« Kato Molinari | Hoofdmenu | Juana Castro »

8-6-06

Juana Castro

ER WAS EENS

          Voor Encarna Garzón en voor Mercedes Palomo

Over de weg met de draadafsluiting viel de volle maan.
De volle maan viel op de steeneiken
en zij liep alleen met haar kat Toribio.
De stad was ver en het dorp was ver
en zij liep door het veld
alleen en alleen in de schaduw van de maartnacht.

Dat was een hoeve en een vrouw en een kat
en de schijnende maan alleen alleen in de droom.
- Als je volwassen zult zijn zul je de wereld afreizen.

Als ik volwassen zal zijn.
Daarom kom ik nu naar de hoeve en voel ik me
eenzamer dan de één in de maartnacht,
en ik weet dat ik slaap heb, en weet dat ik al heb geleefd,
en de stilte hoor je zoals het maanlicht valt
op de lange weg met draadafsluiting en met stof.

- Je bent niet meer dan een kleine meid.
Je bent een fantasierijke kleine meid die slaapt,
want je wil graag gelijk de katten rechtop slapen.

Het was maart en nacht en er was een vrouw
alleen alleen aan het komen
begeleid door een kat die ze Toribio noemde.

Ik ken haar zelfs niet.

Ik weet alleen dat ik haar
de ramen zie sluiten
zoals iemand een volmaakt en
voltooid boek sluit en haar zie praten tegen haar kat
zoals tegen de gek Toribio.

Alleen alleen in de zwijgzame maartnacht.

Zij lachte altijd.
Zij slaapt in een veld
dat anders is en hetzelfde.
Zij strekt haar lichaam, en haar kat Toribio
valt stilletjes in slaap.

En de volle maan schijnt aldoor op de hoeve.


ERA UNA VEZ

          A Encarna Garzón y a Mercedes Palomo

Por el camino de los alambres caía la luna llena.
La luna llena caía en las encinas
y ella andaba sola con su gato Toribio.
La ciudad estaba lejos y el pueblo estaba lejos,
y ella iba en el campo
sola y sola en la sombra de la noche de marzo.

Esto era un cortijo, y una mujer, y un gato,
y la luna brillando sola sola en el sueño.
–Cuando seas mayor recorrerás el mundo.

Cuando yo sea mayor.
Por eso llego ahora al cortijo y me siento
en la noche de marzo más sola que la una,
y sé que tengo sueño, y sé que ya he vivido,
y el silencio se escucha como cae la luna
en el camino largo de alambres y de polvo.

–No eres más que una niña.
Tú eres una niña fantasiosa que duerme,
porque quiere dormirse de pie como los gatos.

Era marzo y la noche, y había una mujer
sola sola viniendo
de la mano de un gato que llamaba Toribio.

Yo ya no la conozco.

Sólo sé que la veo
cerrando las ventanas
como quien cierra un libro
perfecto y acabado, y hablándole a su gato
como al tonto Toribio.

Sola sola en la noche silenciosa de marzo.

Ella siempre reía.
Ella duerme en un campo
que es otro y es el mismo.
Ella tiende su cuerpo, y su gato Toribio
se adormece en silencio.

Y está la luna llena dando luz al cortijo.


© Juana Castro - 'Era una vez' uit: Los cuerpos oscuros, 2006
© vertaling Fa Claes

Reacties

Laat een reactie achter

Zoeken

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes en Kees Klok. Reacties onder eigen naam of dichterspseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Brakke Verslog

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005