Christian Dotremont
De Belgische, franstalige auteur Christian Dotremont (Tervuren, 1922 - Buizingen, 1979) is stichter en bezieler van de COBRA-beweging (1948-1951). Behalve dichter was hij romancier, kunstcriticus, beeldend kunstenaar en pamflettist. Hij debuteerde in 1940 met de dichtbundel Ancienne Eternité en publiceerde in 1946 Labisse, een boek over de Brusselse surrealistische schilder Felix Labisse (Brussel, La Boétie). In 1955 werd zijn enige roman La Pierre et l'Oreiller gepubliceerd bij Gallimard. In 1987 verscheen hiervan een Nederlandse vertaling. De hieronder opgenomen bijdragen verschenen eerder in Kruispunt en De Poëziekrant in een vertaling van Hendrik Carette. (Kees Klok)
Te Tervuren de taxi naar Brussel
Te Tervuren de taxi naar Brussel, in Brussel de trein naar Kopenhagen, de trein op de boot op de Baltische zee, in Kopenhagen de trein voor Mjölby in Zweden, de trein op de boot op de Oeresund, in Mjölby de trein voor Boden, in Boden de trein voor Haparanda, in Haparanda de taxi naar Tornio in Finland, in Tornio de trein voor Rovaniemi, in Rovaniemi de autobus van de posterijen naar Ivalo, in Ivalo de autobus der posterijen naar Kaamanem, in Kaamanem de hondeslee naar Sevettijärvi, in Sevetttijärvi niets anders meer dan sleeën-schuiten, het bruuske van schokkende sleeën getrokken door een rendier, en ook de traagheid, eindelijk de absolute traagheid, alsof ik dood was, om alleen naar nergens te gaan, het nergens waar enorme sneeuw- en ijsvlakten zijn met de sterren en de lucht, eindeloos veel lucht tot mijn adem stokt, alsof ik in leven was.
A Tervuren le taxi pour Bruxelles
A Tervuren le taxi pour Bruxelles, à Bruxelles le train pour
Copenhague, train sur bateau sur la Baltique, à Copenhague le
train pour Mjölby en Suède, train sur bateau sur l’Oeresund, à
Mjölby le train pour Boden, à Boden le train pour Haparanda,
à Haparanda le taxi pour Tornio en Finlande, à Tornio le train
pour Rova,iemi, à Rovaniemi l’autobus postal pour Ivalo, à
Ivalo l’autobus postal pour Kaamanem, à Kaamanem la chenil-
lette postale pour Sevettjärvi, à Sevettjärvi plus rien que des
traîneaux-barques, la brusquerie des traîneaux-barques tirés
par un renne, et aussi la lenteur, enfin absolue, comme si j’étais
mort, d’aller seul à nulle part qu’énormes la neige, la glace, les
astres et l’air, tellement d’air que mon souffle me tire, comme
si j’étais vivant.
1971
Zo verlaten als de winter in het hoge noorden
zo verlaten als de winter in het Hoge Noorden
is en zo donker als de nacht die wij zopas
nog voegden bij deze nacht, vonden wij
er nog enorm veel lumineus licht,
niet zozeer in de schittering van de lucht
die reëel is en nabij, of de verblindende schittering
van de besneeuwde vlakten, of het bruuske
noorderlicht, dan in de vermoedelijk niet te beschrijven
huivering alles te beleven wat wij zagen en meer dan dat
Si désolé que soit dans l’extrême-nord
si désolé que soit dans l’Extrême-Nord
l’hiver et si sombre que soit la nuit que nous
venions ajouter encore à cette nuit, nous y
trouvions énormément de luminosités,
moins dans les éclats du ciel, réel, proche, ou
de la terre infiniment neigeuse, ou d’une
brusque aurore boréale, que dans la
sensation probablement indéfinissable de
vivre tout ce que nous voyions et plus
1974
Societynieuws
Bij de aanwezigen bemerkte men :
Mijnheer Kunst, met zijn beroemde pagina in het weekendbijvoegsel.
Juffrouw Huwelijk, met haar beroemde (collectieve) uitvinding
tegen de liefde.
Mevrouw Leven (meisjesnaam Zomaar), met haar beroemde verdwijning.
Mijnheer Biechtstoel, de bekende spuwbak.
De Siamese tweelingen Goed en Kwaad, gedecoreerd met het Groot Lint
van de Orde van het Fatsoen.
De families Dom en Achterlijk, aangesloten bij de Bond
van Grote en Jonge Gezinnen.
Mevrouw Literatuur (meisjesnaam Belletrie), de gereputeerde wildebras.
Mijnheer Kritiek, de beroemde minnaar van Juffrouw Poëzie van de Avant-Garde.
Mijnheer Kostschool, uit het beroemde vervroegd geopende Kerkhof etc. etc.
Mevrouw Geluk had zich laten excuseren om existentiële redenen
alsook Juffrouw Dood die weerhouden was.
Mondanités
On remarquait dans l’assistance :
Monsieur Art, la célèbre page du dimanche.
Mademoiselle Mariage, la célèbre invention (collective) contre
l’amour.
Madame Vie (née Vie-Facile), la célèbre disparition.
Monsieur Confessionnal, le crachoir bien connu.
Les frères siamois Mal et Bien, décorés du Grand Cordon de
l’Ordre des Conventions.
Les familles Imbécile et Con, affiliées à la Ligue des Familles
Nombreuses.
Madame Littérature (née Belles-Lettres), la jungle réputée.
Monsieur Critique, le célèbre amant de Mademoiselle Poésie
d’Avant-Garde.
Monsieur Pensionnat, le célèbre Cimetière Anticipatif; etc. etc.
Madame Bonheur s’était fait excuser pour cause d’inexistence
ainsi que Mademoiselle Mort, retenue.
1940
COBRA IS EEN LEGENDE
Cobra is een legende die we in 1948 hebben gesticht
ter gelegenheid van een bezoek aan Parijs, we hebben
ons eerst dadelijk gebogen over onze bronnen en we
hebben het letterwoord Cobra uitgevonden, kortom we
hebben een woordspeling gemaakt omheen ons Kopen-
hagen, Brussel en Amsterdam en we hebben de legende
leven gegeven, bijvoorbeeld ook door te reizen van Brus-
sel naar Kopenhagen, van de schrijverij naar het schilderij,
van de lach naar de traan, van de lach naar de schreeuw
naar de creatie van de eeuw. In een chaotisch ritme, perfect
overroepen als bij een ware legende en toen we in 1951
bedachten dat deze legende vermoeiend werd, moest zij
ophouden te bestaan. Welnu, juist door het einde van
Cobra uit te roepen, waren we geheel en al mythomaan.
COBRA EST UNE LÉGENDE
Cobra est une légende que nous avons fondée à l’occasion
d’une visite à Paris, en 1948, nous sommes d’abord immédia-
tement rentrés dans nos sources et avons formé le tittre, Cobra,
c’est-à-dire que nous avons fait un calembour de nos Copen-
hague, Bruxelles, Amsterdam, et nous avons fait la légende elle-
même, par example aussi de voyages de Bruxelles à Copen-
hague, d’écrire à peindre, de rire à pleurer à crier à rire à créer.
Rythme chaotique parfaitement exagéré de vrai à même la
légende, et nous avons pensé en 1951 que cette légende deve-
nait ainsi fatigante et devait finir. Eh bien., c’est en proclamant
la fin de Cobra que nous fûmes le plus mythomanes.
1975
RITVA
Blote winterhuid
al te mooi van achter de vensterruit
Je versierde aangezicht
dat toch zuiver is als vuur
Versierd als de kerstbomen
met de kerstdagen in de stations
Waar we zo wanhopig willen landen
die we zo snel verbranden
Winter van Lapland
waar de tijd ons beidt
RITVA
La peau nue de l’hiver
par les vitres léchée
Ton visage vêtu
mais clair comme le feu
Vêtu comme les arbres
de Noël dans les gares
Que nous brûlons si vite
que nous brûlons d’atteindre
L’hiver de Laponie
où le temps nous attend
1956
EEN DAG IN LAPLAND IN DE WINTER
een dag in Lapland in de winter en dus in de nacht kom ik terug van de bibliotheek
met verhalen van Tsjechov in het Fins om de sneeuw in de tekst te leren zien en te lezen, de bibliotheek is ver zoals vroeger toen ik nog op school was en de winter zacht was en ik kom bij de herberg zoals ik vroeger thuis kwam waar de winter zacht was maar de deur blijft gesloten
ik kom langs een andere weg met meer ijs maar er is niemand, ik klop ik schreeuw een onhoorbare schreeuw, langzaam wacht ik op de hospita die vermoedelijk al lang vertrokken is en die geen zwerver van hier en geen zwerver van nog verder dan hier binnenlaat en ik loop in een kring omheen het nachtverblijf en om niet dood te gaan ren ik voor de door uit, ademloos
en zonder nadenken begin ik een trage dans te dansen en mijn dans wordt de enige
dans die ik ooit heb gedanst, het was met Gloria, het was in Kopenhagen met mijn hoofd in haar haren het was in 1951 het was een soort wals, en de waardin komt terug en ik drink thee en val in slaap en al slapend dans ik om in leven te blijven nog de hele nacht
EN HIVER UN JOUR LAPON
en hiver un jour lapon donc de nuit je rentre de la bibliothèque
avec des contes de Tchekhov en finnois pour apprendre à lire
et voir la neige dans le texte, la bibliothèque est loin où l’hiver
était doux comme l’école j’arrive à l’auberge comme chez
moi où l’hiver était doux mais la porte est fermée
j’arrive par le chemin distinct par plus de glace mais il n’y a
personne, je frappe je crie dans l’écho sourd, lentement j’at-
tends la logeuse partie sans doute plus loin que jamais ne lais-
sant aucun vagabond d’ici dormir ni rentrer le vagabond de
plus loin qu’ici puis je cours sur place et tout autour pour ne
pas mourir je cours après mon souffle
puis sans y penser je danse puis lentement ma danse devient
la seule danse que j’ai jamais dansée, c’était avec Gloria, c’était
à Copenhague la tête dans sa chevelure c’était en 1951 c’était
une sorte de valse, et la patronne revient et je bois du thé et
je dors et dormant je danse encore à ne pas mourir
Christian Dotremont
Vertaling: Hendrik Carette








Laatste reacties