Dichters E

13-10-07

Salvador Espriu

Salvador Espriu (1913-1985) is een van de bekendste Catalaanse dichters van deze eeuw. Zijn eerste boek verscheen in 1931: Doctor Rip; in 1939 volgt zijn eerste toneelstuk: Antigone; in 1946 zijn eerste dichtbundel: Kerkhof van Sinera. In 1968 werd begonnen met de uitgave van zijn verzameld werk. Espriu over zichzelf: 'Op de drempel van mijn veertigste levensjaar kan ik zelfs nog geen klein fiche vullen met biografische gegevens. Ik heb gestudeerd, ik werk om in mijn onderhoud te voorzien en ik streef ernaar, zonder enige hoop overigens, me ooit volledig aan mijn literaire arbeid te kunnen wijden. Vooralsnog heb ik geen tijd gehad om te trouwen en mis ik daar bovendien de optimistische moed of de onbaatzuchtige wanhoop voor. Ik verafschuw literaire prijzen, geldzucht en smerigheid, kerstgroeten en verjaardagswensen, hommages, wind, wanorde en lawaai, avondjes uit, eten buiten de deur, al datgene dat men "sociaal leven" noemt, concerten, ontboezemingen, raad geven, de obscene uitingen van ijdelheid. Zolang ik met rust word gelaten, ben ik bereid te geloven, in de volste overtuiging, dat jij en zelfs u, ongeacht wie, de beste schrijvers ter wereld zijn. Ten slotte denk ik dat de mensheid afstevent op een zekere catastrofe in de nabije toekomst, maar gesteld dat die kleine gebeurtenis even onontkoombaar als stompzinnig is, zou ik willen vragen, zo ik durfde, er in de letteren niet op elk
moment zoveel ophef over te maken.'

SINERA

Al vell orb preguntava l'esglai
si el meu poble tindria demà.
I la boca sense llavis començà
la riota que no para mai.
La destral de la llum en els caps.
El carrer se'ns tornava fornal.
Una mica d'oreig de la mar
arribava de sobte als portals.
Els ulls blancs ja no eren davant
la temença que havia parlat.
Ara els passos s'allunyen enllà
dels immòbils xiprers vigilants.
Repreníem el somni tenaç
-contra el bou, el serpent, el senglar-
de la nostra difícil bondat,
de la nostra viril dignitat,
de la nostra fidel llibertat.

Uit: Llibre de Sinera (1963)

SINERA

Het afgrijzen vroeg aan de oude blinde
of mijn volk een morgen had.
En de mond zonder lippen begon
het gegrinnik dat nooit ophoudt.
De bijl van het licht boven de hoofden.
De straat werd ons een oven.
Een vleug zeebries
reikte plots tot aan de portalen.
De witte ogen stonden niet meer
voor de angst die had gesproken.
Nu verwijderen de stappen zich voorbij
de onbeweeglijk wakende cipressen.
We hernamen de halsstarrige droom
- tegen de os, de slang, het everzwijn -
van onze moeilijke goedheid
van onze mannelijke waardigheid
van onze getrouwe vrijheid

INICI DE CÀNTIC EN EL TEMPLE

A Raimon, amb el meu agraït aplaudiment.
Homenatge a Salvat-Papasseit.


Ara digueu: "La ginesta floreix,
arreu als camps hi ha vermell de roselles.
Amb nova falç comencem a segar
el blat madur i, amb ell, les males herbes."
Ah, joves llavis desclosos després
de la foscor, si sabíeu com l'alba
ens ha trigat, com é llarg d'esperar
un alçament de llum en la tenebra!
Però hem viscut per salvar-vos els mots,
per retornar-vos el nom de cada cosa,
perquè seguíssiu el recte camí
d'accés al ple domini de la terra.
Vàrem mirar ben al lluny del desert,
davallàvem al fons del nostre somni.
Cisternes seques esdevenen cims
pujats per esglaons de lentes hores.
Ara digueu: "Nosaltres escoltem
les veus del vent per l'alta mar d'espigues."
Ara digueu: "Ens mantindrem fidels
per sempre més al servei d'aquest poble."

Uit: Les cançons d'Ariadna (1949)

BEGIN VAN HET KANTIEK IN DE TEMPEL

Voor Raimon, met mijn dankbare instemming.
Hommage aan Salvat-Papasseit.


Zeg nu: “De brem bloeit,
overal in de velden is er rood van papavers.
Wij beginnen het rijpe koren af te snijden met een
nieuwe zeis, en met haar maaien we het onkruid.”
Ah, jonge lippen ontsloten
na de duisternis, als je wist hoe de dageraad
uitbleef voor ons, hoe lang het wachten duurt
op het rijzen van licht in het donker!
Maar we leefden om voor jullie de woorden te redden,
om jullie de naam van elk ding terug te geven
zodat jullie de rechte baan zouden volgen naar toegang
tot het volledige bezit van de aarde.
Wij gingen goed kijken tot diep in de woestijn,
we daalden af tot de bodem van onze dromen.
Droge waterputten werden bergtoppen
ingedeeld in treden van lange uren.
Zeg nu: “Wij horen de stemmen
van de wind over de hoge zee van aren.”
Zeg nu: “Wij zullen trouw blijven
voor altijd in dienst van dit volk.”

REDEMPTOR MUNDI

Salvà màgics prestigis
del dos i dos són quatre,
decapitant modestos
transgressors de decàlegs.

Que fidel el seu crani
geomètric! Com plora
aquell gran cor, quan sonen
tecletes de piano,
si refilen dolcíssim
rossinyols a bardisses!

En expressar l'abstracte
amor per tots els homes,
escurça pams inútils
de companys de col.legi.

S'aixecaran patíbuls
lloats per servils boques.
S'ompliran de sangota
bocois, cossis, garrafes.
L'encert de tants esforços,
al llarg dels mil.lenaris,
vint o cent, farà lliure,
qui sap si en algun codi
de negres, un captaire
destruït per la vida.

REDEMPTOR MUNDI

Hij redde het magisch prestige
van het twee maal twee is vier
en onthoofdde gematigde
overtreders van decalogen.

Hoe trouw was zijn geometrische
schedel! Wat weent
dat grote hart, als toetsen
van de piano weerklinken,
als uit de struiken de zoetste
nachtegalen slaan!

Bij het uitdrukken van de abstracte
liefde tot alle mensen
verkort hij onnutte handbreedten
van schoolkameraden.

Galgen zullen worden opgericht,
door slaafse monden geprezen.
Kuipen, vaten, karaffen
zullen met bloed worden gevuld.
De grootste verdienste van zoveel moeiten
zal, aan het einde van het millennium
twintig of honderd, wie weet
in welk wetboek van negers
een door het leven vertrapte
bedelaar bevrijden.

AMB ELS PALS ELS CAPTAIRES RESSEGUIEN

Amb els pals els captaires resseguien
un a un els barrots de les reixes del meu carrer.
Basarda de la fosca per l'esclat del sol,
venien del camí d'atzavares del Mal Temps,
s'atansaven a poc a poc des de la pujada
i demanaven almoina de cancell en cancell.
Un cop a la setmana els pobres arribaven,
en una lenta, quasi aturada processó,
i ens cridaven amb veus de ronca cantarella
al tenaç i obscè mercat de sutzures i mals.
La corrua passava davallant cap a la placeta
i es perdia després, pels alts plàtans polsosos,
enllà de l'ombra ja llunyana dels xiprers.
Com deixava sollats els portals, les eixides,
la mica d'aire de mar, la llum sencera de l'estiu!
Però encara quedava, sempre ressagat, el vell cec
que s'ho mirava tot des de les plagues dels ulls,
àvides, xopes de sang, calentes,
obertes sense cap resposta
a les preguntes del nostre esglai,
esbatanades en el buit fins que les cobria
en un sobtat vol compacte la negror del moscam.

MET HUN STOK TASTTEN DE BLINDEN

Met hun stok tastten de bedelaars
één voor één de staven van de hekken in mijn straat af.
Angst voor de duisternis wegens schittering van de zon,
kwamen zij van de agavenweg van de Slechte Tijd,
naderden stilaan vanaf de klimming
en bedelden van deur tot deur.
Eens in de week kwamen die armen
in een langzame, bijna stilstaande processie
en schreeuwden ons met hese zangstemmen
naar de koppige en schunnige markt van vuil en kwaad.
De groep trok bergafwaarts naar het pleintje
en verdween daarna achter de hoge, stoffige platanen,
voorbij de reeds verre schaduw der cipressen.
Hoe liet het eerlijke licht van de zon de portalen,
de uitgangen, de vleug lucht van de zee er vuil uitzien!
Maar nog stond daar, altijd achterblijver, de oude blinde
die alles had bekeken vanuit de wonden van zijn ogen,
begerig, van bloed doortrokken, warm,
zonder enig antwoord
open op de vragen van onze angst,
opengesperd op de leegte tot de zwartheid van een
vliegenzwerm ze met een plotse dichte vlucht overdekte.

ASSENTIRÉ DE GRAT

Assentiré de grat, car només se'm donà
d'almoina la riquesa d'un instant.

Si podien, però, durar
la llum parada, l'ordre clar
dels xiprers, de les vinyes, dels sembrats,
la nostra llengua, el lent esguard
damunt de cada cosa que he estimat!

Voltats de por, enmig del glaç
de burles i rialles d'albardans,
hem dit els mots que són la sang
d'aquest vell poble que volem salvar.

No queden solcs en l'aigua, cap senyal
de la barca, de l'home, del seu pas.
L'estrany drapaire omplia el sac de retalls de records i se'n va,
sota la fosca pluja, torb enllà,
pels llargs camins que s'esborren a mar.

IK ZAL GRAAG TOESTEMMEN

Ik zal graag toestemmen want mij werd als aalmoes
slechts de rijkdom van het ogenblik geschonken.

Konden ze maar duren:
het stilstaande licht, de heldere orde
van de cipressen, van de wijngaarden, van de velden,
onze taal, de langzame blik
over ieder ding dat ik heb liefgehad!

Omgeven door angst, midden in de kou,
de spot en het lachen van potsenmakers
hebben wij de woorden gezegd die het bloed zijn
van dat oude volk dat wij willen redden.

In het water blijven geen sporen, geen teken
van de boot, van de mens, van zijn stap.
De vreemde lorrenboer vult zijn zak
met flarden van herinneringen en gaat weg
onder de donkere regen, de wervelwind na,
over de lange wegen die in zee vervagen.

AQUESTA TRISTESA, IMMENSA

Aquesta tristesa, immensa, glaçadora,
que plana des de sempre damunt nostre,
fa que sentim proper l'acabament del món.
Però qui sap si algú, des del mar de naufragi,
un dia guanyarà la clara riba
i ordenarà de nou el pas afermat
pels oberts i dreturers camins.
Aleshores serà potser comprès el cant
que s'elevà i amb molta dolor venia
del cor mateix d'aquesta nit.

DIE DROEFHEID, ONAFZIENBAAR

Die droefheid, onafzienbaar, ijzig,
die sinds altijd al boven ons zweeft,
maakt dat we het wereldeinde nabij voelen.
Maar wie weet of iemand uit de schipbreukzee
op een dag de helle oever bereikt
en opnieuw de verzekerde pas beveelt
langs de open en rechtere wegen.
Dan zal misschien de zang worden verstaan
die opsteeg en met veel leed
uit het hart zelf van die nacht ontsprong.

Vertaling: Fa Claes

7-10-07

Jorge Leónidas Escudero

Escudero Jorge Leónidas Escudero werd in 1920 in San Juan (Argentinië) geboren. Zijn landbouwstudies gaf hij op om mijnbouw te gaan studeren. Gedurende jaren zocht hij naar goud en edele metalen in de bergen van zijn provincie. Hij begon pas vanaf zijn vijftigste te publiceren. Zijn gedichten gaf hij uit in dagbladen en tijdschriften. Vrij gauw werden zijn gedichten bekroond met verschillende prijzen en in heel wat bloemlezingen opgenomen. Een bloemlezing uit zijn eigen werk verscheen in 1990 in Mexico, samengesteld door de bekende dichter, hoogleraar aan de universiteit van Guanajuato, Benjamín Valdivia. Hij componeerde ook folkloristische liederen.

Van hem verschenen de verzenbundels: La raíz en la roca (eigen beheer, San Juan, 1970), Le dije y me dijo (Spae, San Juan, 1978), Piedra sensible (eigen beheer, San Juan, 1984), Los grandes jugadores (eigen beheer, San Juan, 1987), Basamento cristalino (Filofalsía, Buenos Aires, 1989), Umbral de salida (RundiNuskin, Buenos Aires, 1990), Elucidario (Fos-Epsilon, Buenos Aires, 1992), Jugado (Fos-Epsilon, Buenos Aires, 1993), Cantos del acechante (Fos-Epsilon, Buenos Aires,1995), Viaje a ir (Fos-Epsilon, Buenos Aires, 1996), Caballazo a la sombra (Tierra Firme, Buenos Aires, 1998), Aguaiten (Canto Rodado, Mendoza, 2000), Senderear (Martín, San Juan, 2001), Endeveras (2004). (Fa Claes)


MENSELIJKE RESTEN

Hier hebben ze liefgehad, hier, in de diepte van deze vallei.

De Sinanthropus Calingastensis,
hij die zich met een stok tegen de vergetelheid verzette.
Hier zijn middenvoet, een enkele tand,
schedeldak kurk met onfortuinlijke ziel.

Hier ligt het rudiment van zijn hoop
in handen van de krekels,
de puzzel van zijn schaduw nutteloos gespeeld.

Hij liet zijn vrienden achter bij gitaren en kaarten
en ging langs smalle straatjes achter het geluk aan
vaag in de verte te zien toen
een mammoet zijn klauw op hem lei.

Van zijn leven bleven meer dan rozen op herfstige
stenen gegrift en in de wind een tikkeltje
schrik,
snuifjes grootspraak in de bron
en in de vijgenboom twee verstrengelde namen
die niemand kan lezen.


RESTOS HUMANOS

Aquí han amado, aquí, en el fondo de este valle.

El Sinanthropus Calingastensis,
el que se defendía del olvido con un palo.
Aquí su metatarso, un solo diente,
calota corcho de alma desgraciada.

Aquí está el rudimento de su espera
en manos de los grillos,
el rompecabezas de su sombra jugado inútilmente.

Dejaba sus amigos en guitarras y cartas,
y andaba callejones pos la dicha
entrever lejos cuando
un mamut le puso la pata.

De su vida quedaron más que rosas grabadas
en piedras otoñales y una pizca en el viento
de susto,
pulgaradas de chamuyo en la fuente
y en la higuera dos nombres enlazados
que nadie puede leer.

(Uit: Le dije y me dijo, 1978)


GEK VAN LIEFDE

Hij vestigde een paar lange gedichten,
grijs en overdreven,
een fantasmagorische manier
die in zijn geschriften belandde.

Dadelijk zei hij haar dat hij haar liefhad
en zij maakte zich uit de voeten, ver,
tot ze in rook oploste.

Alles is gezegd;
maar er ontbreekt het motief van een gitaar
die de man met zeker gemak hanteerde
niet ontdaan van een zenuwtrek in zijn schouder
alsof hij zei: het leven?

Ik heb behoorlijk mijn geheugen verloren,
maar de viool paste in zijn handen
gelijk een golf muziek.
Hij slurpte schepjes sterren
en braakte blauw.

Hij kwam in geestelijke stroomversnellingen terecht.
Op alle manieren gehandicapt
dreef hij stroomafwaarts met geheven riemen
in een leren boot van zichzelf.

Hij zong van heel ver weg:
Ik ben het weduwnaartje van alle vrouwen,
ik wil trouwen maar vind niet met wie.

En de meisjes
die vanaf de oever hem voorbij zagen varen
antwoordden voor de grap:
als je zo mooi bent en de ware niet vindt,
hier zijn er honderd, kies wie je zint.


LOQUITO DE AMOR

Establecía unos poemas largos,
grises y desmedidos,
una fantasmagórica manera
que le venía dada en la escritura.

En seguida le dijo que la amaba,
y ella entre ambos mucha tierra puso
hasta desvanecerse en humo.

Está dicho todo;
pero falta el motivo de una guitarra
que manejaba el hombre con cierta soltura
no exenta de un tic en el hombro
como diciendo ¿la vida?

He perdido bastante la memoria,
mas la viola cabía entre sus manos
como una olla de música.
Sorbía cucharaditas de estrellas
y regurgitaba azul.

Cayó en los rápidos mentales.
Imposibilitado de todo,
en un bote de cuero de sí mismo
derivó río abajo con los remos levantados.

Cantaba lejanísimo:
Yo soy el viudito de todas las mujeres,
me quiero casar y no hallo con quién.

Y las muchachas,
que lo veían pasar desde la orilla,
le contestaban por chiste:
Si siendo tan guapo no encuentras con quién,
elige a tu gusto que aquí tienes cien.

(Uit: Le dije y me dijo, 1978)


ZIJ

Gezeten koude nacht naakte boom
op hoge takken onder maanas
hurken ze neer.
Hebben kop gestoken onder vleugel,
andere tsjilpen,
ze bewegen haastig om mij plaats te maken
maar ik heb nog geen etherische
vederdos bereikt.

Zij kwamen uit de bar,
bevrijdden zich van de restanten van de tijd,
vielen in onbruik.

Nu bewonen ze de nacht.
Gezeten op hun tak op de boom schuiven ze op
om mij plaats te geven.
ik ben weg ik ben weg ik ben weg,
denk niet dat ik hier ga blijven,
blijf rustig zitten,
ik betaal de rekening en ben bij u.


ELLOS

Sentados fría noche árbol desnudo
en altas ramas bajo lunar ceniza
se acurrucan.
Han metido cabeza bajo el ala,
otros pían,
se mueven prestamente haciéndome lugar
pero yo todavía no alcanzo
plumaje etéreo.

Ellos salieron del bar,
se soltaron de las barbas del tiempo,
cayeron en desuso.

Ahora habitan la noche.
Aperchados en el árbol se corren
dándome espacio.
Ya voy ya voy ya voy,
no crean que voy a quedarme aquí,
esperen tranquilos,
pago la cuenta y estoy con ustedes.

(Uit: Le dije y me dijo, 1978)


19

Dit was een meneer die naar het casino ging
voor een whisky of twee, om naar vrouwen te kijken,
spelen nooit, zei hij;
maar bij wijze van grap komt het ervan,
hij zette een fiche op de vijf en die kwam uit
jammer genoeg.

Van hieraf aan is het de geschiedenis van altijd.
Zelfs was de ontgoocheling zo rijkelijk
dat op een fatale nacht
het nummertje hem talloze keren in de steek liet.

Dan is hij opgebruikt de straat opgegaan,
stuurs van plechtstatigheid,
en terwijl hij naar het park gaat kiest hij een boom,
geeft de voorkeur aan ik weet niet welke tak en sterft.

Het is zeker dat de boom zich ontdeed van een traan;
maar ginder in het casino, toen ze het vernamen,
daar heeft geen blad bewogen, bij niemand.


19

Este era un señor que fue al casino
por un whisky o dos, mirar mujeres,
jugar nunca, expresó;
pero a modo de broma ya está,
puso una ficha al 5 y se le dio
desgraciadamente.

De ahí para adelante es la historia de siempre.
Hasta abunda tanto el desengaño
que una noche fatal
el numerito aquel se le negó muchísimas veces.

Entonces ha salido apurado a la calle,
seco de solemnidad,
y dirigiéndose al parque elige un árbol,
prefiere no sé qué rama y fallece.

Sin duda que al árbol se le desprendió una lágrima;
pero allá en el casino, cuando se enteraron,
a nadie se le movió una hoja.

(Uit: Los grandes jugadores, 1987)


HET GROTE HUIS

Allen zijn vormelijke mensen in dit huis,
allen zijn vreedzame mensen en zo in slaap
ontvangen ze hun bezoekers.

Allen hebben handen met handschoenen
van louter bot, en besmeerd haar;
allen met holle blik
en een verzonken mond.

Hier staat in vergeten vazen
de verleptheid van bloemen in memoriam,
vale en vergane geuren
in de schemer van de gangen.

De cipressen wandelen straatjes
al snikkend op weg naar boven,
raken het blauw en beven onbeslist
zonder vraag te beantwoorden.

En foto’s van de mensen in oude mode;
en namen in het brons tevergeefs;
elke vrouw stilzwijgend op haar kastplank
en elke man ontdaan van bitterheid.

Want hoewel elke deur een uitgangsdeur is
wie binnenkomt gaat niet terug weg
maar hij blijft bij wijze van zaad
wie weet van wat voor verdrietigheden.


LA CASA GRANDE

Toda es gente formal en esta casa,
toda es gente de paz y así dormida
recibe sus visitas.

Todos tienen las manos enguantadas
con hueso puro, y cabellera untada;
todos con la mirada cavernosa
y la boca sumida.

Aquí está en olvidados floreritos
la marchitez de flores in memoriam,
olores desvahídos y podridos
en la penumbra de los corredores.

Los cipreses caminan callejones
yéndose para arriba entre sollozos,
tocan azul y tiemblan indecisos
sin contestar pregunta.

Y fotos de la gente en viejas modas;
y nombres en el bronce vanamente;
cada mujer callada en su anaquel
y cada hombre exento de amargura.

Que aunque esta puerta es puerta de salida
uno no se retira cuando entra
sino que queda a modo de semilla
vaya a saber de qué desolaciones.

(Uit: Umbral de salida, 1990)


MOGELIJK GRAFSCHRIFT

Dat het leven zijn hand losliet
en dat hij viel in wat niemand zag.
Dat de nacht hem ontving, onverschillig.
Dat zijn vrienden die hem stonden aan te kijken
het hoofd schudden en zeiden het is zover,
zo is de wet.

Wie zich afbeulde om het ondoorgrondelijke te zoeken
ging ginder met kaarsen belicht binnen
met zijn armen gekruist en ingepast
in glanzend hout. De wereld
draaide voort zoals de tango zegt.

En wat deed hij in zijn leven? Hij deed wat hij kon
maar stierf onbekend,
hij stierf in het donker terwijl hij twee stenen liet ketsen
om licht te maken.

Vandaag verdient hij de gedachtenis van enkele heel weinigen,
van hen die verstaan dat zijn taak bestond
in een halsstarrige oefening om te Zien.


POSIBLE EPITAFIO

Que la vida le soltó la mano
y cayó en lo que nadie ha visto.
Que la noche lo recibió indiferente.
Que los amigos mirándose unos a otros
menearon la cabeza diciendo ya está,
la ley es así.

Quien se mortificaba en buscar lo oculto
entró a allá iluminado con velas,
de brazos cruzados y encajado
en madera lustrada. El mundo
siguió andando como dice el tango.

¿Y en vida qué hizo? Hizo lo que pudo
pero murió oscuro,
murió en oscuro mientras golpeaba dos piedras
para sacar luz.

Hoy merece el recuerdo de algunos poquísimos
los que entienden que el suyo
fue un empecinado ejercicio para Ver.

(Uit: Endeveras, 2004)


LAATSTE  WEDDENSCHAP

Gaat u uit de weg, laat u me door,
ik kom van te hebben bestaan en ik weet het al
ik ga naar de bleke toestanden. Ik verdien
rust maar eerst
wil ik naar achter de horizont kijken
om me hier niet altijd als droge boom te zien
waar niets anders meer is dan praten.

Wendt u het niet af, zegt u niet dat er goede geneesmiddelen bestaan,
staat u me toe dat ik op de drempel ga zitten
om de laatste mensen te zien langslopen. De vogels
zijn hun kop onder hun vleugel aan het steken.

Stuurt u iemand om brood te kopen,
ik zeg niet van hier maar van morgen
want mijn laatste honger
is van de soort die ik nog niet heb gezien.


ÚLTIMA APUESTA

Apártense, déjenme pasar,
vengo de estar existiendo y ya lo sé
voy a las palideces. Merezco
descanso pero antes
quiero mirar a atrás del horizonte
para no verme siempre aquí como árbol seco
donde no hay más que hablar.

No atajen, no digan que hay medicina buena,
dejen que me siente en el umbral
a ver pasar la última gente. Los pájaros
están escondiendo la cabeza bajo el ala.

Manden a alguien a comprar pan,
no digo de aquí sino de mañana
porque mi hambre última
es de lo que aún no he visto.

(Uit: Senderear, 2001)


ACHTER DE SLEUTEL

Wie is er? Wie daar?
Zeg me wie het is en vanwaar hij komt en waarheen hij gaat
degene die voor mijn deur voorbijkomt om
gelukkig te zijn of om onafzienbaar
te lopen tussen hen die niets bereiken.

Ik vraag en dring aan omdat deze man met zijn
tong uit zijn mond loopt van vermoeidheid en dorst
en zo loop ik oog in oog met luchtspiegelingen. Wij zoeken
datgene wat nooit of nooit, maar.

Dat is waarom wij op de manier van
de kolibrie naar de bloemen gaan terwijl
de katten op de loer liggen. Ik lieg,
het gaat niet om bloemen of katten
maar om het testen van stenen, zien of niet een ervan
de steen der wijzen is geëigend om
de wereld te veranderen.
En het is beter niet méér te zeggen want we zijn
met ons hoofd tegen deuren van de horizont
aan het slaan en het botst weer, keer op keer,
zonder dat we de sleutel te pakken kunnen krijgen.


TRAS LA LLAVE

¿Quién va? ¿Quién anda?
Díganme quién es y de dónde va a dónde
ese que ante mi puerta pasa a
ser feliz o a inmensamente
andar entre los que no aciertan una.

Pregunto e insisto porque anda ese hombre
con la lengua afuera por cansancio y sed
y yo corro igual ante espejismos. Buscamos
lo que jamás de los jamases, pero.

Esto es porque andamos
de modo picaflor en flores mientras
los gatos acechan. Miento,
no se trata de flores ni de gatos
sino de tantear piedras, ver si alguna
es la filosofal de toque para
cambiar nuestro mundo.
Y es mejor no decir más porque estamos
golpeando puertas del horizonte
con la cabeza y nos rebota, pelota,
sin que podamos agarrar la llave.

© Jorge Leónidas Escudero
© vertaling Fa Claes

11-6-07

Hanneke Eggels

Bij het maken van een kind

Een goochelaar scrabbelt
geleerde woorden,
deelt cellen
door cijfers,
kweekt formules
van liefde
tot een berekend wonder.

Onze Lieve Vrouw en Isis,
befaamde moedergod Osiris,
welk kraambed baarde
deze glanzende kiemcel
op sterk water, gemanipuleerd
door pincet en pipet?

Nooit voel je in mijn kruik
het binnenmeer klotsen,
hart tegen hart.
Nooit zie jij de wei van
mijn buik uit je duik van bloed,
jij, vrucht van verstand.

Nooit hoor je het gitaarspel,
de uil die in de olmen zat.
Een stalen stem op de gang,
een pulserende pomp.

Koekoekskind,
waar blijft jouw hart?


Hanneke Eggels


Bij het maken van een kind werd in opdracht geschreven en voorgedragen bij het thema Bij het kweken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek, ter gelegenheid van de oratie van Prof. Dr. M. Huijer voor de Opzijleerstoel in Biomedisch onderzoek aan de Universiteit van Maastricht in 2003. Isis: Egyptische godin van de natuurkracht, gemalin en zuster van Osiris. Het gedicht is vertaald in het Engels door John Irons, in het Duits door Janet Blanken en in het Portugees door Arie Pos.


At the making of a child

A conjuror scrabbles
learned words,
divides cells by numbers
forms formulas
of love
into a calculated marvel.

The Holy Virgin and Isis,
celebrated mother god Osiris,
what childbed bore
this gleaming germ cell
in aqua fortis, manipulated
by tweezers and pipette?

Never will you feel in my jar
the plashing of the inner sea,
heart against heart.
Never will you see the meadow of
my belly from your plunge of blood,
you, fruit of reason.

Never will you hear the guitar playing,
the owl that sat in the elm trees.
A steely voice in the corridor
a pulsating pump.

Cuckoo child,
where is your heart?


Bei der Erzeugung eines Kindes

Ein Zauberkünstler spielt
mit gelehrten Worten Scrabble,
teilt Zellen
durch Ziffern,
zieht Formeln
der Liebe
zu einem kalkulierten Wunder heran.

Gemahlin und Schwester Isis,
berühmte Muttergöttin, Osiris,
welches Wochenbett gebar
diese glänzende Keimzelle
in Formalin konserviert,
von der Pinzette und Pipette manipuliert?

Nimmer spürst du in meinem Krug
den Binnensee kabbeln,
Herz an Herz.
Nimmer erblickst du bei deiner Ankunft
die Weide meines Bauches,
du, Verstandesfrucht.

Nimmer vernimmst du das Gitarrenspiel,
die Eule, die in den Ulmen saß.
Eine Stimme aus Stahl auf dem Gang,
eine pulsierende Pumpe.

Kuckuckskind,
wo bleibt dein Herz?


Ao fazer um filho

Um prestidigitador joga scrabble
com palavras doutas,
divide células por algarismos,
transforma fórmulas
de amor
num milagre calculado.

Nossa Senhora e Isis,
famoso deus das mães Osiris,
qual o leito de parto que pariu
esta luminosa célula germinativa
em água-forte, manipulada
por pinça e pipeta?

Nunca ouves, no meu bojo,
o marulhar do lago interior,
coração contra coração.
Nunca vês o prado do
meu ventre do teu mergulho de sangue,
tu, fruto da razão.

Nunca ouves o som da guitarra,
o grito que o gato deu.
A voz de aço no corredor,
uma bomba a pulsar.

Cria de cuco,
onde fica o teu coração?


Hanneke Eggels
Vertalingen: John Irons (Engels), Janet Blanken (Duits) en Arie Pos (Portugees)

10-6-07

P.C. Evans

Evans_2P.C. Evans (1965) werd geboren in Wales, maar woont en werkt sinds 1990 in Amsterdam. Hij is dichter, vertaler en redacteur van het Engelstalige, in Nederland verschijnende literaire tijdschrift The Amsterdam Review. In 2001 debuteerde hij met de bundel The Unreal City bij uitgeverij Headland. Hij is initiatiefnemer van de bloemlezing In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales, die in 2001 door Wagner & Van Santen werd gepubliceerd en waaruit onderstaande gedichten, vertaald door J. Eijkelboom, zijn gekozen. (Kees Klok)


Ik ken je huis niet
Ik dacht daar misschien naar toe te gaan
Ligt het tussen bos en berg?
Je stem over de telefoon echoot op afstand

Speel je nog voor ontspanning
Op die oude trommel?
Je handen zijn zo onhandig en zwaar
Je bent net zo mannelijk als ik
’t is een wonder dat we ooit de liefde bedreven

Herinner je je de nacht
Dat we kampeerden bij het meer?
Toen alle wilde konijnen stervende waren
Traag in het licht aan de waterkant
En de hond die probeerde ze op te jagen


I don’t know your house
I thought perhaps I’d go there
Does it lie between forest and mountain?
Your voice on the telephone distantly echoes

Do you play to relax
That old skin drum?
Your hands are so awkward and heavy
You’re just as masculine as I
It’s a wonder we ever made love

Do you remember the night
We camped by the lake?
When all the wild rabbits were dying
Slow in the light on the side of the water
And the dog trying to run them down


      Het IJ

Een adelaarsnest van rood licht
Als een baard van vuur
Over het water waaiend
Een boot aftekenend

Ontvouwt het gedicht zich
Onder mijn ogen
Op een heldere avond
Langs de rivier het IJ

Als een scène uit ‘Cathay’
Van gestileerde bomen
Onaangeraakt door de bries
Die ik voel vanaf de oever

Een fragiele tuin
Op geborduurd doek
Ik probeer me het bijzondere
Detail te herinneren

Hoe in het donker de boten
Bewegen, als ongrijpbare woorden
Het ene rode licht
Dat opflikkert in een pakhuis

Maar aarzelend herinner ik mij
Alleen gedeeltelijk detail
Ik zou deze rivier zo’n
Honderd keer uit kunnen schilderen


      River IJ

A horst of red light
Like a beard of fire
Blowing over the water
Silhouetting a boat

The poem unfolds
Under my eyes
On a clear night
Along the River IJ

Like a scene from ‘Cathay’
Of stylized trees
Untouched by the breeze
That I feel from the shore

A fragile garden
On embroidered cloth
I try to remember
The particular detail

How in darkness the boats
Move, like elusive words
The single red light
Blinking out in a warehouse

But wavering I remember
Only partial detail
I could paint this river
A hundred times


      Gebed voor Abercynon

Rennend over het veld met varens
Waar geen paden zijn
Varens hoog boven het hoofd
Blind rennend
Over pollen en keien
Als een hert
Racend hals over kop
De berghelling af
En terechtkomen
Waar het gras zich herneemt
Buiten adem boven
Een droog-stenen muur

En jaren later, als jongemannen, terug
Omhoog klimmen naar First Peak
Vanwaar je langs het dal
Kunt zien
Hoe de rivier verdwijnt
Voorbij de kleine ronde keien
Die een oever van straatkeien vonden
In de hoek van de rivier
Onder de ogen van de afvalbergen kool
Die zich richten op de zee,
De pijl van de glinsterende rivier
Gespannen getrokken uit de pijlkoker
Van de Baai van Cardiff
Een afgeschoten.

Ik dacht alleen aan land zonder afscheiding
Geen systeem van eigendom en heggen
Ver van de linten van patchwork-terrassen
Die het dal zo te schande zetten
Dat ik nauwelijks kon toegeven
Dat ik ertoe behoorde

Maar nu met Holland als een ketting om mijn nek
Dat weelderig land te
Welig voor het zaad
Met zijn duizelingwekkende behoefte
Aan comfort en zekerheid

Kijk ik terug naar het land
Waar atrofie staart uit het gelaat van elk mens
Hun levens op de verscheurde straten
Van grijze steen en lei
Tussen bouwvallige kerken, kroegen en Werklieden-clubs
Slechts verlicht door de weerkaatsing
Van hun technologische
Recreatie

En hoewel iedere generatie
Terugsterft
Als afvalvlees
In de donkere grond
Waar de zaden verstrooid raken
Of de nieuwe scheuten verschrompelen
Komt dat alleen door gebrek aan geloof
Geloof dat als water valt
Op de slapende grond
Water onbesmet door de leugens
Van de munt en het kruis
En het gevoel van mislukking

En al waaien de winden gemeen op de berghellingen
En op de huizen beneden
Waar de dorpelingen schuilen
Laat hun levens vlammen
Met een simpele trots
Dat de rivier opnieuw
Leven mag brengen
Want dit is geen dode grond
Dit is braakliggende grond


      Prayer For Abercynon

Running the field of fern
Where there are no paths
Ferns high above the head
Running blind
Skipping tussock and rock
Like a deer
Racing headlong
Down the mountainside
And coming up
Where grass resumes
Breathless above
A dry-stone wall

And years later, as adolescents, climbing
Back up to First peak
From where you can see
Down the valley
How the river disappears
Past the small round rocks
That found a beach of cobbles
In the hook of the river
Under the eyes of the coal tips
That focus to the sea
The shaft of the glimmering river
Drawn from the quiver
Of Cardiff Bay
And fired away

I thought only of land without demarcation
No system of ownership and fences
Far from the ribbons of patchwork terraces
That so shame the valley
I could hardly admit
That I belonged to it

But now with Holland like a chain around my neck
That lush land too
Rank for the seed
With its vertiginous need
for comfort and certainty

I look back to the country
Where atrophy stares from the face of every man
Their lives on the torn streets
Of grey stone and slate
Amongst dilapidated churches, pubs and Workman’s halls
Are lit only by the reflection
Of their technological
Recreation

And though each generation
Dies back
As waste flesh
Into the dark ground
Where the seeds scatter
Or the new shoots wither
It is for want of belief only
Belief like water falling
On the sleeping ground
Water untainted by the lies
Of the coin and the cross
And the sense of failure

And though the winds blow vile on the mountainsides
And on the houses below
Where the villagers shelter
Let their lives flame
With s simple pride
That the river may once again
Bring life
For this is not dead ground
This is fallow ground


P.C. Evans
Vertaling: J. Eijkelboom

20-9-06

Menna Elfyn

Menna Elfyn Dichteres en toneelschrijfster Menna Elfyn werd in 1951 geboren in de Swansea Valley in het zuiden van Wales. Zij publiceert in het Welsh en het Engels, hoewel zij het Welsh als haar eerste taal beschouwt. Bij Bloodaxe kwamen ook enkele tweetalige bundels van haar uit en een omvangrijke bloemlezing van dichters uit Wales die zij samenstelde met John Rowlands. Zij vertaalt vanuit het Welsh naar het Engels en levert aldoende een belangrijke bijdrage in het toegankelijk maken van poëzie uit Wales. De onderstaande gedichten werden in 2001 gepubliceerd in de bloemlezing In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales, een uitgave van Wagner & Van Santen, die wij danken voor de toestemming tot herpublicatie. De vertalingen, door Ko Kooman, kwamen tot stand op basis van een Engelse tussenvertaling. (Kees Klok)


              SAFFIER

                  in memoriam de dichter, journalist
                  en acteur Richard de Zoysa,
                  in 1990 in Sri Lanka vermoord

De mooie toekomst van het land
zit in zijn diamanten, zeggen ze.
Ochtend, en ze slepen me mee
naar de etalage van de juwelier.
Ik staar ernaar door het glas.
'Je kunt in jouw land voor een prik
een saffier krijgen,' zeiden ze.
'Je zou er gezond van blijven,'
zegt iemand
en wendt zich af van hun broederschap
en de heethoofdstenen.
'Wat dacht je van een maansteen
die zijn kleur krijgt van het licht?'

Nachten later, kijkend naar de maan,
denk ik weer aan Colombo’s juwelen
zoals ze flirtten met mijn ogen,
fonkelend op kruisjes aan de halzen van de rijken.
Ik voel ze nog in mijn handen:
oog van de kaars, dan in een oogwenk
bloed aan mijn handen,
een moment, een ademteug beschuldigt mij
terwijl het eb wordt onder de verhulde maan
die haar sluier trekt over de wereld.
Maar is de allermooiste saffier niet
de leidsteen der waarheid?

Vannacht rijst de wilde maan
tot zijn hoogste punt
in zijn warme oven,
en smelt de ijsvlinders van de nacht.


              SAFFIR

                  er cof am Richard de Zoysa
                  a laddwyd gan wyr anhysbys
                  yn Sri Lanca 1990

Mae dyfodol disglair i'r wlad
meddir, yn ei deimwntau;
minnau, un bore, gerfydd fy ngwirfodd
a'm dwyn i le 'n ffenestru gemau;
a thu ôl i wydr, eu gweled.
'Cewch saffir am getyn pris
y tir mawr', meddent.
'Fe'ch ceidw yn iach drwy’ch oes'
oedd sylw arall wrth i mi
droi oddi wrth y gyfeillach a phob gem
yn rhythu arnaf yn anghenus.
'Beth am garreg o'r lleuad –
ei liw a enir yn ôl naws y golau?'

Nosweitiau wedyn, wrth wylio'r lloer –
mae gemau Colombo yn dal
i roi pryfóc o flaen fy llygaid.
Gleiniau sy'n groesau ar yddfau'r goludog
a chofiaf eu dal yn dynn yn fy nghledrau:
yn gannwyll llygad, un funud,
yna'n waed ar fy nwylo.
Ac yna, anadl yn dadlau a mi ydoedd
am lanw a thrai. Am fwgwd y lleuad
a'i hamdo drosti.
Ac onid y saffir geinaf
yw tynfaen y gwirionedd?

Heno, mae'r lleuad wyllt
yn codi'n llawn
yn ei phopty cynnes
gan ddadmer gloynnod iâ'r nos.


©Menna Elfyn
©vertaling Ko Kooman

Menna Elfyn

              BARST

                  In het kamp werd verteld dat een SS-er
                  de buik van een gevangene had opengesneden
                  en met zand had gevuld - JEAN AMERY

Het was de schuld van God,
die had ons fantasie gegeven.
Dus op een dag, puur uit verveling,

trokken we strootjes, streken
lucifer na lucifer af, en ik won.
'Daar heb je 't lef niet voor,' riepen ze.

Maar ik vertrok geen spier,
en pakte onversaagd het mes.
Met één jaap moest het lukken

en kijk, daar glibberden zijn darmen al naar buiten,
een stinkende Rode zee.
Nu moest ik alleen nog

zijn pens met zand opvullen.
't Was lachen, gieren, brullen.
Hij gaf geen kik. Met gesloten ogen

prevelde hij een gebed.
Best eng, toch wel. Dus keek ik even
of ik zijn ziel eruit zag springen.

Geen woord gelogen, en geen schaamte.
De sterkste wint. je moest eens weten
hoe simpel het is één snee in vlees te maken;
alsofje een nootje pelt.


              RHWYG

                  There was a conversation in the camp about
                  an SS man who had slit open a prisoner's belly and
                  filled it with sand - JEAN AMERY

Ar Dduw 'roedd y bai
am roi i ni ddychyrnyg.
Felly, un dydd i ladd amser

dyma fwrw coelbren
fflach ar fflach a fi enillodd.
'Gwan dy gylla,' medde'r gweddill.

Ond dyma fwrw ati o ddifri;
codi plwc, a gyda thwca
mewn law, un agen oedd eisie.

A dyma'i berfedd yn llysnafu.
Mór Coch ohono’n drewi
a doedd dirn amdani

ond rhofio gro mân i'w lenwi.
Banllefau o chwerthin erbyn hyn.
Wedodd e'r un gair. Cau llygaid

a rhyw fwmial gweddi.
Sb?ci wir. Sbïes i wedyn
rhag ofn i'w enaid lamu.

Heb gelwydd. 'Sdim c’wilydd.
Trecha treisied. A synnech chi
fel y gall un cnawd-agen,
fel mor rhwydd â thorri cneuen.


©Menna Elfyn
©vertaling Ko Kooman

Menna Elfyn

              NONNENKLOOSTER

't Komt op hetzelfde neer, een nonnenklooster en een gevangenis.
De non in haar cel en die tijdelijke maagden, in hun eigen armen gehuld.
Je houdt ze niet uit elkaar. Het heeft geen zin je vingers te tellen in

een wereld die zo tijdloos is. Elk kent het verdriet van de ander,
heeft in de kuil de ratten bevochten,
smart de grond van haar dagen,

liefde schuin aan de muur, een kruis tussen twee moordenaars,
slechts een cel tussen hen en hun kleine kwetsuur,
hun diepe zuchten, af en toe. Wat voor een Vader

liet hem alleen op deze godverlaten plek, de spitsboogdeur
de enige verlevendiging? Vroeg hij om borgtocht,
om uitstel, riep hij om genade?

Wij zijn kluizenaars. Na het avondmaal
verzinken wij in contemplatie. Wij vormen vleesloze
bundels. Of we willen of niet, wij zijn geestelijk

en dragen onze kruisjes onder ons kussens,
hardnekkig verstervend, wachtend op vleugels.


              CWFAINT

Mae cwfaint a charchar yn un. Lleian mewn lloc
a morynion gwynion dros dro'n magu dwylo,
eu didoli nis gallwn. Diystyr cyfri bysedd mewn byd

mor ddiamser. Fe wyr un beth yw trybini y llall,
bu yn ei bydew yn ymrafael â'r llygod ffyrnig,
dioddefaint yn sail i’w dyddiau.

Mae cariad ar oledd y mur, Croes rhwng troseddwyr
a gafodd. Cell rhynddynt a'u manion croesau,
yn llawn seibiannau mawr. Pa Dad

a'i adawodd mewn lle mor anial, llygad ychen drws
ei unig wrthdrawiad? A holodd hwy am fechnïaeth –
am brynu amser? Galw arno am drugaredd?

Lleianod cadwedig ydym yma. Wedi'r swpera
awn yn ôl i fyd ein myfyr. Yr un a wna rai'n sypynnau
heb gnawd. Yma, ni yw'r ysbrydol anwirfoddol,

yn dal y groes a'r troseddwyr rhwng ein gobennydd,
yn gyndyn mewn aberth, yn dyheu am adenydd.


©Menna Elfyn
©vertaling Ko Kooman

15-1-06

Salvador Espriu

Salvador EspriuSalvador Espriu (1913-1985) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters die Catalonië in de 20e eeuw voortbracht. Hij kwam ter wereld in een bemiddelde familie en studeerde rechten en geschiedenis aan de universiteit van Barcelona. De inhoud van zijn werk wordt sterk bepaald door de afloop van de Spaanse burgeroorlog, die in Catalonië leidde tot jarenlange onderdrukking van de eigen cultuur. Daarnaast zijn er invloeden te bespeuren uit de Griekse mythologie, de cultuur van het Oude Egypte en de Joodse mystieke traditie. Espriu begon zijn literaire carrière als romancier, maar publiceerde na de burgeroorlog nog uitsluitend poëzie, die aanvankelijk clandestien verscheen. (Kees Klok)


            Proeve van kantiek in de tempel

O, wat ben ik het zat,
dit laffe, oude en zo wilde land,
en hoe gaarne zou ik het verlaten,
naar het noorden toe,
waar de mensen, naar men zegt,
net en nobel zijn, geleerd en rijk en vrij,
bewust, gelukkig.
Dan zouden - in vergadering - mijn broers
afkeurend zeggen:
'Als de vogel die het nest verlaat
is hij die weggaat van zijn plaats,'
terwijl ik al ver weg zou zijn, en malen zou
om wet en oude wijsheid
van dit dorre volk van mij.
Maar nooit zal ik mijn droom vervullen,
ik blijf hier tot de dood.
Want ik ben laf en wild als zij,
en bovendien: ik houd met hopeloze pijn
van dit, mijn arm, onzuiver,
droevig, ongelukkig vaderland.


            Assaig de càntic en el temple

Oh, que cansat estic de la meva
covarda, vella, tan salvatge terra,
i com m'agradaria d'allunyar-me'n,
nord enllà,
on diuen que la gent és neta
i noble, culta, rica, lliure,
desvetllada i feliç!
Aleshores, a la congregació, els germans dirien
desaprovant: "Com l'ocell que deixa el niu,
aixi l'home que se'n va del seu indret,"
mentre jo, ja ben lluny, em riuria
de la llei i de l'antiga saviesa
d'aquest àrid poble.
Pèro no he de seguir mai el meu somni
i em quedaré aquí fins a la mort.
Car sóc també molt covard i salvatge
i estimo a més amb un
desesperat dolor
aquesta meva pobra,
bruta, trista, dissortada, pàtria.


Vertaling © Jan Deloof
Eerder gepubliceerd in Kruispunt 185 (2001)

Salvador Espriu

            De stierenhuid XLVI

Soms is het nodig, onvermijdelijk,
dat een man sterft voor een volk,
maar nooit moet heel het volk
sterven voor een enkele man:
onthoud dat goed, Sepharad.
Bescherm de bruggen van de dialoog
en poog de redenen en talen
van uw zonen te begrijpen en te koesteren.
Laat de regen langzaam vallen op het zaad
en de lucht zijn als een uitgestoken hand,
zacht en heilzaam op de wijde velden.
Eeuwig leve Sepharad
in orde en in rust, in arbeid
en de moeilijke, verdiende
vrijheid.


            La pell de brau XLVI

A vegades és necessari i forçós
que un home mori per un poble,
però mai no ha de morir tot un poble
per un home sol:
recorda sempre això, Sepharad.
Fes que siguin segurs els ponts del diàleg
i mira de comprendre i estimar
les raons i les parles diverses dels teus fills.
Que la pluja caigui a poc a poc en els sembrats
i l'aire passi com una estesa mà
suau i molt benigna damunt els amples camps.
Que Sepharad visqui eternament
en l'ordre i en la pau, en el treball,
en la difícil i merescuda
llibertat.


Vertaling © Jan Deloof
Eerder gepubliceerd in Kruispunt 185 (2001)

7-9-05

Anéstis Evangélou

Anestis Evangelou Anéstis Evangélou, pseudoniem voor Anéstis Papadópoulos, werd in 1937 geboren in Thessaloniki, waar hij in 1994 overleed. Hij studeerde rechten aan de Aristoteles Universiteit van Thessaloniki. Van 1960 tot 1991 was hij werkzaam bij de douane in de haven van Thessaloniki. Naast acht gedichtenbundels en een bundel korte verhalen publiceerde hij kort voor zijn dood een standaardwerk over moderne Griekse poëzie onder de titel 'De tweede generatie naoorlogse dichters (1950-1970). Poëziepamflet publiceert twee van zijn gedichten, vertaald door Kirsti de Hek.


Hier

Hier waar ik mij nu bevind, op deze
modderige wegen waarover wij voortgaan,
almaar voortgaan, op de tast door kuilen,
blind in de duisternis en de dichte mist,
tot onze knieën wegzinkend in de dikke modder -
hier waar ik mij bevind spreek ik jullie toe
ik, de verlatene, net zo armzalig als jullie,
naakt in het vuile water spreek ik jullie toe
hier waar ik mij nu bevind, hier
waar de kraaien mijn lichaam en mijn ziel opeisen.

Uit: Verslag van een balling (eerder gepubliceerd in Kruispunt #179, Brugge 1999)
Copyright Nederlandse vertaling © Kirsti de Hek

Anéstis Evangélou

Onbegaanbaar

               Voor Yorgos Arayis

Deze weg is verzakt.

Dat komt doordat hij vanaf het begin
slordig was aangelegd
dat komt doordat de opzichters sjoemelden
en de werklieden
waardeloos materiaal gebruikten
de stommelingen

en dan kwam de regen er ook nog eens bij
met bakken uit de hemel
en de weg verzakte
en zonk weg
en werd een en al diepe scheuren
als wonden
als een kreet van protest naar de sterren.

Deze weg is verzakt.
Net als mijn leven.

Uit: Verslag van een balling (eerder gepubliceerd in Kruispunt #179, Brugge 1999)
Copyright Nederlandse vertaling © Kirsti de Hek

20-8-05

Carrie Etter

De dochters van Prospero

Wanneer stormen een huis een boot laten slingeren op het water,
En Gonzalo me onderzoekend opneemt, zegt dat ik rijp ben

Voor het gekkenhuis en praatziek benedendeks verdwijnt,
Weet ik dat dit niet het oceanisch gevoel is

Waar Freud over schreef, dit aanhoudende beeld van een kind
Dat papieren bootje na bootje in een beek te water laat,

Hoewel ze telkens ondergaan in een kleine stroomversnelling even verderop.
Dat papieren bootje na bootje in een beek te water laat,

Omdat ze de eerste beginselen van origami heeft geleerd,
Omdat ze zich in haar vingers heeft gesneden,

Omdat sommige bootjes niet zeewaardig leken,
Omdat een verrassend groot aantal voortglijdt als een zwaan,

Zet het meisje haar bootjes op een fatale koers, en hoewel
Haar hoofd is gebogen, zie ik nog net haar ogen glimmen van plezier.

'The Daughters of Prospero' verscheen voor het eerst in The Times Literary Supplement, 2003
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005