« Bescherming | Hoofdmenu | Poëziecafé Nachoem Wijnberg - Een avond vol open deuren »

8-2-07

Wachten in Wupperthal 5

Wat af is,’ zei Paul […] ‘is niet gemaakt.’ Onzin, vond ik

Mijmeren met Bernlef (van wie bovenstaand citaat is, CB) en Paul Valéry over vorm en intuïtie

In de tussenruimte die leidt naar Wupperthal heb ik het onwezenlijke menen te horen. We horen vandaag de chalumeau niet meer, of anders gezegd: de bronkop. Onhoorbaar, onmerkbaar in de drukte van ons dagelijks handelen. Beide woorden - chalumeau en bronkop - die niet vermeld staan in de Woordenlijst van de Nederlandse Taal, komen voor in de dichtbundel Aambeeld van Bernlef. Ze staan voor een ‘donkere grondtoon’, ‘het geluid/dat uit de diepte welt’, een geluid ‘van onderop, uit de grote mond van de aarde’. Of in de bewoordingen van Cyriel Offermans: het ‘duister zoemen’ dat onrustig, onbehaaglijk maakt.

26003mchalumeaucuisineDe chalumeau – een Frans woord met een mannelijk genus, volgens Van Dale Frans-Nederlands een ‘brander’, een ‘lasbrander, snijbrander, autogeenbrander’, in de Dictionnaire universel de poche ‘appareil destiné à produire une flamme à haute température à partir de gaz sous pression’ – de chalumeau dus heet meestal verborgen te zijn, en welt soms plotseling op als men zelf even afwezig is. In chalumeau vang ik overigens ook een echo op van het Nederlandse woord schalmei, en gezien de auditieve connotatie is dat natuurlijk niet verwonderlijk. Maar wat ik uit de teksten van Bernlef vooral onthou, is dat het onbehagen schept.

Je zou de chalumeau ook het geluid kunnen noemen waar we in ons planmatig en geordend, routineuze leven aan voorbijgaan, waar we ons niet langer bewust van zijn. Het is een auditieve metafoor voor een zekere onbestemdheid, voor dat ontregelend gevoel van onbehagen. Een houding die indruist tegen zelfbewustzijn, tegen hardhorigheid voor het eigen onvermogen. De chalumeau of bronkop contrasteert met een maatschappij die zichzelf niet meer in vraag stelt, met een lichtzinnig geloof in eigen kunnen en gelijk; hij staat tegenover het rationele denken, het discursieve.
In de poëzie van Bernlef probeert een lyrisch subject, tegen de keer, zichzelf te stemmen, in overeenstemming te brengen met het geluid van de chalumeau, de basso continuo-lijn die opwelt uit de diepte.

Ook dit is een parafrase van een regel uit de bundel Aambeeld. Vier jaar vóór die dichtbundel verscheen, publiceerde Bernlef Vreemde wil (1994). Gedichten uit die bundel kunnen herlezen worden in het licht van de chalumeau-metaforiek, of noem het veeleer een levenshouding, die later is gethematiseerd.

De vreemde wil, in contrast met Schopenhauers visie op de vrije wil, is de kracht die duidelijk maakt dat alles in onze omgeving, in onze werkelijksvisie, niet zo vanzelfsprekend is, of perfect onder controle zou zijn en gestructureerd verloopt. Of dat die visie coherent is en dus veiligheid en geborgenheid waarborgt. Het is niet omdat dat ‘ondergronds gerommel’, de chalumeau, niet direct waarneembaar is, dat ze niet kan worden opgemerkt. Bernlefs lyrische ik, die eenzaat, parasiterend in de contramine, leidt de mensen naar de drempel. Dit subject wil hen attent maken voor dat gezoem, waar Gust Gils in een van zijn paraprozateksten eerder al aan refereerde (Het zoemen van de bierkaai).

Een mogelijk alternatief voor Bernlefs vreemde wil is het begrip intuïtie. Als het sprekende ik de mens naar de drempel leidt, in een drempelsituatie (of ‘limen’) brengt, dan is dat op weg naar het intuïtieve leven. De bereidheid te verdwalen in het labyrint, in wat niet gestructureerd maar verwarrend, verstoord, chaotisch is contrasteert met de rechtlijnige planning, de schijn van orde en regelmaat die we onszelf, en tegen beter weten in, voorhouden.

Lucebert publiceerde op het eind van zijn leven de bundel Van de maltentige losbol (1994). In Bernlefs Kiezel en traan (2004) komt een hommage-gedicht voor, ‘De maltentige losbol indachtig’. De losbol kunnen we lezen als een aanhanger van dat intuïtieve denken, van de gewilde chaos. Niet de lichtzinnige losbol, is hij, maar wel de maltentige. Niet de kinderlijke naïeviteit staat tegenover het normerende, de verplichtingen, het voorspelbare of het routineuze, maar wel de inzichtelijke (epifanische) intuïtie. Zoals vrijheid alleen kan bestaan bij de gratie van de gebondenheid, zo is de ratio inherent aan de intuïtie. Of nog anders uitgedrukt: de improvisatie is alleen zinvol als er kan worden geput uit een oneindig arsenaal van gestructureerd en opgeslagen materiaal. Een jazz-muzikant improviseert niet vanuit een leegte, maar vanuit kennis en verkende mogelijkheden.

Maar wat heeft deze interpretatie van enkele regels uit twee bundels van Bernlef met reizen in een tussenruimte te maken? Alles, als ik Bernlefs beeldtaal metapoëtisch mag proberen te lezen. De bundel Vreemde wil wordt afgesloten door een afdeling, bestaande uit twee reeksen van zes genummerde gedichten en een gedicht dat alleen van een asterisk is voorzien. Die gedichten kan je lezen als een discussie tussen een ik-figuur en een persona, genaamd Paul, waarin we de dichter Paul Valéry kunnen herkennen. Inzet van de discussie, of de tweespraak, is de discrepantie tussen enerzijds de strakke vorm, de structuur die wordt nagestreefd, die eventueel voorop staat, en anderzijds de kracht van de intuïtie, of dus de improvisatie, die nooit valt uit te sluiten.

De ik-figuur, die de chalumeau hoort, weet dat er een vreemde wil is die het schrijfproces bepaalt. Niet het concept, niet het vooropgezette schema determineert het geschrevene, maar net datgene dat eraan ontsnapt. De gedrevenheid door de vreemde wil is net typisch, bepalend, voor alles wat het met schrijven te maken heeft. Bernlefs alter ego in die poëticale discussie weet dat de intuïtie verklaart waarom de genese van een tekst verloopt zoals ze verloopt. Ik citeer uit een ander gedicht in de bundel, het openingsgedicht ‘Averechts’:

Wat is er in mijn hand gevaren
dat mij voor mijzelf onleesbaar maakt,
verwrongen staart het schrift mij aan.

Een ander heeft het woord genomen
schrijft tegen de letters in, een averechts
gedicht stijgt naar het oppervlak. [...]

Averechts, tegendraads is het gedicht, niet als dusdanig gepland, geen uitwerking van het vooraf vastgelegde, het voorgenomene, het geïntendeerde. De vreemde wil, de intuïtieve kracht voltrekt zich klaarblijkelijk buiten de vrije wil van de schrijver om. Het geschrevene leidt een eigen leven. Of anders gezegd: de tekst laat zich schrijven, maar wordt niet geschreven.

In Bernlefs visie is schrijven het resultaat van het zoeken naar een evenwicht tussen het toelaten (en dus het bewustzijn) van een vreemde wil, een volwassen intuïtie én het bewaren van de ratio. Er is immers altijd een moment dat het overzicht niet wordt bewaard, er zijn in het schrijfproces - hoe rationeel ook voorbereid - momenten van verdwalen. Verdwalen in een ondefinieerbare tussenruimte, waarin de creatie vrij spel heeft in zoverre ze door de ratio kan worden bedwongen. Alleen als de dichter openstaat voor de chalumeau, en tegelijk het rationele kader weet te behouden, ontstaat een creatieve kruisbestuiving. Dichten is voor Bernlef intuïtie die in een vorm wordt gegoten. Althans, dit is de wijze waarop ik de discussie tussen een lyrisch ik en Paul heb gelezen. Wat vertelde Bernlef zelf over de genese van dit genetisch-interpretatief gedicht:

'Het was ook een vreemd gedicht om te schrijven. Alsof het onder mijn pen begon uit te dijen [...]. De ideeën die aan het gedicht voorafgingen, waren een aantal opmerkingen die Paul Valéry maakte in zijn notitieboeken. Die vond ik fascinerend omdat die handelen over het gebied dat aan het maken van poëzie voorafgaat. Ik kan het niet anders dan een soort intuïtief denken noemen dat vorm krijgt op het moment dat je de pen op papier zet.'

Zowel Valéry als Bernlef, geïnspireerd door de expliciete poëzieopvattingen zoals verwoord in de Cahiers van Valéry, gingen op zoek naar de wijze waarop het geschrevene tot stand komt. En ze spraken allebei voor zichzelf. Bernlef beklemtoont de kracht van de vreemde wil, Valéry sprak over de dichter als een planmatig maker, ‘een koele geleerde, haast een algebraicus, die in dienst staat van een subtiele dromer’. Sötemann citeert het volgende, als exemplarisch voorgestelde gedicht van Valéry, in het belangrijke opstel ‘Twee modernistische tradities in de Europese poëzie’, opgenomen in Over poetica en poëzie:

Poésie

Je cherche un mot (dit le poète)
un mot qui soit
féminin,
de deux syllabes,
contenant P ou F,
terminé par une muette,
et synonyme de brisure, désagrégation;
et pas savant, pas rare.
Six conditions – au moins!

Tekstgenetisch onderzoek toont aan dat alle schrijvers anders werken, dat het intuïtieve denken op veel uiteenlopende manieren verloopt. De manier waarop preliminaire gedachten en concepten in woorden worden omgezet is moeilijk te achterhalen. De Franse critique génétique houdt zich onder meer bezig met de constructie van dat psychologische proces, de mentale voorgeschiedenis van het geschrevene, waarvan soms vroege, allereerste aanzetten van bewaard zijn (de ‘avant-textes’). Voor Bernlef is het blijkbaar een proces dat gedirigeerd wordt door een vreemde wil, dat wil zeggen: gestuurd door de intuïtie. Zoals de paradox wordt uitgewerkt in die reeks van dertien gedichten.

Bernlefs gedichtenreeks is geconcipieerd als een tijdloos gesprek met de poeta faber die gepersonifieerd wordt door Paul Valéry, in de formulering van Sötemann, met de ‘zuiver modernistische traditie’ van het autonome gedicht. Valéry, of Monsieur Teste, als een ascetische persona die er formeel-modernistische standpunten op nahoudt. De invullingen die hij in zijn dichtwerk geeft aan de metafoor van de chalumeau geven een beeld van de wijze waarop in hoofde van Bernlef rationeel denken en intuïtief ‘verdwalen’ het schrijven van de dichter bepalen. Schrijven is een vorm van onbehagen scheppen.

© Yves T'Sjoen, 2007

Reacties

Ik hou van literatuur wetenschappers. Ook al beweert de door mij zeer geliefde Karel van het Reve (helaas overleden) dat het geen wetenschap is.

Natuurlijk is het geen wetenschap, maar dom verpakte overtollige intelligentie, waarde Fred, maar daar heb ik op de contrabas zelve al over geleuterd.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter