De tijd gaat voorbij met een vleug heimelijkheid.
Geleidelijk laat hij woorden verloren gaan
en verlicht de last. Hij heeft weet
van een discrete
schipbreuk
en van een witte zandplek
waar hij leerde schommelen
volgens de golven.
[ Als hij zijn hand sluit in de as
komt plots het gesnik opzetten van Nicolaas,
met zijn nagels van wodka en sneeuw,
dubbel gearmd om zijn koude tweelinggeliefden,
zeer koud,
gelijk de dood ]
Maar zij herkent zijn lichaam niet tussen de andere.
Geknield smeekt ze om goedheid
en schoonheid
als om een niet verdiende gunst.
- De blik van God is minutieus gelijk een striem.
El tiempo pasa con aires de disimulo.
Va perdiendo palabras
y aligerando el lastre. Sabe
de un naufragio
discreto
y de una arena blanca
donde aprendió a mecerse
según las olas.
[ Cuando cierra la mano en la ceniza
le sobrevienen los sollozos de Nicolás,
con sus uñas de vodka y nieve
doblemente abrazado a sus amantes gemelas,
frías, muy frías
como la muerte ]
Pero ella no distingue su cuerpo entre los otros.
De rodillas, suplica la bondad
y la belleza
como un favor inmerecido.
— La mirada de Dios es minuciosa como un látigo.
© Juan Planas Bennásar, uit: Duellum, 2006
© vertaling Fa Claes
Jürgen Smit
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties