Kamermuziek of de weg naar de onverschilligheid - Wouter Godijn
Titel: Kamermuziek of de weg naar de onverschilligheid
Auteur: Wouter Godijn (1955)
Uitgeverij: Contact
ISBN: 9025426522
Recensies: Cut-Up, Meander, Poëzierapport, Volkskrant (4-8-2005)
Interview: Contrabas
Boekingen Nederland: SSS
Een gedicht uit de bundel:
RAKELINGS
De twee belangrijkste personages - of ingrediënten als u dat liever heeft -
lijken op het eerste gezicht de zweverige jongeman
en de oude man
met het rotsgebergte in zijn hoofd.
De zweverige jongeman leerde als kind van zijn moeder
dat het heelal oneindig is
- wat hij altijd een kalmerende gedachte vond
- iets in zijn hoofd werd langer, langer, strekte zich uit
om iets anders aan te raken, iets
wat onbereikbaar bleef en vaag aan de zon deed denken, er knapte iets... Heerlijk,
werkelijk heerlijk.
Maar zijn moeder vergiste zich, leert hij nu:
27 miljard sterrenstelsels, weliswaar veel,
maar oneindig is het niet.
Als het heelal ergens ophoudt, wordt het omringd
door iets anders.
De oude man met het rotsgebergte in zijn hoofd doet een beetje denken aan de Drenten die in
geen enkel gedicht passen:
ze komen regelmatig bij elkaar in een crematorium
om een gestorven familielid in de as te leggen.
Elke keer bozer.
De oude man is ook boos. Altijd geweest. Door hemzelf nooit zo genoemd. Nooit. Kom nou.
Dat soort belachelijke gedachten.
Hij zit in zijn tuin, zegt in zijn hoofd tegen de zon: Kom nou maar op.
De jongeman denkt opeens dat logica slechts beperkt geldig is,
dat tijd en ruimte manifestaties zijn van iets anders
en dat er dimensies zijn waarin ze niet bestaan.
De oude man zou nog bozer worden als hij deze onjuiste veronderstellingen kende.
Over een paar uur zal hij sterven, een bloedprop
in zijn hersenen.
Voor hem was de logica altijd zo'n wiel
waar een witte muis in rent.
Wie wil er nou een ander wiel?
Het enige teken dat op zijn naderende dood wijst: het zonlicht
is bewegelijk, veranderlijker dan gewoonlijk.
Het is of er iets danst in het licht.
Niet of-of, denkt de jongeman, maar en-en.
Hij is de oude man nu heel dicht genaderd.
De toeschouwer ziet hoe ze elkaar bijna aanraken
en de dichter vraagt zich af of hij het zal laten gebeuren
en precies op dat moment de oude man laten sterven
maar hij besluit het niet te doen;
de jongeman zweeft verder, als Winnie de Poeh aan zijn ballonnetje
en de oude man zegt in gedachten tegen de tuin en de zon: lekker weertje
en nu kunnen jullie op jullie kop gaan staan als jullie daar zin in hebben maar meer zullen
jullie niet uit me krijgen.
© Wouter Godijn, 2005



























Godijn is een groot denker en vrijgevig. Het mag hier en daar soms uitgesprokener, naar mijn idee. Maar dan zou Godijn Godijn niet zijn. Hulde!
Geplaatst door: bernard wesseling | 20-1-06 at 18:50