De Paul Snoek Poëzieprijs wordt driejaarlijks uitgereikt door het Stadsbestuur van Sint-Niklaas. De bekroning gaat naar een bundel Nederlandstalige poëzie, die door zijn kracht, zijn vitaliteit en eigentijdse karakter belangrijk genoeg wordt geacht om deze prijs te ontvangen. De prijs is geen debuutprijs, noch bekroning van een heel oeuvre.
Voor de editie van 2007 kwamen alle oorspronkelijke Nederlandstalige poëziebundels die in 2004, 2005 of 2006 zijn verschenen in aanmerking voor nominatie en bekroning. In totaal ging het om ruim 450 bundels. De jury, bestaande uit Jelle Van Riet, Frank Pollet, Hans Vandevoorde en Ilja Leonard Pfeijffer, kwam vrij eenvoudig tot een eerste schifting, waarna een longlist overbleef van achttien titels. Uit deze longlist koos de jury vervolgens, in langdurig, conscientieus en diepgaand overleg, de zes nominaties voor de Paul Snoekprijs 2007. Hierbij liet zij zich leiden door de kwaliteit van de bundels en het in het mission statement van de prijs vervatte criterium van vernieuwing en avontuurlijkheid. De jury hecht eraan te vermelden dat de twaalf titels van de longlist die niet zijn genomineerd eveneens van zeer hoog niveau en grote inzet getuigen en wil daarom de namen van de volgende twaalf dichters niet onvermeld laten: Jan Baeke, Reine de Pelseneer, Piet Gerbrandy, Peter Ghyssaert, Peter Holvoet-Hanssen, Liesbeth Lagemaat, Astrid Lampe, Els Moors, Ramsey Nasr, Albertina Soepboer, Hans Tentije en Hans Verhagen.
De zes bundels die zijn genomineerd voor de Paul Snoekprijs 2007 hebben gemeen dat zij zijn geschreven door dichters die wars zijn van platgetreden paden en niet bang zijn te spreken met een geheel eigen stem. Het is met trots dat de jury deze zes nominaties mag presenteren.
Daadwerkelijk Resistent is de tweede bundel van Saskia de Jong, resistent tegen lezers die van gedichten verwachten dat ze zich meteen blootleggen. Deze dichteres onderdrukt filosofisch en ironisch de razernij die zij tegen de mens voelt. Grillig verspringt haar blikrichting, registers worden gewisseld en het ritme stokt moedwillig. Van de werkelijkheid maakt De Jong uitdagend een bedreigende wereld zonder middelpunt. ‘Met verbrande vingers’ speelt zij viool. Daardoor heeft haar poëzie iets bezwerends en apocalyptisch. De gedichten zijn open en meerduidig. Ze stellen eerder vragen dan dat ze stellingen poneren. Hoe meer je bereid bent te verdwalen in deze poëzie, hoe meer verbanden en associaties opdoemen en hoe meer betekenis oplicht. Maar het zijn dwaallichten die glimmen. Het gedicht laat zich niet kraken als een cryptogram, het kraakt jou, door vragen te stellen en je van het juiste pad af te helpen.
Underperformer van Erik Jan Harmens is een gevaarlijke bundel. Wie in dit kruitvat van neologismen en buitenissige woordcombinaties roert, wordt gegarandeerd van zijn sokkel geblazen. Over Harmens’ universum valt veel te zeggen — het is talig, gitzwart en pornografisch — maar het is vooral heel erg Harmens. In de herhaling van woordblokjes en de afwisseling van ritme, verzoent hij extremen. Hij slaat en zalft de lezer, want is zowel grof en vuilgebekt als geestig en ironisch, zowel rauw en agressief als speels en zangerig. Harmens schrijft scherpe, compromisloze poëzie, ontroerende gedichten die zachtmoedig zijn als gewapend beton, verzen die strelen als glasscherven. Hij is wars van elk goedkoop effectbejag en zet zichzelf in elk gedicht opnieuw op het spel. Hij is precies. Hij vertegenwoordigt een geheel eigen stem in de Nederlandse poëzie. Te lezen op het risico van 'kwikploftindethermometer- euforie'.
Alfred Schaffer is zich nog meer dan de meeste goede dichters bewust van de kracht van de suggestie. Wat er gebeurt aan de oppervlakte van zijn poëzie, is nog maar het begin van wat zich allemaal afspeelt. Hij dicht onderhuids. Hij maakt het ons moeilijk, niet alleen omdat hij zoveel tegelijk zegt en suggereert dat het ons onmogelijk wordt gemaakt om dat wat hij zegt te reduceren tot een eenduidige, coherente mededeling, maar ook omdat hij het ons bewust moeilijk maakt: we worden op losse schroeven gezet. We worden aangesproken en in verwarring gebracht. Zijn rijke en omvangrijke bundel Schuim is Schaffer op zijn best. Hij vormt een voorlopig hoogtepunt in zijn duistere, grimmige en ontwortelende oeuvre.
Men zegt wel eens: alles wordt uit de kast gehaald. Maar de jury heeft zelden een dichter gezien die zo ontzettend alles uit de kast haalt als H.H. ter Balkt in zijn in alle opzichten indrukwekkende bundel Anti-canto’s en De Astatica. Hij laat geen middel onbenut om ons zijn boodschap in de manke oren te schreeuwen. Hij zingt, preekt, babbelt, waarschuwt, fluistert, beleert, blaft, fleemt, kletst en spreekt. Omdat het Nederlands hem te eng is, vervormt hij het, rekt hij het op met middeleeuwse en gewestelijke woorden en vormen en spreekt hij verder in alle talen die hij machtig is. Hij is geleerd en boers, cerebraal en aards. Hij ademt ether en blubber. Geëngageerde, woedende poëzie.
Ook al roept ‘De voorbode van iets groots’ van Dirk van Bastelaere bij critici zeer uiteenlopende reacties op, we hebben hier te maken met een apocalyptische bundel, vol sublieme mene tekels voor de grote wereldcatastrofe. In het lange slotgedicht ‘Wwwwhooooshh’ woedt niet voor niets de leegte van een Amerikaanse woestijn. Centraal in ‘De voorbode van iets groots’ staan de veranderlijkheid van identiteiten en de schijngestalten van de wereld. De jury van de Paul Snoek Poëzieprijs was onder de indruk van Van Bastelaeres filosofische vernuft, zijn filmische decoupages, zijn flitsende beelden en abrupte wendingen in toon en stijl, van Bijbels tot bokkig aards. De dichter vindt bij elke nieuwe bundel opnieuw de poëzie uit. Dat kan irriteren, maar evengoed de lezer steeds opnieuw winnen voor zijn opzettelijk anti-esthetische lyriek.
Roeshoofd hemelt van Joost Zwagerman is een van de meest belangwekkende bundels van de afgelopen jaren, al was het maar vanwege de hoge inzet van de dichter. Het is in alle opzichten een avontuurlijke en een risicovolle bundel. Zwagerman vermengt twee stemmen, elk met een eigen poëtisch idioom, in een narratief gedicht dat in vliegende vaart naar een verrassende ontknoping voert. De ontknoping is dat het gedicht zich op een geraffineerde manier in de eigen staart bijt, waardoor de twee verschillende stemmen hun identiteit verwisselen. Hiermee heft het gedicht zichzelf op en vormt het een treffende demonstratie van de crisis in identiteit en authenticiteit die deze tijden kenmerkt. Het gedicht als geheel probeert de waanzin en wanhoop van onze postmoderne consumptiemaatschappij van binnenuit voelbaar te maken. Het is wild, overvloedig en spannend.
Vervolgens stond de jury voor de zware taak om uit deze zes nominaties één laureaat te kiezen, een taak die onvermijdelijk ook enigszins ondankbaar is omdat hierdoor geheel ten onrechte de indruk ontstaat dat de vijf andere bundels niet eveneens ten volle in aanmerking zouden komen voor de prijs. Na een pijnlijk proces van eliminatie, dat de jury met gepaste tegenzin volbracht, zag zij zich uiteindelijk gesteld voor de keuze tussen twee bundels, die elk op geheel eigen wijze verbluffende hoogtepunten zijn in de Nederlandstalige poëzie van de afgelopen drie jaar. Zowel Resistent van Saskia de Jong als Roeshoofd hemelt van Joost Zwagerman troffen de jury vanwege hun compromisloze precisie. Als het de jury vergund zou zijn een eervolle vermelding uit te reiken, zou zij deze met volle overtuiging uitreiken aan Saskia de Jong. Want uiteindelijk, na lang en rijp beraad, was de jury unaniem van oordeel dat de Paul Snoekprijs 2007 ten volle toekomt aan de dichter van de bundel die getuigt van grootse inzet en ambitie en die er in slaagt zowel een memorabel en grimmig commentaar te geven op onze tijd als een gedurfde vernieuwing tot stand te brengen in het genre van de narratieve poëzie. De Paul Snoekprijs 2007 gaat naar Joost Zwagerman voor zijn bundel Roeshoofd hemelt.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
?????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 22-4-07 om 23:30