Zelden heb ik van een zo begaafd man zulke merkwaardige beweringen gelezen als van Paul Claes over The Waste Land van T.S. Eliot. Hij vertaalde het meesterwerk als Het barre land en omringde het met een bastion van voetnoten, gevolgd door een nawoord waarin hij ‘de autobiografische sleutel’ prijsgeeft. Dat verklaart hij in een interview met Philip Hoorne, onlangs in dit blad verschenen. Met zijn sleutel opent hij de Zaal der Ontluistering.
Eliot is de belangrijkste modernistische dichter in de Engelse taal. Toen ik vijftien was, gaf mijn anglofiele vader mij de gedichten van het monument. Vijftien is een goede leeftijd om aartsmoeilijke poëzie te begrijpen. En in deze Eliot kwam alles samen wat de twintigste eeuw behekste, mijn vader obsedeerde – het ineenstorten van onze beschaving, Friedrich Nietzsche als amoreel criterium, de verduistering van het goddelijke – en uiteindelijk mijn opvoeding schraagde, als je iets tenminste ook in negatieve zin kunt schragen.
Waar Eliot is, is de twintigste eeuw.
Het raadsel geheten Thomas Stearns oftewel Tom Eliot was een jaar ouder dan Adolf. Een Amerikaan die naar het Engeland van zijn voorouders terugkeerde, als een trekvogel die een paar eeuwen onderweg was geweest. De barbaren stonden voor de poort en hij begreep wat het ware conservatisme toen betekende en ook nu nog betekent: redden wat er te redden valt namelijk.
De stelling van Claes nu komt erop neer dat de patriarch van het modernisme zijn eigen leer niet praktiseerde. De dichter die ons voorhield dat een dichter niet perse over zijn eigen gevoelsleven moet zingen, zong niet over de onvruchtbaarheid en uitzichtloosheid van de westerse beschaving na de Great War, maar over de onvruchtbaarheid en uitzichtloosheid van zijn huwelijk met de neurasthenische Vivien Haigh-Wood.
‘Ik heb er twee jaar aan gewerkt,’ zegt de geïnterviewde. Die tijd had hij nodig om de 433 regels volledig te doorgronden. In het verleden heeft Paul Claes al eens verklaard dat hij eindelijk de sleutel had gevonden die op het abstruse oeuvre van Arthur Rimbaud paste. Weer dat ijzeren gebruiksvoorwerp; het brengt die formidabele regel van René Char in herinnering:
Une clé sera ma demeure…
Het lijkt wel of Paul Claes gelooft dat de grote hermetische gedichten uit onze geschiedenis producten van een of andere geheimleer zijn, die vele decennia stof liggen te vergaren, in afwachting van hun ontsluiering door een Indiana Jones. Wat een raar, met de poëzie strijdig idee van poëzie draagt hij daarmee uit. De gedachte dat de lezer een gedicht moet oplossen – dat is nu net de onschuldige pathologie waar je een onervaren poëzielezer van probeert te genezen. Een gedicht is een sleutel zonder huis erbij.
Dit is geen bespreking van het boek van Claes: dat verschijnt namelijk pas in april. Ik zal het zeker lezen, want de materie interesseert me in hoge mate. Bovendien ben ik een bewonderaar van Claes als vertaler en prozaïst, die ruiker werp ik hem met veel plezier toe.
But he has views to inter: ‘Eliot heeft zijn gedicht gecodeerd om zichzelf in te dekken, zo simpel is het,’ zegt Claes, en hij noemt op verzoek van Hoorne enkele van de bewijzen die hij in zijn boek heeft verzameld. Ik neem niet aan dat hij na twee jaar studie de zwakste voorbeelden aanhaalt om zijn stelling in het openbaar te verdedigen, dus ik mag een beetje in de lach schieten. Dit beweert hij onder meer: ‘In de vierde regel is er sprake van “dull roots”, duffe wortelen. Nu moet je weten dat “roots” een Engels slangwoord is voor penis.’
Dat staat inderdaad in de Oxford English Dictionary; maar een kleine rondvraag onder een drietal Engelse vrienden leerde me dat het een term is die het in de Britse voetbalstadions vast niet goed doet. Niemand kende het woord in de Claesiaanse betekenis. En dat zou een bewuste codering zijn?
Claes als freudiaan.
Mag ik hier een geheim onthullen? Ik lijd onder echtelijke zorgen. In dat licht heb ik enig semantisch onderzoek verricht. U moet weten dat de vijfde betekenis van potlood volgens Van Dale (inform.) penis is. En geslepen betekent volgens dezelfde bron listig. De titel van dit feuilleton luidt dus De lepe lul, in sigmundiaanse oren tenminste. Dat is een lul die van pure huwelijkse droefheid zijn tristitia elders gaat zoeken.
Het huwelijk met de zenuwzieke Vivien was rampzalig, dat weet iedere liefhebber van Eliots werk; er is zelfs een speelfilm over gemaakt. Volgens mij zit het als volgt in elkaar: het is erg onaannemelijk dat er ooit een seksueel gefrustreerde, ongelukkig gehuwde dichter heeft bestaan wiens gedichten geen sporen van zijn geestelijke en fysieke ontreddering vertonen. The Waste Land gaat dus ongetwijfeld ook over Toms huwelijk.
Er is nog iets dat me verbaast van Paul Claes. Hij schijnt de uitwerking die The Waste Land de voorbije eeuw heeft gehad compleet te negeren. Zelfs al zou hij gelijk hebben, dan nog kan je het effect op vier generaties lezers nooit meer uitwissen. De tekst weet trouwens altijd meer dan de dichter; dat staat als een duffe wortel boven water.
De ijle materie van de tijdgeest plakt aan ons verstand. En ons tijdperk lijdt aan een seksuele preoccupatie. Zo weten we inmiddels dat de Kerk van Rome ons eeuwenlang heeft bedrogen over de ware aard van de relatie tussen Jezus en Maria Magdalena. En nu weten we dus ook dat de Church of Eliot ons maar vijfentachtig jaar voor de gek heeft kunnen houden.
© Benno Barnard; verschenen in Barnards rubriek HGP in Knack en in Opinio.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties