Lichte dwang kan heilzaam zijn
In Vlaanderen heeft de hoofddoek tot een onbehaaglijk stemmend verbond tussen de linkse intelligentsia en de islam geleid, gesloten in naam van de Verlichting. Menigeen vindt de discriminatie van vrouwen binnen de islam minder belangrijk dan de vermeende vrijheid al dan niet het hoofd te bedekken.
Gelukkig is het geen monsterverbond, al heeft het monsterlijke trekken, want daarvoor is er niet genoeg intelligentsia.
Wat wil het geval?
Vorig jaar is door de gemeenteraad van Antwerpen, later ook Gent, een zogeheten ‘hoofddoekenverbod’ uitgevaardigd. Dit impliceert dat stadspersoneel in contact met het publiek – bijvoorbeeld achter een loket – geen uiterlijke insignia van enige levensovertuiging mag dragen. In de lekenstaat Frankrijk geldt hetzelfde verbod ook op scholen. De Franse moslimmeisjes – want natuurlijk ging het niet om opzichtige kruisen – hebben na enig morren de lappen van hun kop getrokken en sindsdien horen we er niets meer over. Enige lichte dwang is soms heilzaam.
In België is de levensovertuiging in globo net zo van de civiele
overheid gescheiden als in Nederland. Alleen moeten wij in Vlaanderen
rekening houden met een goed gestructureerde fascistische partij. De
intellectuelen bij ons zijn dan weer in overgrote meerderheid links tot
erg links, zo niet vaag communistisch, of zelfs openlijk maoïstisch.
De beslissingen in Antwerpen en Gent hebben veel stof doen opwaaien, want het initiatief kwam van socialisten en liberalen, die het Vlaams Belang de wind uit de zeilen poogden te nemen, maar tegelijkertijd in een zogenaamde wisselmeerderheid de steun van diezelfde partij nodig hadden.
“Verraad!” brulde de intelligentsia. “Collaboratie!”
In januari van dit jaar nam de gemeenteraad van de provinciestad Lier
op soortgelijke wijze hetzelfde besluit. Zo kwam het dat wij per email
een petitie tegen het hoofddoekenverbod kregen toegestuurd.
We besloten gezamenlijk te antwoorden. En dus deelden we mede aan het
collectieve adressenbestand – waartoe schrijvers behoorden, filosofen
en sociologen, de belangrijkste kranten- en televisieredacties, en de
nodige oude marxisten – dat we weliswaar verklaarde vijanden van het
Vlaams Belang waren, maar ook voorstanders van het hoofddoekenverbod.
Voorts schreven we dat links onze islamitische zusters in de steek liet
en dat de meeste intellectuelen niets schenen af te weten van de islam.
Het verontwaardigde geschreeuw had niet luider kunnen zijn.
Onze opvatting was antisociaal, kleinburgerlijk, antidemocratisch en vanzelfsprekend racistisch.
Het is vreemd hoe benauwend de oneindige ruimte van het internet kan worden.
Wij beiden zijn voorstanders van het Franse model van de lekenstaat. Met de persoonlijke levenssfeer van ambtenaren (en bij uitbreiding scholieren) hebben wij niets te maken. Na een ontwikkeling van tweehonderd jaar – nee, tweeduizend jaar – hebben wij Europeanen de publieke sfeer eindelijk van de persoonlijke afgebakend en een soort evenwicht bereikt tussen de res publica en de religio. Het zou wel erg onverstandig zijn dat op te geven.
Maar de kwestie is veel ingewikkelder.
Samen met andere fatsoenlijke en niet geheel irrationele lieden vinden
wij dat de discussie ook over het wezen van de islam moet gaan. Het is
absoluut noodzakelijk te begrijpen dat onze termen – al onze dierbare
civiele vrijheden – betekenisloos zijn binnen de theologische ruimte
van de Profeet.
De islam verkondigt een volstrekt andere visie op de religieuze en
politieke werkelijkheid dan het jodendom en christendom, de
godsdiensten waarop de Profeet zich gebaseerd heeft en die hij in zijn
Koran te vuur en te zwaard bestrijdt. Het fundamenteelste verschil
bestaat in de theologische kern: de god van Abraham en Christus is
onderworpen aan de gerechtigheid.
“Kruistochten! Inquisitie!” krijst iemand ter linkerzijde.
Het feit dat zijn schepselen God misbruikt hebben voor dergelijke zaken
valt zeer te betreuren. Maar de westerse dialectische traditie heeft
gemaakt dat iedere moderne christen of Jood van enig intellectueel
niveau zich doodschaamt voor het bloed dat aan zijn erfenis kleeft.
Allah daarentegen is boven alles verheven, inclusief de gerechtigheid.
En waar de god van Abraham en Christus de mens de vrije wil heeft
geschonken, grijpt Allah permanent in. ‘Insjallah!’ is geen holle
kreet, maar de uitdrukking van een elementaire overtuiging: letterlijk
alles gebeurt omdat Allah het wil. Daarmee voert de islam ons via Mekka
naar een interpretatie van de wereld terug die van lang voor het
schrift dateert.
Blijkbaar zijn nogal wat Vlaamse intellectuelen volstrekt niet in staat
zich voor te stellen dat veel islamieten werkelijk totaal anders denken
dan welwillende, linkse, antiklerikale Vlaamse intellectuelen.
Gelukkig zijn de meeste islamieten in religieus opzicht lauw. Zoals het
gros van de mensen, christelijk en anderszins, zijn ze voornamelijk
geïnteresseerd in het leven van alledag, in een dak, brood, werk,
vriendelijkheid. De doekjes op het hoofd van hun vrouwen en dochters
vormen geen bedreiging van de openbare veiligheid. Maar elke hoofddoek
zegt hetzelfde: “Ik ben als vrouw, hoewel een mindere, verantwoordelijk
voor de seksuele zelfbeheersing van mannen.”
De Vlaamse apologeten van de hoofddoek verdedigen dus in naam van de emancipatie het islamitische recht op de mildste vorm van terrorisme: vrouwenonderdrukking.
”Keuzevrijheid!” roept links met overslaande stem.
Europa zou zichzelf nog opheffen uit respect voor zijn eigen principes.
Over dit alles publiceerden wij in De Standaard van zaterdag 2 februari jongstleden een beschouwing waarin we onomwonden stelling namen voor de emancipatie en tegen de hoofddoek, min of meer in de hierboven gebruikte bewoordingen.
Op zondag werden we allebei gebeld door een dame die zich in het Engels
voorstelde als Çimen Baturalp, correspondente van de seculiere Turkse
krant Cumhuriyet. Een Nederlandstalige vriend had haar op ons artikel
gewezen en ze wilde ons graag interviewen. We spraken af in Brussel,
bij Van Istendael thuis.
Mevrouw Baturalp bleek een – uiteraard hoofddoekloze – gehuwde vrouw
van een jaar of vijfendertig te zijn, weliswaar een moslima, maar ook
een volgelinge van vadertje Atatürk en de in de jaren twintig na veel
bloedvergieten gestichte lekenstaat Turkije, waar vrouwen twintig jaar
eerder stemrecht kregen dan in België en Frankrijk.
Op de dag dat ons stuk verschenen was, hadden in haar vaderland tienduizenden seculier-gezinden gedemonstreerd tegen de sluipende islamisering, in casu het voornemen van de regering om het verbod op hoofddoekjes aan de universiteit op te heffen. Ze zou beslist op de barricaden hebben gestaan als ze in Turkije was geweest. Intussen erkende ze volmondig de gênante paradox van een land waar het leger nodig is om weldenkende mensen te beschermen tegen bebaarde theocraten.
Het is overdreven te beweren dat onze islamitische vriendin zich schreiend in onze armen wierp, maar toen we de essentie van onze tekst nog eens voor haar vertaald hadden, kon ze haar vreugde niet verbergen. Wij bleken tot onze eigen verbazing over dit onderwerp precies zo te denken als een verlichte Turkse moslima.
“Eindelijk,” riep ze uit, “ontmoet ik in uw land intellectuelen die ons niet in de steek laten!”
Benno Barnard & Geert van Istendael, Opinio, 8 februari 2008

Reacties