Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Man zoekt bal van Sander de Vaan -- de voetbalbundel voor dit WK

Elders

31 augustus 2012

De vlaamsche tale is wonder zoet

De taalstrijd in Vlaanderen is dood. Omgebracht door academici. Verzet heeft geen zin meer, ook al doet Dimitri Verhulst nog zo zijn best in een stuk dat vandaag op de website van De Morgen staat.

Wat is het geval? Na een taalstrijd die langer dan een eeuw duurde, en waar bittere geschiedenissen over te schrijven zijn, hebben drie academici besloten dat het genoeg is. ABN, of Algemeen Nederlands, hoeft niet meer te worden gesproken. De tussentaal, een mengeling van dialect en Nederlands, die Geert van Istendael heeft omgedoopt tot Verkavelingsvlaams, is het hoogste goed, of beter: het hoogst haalbare.

De tijd van de (van boven opgelegde) standaardtaal is voorgoed, en oh voorgoed voorbij.

De academici hebben dit alles neergelegd op een weblog (De Manke Usurpator) en in een boekwerk, met dezelfde titel, verschenen bij de Academia Press. De inleiding op het boek is hier te lezen.

Lees meer "De vlaamsche tale is wonder zoet" »

30 augustus 2012

Pleidooi voor de criticus

Op de website van The New Yorker een interessant essay van Daniel Mendelsohn. In een persoonlijk getinte tekst schetst hij de achtergronden van zijn ervaringen met en zijn liefde voor de kritiek. Zo vertelt hij het bijna ontroerende verhaal dat hij in zijn jeugd niet zozeer schrijver, maar criticus wilde worden. Als jongeling, in de jaren zeventig, nam hij de kritieken in onder meer The New Yorker elke week gretig tot zich.

Dat leidt nu, zoveel jaar later, tot een bezonken omgang met het fenomeen kritiek, die interessant is voor iedereen die `de´ kritiek ter harte gaat.

Een criticus, stelt Mendelsohn, moet kennis van zaken combineren met een gefundeerde smaak, of sensibiliteit en uiteindelijk leidde het lezen van allerlei kritieken bij Mendelsohn tot een diep besef: `More largely, and ultimately more importantly, the glimpses these writers gave you of their tastes and passions revealed what art and culture are supposed to do for a person.´

Critici zijn middelaars. Erudiete, belezen, goed beslagen ten ijs komende bemiddelaars. Mendelsohn heeft er een formule voor bedacht: KNOWLEDGE TASTE= MEANINGFUL JUDGMENT. Het woord 'meaningful´ is hier cruciaal: de criticus is in staat om een mening te baseren op de al genoemde kennis en sensibiliteit.

`De´ kritiek staat echter onder druk. Daar gaat Mendelsohn uitgebreid op in, en hij stipt zelfs even het debat aan over de wenselijkheid van negatieve kritiek (een debat waar Marc Reugebrink blijkbaar de mosterd haalde in zijn pleidooi voor louter positieve, of opbouwende kritiek).

Mendelsohn verliest zich niet in het boksen op nieuwe vormen van kritiek, maar hij blijft zich terugtrekken op zijn eiland: de ware criticus moet blijven vertellen wat een werk voor hem betekent, op een zo erudiet mogelijke wijze. `The role of the critic, I repeat, is to mediate intelligently and stylishly between a work and its audience; to educate and edify in an engaging and, preferably, entertaining way.´

Maar zijn essay raakt meer punten en is te kort om samen te vatten. Verplichte kost.

Schrijvers gevangen achter hun werktafel

Het heeft altijd iets fraais, foto's van schrijvers achter hun werktafel. Er wordt niet gewerkt, maar geposeerd. Misschien beginnen ze straks, als de fotograaf is verdwenen, weer te schrijven, opgelucht, bevrijd uit de starre houding die moest worden aangenomen. 

Via de weblog van Henri Floris Jespers krijgen we zo nu en dan een foto te zien van zulke schrijvers (die allemaal in Antwerpen wonen). Ze zijn gemaakt door Bert Bevers en hier terug te vinden.

De portretten variëren van gezellig (Fernand Auwera schrijft gewoon in de woonkamer) tot ronduit rommelig (Alain Germoz, die zelfs nog een fax bezit) en onbegrijpelijk opgeruimd (Roger Nupie).

Mijn favoriete foto is die waarop Andy Fierens valt te bewonderen. Een man die is verbannen naar de ruimte onder een trap, - en hij heeft zich daar bij neergelegd. De inrichting van een studentenkot. Met achter het bureau de dichter. Strijdbelust. De geest zal aanstonds waaien, zoals hij nog nooit heeft gewaaid.

Andy Fierens (foto Bert Bevers)

29 augustus 2012

Kroniek Brakke Hond: over Komrij, Flamingantisme en het centrum

Cover0312In het nieuwe nummer van De Brakke Hond, vandaag gearriveerd, onder meer werk van Pjeroo Roobjee, Paul Claes, Jeroen Brouwers (de laatste aflevering van zijn rubriek Restletsels, die binnenkort in boekvorm verschijnen) en gedichten van Herman Leenders. Hieronder de tekst van mijn vaste poëziekroniek. Over, ja, over van alles.

Waar ligt dat centrum? Wie wonen daar? (...) Hallo?

In deze aflevering mixt Chrétien Breukers een explosieve cocktail, waarin defeminisering, flamingantisme, nationalisme, Bunga Bunga met Van Bastelaere en de manier waarop Gerrit Komrij, kort geleden overleden, over - onder meer - een aantal van deze onderwerpen schreef. En oh ja - ook internet en Facebook duiken, weer, op.

door Chrétien Breukers

Wat heb je tegen de Vlamingen? O, ik ben allergisch voor alles wat flamingant is. Het is infantiel te vechten om een taal. Als ik daar woonde, zou ik zo snel mogelijk zien beide talen te beheersen en me nergens meer om te bekommeren. Flaminganten zijn ras-fascisten. Haat tegen een andere taal is voorkeur voor het volks-eigene en daarbij doet het niet meer ter zake wanneer men mij vertelt dat ik moet begrijpen hoe dat alles historisch gegroeid is. (...)

Bovenstaande is een citaat uit het boek 28 interviews. Meulenhoff, Amsterdam 1971, waarin Lidy van Marissing inderdaad 28 interviews bundelde, onder meer een met Gerrit Komrij, die deze ferme uitspraak deed.

Het is moeilijk voorstelbaar in deze tijd van salonfähig nationalisme, en je moet even om het in de jaren zeventig snel gebruikte woord ‘fascist’ heenlezen, maar toch is deze uitspraak niet helemaal ontbloot van actualiteit (wat maar weer bewijst dat Komrij redelijk vaak snel door had hoe de politieke hazen liepen).

In 2011 ontstond er lichte commotie toen Gerrit Komrij onthulde dat Dirk van Bastelaere, de nationalistische opperprins van de Vlaamse (experimentele) verzenmakers, in een pikante rolprent had opgetreden, een rolprent die op bepaalde websites (die niemand bezoekt, terwijl ze toch miljoenen hits per dag weten te genereren) rouleerde.

Lees meer "Kroniek Brakke Hond: over Komrij, Flamingantisme en het centrum" »

De poëzie: nu definitief dood? (2)

=== Vervolg van deel 1 ===

(Inmiddels wordt ter plekke gediscussieerd.)

Van Oostendorp heeft, vrees ik - al kan ik het geloei dat uit poëziekringen zal opstijgen wel ongeveer uittekenen. Toch ziet Van Oostendorp volgens mij ook dingen over het hoofd.

De voorbeelden (Toon Hermans en Nel Benschop) die hij meteen al in zijn eerste alinea noemt, worden over het algemeen niet tot `de´ poëzie gerekend. Toen niet, en nu nog steeds niet. Daarnaast bleek hun roem blijkbaar erg verweven met hun aanwezigheid: meteen na hun dood was het uit met de grote verkoopcijfers. Of hun bekendste regels het de komende decennia gaan redden, moet nog blijken.

Een ander ding: gemiddeld is er zo om de dertig of veertig jaar een regel die blijft 'hangen'. Van de lijst van Van Oostendorp zijn er aardig wat van na de Tweede Wereldoorlog: van de laatste 67 jaar dus. Misschien zijn er nog geen `overgebleven regels´ van de laatste twintig, dertig jaar, maar dat kan nog komen (zie bijvoorbeeld de reactie van Ingmar Heytze onder bericht 1).

Dat heeft bovendien een andere oorzaak, die Van Oostendorp ook niet noemt. Hij zegt: `Er zijn geen veelgelezen dichters meer, er worden al een paar decennia geen regels meer geschreven die blijven hangen. Er verschijnen natuurlijk nog prachtige bundels, van veel hogere kwaliteit, maar buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.´

Deze  bewering lijkt me deels waar (`[...]  buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.´) en deels minder waar. Er zijn wel degelijk veelgelezen dichters (Menno Wigman, Hagar Peeters, Ingmar Heytze, Neeltje Maria Min, Eva Gerlach, Toon Tellegen, de lijst is uitbreidbaar) - en die dichters worden in hun tijd meer gelezen dan Lucebert of Martinus Nijhoff in hun tijd.

Wat Van Oostendorp namelijk niet meeneemt, is iets anders: zijn lijst van favoriete evergreen-regels is ontstaan omdat er ooit, van zeg 1920 tot en met het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw, een hele klasse bestond die het lezen van gedichten als iets belangrijks beschouwde. Dat had men zo geleerd. Daar was men nu eenmaal mee groot geworden. Dat was nu eenmaal zo. Die hele klasse is verdwenen. Wat rest, is het reservaat, waar niet over poëzie gesproken wordt, maar over belangen.

Poëzie wordt niet meer door één groep gelezen, maar door een (grote of kleine) groep enkelingen. En die enkelingen kunnen geen vuist maken of een `discours´ bepalen...

De poëzie: nu definitief dood? (1)

`Sinds Nel Benschop zeven jaar geleden overleed, is de poëzie verdwenen uit de alledaagse taal. Dertig jaar geleden vlogen haar bundels en die van Toon Hermans nog de winkels uit. Ik heb niet de indruk dat ze zijn opgevolgd door andere succesdichters. Iemand als Jean-Pierre Rawie is bij hen vergeleken een sappelaar.´

Dat stelt Marc van Oostendorp in zijn column op Neder-L.

`(...) wanneer is voor het laatst een versregel tot het algemeen taalgebruik gaan behoren sinds je hebt iemand nodig, stil en oprecht (van Toon Hermans, CB)? Om die vraag te beantwoorden, zouden we eigenlijk eerst inzicht moeten hebben in welke versregels het populairst zijn. Dat is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden; (...)´

Hij eindigt zijn column met een aantal ruwe constateringen:

`Hoe dan ook heb ik geen enkele regel van de afgelopen dertig jaar kunnen vinden die zelfs maar benadert wat we hier vinden (het dichtst in de buurt komt "in de schaduw van mijn wanhoop" met 6.650 treffers – dat is een regel waarmee de cabaretier Hans Teeuwen de poëzie belachelijk hoopte te maken). Er zijn geen veelgelezen dichters meer, er worden al een paar decennia geen regels meer geschreven die blijven hangen. Er verschijnen natuurlijk nog prachtige bundels, van veel hogere kwaliteit, maar buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.´

 

28 augustus 2012

Charles Simic over dichtkunst en geld

De gemiddelde schrijver kan niet leven van zijn werk, van het schrijven van boeken. Dat geeft niet, maar het stelt de gemiddelde schrijver wel voor een probleem: wat te doen om genoeg geld bij elkaar te krijgen, opdat zijn leven niet in ellende verloopt?

Op 21 augustus jongstleden blogde Charles Simic een fraaie blogpost op de website van The New Yorker, waarvan ik de strekking toch helaas niet ten volle begrijp. Enerzijds erkent Simic dat de meeste schrijvers, en in zijn geval: dichters, niet kunnen leven van hun werk.

Anderzijds filosofeert hij over de fijne staat waarin het gratis en voor niks werken de gemiddelde dichter brengt. Dit combineert hij dan óók nog met de volgens hem juist groeiende populariteit van poëzie (van het schrijven van poëzie) en de rol van die almaar populairder wordende dichtkunst op het wereldwijde web.

Het is een wat hybride stuk. Met een fijne moraal. Maar nee, helemaal snappen doe ik zijn stuk toch niet. 

27 augustus 2012

De Uitmarkt - A.H.J. Dautzenberg

door A.H.J. Dautzenberg

Dautzenberg bezocht de Uitmarkt in Amsterdam, om er voor te lezen en te signeren, maar pikte toch heel wat Echte Cultuur mee. Musicals, Eerlijke Boekhandelaren en een zingende Joost Zwagerman.

‘Gefeliciteerd met de lovende recensies.’ Een jongen met een hip nerdy kapsel steekt zijn hand uit, zonder zijn naam te noemen. Ik beantwoord de felicitatie en kijk hem aan. Hij ontwijkt mijn blik. We staan voor de ingang van de Literaire Salon, een partytent met plastic stoelen. ‘Ik ben de interviewer, straks.’ Na die woorden loopt hij naar binnen. Ik zie de in alle opzichten grote A.L. Snijders en maak een praatje. Mijn dag kan niet meer stuk.

Ruim een uur later neem ik op het podium plaats tussen Y.M. Dangre en Philip Snijder, een prima gezelschap. De jongen met het hippe nerdy kapsel trapt af met de stelling dat wij alle drie een boek over de dood hebben geschreven om daar de komende driekwartier niets, maar dan ook niets, mee te doen. Wij kunnen bovendien niet op elkaar reageren: er is maar één microfoon.

Philip krijgt als eerste een vraag voorgeschoteld: hoe schrijf jij, werk je met schema’s zoals Harry Mulisch en draag je tijdens het schrijven een pak zoals Marcel Möring? Philip gaat in op de zoals-kwesties, maar kan zijn irritatie moeilijk verbergen. De rest van het gesprek verloopt stroef. De jongen met het hippe nerdy kapsel luistert niet naar de antwoorden en vinkt emotieloos de vragen op zijn A4-tje af.

Lees meer "De Uitmarkt - A.H.J. Dautzenberg" »

26 augustus 2012

Geachte mevrouw De Craemer,

Beste Ann,

AnndecraemerseingeverOver Ann de Craemer, De seingever, De Bezige Bij Antwerpen, 2012,

Op 26 mei 2011 schreef ik deze brief, naar aanleiding van je debuut Vurige tong. Nu is uw nieuwe boek verschenen, De seingever, en daarom schrijf ik je opnieuw. Ik las je boek in de stad Brandenburg an der Havel, net als de nieuwe romans van A.H.J. Dautzenberg en Rob van Essen. Ik vond die drie boeken allemaal heel goed, en begon me toen bezorgd af te vragen of mijn kritische vermogen door het verblijf in het buitenland was aangetast. Gelukkig is dat niet het geval.

Net als je vorige boek, is De Seingever een particulier boek, met een universele strekking. De vrouw die in Vurige tong nog heel dicht bij haar eigen jeugd blijft, gaat nu `naar buiten´, de wereld in. Niet meteen de wijde wereld, maar toch. Ze gaat in dit boek een verbintenis aan met een seingever, zo iemand die tijdens wielerwedstrijden het verkeer min of meer probeert te regelen en waakt over de veiligheid van het peloton.

Lees meer "Geachte mevrouw De Craemer," »

Nagelaten werk Adriaan Bontebal

BontebalEen keuze uit het gepubliceerde en nagelaten werk van Adriaan Bontebal verschijnt op 23 september bij uitgeverij Letterrijn, gedreven door de broer van Adriaan, Theo van Rijn. Het boek gaat de passende titel Tot hier en niet verder ~ een leven in woorden dragen.

De uitgeverij laat weten: `Je kunt ook alvast een exemplaar bestellen voor € 15,-. Stuur dan een mail naar dit mailadres. Vóór 22 september betalen, betekent dat er geen verzendkosten in rekening worden gebracht. Deze actie loopt niet via de webshop op deze site. Vanaf 23 september ook als eBoek verkrijgbaar voor een prijs van € 6,99. De bundel, met de door Melle de Boer gemaakte cover, zal dan na betaling op 22 september op de post gaan.´

In de geest van Bontebal wordt er iets moois gedaan met de opbrengst: `De netto opbrengst van de bundel zal o.a. gebruikt worden voor het inrichten van een Haags fonds bij uitgeverij LetterRijn. Het is de bedoeling om daarmee Haagse schrijvers te stimuleren en onder de aandacht van een groter publiek te brengen.´

De presentatie van het boek is op 23 september 2012 in Theater de Regentes in Den Haag.

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

september 2014

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30          

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën