Sophia de Mello Breyner Andresen (1919) werd geboren in Porto, maar kwam als studente naar Lissabon, waar zij altijd is blijven wonen. Zij wordt gezien als de grand old lady van de Portugese dichtkunst en beschouwd als een van de belangrijkste dichteressen van het land. Zoals de vertaler opmerkte in het internationale poëzienummer van Kruispunt, waaruit de vertalingen afkomstig zijn: 'Uit haar werk spreekt een groot gevoel voor harmonie, ritme en schoonheid...' Zij publiceerde tot op heden dertien dichtbundels. Meer informatie over haar is te vinden op Poetry International Web. De vertalingen zijn van de hand van Jef van Egmond. (Kees Klok)
Het Kleine Plein
Mijn leven was het kleine plein geworden
In die herfst, toen de dood jou met zorg voorbereidde
Ik klampte mij vast aan het plein, omdat jij hield
Van de kleine nostalgische menselijkheid van de winkeltjes
Waar de winkeliers linnen banen en doeken op- en uitrolden
Ik probeerde jou te zijn, omdat jij zou gaan sterven
En zo werd het leven daar niet meer van mijzelf
Ik probeerde te glimlachen zoals jij had geglimlacht
Tegen de krantenman en de tabaksverkoper
En tegen de vrouw zonder benen die viooltjes verkocht
Ik vroeg de vrouw zonder benen om voor jou te bidden
Op alle altaren in de kerken op de hoek van dat plein brandde ik kaarsen
En als ik dan mijn ogen opendeed las ik, gegrift op je gezicht, de roep der eeuwigheid
Ik smeekte de straten, de plekken, de mensen
Die getuige waren geweest van jouw gezicht
Om je naam te roepen en zo het web te breken
Waarmee de dood je aan het omwikkelen was.
A Pequena Praça
A minha vida tinha tomado a forma da pequena praça
Naquele outono em que a tua morte se organizava meticulosamente
Eu agarrava-me à praça porque tu amavas
A humanidade humilde e nostálgica das pequenas lojas
Onde os caixeiros dobram e desdobram fitas e fazendas
Eu procurava tornar-me tu porque tu ias morrer
E a vida toda deixava ali de ser a minha
Eu procurava sorrir como tu sorrias
Ao vendedor de jornais ao vendedor de tabaco
E à mulher sem pernas que vendia violetas
Eu pedia à mulher sem pernas que rezasse por ti
Eu acendia velas em todos os altares
Das igrejas que ficam no canto desta praça
Pois mal abri os olhos e vi foi para ler
A vocaçãdo eterno escrita no teu rosto
Eu convocava as ruas os lugares as gentes
Que foram as testemunhas do teu rosto
Para que eles te chamassem para que eles desfizessem
O tecido que a morte entrelaçava em ti.
Het Paradijs
Een etnoloog zegt hen te hebben ontdekt
Na een lange zoektocht, tussen wouden en rivieren
Een ronddolende indianenstam
Uitgeput, afgemat, halfdood
Want ze waren al jarenlang op pad geweest
Doorkruisten bossen, woestijnen en boerenvelden
Klommen bergen en heuvels op en af
Doorwaadden rivier na rivier
Op zoek naar het Paradijs
En, net zoals de revolutionairen van mijn eigen tijd:
niets hebben ze gevonden.
O Pais sem Mal
Um etnólogo diz ter encontrado
Entre selvas e rios depois de longa busca
Uma tribo de índios errantes
Exaustos exauridos semi-mortos
Pois tinham partido desde há longos anos
Percorrendo florestas desertos e campinas
Subindo e descendo montanhas e colinas.
Atravessando rios
Em busca do país sem mal
Como os revolucionários do meu tempo
Nada tinham encontrado.
Sophia de Mello Breyner Andresen
Vertaling: Jef van Egmond
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties