« Interview met Leo Hermens | Hoofdmenu | Interview met Rutger Cornets de Groot »

30-6-06

Interview met Han van der Vegt

HanvandervegtHan van der Vegt (1961) is dichter en vertaler. Na acht jaar in Antwerpen te hebben gewoond is hij onlangs in ballingschap gegaan in Arnhem. Hij heeft tot nu toe vier dichtbundels gepubliceerd: Oker, Pilonder, Ratel & Experimenten en vorig jaar Exorbitans in de Contrabas bij BnM Uitgevers. Hij hoopt met enkele maanden Wormgoor uit te kunnen brengen en werkt in de Kleine Zaal van de Contrabas aan De Paladijnen. Regelmatig staan gedichten of essays van hem in literaire tijdschriften zoals Parmentier, De Revisor en DWB. Han van der Vegt treedt graag op en neemt dan zijn vrienden mee op het podium.

1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?

Met het laatste gedicht uit Pilonder.

---

de ketel tussen ribbenkammen
trilt bloedverhit de moeren los
de drijfstang stoot omhoog

ontsnapte stoom
sist woedend door de hersenpan

de assen door de keel
schuren de kop schuin in zijn krans
het schroefblad van de tong
slijpt zich aan vlees
het vliegwiel hangt ontzet in zijn gewricht

de zuiger in de krop
stampt zucht na zucht de buizen door
de tonder huig
ontsteekt de klank

de mond klapt open als een val
de zanger zingt

2. Waarom poëzie?

Ik heb jarenlang allerlei dingen door elkaar geprobeerd, ik heb geschilderd, ik heb muziek gemaakt, ik heb proza geschreven. Poëzie werkt voor mij uiteindelijk het beste. Ik kan er dingen in doen waar ik in die andere vormen alleen maar aan kan raken. Zeker sinds ik lange, verhalende gedichten schrijf voel ik geen enkele behoefte meer om naar andere vormen te grijpen. Als ik optreed kan ik gelukkig nog samenwerken met muzikanten, acteurs en kunstenaars.

3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?

Homerus en Shakespeare, want je moet altijd hoog inzetten.
Uit Nederland: Achterberg, Marsman, Nijhoff, Lucebert, om even uiteenlopende redenen.
De vroege gedichten van Dylan Thomas zijn voor mij heel belangrijk geweest vanwege hun ronkende klank en hun brute lichamelijke beelden. Rimbaud, Trakl, Benn, Eliot, ik heb van iedereen gejat.
Peter Holvoet-Hanssen, want ik ken niemand die zoveel werkelijkheid en waanzin tegelijk in zijn gedichten kan stoppen. Dirk van Bastelaere, omdat hij je elke keer weer dwingt alles wat je schrijft opnieuw te overwegen. Andy Fierens, vanwege het gore lef en de lol. 

4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?

‘De rozen’, van Nijhoff. Een loepzuiver toneelstukje, heerlijk melodramatisch, hitsig en broeierig, en toch zeer precies. Ik stel me dit altijd voor als een relatie tussen een bankdirecteur en een relnicht, maar het kan natuurlijk ook anders.

De rozen

Hij zei me ‘Zolang deze rozen bloeiend zijn
groot en rood
zolang zal ook mijn liefde bloeiend zijn
groot en rood.’

Ze stonden stil in hun vazen
de rozen van mijn geluk,
toen kuste ik, waanzinnig van vreugde
toen kuste ik de rozen stuk

Ik heb in de bloemen gebeten,
ik proefde het bittere bloed,
En hij nam de doornige stelen
en sloeg mij, en dat was goed.


© foto: Sasker Scheerder

Reacties

grappig interview!
mooie gedichten ook.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter