- Door Bart FM Droog -
We spreken mei 1924. In Delft voltooit de letterkundige Dirk Coster het voorwoord van zijn bloemlezing Nieuwe geluiden, een overzicht van de Nederlandstalige poëzie geschreven na de Eerste Wereldoorlog, oftewel de dichtoogst 1918-1923. Het is een rijke oogst, met gedichten van jong talent als J.C. Bloem, Jacob Israël de Haan, Martinus Nijhoff, J.C. van Schagen, Paul van Ostaijen, Marnix Gijsen, Anton van Duinkerken en Hendrik de Vries.
Hoewel Nieuwe geluiden niet de eerste bloemlezing in zijn soort is - ik refereer aan het vierentwintig maal herdrukte Dichters van deze tijd, circa 1890 tot en met 1994, zet deze anthologie de toon, die, zoals gebruikelijk in de Zeverlandse dichtwereld, traag op gang komt. Eind jaren twintig verschijnen andere bloemlezingen uit de recente poëzie, met andere invalshoeken. Uit het werk van de Vlaamse of de protestantse, of van die en dat of dot, om er maar een paar te noemen.
Dan, begin 1940, verschijnt het eerste deel van Victor E. van Vrieslands overzichtsbloemlezing Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen. Een standaardwerk, dat na van Vrieslands dood door eerst Hans Warren werd en momenteel door Mario Molegraaf samengesteld wordt. Ook hier weer: niet de eerste overzichtsbloemlezing - denk bijvoorbeeld aan Zeven eeuwen. Spiegel der Nederlandsche Letteren van 1200 tot heden, door dr. K.H. de Raaf en J.J. Griss uit 1917 - ik weet het nog goed - maar wel de toonzettende bloemlezing, die in vrijwel elke bibliotheek en op elke school te beraadslagen was, als gids voor in de moddervelden der poëzij.
1979. De eerste editie van Gerrit Komrij's De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten - de Dikke Komrij - verschijnt. De tegenhanger van de Spiegel, die in de jaren erna de rol van de Spiegel als standaardwerk overneemt.
2004. De dertiende editie van de Dikke Komrij komt uit - een moddervet boekwerk van 2280 pagina's, waarmee het de gidsfunctie verruilt door zoiets als, laat ik het oneerbiedig een suppoostfunctie noemen.
2005. Mario Molegraaf brengt de zevende editie van de Spiegel uit. In 669 bladzijden plukt hij de fraaiste poeëzieturven uit het Zeverlandse dichtmoeras van circa 1890 tot 2005.
Met het bestaan van de ge-update versies van de Dikke Komrij én de Spiegel rijst de vraag: is er ruimte en behoefte aan een derde overzichtsbloemlezing, waarin de focus niet zo zeer op de laatste eeuw, maar op de laatste kwart eeuw ligt? Jazeker, want zoals gezegd is de Komrij te dik en de Spiegel te mager - de recentste poëzie komt er in die anthologie ietwat bekaaid af.
2006. Met 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten, oftewel de Vette Breukers, reikt gids Chrétien Breukers zowel de poëzieliefhebster als de dichtleek zijn hand en leidt haar en hem door de laatste kwart eeuw.
Zoals elke goede gids doet hij niet elk kunstwerk aan en slaat hij hier en daar wat over. Zo mis ik werk van enkele dichters die in jaren tachtig dé poëzieperformers, de toenmalige jonge toppers in het poëzie naar het publiek toe brengen waren: Bart Chabot, Ton Lebbink en Diana Ozon. Maarrrrr - om zoals F. Starik te spreken: het is Breukers' keuze, Breukers rondleiding, en hij slaat poëten uit de performanceschool van J.A. Deelder en Johnny van Doorn bepaald niet over: zie de gedichten van hun tijdgenoten Didi de Paris, Adriaan Bontebal, Tom Lanoye en vooral Dorpsoudste de Jong. Bij de prille jeugd ontbreekt naar mijn smaak Sieger M. Geertsma, maar daarentegen zijn wel Willem Thies, Arnoud Rigter en Xavier Roelens vertegenwoordigd.
Ik durf te stellen dat Breukers alle velden van het Zeverlandse poëziemoeras aandoet en fijne turven - ik ben en blijf een Drenth - presenteert. Niet dat mij al die turven even smakelijk zijn: ik walg van gedichten over gedichten, poëzie of dichters, die rijkelijk in de Vette Breukers opgenomen staan, maar ik walg evenzeer van schilderijen van Van Gogh, Vincent, niet Ruben, dus mijn smaak is bepaald niet 's lands maatstaf en het dient gezegd dat opvallend veel dichters zulke walgelijke gedichten schrijven waardoor tussen al die navelstaarbagger bepaald wel iets moois zal zitten, voor wie er van houdt.
Terug naar de jaren twintig: Nieuwe geluiden. Het verrassendste aan dat boek is dat enkele gedichten die Dirk Coster toen koos klassiekers zijn geworden, zoals bijvoorbeeld Marsmans bekende 'Paradise regained', die in de derde herziene druk van 1927 opduikt. Is het Breukers gelukt de 'nieuwe' klassiekers te herkennen ? Hoewel het anno 2006 natuurlijk moeilijk te bepalen is welke recent geschreven gedichten klassiekers worden, zijn er wel een paar te herkennen: Ingmar Heytze's 'Vos onder ijs', Hagar Peeters' 'Genoeg gedicht over de liefde vandaag' of bijvoorbeeld Menno Wigmans 'Misverstand'.
De kenner zal het opgevallen zijn dat ik één bloemlezing tot dusverre ongenoemd heb gelaten: Stroomgebied. een bloemlezing uit de poëzie van de na-oorlogse dichtergeneratie. Samengesteld door Ad den Besten. Jawel, dezelfde Ad den Besten die meer dan een halve eeuw geleden de Windroosreeks opzette, een reeks die onlangs door Breukers nieuw leven werd ingeblazen. In Stroomgebied opvallend veel poëzie uit de Windroosreeks, en in de Vette Breukers wordt rijkelijk uit de Windroos- en Contrabasreeks gebloemleesd. Vriendjespolitiek? Ik denk het niet: een reeksredacteur gelooft in de poëzie die in zijn reeks verschijnt - waarom het anders uitgeven? - dus Breukers' keuze is op dit gebied meer dan logisch.
Net als Komrij in de Dikke Komrij maar één gedicht van zichzelf geplaatst heeft, doet Breukers dat in zijn Vette. Volgens mij zouden beide heren best wel wat meer van zichzelf hebben mogen opnemen: zo bont als die gekke Gustaaf van Elring het in 1909 flikte, met de door hem samengestelde Onze dichters, een overzichtsbloemlezing van de complete poëzie van de dertiende tot en met de prille twintigste eeuw, waarin hij zichzelf met elf gedichten en lieden als J.P. Heye, Willem Kloos of Louis Couperus met een vijf- of zestal vertegenwoordigde, zo bont kan een bloemlezer het anno 2006 niet meer flikken. En gelukkig maar.
Tot besluit en voor ik iedereen oproep vooral de Vette Breukers aan te schaffen toch nog een kritische noot: een gedicht van de uitgever opnemen - nee, dat had voor mij niet gehoeven. Dan liever een gedicht van, en daar ga ik weer, Bart Chabot, zonder wie ikzelf waarschijnlijk nooit in aanraking met de poëziepodia gekomen was. Hoe dan ook: koop het boek en laat het een gids zijn voor de aankoop van vele prachtige bundels. Zeverland, gefeliciteerd met de aanwinst van dit noodzakelijke werk!
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties