'What did that guy say?'
'I don't know. Sounded like flarf to me.'
K. Silem Mohammad
In 2003 verschijnt de flarf bundel Dear Head Nation (Tougher Disguises Pr) van de Amerikaanse dichter K. Silem Mohammad. De gedichten in deze bundel zijn het resultaat van wat Tony Tost in zijn essay Blowing Up Just to Say Something to Us: K. Silem Mohammad and the Sub-Poetics of Flarf (Fascicle, nummer 1, 2005) noemt 'Google-sculpting': zoekresultaten van zoekmachines als Google worden aan elkaar geplakt, bewerkt, omgevormd tot poëtische collages. De flarfist aast daarbij op 'aanstootgevende taal, politiek incorrecte statements en misplaatste dierlijke beelden' om tot een 'taal van directheid te komen in tegenstelling tot een taal van zorgvuldige introspectie of correcte impressie'.
Volgens Mohammad behoort zijn online chapbook Hanging Out With Pablo and Jennifer (Duration Press, 2004) tot de meest pure flarf die hij heeft geschreven. Het gedicht 'The Western Tradition' is uit dit chapbook afkomstig. Hieronder volgen de eerste drie strofes.
it's 4 fucking 30 in the morning
swear I'm floating I swear I'm a fucking cloud
I just sound like a stoned fucking hippy
so fucking creepygoing to read the entire western tradition of poetry
want to nurture it and feed it with beer and oatmeal
I am going to do this, no sense in fucking around
you don't even have to fucking watchmy classmates were technically and stylistically clueless
how would you know what good poetry is?
the MFA degree impresses
it's just a stupid tradition it is just a stupid habit
thanks a fucking lot
Het ontstaan van flarf
Eind 2000 stuurt Gary Sullivan een gedicht in naar US poetry.com, 'één van die frauduleuze poëziewedstrijden', zoals hij de organisatie noemt. Hij wil hiermee protesteren tegen de onoorbare praktijk van het verlokken van de argeloze dichter tot publicatie van zijn of haar gedichten, door poetry.com uiteraard, tegen buitensporig hoge tarieven. Aangezet door de theorie dat elk gedicht, hoe slecht ook, met het oog op winstbejag per definitie door dit soort organisaties de hemel in wordt geprezen, zendt Sullivan het meest slechte gedicht in dat hij kan bedenken. Hieronder volgen de eerste 10 regels van het gedicht ´Mm-hmm´.
Yeah, mm-hmm, it's true
big birds make
big doo! I got fire inside
my "huppa"-chimp(TM)
gonna be agreessive, greasy aw yeah god
wanna DOOT! DOOT!
Pffffffffffffffffffffffffft! hey!
oooh yeah baby gonna shake & bake then take
AWWWWWL your monee, honee (tee hee)
uggah duggah buggah biggah buggah muggah
Drie weken later ontvangt Sullivan een lovende brief van poetry.com met een aanbieding om zijn gedichten in een 'coffee-table quality book' uit te laten geven met een 'Arristock leather cover stamped in gold and a satin bookmarker'.
Sullivan maakt van dit voorval gewag op een mailing list en roept andere dichters op om eveneens 'vreselijke' gedichten in te sturen naar poetry.com. Enkelen, waaronder Mohammed en Drew Gardner, reageren positief. Ergens in deze beginperiode valt het betekenisloze woord flarf, dat al snel als benaming wordt opgepikt voor het 'aanstootgevende, sentimentele en infantiele' in de vreselijke gedichten.
Zo ontstaat er begin 2001 een clubje dichters dat begint te experimenteren met flarf gedichten, waarbij het gebruik van Google als primaire bron van flarf teksten zijn intrede doet. Dit laatste heeft tot gevolg dat flarf steeds vaker wordt aangewend als aanduiding van de wijze waarop de poëzie tot stand komt in plaats van de aanvankelijke betekenis van het infantiele, het domme.
Michael Magee, ook een flarf dichter van het eerste uur, zegt over de toepassing van Google het volgende: 'Flarf is een collagetechniek die Google zoekresultaten gebruikt, met name de van websites afkomstige, gedeeltelijke citaten die Google 'vangt'. In het begin was de toepassing grillig en vond ongeveer zo plaats: je liet Google op twee termen zoeken, bijvoorbeeld 'anarchie' en 'tonijn smelt', en met behulp van de door Google gevangen woorden, frases, zinnen (je bezocht nooit de originele websites zelf) zette je vervolgens een gedicht in elkaar. Het resultaat is voor mij om verschillende redenen interessant: de collaboratieve textuur, de antropologische implicaties (het samplen van een grote variëteit van volkstaal, gebaseerd op het gemeenschappelijk gebruik van een woord of zinsnede) en de komische (speelse) opzet. Geleidelijk aan werden betrokken dichters echter ambitieuzer, zowel ten opzichte van hun gebruik van de techniek als van de gedichten zelf.'
Dear Head Nation
Flarf gedichten beginnen steeds vaker op te duiken in online en gedrukte magazines en in 2003 verschijnt de flarf bundel Dear Head Nation van K. Silem Mohammad, één van de meest in het oog springende flarf publicaties tot nu toe. Op internet zijn er twee besprekingen van terug te vinden, waarvan die van Tony Tost de meest uitgebreide is.
Tost vindt dat Mohammad's gedichten 'vakkundig en vaak subtiel een breder scala van emoties weten te bespelen dan veel andere poëzie, van woede tot eenzaamheid en steeds in het gezelschap van de humoristische maatschappelijk onacceptabele statements die zijn zoekopdrachten hem opleverden. De nevenschikking van rauwe emotie en linguïstische naïviteit is dikwijls verhelderend.' Hij vervolgt: 'Mohammad's flarf gedichten gebruiken de taal van de buitenstaander, de zonderling, als een ingang tot emoties, sociale situaties en normen en waarden, die gewoonlijk niet aan bod komen in de hedendaagse poëzie.'
In het kader van de vrijheden die flarf dichters zich veroorloven met betrekking tot het gebruik van andermans teksten, haalt Tost de woorden van Marcel Duchamp aan, uitgesproken tijdens de tentoonstelling van zijn urinoir in 1917 (Duchamp ondertekende zijn bijdrage met het pseudoniem R. Mutt): 'Of Mr. Mutt de urinoir nu wel of niet met zijn eigen handen maakte, is van ondergeschikt belang. Hij koos het. Hij nam een gewoon gebruiksvoorwerp en stelde het zo tentoon dat zijn nut verdween onder de nieuwe titel en het nieuwe gezichtspunt - hij creëerde een nieuwe gedachte over het ding.'
'Evenzo,' trekt Tost de vergelijking, 'bevrijd van de last van het genereren van nieuwe taal - de last der Romantische originaliteit - staat het Mohammad vrij om reeds bestaande taal vanuit een nieuw gezichtspunt te beschouwen, nieuwe gedachten te creëren over voorhanden zijnde taal (en ook nieuwe ritmen voor en beelden van deze taal).'
Mohammad neemt zelf een radicaal standpunt in. Hij wil zichzelf ontrekken aan de 'slappe rondtrekkende dichter die zich veilig waant boven een pittoresk uitzicht en vuile horizon' en streeft ernaar om het 'borrelende onderbewuste' van de taal van de niet-ingewijde in de poëzie in het centrum te plaatsen. Deze taal vormt volgens Mohammad de feitelijke linguïstische mainstream: 'Een mainstream is een krachtige, centrale stroom die al het puin en vee en alle vakantie vierende families met zich meesleurt. Het is niet een zorgvuldig geconstrueerde ijzeren wandelgang. In de mainstream moet je schreeuwen om boven het gebulder uit te worden gehoord. De mainstream is het schrikaanjagende mondiale videospel waarin we leven, elke dag weer, en heeft niets van doen met frauduleuze uitgeverspraktijken.'
Tost formuleert het als volgt: 'Poëzie die de mainstream werkelijk reflecteert, geeft de spanningen en opwindingen van het heden weer zoals deze worden ervaren door degenen die niet behoren tot de (vaak bevoorrechte) dichterlijke kring; een werkelijke mainstream poëzie staat wellicht dichter bij een chat-room of reality TV dan bij de meeste hedendaagse poëzie.'
Het gedicht 'Mars Needs Terrorists' uit Deer Head Nation werd opgenomen in Lyn Heijinian's bloemlezing Best American Poetry 2004. Hieronder volgt de eerste strofe van dit lange gedicht.
:.:.:.:.: alien parasites
:.:.:.:.: alien slave ship survivors,
:.:.:.:.: alien teenagers in 1950s
Florida, sex
:.:.:.:.: terror and destruction, terror
:.:.:.:.: terror designed to part
dumbass teenagers
:.:.:.:.: some now very wet
:.:.:.:.: romantic, the republican
:.:.:.:.: told me of their terror
:.:.:.:.: outfit for ?I?ma slave
:.:.:.:.: a fundraiser for republican
:.:.:.:.: and wet buns contest
:.:.:.:.: parents talking about sex
:.:.:.:.: of here 7.battle him
republican 8
:.:.:.:.: 8.we are 138.9 teenagers
In het vervolg van zijn bespreking plaatst Tost flarf in de traditie van procedurele werken van dichters als Jackson Mac Low en John Cage en van verscheidene OuLiPo projecten, waarbij eveneens gebruik wordt gemaakt van andermans teksten. Google is in dit verband slechts een nieuw instrumentarium om informatie te vergaren. Wel merkt Tost op dat flarf in tegenstelling tot de werken van Mac Low, Cage en OuLiPo vooral berust op niet-literaire bronnen. Met name deze wetenschap brengt de lezer van flarf in een positie waarin hij of zij, in zijn of haar verbeelding, voortdurend op zoek moet gaan naar actuele situaties en maatschappelijke kaders waarin de flarf statements, beweringen en waarderingen een zekere mate van zingeving, betekenis krijgen. Flarf schudt niet alleen het kussen van de poëtische techniek op, maar eveneens dat van de contexten - sociaal, politiek en fysiek - die aan poëzie kunnen worden toebedeeld.
Andere flarf werken
Michael Magee heeft begin 2003 een weblog in het leven geroepen, Mainstream Poetry, waarop veel flarf te lezen valt. Nummer 12 (2003) van het poëziemagazine Combo is geheel gewijd aan flarf. Onlangs zag Petroleum Hat (Roof Books, 2005) van Drew Gardner het licht. De bundel werd overwegend positief besproken door Joyelle McSweeney in The Constant Critic. Hieronder volgen de eerste drie strofes van het gedicht ´Skylab Wolverine Bunny Cage Nub´ uit deze flarf bundel.
Phoenix is the land of milk dowsers,
and I've always been
a wolverine bunny cage xenocide forum asshole.John Denver is nonsensical.
Good morning Skylab!These people are for people's amusement
in the Jack Palance Malice Palice.
De toekomst van flarf
Flarf is een betrekkelijk nieuw fenomeen, dat in pure vorm door slechts een klein aantal Amerikaanse dichters wordt toegepast. Het is onduidelijk of en hoe het zich verder zal gaan ontwikkelen. Enkele flarf dichters van het eerste uur, waaronder Mohammad, hebben zelfs alweer de dood van flarf verkondigd. Ik vermoed overigens dat ze vooral af willen van het stigma (louter) flarf dichter te zijn. Of ze flarf ook volledig uit hun poëzie zullen of kunnen verbannen, is nog maar de vraag. In dit verband wil ik een uitspraak van Michael Magee citeren: 'Ik schrijf niet exclusief flarf poëzie, maar de toon van flarf vindt inmiddels zijn weg in de gedichten geschreven zonder hulp van Google of welke andere zoekmachine dan ook.'
Flarf groeide in korte tijd uit van een geintje (slechte, domme gedichten schrijven) tot een streven om met behulp van 'aanstootgevende taal, politiek incorrecte statements en misplaatste dierlijke beelden' te komen tot een 'taal van directheid in tegenstelling tot een taal van zorgvuldige introspectie of correcte impressie'. Dit streven tot renovatie van de contemporaine poëzie is niet nieuw of opzienbarend. Flarf heeft daarentegen wel verassende bronnen van taal weten aan te boren en laten zien hoe daar met behulp van zoekmachines uit kan worden geput. Dat is, geloof ik, de grote waarde van flarf. Maar in die zin heeft flarf zijn kaarten intussen wel uitgespeeld en klinkt een verkondiging van de dood van flarf als avant-garde me niet onlogisch in de oren.
Ik ben benieuwd of meer dichters uit de door flarf aangereikte nieuwe bronnen van taal gaan putten en op welke wijze zij deze rauwe ordinaire taal zullen weten in te passen in hun eigen poëzie. Want ik geloof wel dat, met het oog op de door Bas Belleman aangeslingerde discussie Doet poëzie er toe?, flarf met zijn politiek en sociaal getinte 'reality' gedichten een bruggetje heeft geslagen naar meer maatschappelijke relevantie van de poëzie. Dit betekent niet dat alle dichters nu maar zouden moeten gaan flarfen, integendeel, maar je er voor openstellen kan zeker geen kwaad.
© Ton van 't Hof 2006
Bronnen
The Flarf Files, EPC, augustus 2003, http://epc.buffalo.edu/authors/bernstein/syllabi/readings/flarf.html
Dear Head Nation, recensie van Aaron Kunin, Rain Taxi, winter 2003/2004, http://www.raintaxi.com/online/2003winter/deerhead.shtml
O, You Cosh-Boned Posers!, essay van Jordan Davis, The Village Voice, augustus 2004, http://www.villagevoice.com/news/0434,essay,56171,1.html
Blowing Up Just To Say Something To Us: K. Silem Mohammad and the Sub-Poetics of Flarf, essay van Tony Tost, Fascicle, nummer 1, 2005, http://fascicle.com/issue01/Poets/mohammadessay.htm
The Virtual Dependency of the Post-Avant and the Problematics of Flarf: What Happens when Poets Spend Too Much Time Fucking Around on the Internet, Dan Hoy, Jacket, nummer 29, 2006, http://jacketmagazine.com/29/hoy-flarf.html
Petroleum Hat, recensie van Joyelle McSweeney, The Constant Critic, februari 2006, http://www.constantcritic.com/Joyelle_McSweeney.html
{lime tree}, weblog van K. Silem Mohammad, http://limetree.ksilem.com/
Mainstream Poetry, weblog van Michael Magee, http://mainstreampoetry.blogspot.com/
Jürgen Smit
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Enkelen, waaronder Mohammed en Drew Gardner, => Enkelen, onder wie Mohammed en Drew Gardner,
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 17-2-07 om 14:50
Zie ook http://www.perdu.nl/agenda.cfm
Geplaatst door: Joost Baars | 23-4-07 om 13:54
The Rolling Stones cancel a gig in Hawaii and postpone other tour dates as Mick Jagger suffers throat troubles.
Geplaatst door: William Lowe | 21-6-07 om 9:08