« december 2007 | Hoofdmenu | februari 2008 »

januari 2008

27-1-08

Eleni Theocharous

Eleni Theocharous

Eleni Theocharous (1953) werd geboren in de Cypriotische stad Limassol. Na de middelbare school studeerde zij medicijnen aan de Aristotelesniversiteit van Thessaloniki. Zij specialiseerde zich in de pediatrische urologie en chirurgie, waarop zij in 1989 promoveerde. Zij was directeur van de pediatrisch-chirurgische kliniek van het universiteitsziekenhuis in Alexandroupolis in Noord-Griekenland en assistent hoogleraar aan de universiteit aldaar. In 1993 keerde zij terug naar Cyprus, waar zij werd benoemd tot directeur van de pediatrisch-chirurgische afdeling van het kinderziekenhuis van Nicosia. Zij woont in Nicosia. Sinds mei 2001 is zij lid van het Cypriotische Huis van Afgevaardigden voor het district Limassol.

Eleni Theocharous is oprichtster en voorzitster van de Cypriotische afdeling van Artsen Zonder Grenzen. Zij werkte verschillende malen in oorlogsgebieden als vrijwilligster en is betrokken bij veel internationale projecten van deze organisatie. Uit erkentelijkheid voor haar verdiensten vernoemde de Bosnische gemeente Teslic een straat naar haar.

Als dichteres publiceerde zij in tal van literaire tijdschriften op Cyprus en in Griekenland. Tot nu toe verschenen er drie bundels van haar hand. Voor de eerste Poiïtiki praxi kai politiki symbraxi kreeg ze de Cypriotische Staatsprijs voor Poëzie 1995, een prijs die zij voor de tweede keer in 1999 won met haar derde bundel Oi Megaloi Tritoi. De hier gekozen gedichten, eerder gepubliceerd in de door Stella Timonidou en mij samengestelde bloemlezing Wij wonen in een taal (Kruispunt, Brugge, 2004), komen uit deze twee bekroonde bundels (Kees Klok).


   Psychoanalytische vergadering over een Grieks woord

Enosis (en’osis)[Gr]n.(pol.)
The Union of Cyprus to Greece
Cassel’s English Dictionary

Dat woord dat verborgen blijft in kamferballen
met de vlaggen, lappen katoen en mirte
van onze ouders
duizenden jaren na de ramp,
dat beeldschone Meisje
dat voor hoer werd uitgescholden en met stenen bekogeld
door een razende menigte,
oude vrijsters en hysterische travestieten,
- terwijl wij haar afwezen en onwetendheid veinzend
met een schijnbaar onverschillige blik aan het bloedende
lichaam voorbij gingen -
die mooie Moeder
die glimlachend haar stervende zonen kuste,
gaat heimelijk uit met de avondschemering achter de heuvels
en glanst als een standbeeld,
ze rijst te middernacht als de maan midden uit zee
in een verzegelde fles uit een zeesprookje,
soms geeft ze licht in de duisternis,
gegrift in onze schoollinialen
gloeit ze zacht na in de schemering op de muren
van een  kerk,
een school,
en wil maar niet doven...
Dat woord wordt Mythe
en Vrouw die terugkeert,
die onze slaap verstoort en Grieks met ons spreekt,
Grieks leert aan onze kinderen,
die ons bij de hand neemt en
door de stegen van Kyreneia voert,
die het vocht van de iconen der Heiligen veegt
en met eeltige handen op het bidsnoer
ons aller zonden aftelt,
terwijl ze ergens op Karpasía
St. Jansbrood plukt,
die murmelt in de bronnen, gekabbel wordt en een ader
en die wordt geboren in zee als nieuwe maan,
die zonder rimpels, zonder make-up uitzeilt,
een vlot dat nauwelijks schipbreukelingen meevoert.


   Een verlicht pad

Ik tel de woorden en jammerklachten
in eenzame slapeloze nachten,
maar ook in de praatgrage slaap
van de vergeten baarmoeder,
ik graaf de tatoeage, de hybris,
maar ook de leugens op die samen mijn
gebeente vormen
en de surfplank vasthouden,
ik kan niet huilen,
niet jammeren, niet janken,
alleen amechtig vluchtige toespelingen uiten,
de prikkels komen terug,
ik herinner me vaag de visioenen van de onsterfelijken,
namen van doden maken indruk op me
en zonloze landschapsbeschrijvingen;
ik bedenk hoe het pad is overwoekerd,
hoe donker de vlakte geworden is,
hoe wegen verdwenen zijn en doornstruiken opgeschoten.
Blindgemaakte rebellen volgen hand in hand
een eenoog met een
geweer,
uit de baard van de Balkan druipt
gal en droefenis...
maar op het kerkhof
zijn de cipressen verdord
hier en daar is de grond gescheurd
en uit de spleten klinkt
een onbekend gezang,
een spookmelodie,
het marslied van de zondaars.


   De taveerne

                                              Een vlieg in de jus d’orange

De harten zijn er zeer ruim gedrenkt in wijn,
maar ik ben aan krap gewend,
een boordevol glas betekent narigheid,
druivenbladeren en wijnranken bajonetsteken,
de witte grond, een vat op reis
te midden van legenden
en de herinneringen aan wespen op druiventrossen.

Ik droom voortdurend,
ik zie je met je blote voeten
druiven pletten in de wijnpers,
ik zie je mijn lichaam pletten,
of andere lichamen, met de moed van verlangen,
ik hoor je zingen over een stel oeroude schelpen
tussen stenen gestoken,
over versteende mosselen in het reservoir,
over de overstroming en je onderzeese ritmes
en je bedwelmt me met brakke wijn
die opwelt uit de golven van je stem.
Alles en iedereen wordt dronken, mosselen, schelpen, microfoons
en de zandloper die de uren bekort
en de cisterne doet leeglopen.
In de kroeg raken de zinnen in vervoering.
Hier is nooit zee geweest,
ook al is de wijn zilt,
hier wordt een stel vergeetachtige mussen zat,
hier raak ik dronken en ontnuchter door je stem
en hier sluit zich in mij de cirkel...


Vertaling: Stella Timonidou & Kees Klok    

20-1-08

Nasa Patapiou

Nasa Patapiou

Nasa Patapiou (1952) werd geboren in het Cypriotische Rizokarpaso. Zij studeerde Griekse filologie in Thessaloniki en Athene. Zij was een aantal jaren werkzaam in het voortgezet onderwijs en als onderzoekster bij het Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek van Cyprus. Sinds enkele jaren is zij directrice van het Huis van Cyprus in Athene.

Zij publiceerde in verschillende vooraanstaande Griekse literaire tijdschriften. In 1988 verscheen haar debuutbundel, To Fonien soma, waarvoor ze de Cypriotische Staatsprijs voor Poëzie kreeg. Behalve poëzie publiceerde zij ook historische artikelen over de Frangokratie op Cyprus, de periode van het Latijnse koninkrijk onder het Huis Lusignan (1191-1489). In 2001 verscheen haar historische studie Het consulaat van de Ionische Republiek, 1800-1807, die bekroond werd door de Academie van Athene. Onderstaande gedichten zijn afkomstig uit de door Stella Timonidou en mij samengestelde bloemlezing Wij wonen in een taal, uitgegeven te Brugge in 2004. (Kees Klok)


   Afkomst

Ik ontspring
Aan de bergen van het
Schiereiland van Karpasía
En mond uit in mijn lichaam
In mijn binnenste bronnen
En plassen
Spiegelbeelden in het water
Schaduwen in het rode bloed
Weerkaatsingen in de ochtend
En ’s avonds andere
Laat de Engel met het
Zwaard maar komen
En mijn rechterzij
Doorsteken
Zodat het bloed wegvloeit
Het water overstroomt
Schuimende golven
Mij omringen
Licht
Je omtrek zichtbaar maakt
Je grenzen getrokken worden
Zoals vroeger
En dat van mijn bezittingen
Alleen mijn stem blijft
Ik ben de denkende plant
Op de steiltes
Van het eiland Cyprus


   Een rots in zee

Klein vaderland
Wereld waar woorden schaars zijn
Zoals de kroniekschrijver
Vertelt
Rots in zee
Uitspraak van de Franken
In het geschreven monument
Van mijn taal
Maar
Van de Klidhes Eilanden
Tot aan Akáma
Bloeit de oleander
Van de Klidhes Eilanden
Tot aan Akáma
Gedijt het bloed
Mijn kleine moeflon
Die herkauwt
Tussen de ceders
Voor hoelang nog zul je tot voedsel
Dienen aan de dis
Der goudomhulden


   Als een hert

Zo ontsnapte ik
Aan deze wereld
Met de helft van mijn dromen
Zonder einde
Rook, een flits
En verdwenen was ik
Maar dat lichaam
Uit de hemel neergedaald
Blijft hier achter
Het gaat raadselachtig rond
Over straat
En wordt verliefd
Er zijn ogenblikken
Dat het vermoeid raakt
En heen en weer zwaait
Als de manen van een paard
Als een hert
Dat niet toegeeft
Dat het dorst heeft
Narcistisch slaapt het
Met als enige trots
Zijn wonden


Nasa Patapiou
Vertaling: Stella Timonidou & Kees Klok

6-1-08

Gwyneth Lewis

Gwyneth Lewis

Gwyneth Lewis (Cardiff, 1959), die in 2008 te gast zal zijn op Poetry International in Rotterdam, studeerde Engels aan de universiteiten van Cambridge, Harvard en Columbia, waarna ze enige tijd als freelance journalist werkzaam was in New York. Terug in Groot-Brittannië werd ze producent bij de BBC-televisie. Voor haar poëzie en proza won zij verschillende prijzen, zoals de Aldeburgh Poetry Festival prize voor haar bundel Parables and faxes. Zij schrijft zowel in het Engels als in haar moedertaal, het Welsh. In 2001 werd een aantal gedichten van haar, vertaald door Rob Schouten, opgenomen in de bloemlezing In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales, een uitgave van Wagner & Van Santen. Onderstaande gedichten zijn uit deze bloemlezing afkomstig. (Kees Klok)


Wandelen met God

De Mahãdeva is een grote witte hond,
waar 'k 's winters mee uit wand'len ga
in de besneeuwde bergen maar hij blijft nooit staan.
En ook is hij de god die plots verschijnt
aan herderszielen, als een palindroom, een wijze

van bewegen, hoe de wereld zich in mist
ook van ons keert, geloof uit woorden wijkt,
ons tastend achterlaat. Hoor achter mij hem hijgen,
mijn pad kruisend en inhalend, getrokken
door geuren die zijn land aanwijzen,

al blijf ik op het pad want boeren schieten
op regen en op and're wezens. In 't veld
rondom maakt dooi van sneeuw nu continenten
en hellingen verglijden in schapenwolkjes
die hem voor mij verhullen. Terwijl ik ga

brengt regen mist en kijk, ik draag
wel duizend diamanten op mijn jas en haar,
en even zie ik niks, hoor achter mij
Mahãdeva de wolf
hunkerend naar wonder, snakkend naar angst.


Walking with the God

This Mahãdeva is a great white dog
who sets out with me on a winter walk
in snowy mountains, though he never stays.
He is also the god who suddenly appears
to herd men's souls, a palindrome, a way

of moving, though the world withdraws
from us in mist, as faith draws back from words,
to leave us groping. Hear him pant behind,
circling my path then passing, pulled ahead
by smells that say this is his land

though I keep to the path, as farmers shoot for rain
and other creatures. In the fields around
the melt is making continents of snow
and slopes are shading into mackerel skies
that hide him from me. Now as I go

rain brings down mist and I find that I wear
thousands of diamonds on clothes and hair
and now it's white-out and behind I hear
that Mahãdeva the wolf is here,
hungry for wonder, thirsting for fear.


Herodes' paleis

Het scheen simpel een zaak van overvloed,
toen gravers het marmeren bad blootlegden,
nog gebed in lapis lazuli en goud,
een zuilengang met mozaïeken van dolfijnen,
stuk voor stuk zo gearrangeerd dat zwemmers
leken te duiken in de weelde van het dal.

Maar weldaad is mysterie en neemt tijd:
ze vonden nog een bad buiten de poorten,
de bodem bezaaid met versmade lampen,
omvergegooid door schuif'lende melaatsen
die 's nachts daar baadden in 't geheim, geen idee
dat wij ze nu gedompeld zien in een puur licht.


Herod's Palace

It seemed a simple case of opulence,
when diggers discovered the marble pool
still edged in lapis lazuli and gold
with dolphin mosaics under a portico,
all placed so the swimmer would seem to dive
into the wealth of the valley below.

But mercy's a mystery and takes time to see:
They found another pool outside the gates,
its bottom cluttered with unclaimed lamps
knocked over by lepers as they shuffied, late,
to bathe there in secret, never thinking that now
we see them immersing themselves in pure light.


Oxfords boekenlikker

Alzo sprak de Here: eet dit geschrift!
Ik deed het, het was zoet en licht en warm,
vulde mijn maag, maar hoe Hij ook aandrong,
ik zei geen woord. Tolstoi smaakt prima,
Kafka is uiterst voedzaam. Ik lik

het vet van alle mogelijke boeken
in lunchtijd - Byron, Keats, Ovidius...
het personeel kent me maar laat me smullen
van al die zinslierten zolang ik maar de ruggen
van de pockets niet breek en ze snel weer terugzet

zodat geen koper ooit zal weten dat zijn boek
vanwege God belikt is. Ik verslind
het woord - een lexicon is wijn
en brood voor mij, zodat ik 's avonds thuis
herkauwen kan wat al die boodschappen

aan mij te zeggen hebben. Ik ben de vrucht
van Gods veelzeggendheid jegens de mens.
Ik teer op leeszalen en zuig op trossen
met O's en uncialen en nog altijd -
geen enkele voorzegging. Pas als ik rijp ben

weet ik genoeg, dan stromen karavanen,
processies, stoeten en parades uit mijn mond,
dan spuug ik steden uit, kolonies woorden,
kuddes zinnen, zwerrnen gedachtenpuntjes,
en dan, wanneer ik leeg ben ga ik open,

dan spui ik voor die paar bevoorrechten
bronnen om in te baden, terwijl tijd glanzend in water
valt, doorschijnend en kapot. En ik zal langzaam
koud van kennis worden, mijn stenen tong
zal (Gods eigen gargouille) naar deze zegenvlagen dorsten.


Oxford Booklicker

So the Lord said: 'Eat this scroll.'
I did and it was sweet and light and warm
and filled my belly. But I didn't speak
for all His urgings. Tolstoy's good
and Kafka nourishing. I lick

the fat from all the books I can
in the shops at lunchtime - Ovid, Byron, Keats...
The assistants know me, but they let me feast
on spaghetti sentences if I don't break the spines
of paperbacks and replace them fast

so buyers never know their books
are licked of God. I am voracious
for the Word - a lexicon is wine
to me and Wafer, so that home, at night,
I ruminate on all that's mine

inside these messages. I am the fruit
of God's expressiveness to man.
I grow on libraries, suck the grapes
of Os and uncials and still -
no prophecies. When I am ripe

I shall know and then you'll see the caravans,
processions, fleets, parades come from my mouth
as I spew up cities, colonies of words
and flocks of sentences with full-stop birds
and then, when I'm empty I shall open wide

and out will come fountains for the chosen few
to bathe in as time falls into brilliant pools,
translucent and ruined. Meantime I shall grow
stony with knowing, and my granite tongue
shall thirst (God’s gargoyle!) for these blessings' blows.


Gwyneth Lewis
Vertaling: Rob Schouten

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005