Nieuwe liefdes! Krankzinnige generatie! onderuitgehaald op de rotsen van de Tijd!
Waarlijk heilig gelach in de rivier! Ze zagen het allemaal! de wilde ogen! de heilige yells! Ze zeiden vaarwel! Ze sprongen van het dak! naar eenzaamheid! zwaaiend! bloemen dragend! Naar de rivier! de straat op!

III

Carl Solomon! Ik ben bij je in Rockland waar jij krankzinniger bent dan ik
ik ben bij je in Rockland waar jij je heel vreemd moet voelen
ik ben bij je in Rockland waar jij de schaduw van mijn moeder imiteert
ik ben bij je in Rockland waar jij jouw twaalf secretaressen vermoordde
ik ben bij je in Rockland waar jij lacht om onzichtbare humor
ik ben bij je in Rockland waar wij op dezelfde vreselijke typemachine grote schrijvers zijn
ik ben bij je in Rockland waar jouw toestand verslechterde en op de radio werd gemeld
ik ben bij je in Rockland waar het schedelverstand niet langer de zintuiglijke wormen toelaat
ik ben bij je in Rockland waar jij de thee uit de borsten van de oude vrijsters uit Utica drinkt
ik ben bij je in Rockland waar jij woordspelingen maakt op de lichamen van jouw verpleegsters de feeksen uit de Bronx
ik ben bij je in Rockland waar jij in een dwangbuis gilt dat je het effectieve pingpongspel van de hel aan het verliezen bent
ik ben bij je in Rockland waar jij op de catatonische piano tekeergaat de ziel is onschuldig en onsterfelijk het zou nooit goddeloos mogen sterven in een gewapend gekkenhuis
ik ben bij je in Rockland waar nog eens vijftig schokken jouw ziel nooit naar haar lichaam zullen doen terugkeren van haar bedevaartstocht naar een kruis in de leegte
ik ben bij je in Rockland waar jij dokters van krankzinnigheid beschuldigt en de Hebreeuwse socialistische revolutie plant tegen het fascistische nationaal Golgotha
ik ben bij je in Rockland waar jij de hemel van Long Island zult splijten en jouw levende menselijke Jezus doen herrijzen uit het bovenmenselijke graf
ik ben bij je in Rockland waar vijfentwintigduizend kameraden samen de laatste coupletten zingen van de Internationale
ik ben bij je in Rockland waar wij onder onze lakens de Verenigde Staten omhelzen en kussen de Verenigde Staten die de hele nacht hoesten en ons wakker houden
ik ben bij je in Rockland waar wij uit het coma ontwaken geëlektriseerd door onze eigen vliegtuigen van de ziel die ronken boven het dak ze zijn gekomen om goddelijke bommen te gooien   het hospitaal verlicht zichzelf   waanmuren storten ineen O broodmager legioen ren naar buiten   O met sterren bezaaide genadeschok de eeuwige oorlog is hier   O zege vergeet je ondergoed we zijn vrij
ik ben bij je in Rockland in mijn dromen loop je druipend van een zeereis op de snelweg dwars door Amerika in tranen naar de deur van mijn huisje in de Westelijke nacht

San Francisco, 1955-1956

Voetnoot bij Howl | Gehuil

Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig! Heilig!
De wereld is heilig! De ziel is heilig! De huid is heilig! De neus is heilig! De tong en lul en hand en reet heilig!
Alles is heilig! iedereen is heilig! heilig is overal! het alledaagse heeft het eeuwig leven! Elkeen is een engel!
De kont is zo heilig als de serafijn! de gek is heilig zoals jij mijn ziel heilig bent!
De typemachine is heilig het gedicht is heilig de stem is heilig de toehoorders zijn heilig de extase is heilig!
Heilige Peter heilige Allen heilige Solomon heilige Lucien heilige Kerouac heilige Huncke heilige Burroughs heilige Cassady de afgepeigerde onbekenden en lijdende schooiers heilig de afzichtelijke menselijke engelen!
Heilig mijn moeder in het krankzinnigengesticht! Heilig de pikken van de grootvaders uit Kansas!
Heilig de kreunende saxofoon! Heilig de openbaring van de bop! Heilig de jazzbandjes marihuana hippies vrede peyote doedelzakken & trommels!
Heilig de eenzaamheid van wolkenkrabbers en trottoirs! Heilig de met miljoenen gevulde cafetaria's! Heilig de mysterieuze rivieren van tranen onder de straten!
Heilig de eenzame moloch! Heilig de kleinburgerlijke grote onnozele! Heilig de gekke opstandige herders! Al wie Los Angeles vat IS Los Angeles!
Heilig New York Heilig San Fransisco Heilig Peoria & Seattle Heilig Parijs Heilig Tanger Heilig Moskou Heilig Istanbul!
Heilige tijd in de eeuwigheid heilige eeuwigheid in de tijd de klokken in de ruimte heilig de vierde dimensie heilig de vijfde Internationale heilig de Engel in Moloch!
Heilig de zee heilig de woestijn heilig de spoorweg heilig de locomotief heilig de visioenen heilig de hallucinaties heilig de wonderen heilig het oog heilig de peilloze diepte!
Heilige vergiffenis! genade! liefde! vertrouwen! Heilig! Van ons! lichamen! pijn! edelmoedigheid!
Heilig de bovennatuurlijke superieure fonkelende intelligente goedheid van de ziel!

Berkeley, 1955

'Howl' uit: Selected Poems (Penguin UK, London 1997)
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005