WAT wil ik nog meer.
Het is in deze tijd moeilijk om te schrijven
over de witte magnolia’s
over de herfstschemeringen,
over lippen van aalbes,
handen van zijde
en halzen als de meiden van Giorgione.
En wat wil ik nog meer
dan over ogen of sterren spreken
of over haren in de wind,
over de bramen van de kinderjaren
over de lege hoeken van de ziel.
Wat wil ik nog meer dan een sonnet voor je te schrijven
en het je sturen als telegram
zelf als dat me een hele
dag werk kost.
Ik was de rekening aan het maken
en de adjectieven klopten niet
zomin als de verplichte accenten;
de verwijzing naar de zoen bleef ouderwets.
Wat wil ik nog meer, liefste,
dan je een droom als geschenk te geven,
dan je een bloemblad cadeau te doen.
QUÉ más quisiera.
Es difícil escribir, en estos tiempos,
de las magnolias blancas,
de los crepúsculos de otoño,
de labios de grosella,
manos de seda
y cuellos de muchachas de Giorgione.
Yo qué más quisiera
que hablar de ojos o de estrellas
o de cabellos al viento,
de las zarzamoras de la infancia,
de los huecos vacíos del alma.
Qué más quisiera que escribirte un soneto
y enviártelo en telegrama
aunque en ello se me fuera
el jornal del día.
Estuve haciendo cuentas
y no me cuadraban los adjetivos
ni los acentos obligados;
quedaba antigua la referencia al beso.
Qué más quisiera, amor,
que regalarte un sueño,
que regalarte un pétalo.
© Juan José Vélez Otero, 'QUÉ más quisiera...' uit: Juegos de misantropía (2002)
© vertaling Fa Claes
Jürgen Smit
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties