Teresa Núñez
OVER MIJN KAMER EN MIJN HUID
Wanneer ík zal weggegaan zijn en jouw leeftijd zoals het licht
van de hoge sterren berekend wordt,
straffeloos en zonder boosaardigheid,
zul je je gelukkig voelen door mijn studeerkamer binnen te gaan.
En je zult in mijn papieren gaan rommelen.
En mijn elektronische post
die je zoveel malen zonder resultaat trachtte te openen
zal toch nooit een ander geheim bewaren dan aankondigingen voor Viagra
en toplessfoto’s - alles in het Engels geschreven -.
Ik verzoek je dat je de schuiven niet opent. Daar heb ik de zee bewaard.
Het gaat niet aan dat ze ontsnapt en het huis onder water zet.
Ook zul je zien dat ik binnen in de muziek
voorgoed de namen schreef die ik meest liefheb.
Als je je in mijn studeerkamer opsluit, hou je enkel en alleen aan de routine de bloempotten water te geven.
Misschien begrijp je dan wat ik moest opgeven om met je mee te gaan
of dat ik je tijd gaf om die geschiedenis te lezen die ik met je schreef.
Je zult de rozen aantreffen, elk op de exacte plaats
in het gedicht naar bed gegaan.
Sta ze toe te slapen als de tijd het niet verhindert,
maar breek de woorden stuk die er niet in anarchie vandoor zijn gegaan.
Maak mijn ideeën kapot, het onuitgegevene van de nacht.
Dat ze me nooit ontfutselen
wat ik dacht te schrijven na je te hebben bemind.
Weet je, mijn kamer is zoals ik: ongeordend, voortvluchtig,
met vioolnoten op de achtergrond van mijn hart
en ongelezen boeken achter de schabben.
Dit bureau omvat wat mijn leven bewaarde,
datgene wat ik nooit aan mijn vrienden heb bekend.
Neem de portretten mee, dat wel,
want het zijn die gezichten die me verliefd maakten
en op droevige ogenblikken waren zij het licht.
Voor het overige, aangezien je zo oud zult zijn dat het je
- vermoedelijk - zelfs niet interesseert wat ik voelde,
haal de oehoes, de diploma’s niet van hun plaats,
laat niet toe dat de heks die we meebrachten
van die reis naar Praag onder het stof geraakt
en verleen niemand toegang die mij nooit mocht.
Laat niet toe dat iemand mijn poëzie pijn doet.
DE MI CUARTO Y MI PIEL
Cuando yo me haya ido y se cuente tu edad como las luces
de las altas estrellas,
impunemente y sin malicia,
te sentirás feliz por entrar en mi estudio.
Y te pondrás a revolver en mis papeles.
Y el correo electrónico,
que tantas veces intentabas abrir sin resultado,
ya jamás guardará otro misterio que anuncios de Viagra
y fotos de top-less -todo escrito en inglés-.
Te pido que no abras los cajones. Allí he guardado el mar.
No es cosa que se escape y te inunde la casa.
También verás que dentro de la música
escribí para siempre los nombres que más amo.
Cuando te encierres en mi estudio, únicamente pon
la rutina del agua en las macetas.
Quizá entonces comprendas lo que dejé de hacer por ir contigo
o te dé tiempo a leer esa historia que contigo escribí.
Encontrarás las rosas, cada una acostada
en el lugar exacto del poema.
Permíteles dormir, si el tiempo no lo impide,
pero rompe palabras que no se hayan ido en la anarquía.
Rómpeme las ideas, lo inédito de la noche.
Que nunca me sorprendan
lo que pensé escribir después de amarte.
Sabes, mi cuarto es como yo: desordenado, prófugo,
con notas de violín en el fondo del pecho
y libros sin leer detrás de los estantes.
Este escritorio encierra lo que guardó mi vida,
aquello que jamás confesé a los amigos.
Llévate los retratos, eso sí,
porque son esos rostros los que me enamoraban
y ellos fueron la luz en los momentos tristes.
Por lo demás, como serás tan viejo que ya no te preocupe
–tal vez- lo que sentía,
no muevas de su sitio los búhos, los diplomas
no dejes que se empolve
la bruja que trajimos de aquel viaje a Praga
ni permitas la entrada de quien nunca me quiso.
No dejes que me hieran la poesía.
© Teresa Núñez, 'De mi cuarto y mi piel' nog onuitgegeven
© vertaling Fa Claes












Reacties