« februari 2008 | Hoofdmenu | april 2008 »

maart 2008

23-3-08

Yuri Pérez

Yuri Perez

Yuri Pérez werd in 1966 in San Bernardo, Chili, geboren. Hij is één van de meest representatieve dichters van zijn generatie. Vooral bekend zijn de bundels Mala yerba, Antología registrada, Cumbia en Ceremonia del Cristo blanco. Teksten van hem verschenen in alle belangrijke tijdschriften en bloemlezingen van Chili. Tweemaal werd zijn werk bekroond met de literatuurprijs van zijn geboortestad. Hem werd de studiebeurs van de Neruda-stichting en de studiebeurs Fondart van het Ministerie van Opvoeding toegekend. (Fa Claes)


VAARWEL  MY  LOVE

De dag waarop ik rot zonder het juiste te hebben gezegd
Bij het licht van mausoleumkleurige kaarsen
Zul je mijn pestkeel komen aanraken
Met de droefenis van een mooie weduwe

Je zult mijn naam in je mond willen oppoetsen
En de eeuwige betovering van de dood ontdekken
In de grafkuil waar de doden elkaar ophitsen
Zul je de nieuwe dikte van mijn bloed proberen te raden

Je zult de graven van je verwanten gaan bekijken
Voor wie ik nooit iets betekende
En van wie ik niet meer wist dan dit.

Je zult me zoeken in het gegons van de vliegen
En moe van dat te proberen zul je onder de mooiste
Rozenstruik van de begraafplaats gaan liggen

Vanuit de grond met de hongerige wormen
Zal ik je het mooiste Russische gedicht lezen
Ik zal slapen
En je zult blij zijn dat je me hebt verloren


ADIÓS  MY  LOVE

El día que me pudra sin haber dicho lo justo
A la luz de velas color mausoleo
Vendrás a tocar mi garganta de peste
Con la tristeza de una viuda hermosa

Querrás pulir mi nombre en tu boca
Y descubrir el eterno embrujo de la muerte
En la fosa donde los muertos se excitan
Intentarás adivinar el nuevo espesor de mi sangre

Irás a contemplar las tumbas de tus parientes
A los que nunca importé
Y de los cuales no supe más que eso

Me buscarás entre el zumbido de las moscas
Y te echarás cansada de intentarlo
Bajo el rosal más bello del cementerio

Desde la tierra de gusanos hambrientos
Leeré para ti el mejor poema ruso
Dormiré
Y te alegrarás de haberme perdido

(Uit Cartas del interno)


DRONKEN  SCHRIJF  IK  SLECHTER

Er ontbreken gedichten - ik praat in mijn eentje -
De genialiteit verstopt zich op ieder ogenblik
Mijn uiterste ervaringen met het woord
Zijn liggende koeien, zonder luzerne of mest

Ik heb in mijn taal doornen van rozen
Overjarige bloedkorsten, infecties
Metaforen geplagieerd van symbolistische dichters
Van wie ik sommige troebele vertalingen meezeul

Zoals Martín Vargas zijn handschoenen aan de haak hing
Na voor de zesde wereldtitel vlieggewichten te hebben gevochten
Moet ik misschien van het slagveld wegvluchten

Ik dacht dat alles zwart of wit was
Maar hier sta ik zonder het ene te zijn of het andere
Op de rand van een volledige mislukking
Die niets te zien heeft met de initiële fantasie


BORRACHO  ESCRIBO  PEOR

Faltan poemas -comento a solas-
La genialidad se oculta a cada instante
Mis experiencias límites con la palabra
Son vacas echadas, sin alfalfa ni estiércol

Tengo en la lengua espinas de rosas
Costras de sangre añeja, infecciones
Metáforas plagiadas a poetas simbolistas
De los cuales cargo ciertas traducciones turbias

Así como Martín Vargas cuelga los guantes
Tras haber disputado el sexto título mundial de los mosca
Quizá deba huir del campo de batalla

Yo pensé que todo era blanco o negro
Pero heme aquí sin ser lo uno ni lo otro
A la altura de un perfecto desastre
Que nada tiene que ver con la fantasía inicial

(Uit Mala Yerba)


DESKTOP  PUBLISHING

Je zangen zijn een eindeloze oude lap, een paar lieve beesten - je weet het,
      Pérez -
De uitgevers zien in jou niet het talent waar je mee te koop loopt als je je
      bedrinkt
Ten hoogste publiceerden ze kleine gedichten van geringe literaire waarde
in universitaire tijdschriften, in vage bloemlezingen
Je bent verdwaald, alleen, gelijk een slechtgezinde en goddeloze oude vrouw

Overgeleverd aan desktop publishing loop je de trappen van de officiële
      gebouwen op en af
Je piepklein braakliggend imperium, je zwakke triomf
Je komt altijd op je vertrekpunt uit, met verlies van verbazing, geërgerd
Je gaat op de pleinen zitten om de lage kont van magere en blonde vrouwen te
      taxeren

Je slechte gedichten zijn het populairst onder je vrienden, arbeiders, bewakers
Zij bewonderen je eigenaardig gratis schrijverswerk, de schoonheid van de
      vriendschap
Dan keer je naar je saaie oefening terug, bitter, koppig
Je ontdekt het oog van de naaktslak die in alle vroegte naar de wasbak
      terugkeert

Altijd waren er betere generaties dan de jouwe - zeg je tegen jezelf - betere
      treffers
In de onzekere wereld van dichter in mineur zit je te klagen als een verdrietig
      kind
Over de taal, de anafoor, de onnauwkeurigheid van het adjectief, de toon, het
      werkwoord
Zonder uitgever, zonder professionele toekomst in de letteren, zonder vrede en
      zonder geld voor de verlichting


AUTOEDICIÓN

Tus cantos son un infinito trapo viejo, unas dulces bestias –lo sabes, Pérez-
Los editores no ven en ti el talento del que presumes cuando te emborrachas
A lo sumo te han publicado en revistas universitarias, en vagas antologías
Pequeños poemas de escaso valor literario
Estás desorientado, solo, como una anciana malhumorada y atea

Entregado a la autoedición, subes y bajas las escaleras de los edificios públicos
Tu diminuto imperio baldío, tu débil victoria
Siempre terminas en el punto de partida, con pérdida de asombro, molesto
Te sientas en las plazas a tasar el hondo culo de mujeres flacas y rubias

Tus malos poemas son los más populares entre tus amigos, obreros, vigilantes
Ellos admiran tu curioso trabajo de escritor al gratis, la belleza de la amistad
Entonces vuelves a tu tedioso ejercicio, amargo, tieso
Descubres el ojo de la babosa que regresa de madrugada al lavamanos

Siempre hubo mejores generaciones que la tuya -te dices- mayores aciertos
En el precario mundo de poeta de tono menor te lamentas, como niño triste
Del lenguaje, de la anáfora, de la imprecisión del adjetivo, del tono, del verbo
Sin editor, sin futuro profesional en las letras, sin paz ni plata para la luz

(Uit Cumbia)


MAGERE  VROUWEN

Je vindt het leuk om de lage kont van de mageren te beloeren
Om in die kruik de vreemde Europese erfenis te ontdekken
Er zit iets ziekelijks in deze derdewereldse fixatie
Een uitputtend werk, aangenaam, poëtisch, verdorven

Een bank wordt overvallen, een motorrijder botst tegen een bakkerswinkel
De verkoopster van chuchufli’s huilt, een bus davert,
De Republiek brandt
Maar jij interesseert je voor het beloeren van de mageren hun kont

In de rij voor de apotheken, bij het trappen klimmen, in de kiosken
Achter de winkelruiten van de lingeriezaken, in de klinieken
In de krottenwijken
verstrekt de kont van de mageren een beetje licht van goedheid aan de
      omgeving

Dan springen de stenen van het ene gebouw naar het andere
De auto’s laten hun stofschoenen stoppen voor de secretariaten
De bedelaars vluchten met hun orthopedische benen
Dan bekrachtig je de geldigheid van de zonde


FLACAS

Te gusta observar el hondo culo de las flacas
Descubrir en esa vasija la extraña herencia europea
Hay algo enfermo en esa fijación tercermundista
Un trabajo agotador, dulce, poético, malvado

Asaltan un banco, choca una motocicleta contra una panadería
Llora la vendedora de cuchuflíes, patea una guagua
Arde la República
Pero a ti te importa observar el culo de las flacas

En la cola de las farmacias, subiendo las escaleras, en los kioscos
Detrás de las vitrinas de las lencerías, en los hospitales
En las barracas
El culo de las flacas otorga al ambiente una pequeña luz de bondad

Entonces las piedras saltan de un edificio a otro
Los automóviles detienen sus zapatos de polvo frente a las comisarías
Los mendigos huyen con sus piernas ortopédicas
Entonces ratificas la vigencia del pecado

(Uit Cumbia)


EERSTE  TUIN

Ik vertrek gelukkig en ontredderd
In jou was ik de slechtste worm uit de rivier
Ik verwedde de ouderloosheid van het hart, koe en bries
Op de fatale vampierzangen in de populieren

Ik ken je naam en het fatale risico van je bloed
Onze kwade zoen spuwde tussen wilde violieren
Geluk en ongeluk
Daarom verheug ik me onder deze schrikbarende storm

Ik ben in jou tot de onoverkomelijke regen van de dolk
Anderen dan ik of betere bloembladen van zieke zoetheid
Zullen je taille verheffen onder gieren en papavers
En zullen hun verse urine achterlaten onder de nissen van je patio.

Alleen ik heb je bemind met onvermoeibare droefheid
De razernij van de rijm op de maan uitgestrooid op het gezicht van de dood
De ton met bloed die de mug meesleept tot aan het graf
Veroordelen mij tot de brandstapel en tot de dodelijke verveling van de
      bruggen

Ik ben de onomkoopbare Yuri Richard, je ruggengraat van as en zout
Kom in dit gedicht als een vinger sneeuw op het water
Kom naar het stof van de tuin, naar het ijs van het dorp
Zoals een dichter binnengaat in de ongenade van de taal


PRIMER  JARDÍN

Me voy feliz y desquiciado
Fui en ti el peor de los gusanos del río
Aposté la orfandad del corazón, vaca y brisa
A los fatales cantos de los vampiros en los álamos

Sé tu nombre y el riesgo fatal de tu sangre
Nuestro beso malo escupió entre alhelíes bárbaros
Dicha y desgracia
Por eso me alegro bajo esta horrorosa tormenta

Estoy en ti hasta la inevitable lluvia del puñal
Otros como yo o mejores pétalos de dulzura enferma
Levantarán tu cintura entre buitres y amapolas
Y dejarán bajo los nichos la orina fresca de tu patio

Sólo yo te he amado con infatigable tristeza
La furia de la escarcha sobre la luna echada en la faz de la muerte
El tonel de sangre que arrastra el mosquito hasta la tumba
Me condenan a la hoguera y al aburrimiento mortal de los puentes

Soy el insobornable Yuri Richard, tu espina de ceniza y sal
Entra en este poema como un dedo de nieve al agua
Ven al polvo del jardín, al hielo del pueblo
Como entra un poeta a la desgracia del lenguaje

(Uit Cumbia)

Yuri Pérez
Vertaling Fa Claes

9-3-08

Jaime Huenún

Jaime Huenún

Jaime Huenún werd in 1967 in Valdivia (Chili) geboren. Hij studeerde Pedagogie aan het Instituto Profesional van Osorno en aan de Universidad de la Frontera in Temuco. Vooral bekend zijn zijn werken Ceremonias, Puerto Trakl en Reducciones. Gedichten van hem verschenen in nationale en internationale tijdschriften, ze werden bij herhaling onderscheiden. In 2005 werd hem de prestigieuze studiebeurs van de John Simon Guggenheim Memorial Foundation in New York toegekend. Gedichten en fragmenten uit zijn werk werden vertaald in het Engels, Italiaans, Catalaans, Portugees en Kroatisch. Voor het ogenblik bereidt hij een bloemlezing van Mapuche poëzie voor. (Fa Claes)


BOEK

Alleen je gezicht kan ik lezen, huenún jaime luis,
lelijk zevenmaands kind, alleen
je helft zoon kan ik lezen,
je helft been en vleesgeworden doodshoofd,
je zwak negatief nummer
gemaakt van gebarsten eeuwigheid en vlees.
Alleen je helft vader, broer
kan ik lezen, degene
die dagelijks uitgaat om een schrale
portie sterren te bemachtigen, pover voedsel
uit woorden die nog niet eens
weten te stamelen.
Alleen kan ik je lezen naast een Ander,
alleen samen met de kapotte gehelen van je moeder,
alleen eenzaam maar nooit alleen,
kwade dief van de blankheid van de Bladzijden.
Alleen kan ik je lezen als ik de letters samenvoeg
van je vlucht van opengebarsten vlieg
onderaan een gedicht van Tu Fu.
Alleen je valse wortel kan ik lezen, huenún
jaime luis, man
of halsstarrig spook of zieke van hoofd,
alleen de helft kan ik lezen
van de lucht die je oud maakt,
de andere helft win je
met het zweet van je ogen
en dat
kent in mijn alfabet geen verklaring.


LIBRO

Sólo puedo leer tu cara, huenún jaime luis,
sietemesino feo, sólo
puedo leer tu mitad hijo,
tu mitad hueso y calavera encarnada,
tu débil número negativo
hecho de cuarteada eternidad y carne.
Sólo puedo leer tu mitad
padre, hermano, aquel
que diariamente sale a conseguir
una mísera ración de estrellas, exiguo alimento
de palabras que no saben todavía ni
siquiera balbucear.
Sólo puedo leerte al lado de Otro,
sólo junto a los conjuntos rotos de tu madre,
sólo solitario pero nunca solo,
mal ladrón de la blancura de las Páginas.
Sólo puedo leerte juntando las letras
de tu vuelo de mosca reventado
al pie de un poema de Tu Fu.
Sólo puedo leer tu raíz falsa, huenún
jaime luis, hombre
o duende porfiado o malo de la cabeza,
sólo puedo leer la mitad
del aire que te hace viejo,
la otra mitad la ganas
con el sudor de tus ojos
y aquello
no tiene explicación en mi alfabeto.


KAMPVUUR

Minder dan de stilte weegt het vuur, papay, je
dikke schaduw die brandt
tussen vochtige blokken hout;
minder dan de stilte op de nacht
en de droom weegt
het licht dat vrijkomt
van vogels en rivieren.
“Dat het vuur onze broer mag zijn”, spreek, ontsteek
je mond,
de geschiedenis van weiden
en gevallen bergen,
de oorlog onder de goden, zilveren
slangen,
de doortocht van de mannen
met bliksem en bloed.
Je luistert naar de galop van de generaties,
de namen begraven
met kruiken en fruit,
de traan, het geroep van trage karavanen
die aan de bergen van de dood en het leven ontsnappen.
Je luistert naar het klauwen van de poema
naar het hert,
de sprong van de forel in de blauwe
rivieren;
je beluistert de zang van waarzegvogels
verborgen achter varens
en fuchsia’s in bloei.
Nu adem je het stof van de nguillatunes,
de machi die de uitgekozen ram
de keel afsnijdt;
nu adem je de geur vóór de rehue, het vuur
waar de beenderen van het uitgebreide offer branden.
“Dat het vuur onze broer mag zijn”, zeg je bij je terugkeer,
de brede zon van de dag
brengt de broers samen,
dat het vuur onze broer mag zijn, papay, de herinnering
die in stilte de schaduw en het licht
omarmt.

Noot: enkele woorden heb ik onvertaald gebruikt, ze komen uit de Mapuche-taal. Papay: is de koosnaam die voor oudere vrouwen gebruikt wordt, nguillatún is een landbouwceremonie met offerfeest, de machi is de medicijnvrouw, rehue is een behouwen boomstam die ruwweg trappen uitbeeldt met daarboven een gezicht waarvoor vuur wordt gemaakt om offers te brengen.


FOGÓN

Menos que el silencio pesa el fuego, papay, tu
gruesa sombra que arde
entre leños mojados;
menos que el silencio a la noche
y al sueño,
la luz que se desprende
de pájaros y ríos.
"Hermano sea el fuego", habla, alumbra
tu boca,
la historia de praderas y montañas
caídas,
la guerra entre dioses, serpientes
de plata,
el paso de los hombres
a relámpago y sangre.
Escuchas el galope de las generaciones,
los nombres enterrados
con cántaros y frutos,
la lágrima, el clamor de lentas caravanas
escapando a los montes de la muerte y la vida.
Escuchas el zarpazo del puma
al venado,
el salto de la trucha en los ríos
azules;
escuchas el canto de aves adivinas
ocultas tras helechos
y chilcos florecidos.
Respiras ahora el polvo de los nguillatunes,
la machi degollando el carnero
elegido;
respiras ahora el humo ante el rehue, la hoguera
donde arden los huesos del largo sacrificio.
"Hermano sea el fuego", dices retornando,
el sol ancho del día
reúna a los hermanos;
hermano sea el fuego, papay, la memoria
que abraza en silencio la sombra
y la luz.


ZWANEN VAN RAUQUEMÓ

We zochten geneeskrachtige kruiden op de pampa
(paardenstaart en polei, aarmunt en smalle weegbree).
De zon was violet, de weiden raakten bedekt met rijm.
De Rahue stroomde donker voort, zonder glans van vissen.

We hoorden koeien loeien, verloren in de laagvlakte,
en het geluid van een tractor op weg naar Cancha Larga.
We kwamen tot bij de rivier en vroegen om overvaart,
een sloep kwam zonder geluid naar ons toe.

Ze spraken op zachte toon en gaven ons stokken
en een paar slokken brandewijn om de kou te verdragen.
We zwommen heel licht om geen kramp te krijgen.
De nevel sloot het gezicht van de oever af.

Midden in de rotan bogen twee zoetwaterlichamen,
wit gelijk twee manen in de nacht van het water,
hun twee gebroken halzen van zuiver zilver
en ontweken flauwtjes de slagen en de felle stroming.

Elk van hen greep een vogel bij de staart of de poten
en zwom stroomopwaarts naar de boot, tussen de bomen verscholen.
De mannen ontstaken hun jachtlantaarns
en gooiden de zwaargewonde prooien in zakken.

Dronken gingen we weg, met dood gevederd,
terwijl we een paar rancheras zongen en urineerden in de wind.
Midden op de pampa gingen we liggen slapen
en overdekten ons met rijm, met kruiden en beheksingen.


CISNES DE RAUQUEMÓ

Buscábamos hierbas medicinales en la pampa
(limpiaplata y poleo, yerbabuena y llantén).
El sol era violeta, se escarchaban los pastos.
Bajaba el Rahue oscuro, ya sin lumbre de peces.

Oímos mugir vacas perdidas en la vega,
y el ruido de un tractor camino a Cancha Larga.
Llegamos hasta el río y pedimos balseo,
un bote se acercó silencioso a nosotros.

Nos hablaron bajito y nos dieron garrotes,
y unos tragos de pisco para aguantar el frío.
Nadamos muy ligero para no acalambrarnos.
La neblina cerraba la vista de la orilla.

En medio del junquillo dos cuerpos de agua dulce,
blancos como dos lunas en la noche del agua,
doblaron sus dos cuellos de limpia plata rotos,
esquivando sin fuerza los golpes y el torrente.

Cada uno tomó un ave de la cola o las patas,
y remontó hacia el bote oculto entre los árboles.
Los hombres encendieron sus linternas de caza
y arrojaron en sacos las presas malheridas.

Nos marchamos borrachos, emplumados de muerte,
cantando unas rancheras y orinando en el viento.
En mitad de la pampa nos quedamos dormidos,
cubriéndonos de escarcha, de hierba y maleficios.


IN HET HUIS VAN ZULEMA HUAIQUIPÁN

Naast de rivier - met deze luchten -
groenzwart naar de kust toe
hebben we het huis van Zulema Hauaiquipán opgericht.
De grondvesten sinds zo vele doden al,
sinds zo vele zonen voor het roodkleurige
stof van de weg.
Tegenover de vlakte en de heuvelrij in het oosten
hebben we het lariksuitzicht opgericht
van Zulema Huaiquipán.
Betoverd in haar reeds lichtloze ogen
bouwden we de muren van haar droom.
Iedere plank van beukenhout ruikt naar de mist
die de nachtvelden omhoog stuwen.
Elke drempel die naar de rivier en de schippers kijkt
bewaakt de vlucht van vissen en van vogels.
Onder het wateroog op de helling
waar dieren uit een andere wereld slapen
voltooien we de vensters.
En in het zand hebben we onze schaduwen vastgezet
gelijk heipalen die het dak ondersteunen
van het huis van Zulema Huaiquipán.


EN LA CASA DE ZULEMA HUAIQUIPÁN

Junto al río de estos cielos
verdinegro hacia la costa,
levantamos la casa de Zulema Huaiquipán.
Hace ya tantas muertes los cimientos,
hace ya tantos hijos para el polvo
colorado del camino.
Frente al llano y el lomaje del oeste,
levantamos la mirada de mañío
de Zulema Huaiquipán.
Embrujados en sus ojos ya sin luz
construimos las paredes de su sueño.
Cada tabla de pellín huele a la niebla
que levantan los campos de la noche.
Cada umbral que mira al río y los lancheros
guarda el vuelo de peces y de pájaros.
Bajo el ojo de agua en el declive
donde duermen animales de otro mundo
terminamos las ventanas.
Y en la arena hemos hincado nuestras sombras
como estacas que sostienen la techumbre
de la casa de Zulema Huaiquipán.


PUERTO  TRAKL
(fragmenten)

In de mist daalde ik naar Puerto Trakl af.
Ik zocht de bar van het goede geluk
om over de overtocht te praten.
Maar allen hielden toezicht op de poolster in hun glazen,
spraakloos gelijk de zee tegenover een verlaten eiland.
Ik ging weg om door de straten met de rode lantaarns te zwerven.
De vrouwen boden zich zonder genegenheid aan, geurig en moe.
“Naar Puerto Trakl komen de dichters om te sterven”, zeiden ze me
glimlachend in alle talen van de wereld.
Ik liet ze gedichten na die ik in mijn graf dacht mee te nemen
als bewijs van mijn doorgang op aarde.

“Als je naar Puerto Trakl komt om te sterven,
drink dan niet van mijn wijn”, zei de kroegbaas.
Deze bar is zomin het lijkenhuis van de engelen
als de begraafplaats van de fantasten.
Veel mannen zijn de oceaan overgestoken
voor een kruik bier, voor een glas
warme jenever.
Niemand hier heeft een vaderland nu, en varen
vermoeit erger dan het heimwee en de liefde.
Luister, luister slechts naar het geraas van de golfslag
terwijl de merel klaagt
tussen de takken en de wind.

Gelijk een zanger op kermissen en in cafés
die altijd dezelfde liedjes herhaalt
zeg ik voor de oceaan gedichten op.
De golfslag dooft het geluid van mijn stem
en het schuim bespat deze papieren
gelijk een klodder spuug van de rosten en het water
op mijn ijdelheid.
Dan boots ik het gebaar van de zanger na
wanneer die zijn gitaar naar het publiek uitsteekt en zegt:
“ik verlang geen applaus, alleen wat geld
ik verlang geen applaus, alleen wat geld.”

Gelijk een droevige manier van voorspellen
zie ik het voorbijgaan van de wolken boven de haven.
Ik weet dat mijn geluk niet ligt
in een van die regenwolken die naar zee terugkeren
nauwelijks door de wind van de literatuur bewogen.
“Profeteren doet me walgen” kon ik zeggen
en toch, daar gaat mijn leven,
overtroffen door vogels die al de tijd
van de wereld tussen hun vleugels meedragen.

Terwijl ik rook op de verlaten kade
denk ik aan mijn kinderen terug
die amper verlicht worden door de zon van deze ring.
Mijn vaderschap is naar de haaien,
de markt ligt verlaten vóór me.
Een vaderlandsloos hart klopt in deze vlucht
naar het beloofde eiland.
De liefde heeft een deur geopend
waarlangs ik binnenga
               maar dan gebukt.

Puerto Trakl stuurt mij dronken weg
als de ochtend mijn hoofd nat maakt.
Zonder geld, zonder vrienden en zonder aanzien
keer ik naar mijn oude leven terug.
De kleine morgen zet zijn deuren open.
De krotten waar dichters en vissers drinken
blijven achter, voorgoed.


PUERTO  TRAKL
(fragmentos)

Bajé a Puerto Trakl entre neblinas.
Buscaba el bar de la buena suerte
para charlar sobre la travesía.
Pero todos vigilaban la estrella polar en sus copas,
mudos como el mar frente a una isla desierta.
Salí a vagar por las calles con faroles rojos.
Las mujeres se ofrecían sin afecto, fragantes y cansadas.
"A Puerto Trakl los poetas vienen a morir", me dijeron
sonriendo en todos los idiomas del mundo.
Yo les dejé poemas que pensaba llevar a mi tumba
como prueba de mi paso por la tierra.

"Y si vienes a morir a Puerto Trakl,
no bebas de mi vino", dijo el tabernero.
Este bar no es la morgue de los ángeles
ni el cementerio de los fantasiosos.
Muchos hombres han cruzado el océano
por un jarro de cerveza, por una copa
de ginebra caliente.
Nadie aquí tiene patria ahora, y navegar
cansa más que la nostalgia y el amor.
Escucha, sólo escucha el estruendo del oleaje,
mientras el mirlo clama
entre las ramas y el viento.

Como un cantante de ferias y cantinas
repitiendo siempre las mismas canciones,
declamo poemas al océano.
El oleaje apaga el rumor de mi voz,
y la espuma salpica estos papeles
como un escupitajo de las rocas y el agua
a mi vanidad.
Entonces imito el gesto del cantante
cuando extiende la guitarra al público y le dice:
"no quiero aplausos, sólo monedas
no quiero aplausos, sólo monedas.”

Como una manera triste de predecir
miro el paso de las nubes sobre el puerto.
Sé que mi suerte no está
en ninguno de esos nimbos que regresan al mar
movidos apenas por el viento de la literatura.
"Profetizar me asquea" podría decir
y, sin embargo, allá va mi vida
sobrepasada por pájaros que llevan
todo el tiempo del mundo entre sus alas.

Fumando en el muelle desierto
recuerdo a mis hijos,
apenas alumbrados por el sol de este anillo.
Mi paternidad se ha ido a pique;
el mercado está desierto frente a mí.
Un corazón apátrida late en esta fuga
hacia la isla prometida.
El amor ha abierto una oscura puerta
por donde paso
              inclinándome.

Ebrio me despide Puerto Trakl
con el alba mojando mi cabeza.
Sin dinero, sin amigos y sin reputación
vuelvo a mis antiguos días.
La pequeña mañana abre sus puertas.
Los tugurios donde beben poetas y pescadores
quedan para siempre atrás.


Jaime Huenún
Vertaling Fa Claes

2-3-08

Glafkos Koumides

Glafkos Koumides (1950) werd geboren in Nicosia. Hij studeerde architectuur in Londen en psychologie in Keulen, de plaats waar hij woont en waar hij werkt als beeldend kunstenaar. Hij debuteerde in 1987 met de verhalenbundel Tou skabo ka tou skamnou, waarna nog vier bundels volgden. Zijn gedichtenbundel I ikona tou poiïti verscheen in 1992, de eerste van een reeks boekjes van beperkte omvang, waarvan de jongste, Topos Topio in 1998 in Keulen werd gepubliceerd. Gedichten van Koumides werden vertaald in het Duits en uitgegeven bij Romiosini in Keulen onder de titel verrückte kausalität (2001). De hier opgenomen gedichten, vertaald door Hero Hokwerda, komen uit de bloemlezing Wij wonen in een taal die Stella Timonidou en ondergetekende in 2004 bij Kruispunt in Brugge publiceerden. (Kees Klok)


Griekse kok

Het wanneer is altijd voor morgen, leer
boos op hem te zijn, de boodschapper
als leugenaar naar het feest gestuurd
dat de dag nabij zou zijn, leer de mythe
te vertroetelen van hem die nimmer zit
die als strijder in den vreemde vergaan is
gevallen in de slag om een paar schoenen
geknecht nog, onder de olie, ook ik
kende uit mijn hoofd een asociale grap
vol gaten zat de broek van de kok
en uit zijn zakken sloegen de vlammen
toen hij visjes aan het bakken was, morgen
morgen joh gaan we het uitpraten
we gaan erop uit naar bekende
landerijen, met bevriende honden
morgen, nooit zijn vandaag vertrokken
mensen die een halve schoen hadden
als brok in de keel
en als ze voor even vertrokken
was het naar verleden tijden in de mist
die een dorre wijngaard doorweekte
komt u binnen, zei het weesmeisje
en zij wees drie stoelen aan
de eerste ging losjes zitten, de tweede
potig, de derde liep rood aan
en ging gebogen zitten, kijkend
naar de twee lege stoelen naast hem
zo is het begin van de voorstelling
op de dorre helling en dan een lange
bittere voettocht naar 't station, stel je voor
zegt hij
dat we alle zes getallen goed hadden
en geld bij de vleet in het bakblik
met dichters erbij zouden we eten samen
met de muzen
lagen kaviaar op brood, kazen
en chocolademousse
de jaren, weet dat, o kok, zouden
zonder dichtersglorie een brij zijn
de droom, het geld een kekererwt
en jij een onbestaand karkas
op zoek in de advertentierubrieken
Gevraagd Griekse Kok
moet kunnen knippen en naaien
montage van tomaat, mousakás
moet ook borden wassen, zeg oom
doe het raam eens dicht, anders
vliegt onze ziel nog weg, ik geef toe...
filhelleen is elke gourmet uit het noorden
oedipus in een drama uit de barok
maar de kleine wijngaard die je naliet
zal nu wel geruïneerd zijn, in de mist


Bunte Blumen

Was ik een schilder, ik zou een huisje
met groene ramen voor je willen maken
met houten vensterbank om aan te schemeren
en naar de treinen te zwaaien vanachter zonne-
bloemen margrieten geraniums terwijl een
klein poesje kopjes tegen je benen geeft
terwijl mussen buiten op de draden
op de rij zitten als noten op een noten-
balk terwijl pianospel weerklinkt
O ja, 'k vergat nog... Tulpen zou 'k schilderen
om jouentwil als ik een schilder was


Mijn nieuwe kleren

De wallen van mijn stad
trok ik eergister aan, puinhopen
een lappenkleedkostuum
En ik als een keizer de straat op
menend gekleed te gaan
in het satijn van de fraaie
bouwsels der Venetianen
Goed
voor mij was de smaad verdiend
de hoon der omwonenden
Maar wat kon het jongetje eraan doen
dat het durfde roepen
wat iedereen wel wist
Vol gaten onze wallen mama
De keizer heeft het koud


Aanwijzing  I

In het optisch achterland van de galerij, waar
de kleermaker zat te werken, ging allereerst de
aandacht naar de palimpsestkleur van de muren.
En met enig nadenken doorzag de blik moeiteloos
het blijvende van 's meesters aanwezigheid.
Wonderschoon evenwel was het omgekeerd
perspectief op de werktafel, alwaar het
naaigerei een geestelijke ordening had
als Byzantijns vaatwerk bij ons laatste
avondmaal. De kleermaker, als gegiste grootheid,
is present in de binnenstad, let u goed op hem!
Zie, enkele van zijn werktuigen: naald of
rafís, psalís schaar, speldenkussen, Singer.


Glafkos Koumidis
Vertaling: Hero Hokwerda

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005