« Juana Castro | Hoofdmenu | Juana Castro »

8-6-06

Juana Castro

PENELOPE

          Kaboel

Mij, gekooid vogeltje, hebben ze de ogen uitgestoken
en mij blijft een geruit patroon
op de wereld gekopieerd.
Zelfs mijn eigen zweet behoort mij niet toe.
Wacht in het voorvertrek, zeggen ze, en ik verstrengel
mijn handen terwijl ik de geiten benijd
die op de berg de topjes van de takken bijten.
Verblind door geschiedenis en lijnwaad
verdwaal ik tussen de schimmen
en ik loop op de tast
het licht van het middaguur te tellen.
Mijn nacht van last
die zonder verlichting mij de hoop
ontneemt van de tijd
vastgezet in geschrift. Mijn nacht, mijn licht
in zwart geruit, hoe weegt
mijn mantel en zijn borduurwerk, hoe lang nog
blijft de zwarte vrede van de hemel uit, hoe lang nog.


PENÉLOPE

          Kabul

Pajarillo enjaulado, me han quitado los ojos
y tengo una cuadrícula
calcada sobre el mundo.
Ni mi propio sudor me pertenece.
Espera en la antesala, me dicen, y entrelazo
mis manos mientras cubro de envidia
las cabras que en el monte ramonean.
Ciega de historia y lino
me pierdo entre las sombras
y a tientas voy contando
la luz del mediodía.
Noche mía del fardo
que sin luces me arroja
la esperanza del tiempo
engastado en la letra. Noche mía, mi luz
cuadriculada en negro, cómo pesa
mi manto y su bordado, cuánto tarda
la paz negra del cielo, cuánto tarda.


© Juana Castro - 'Penélope' uit: El extranjero, 2000
© vertaling Fa Claes

Reacties

Laat een reactie achter

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005