'Vroeger dacht ik dat het niet gunstig was om uit zo'n boerennest te
komen, zo zonder boeken en verdere cultuur, maar nu zie ik de rijkdom
ervan', vervolgt hij. 'Het huis waar ik ben geboren en waar mijn oma en
opa rond 1910 kwamen wonen, mijn familie, de planten en de dieren,
kortom de hele boerensfeer uit mijn jeugd: die heeft mijn gedichten
sterk beïnvloed. Ik vind het een inspiratiebron. Het aardse van die
wereld, daar houd ik van. Het is een aardsheid die alles met leven en
dood te maken heeft. Het is geen softe, maar een harde en tegelijk
liefdevolle wereld. Als kinderen konden we bijvoorbeeld de varkens best
leuk vinden en goed verzorgen, maar het was tegelijkertijd normaal dat
zo'n dier in november werd geslacht en dat we het in de maanden daarna
op ons bordje kregen. Zo was het leven: hard en echt. Er waren geen
valse illusies.'
"Voor een boek dat ik aan het schrijven ben (Gedichten schrijven – de regels van het vrije vers, dit najaar bij Augustus in de Schrijfbibliotheek)
werk ik me door een tamelijk grote stapel vakliteratuur heen. Mijn
bureau lijkt wel een dependance van de UB en ik kom van die gele
plakblaadjes tekort om pagina's waar ik behartigenswaardige opmerkingen
vind te markeren. De meeste publicaties gaan over de structuur, de thematiek of de
levensbeschouwelijke richting van poëzie, en er zijn zeeën vol
filologische werken, waarin variantonderzoeken en taalkundige
haarkloverijen om voorrang strijden. Betrekkelijk weinig – of zeg maar
gerust geen – van die publicaties handelen over hoe het schrijven van
een vers begint."
Gerrit Komrij citeert op zijn weblog enige onnavolgbare zinnen van Huub Beurskens, ontnomen aan diens weblogachtige stapeling kromspraak die Nonnolles heet: "Zo staan er enkele
gedichten van mij in de bekende bloemlezing van Gerrit Komrij. Ik wou
en wil die gedichten daar niet in hebben. Niet alleen is de keuze ervan
slecht: de bloemlezer toont met die keuze een gebrek aan smaak of hij
is perfide. Om toestemming is mij niet gevraagd. Ik wou nooit en ik wil
nimmer in die bloemlezing. Ik wil eruit! Beter vergeten dan met
gebakken peren in de Komrij gezeten."
Dit heerlijke proza wordt voorafgegaan door deze alinea: "Bij het lezen van Antieke wijsgeren - Tegengeschiedenis van de filosofie,
waarin Michel Onfray vaak tot mijn verrassing en soms verbijstering
laat zien hoe de dualistische, platoonse lobby met name het monisme en
hedonisme in gedaante, leven en denken van figuren als Antiphon en
Epicurus heeft weten zwart te maken en vooral heeft weten weg te
werken, moest ik onwillekeurig denken aan het werk van
poëziebloemlezers en met name aan degenen onder hen die canoniserend
willen zijn en daarvoor zonder toestemming van geplukte dichters
(moeten) opereren."
Dit brengt me – via een hak-op-de-takje – bij een citaat van De Limburgse vlaai met kersen en kruimeltjes, ook al afkomstig van diens weblog: "Komrij is zijn bloemleescarriere begonnen met een groot overzicht met
deels polemische insteek om het belang van de Vijftigers en andere
avantgardisten te relativeren. Zonder evenwel daar een duidelijke
andere poëtica dan een van goede smaak en algemene representativiteit
tegenover te stellen. Komrij heeft daarna een ontwikkeling gemaakt van
giftig polemicus naar 's lands Voorbeeldige Lezer, tot het dichter des
vaderlands-schap en het stichten van een poëzieclub aan toe - en van
gevreesde TV-criticus werd hij de lezer die in NRC gedichten die hij
mooi vond ging uitleggen."
Gebrek aan smaak. Perfide. Poëtica van goede smaak en algemene representativiteit. Mijn hemel... wat een ... giftigheid van Beurksens en Kersen met kruimeltjes... Het lijkt wel Rasterproza, uit de jaren zeventig... proza van LADA-bezitters en mensen die achter elk boek een Samenzwering zien...
BoekenDingen meldt: "Na een vier jaar durende restauratie wordt komende zaterdag in
Oostenrijk de grootste kloosterbibliotheek ter wereld feestelijk
heropend. Het gaat om de indrukwekkende boekenverzameling van het
benedictijnerklooster Admont in de buurt van Graz. De in 1776
voltooide bibliotheekszaal, met fresco’s van Bartolomeo Altomonte
(1701–1783), geldt als een van de grootste kunstwerken van de Euopese
late barok. De zaal is zeventig meter lang, veertien meter breed,
dertien meter hoog en herbergt 70.000 boeken." Lees en klik hier verder >>
De Tekstfabriek meldt: "Nu de De Gereformeerde Bijbelstichting vandaag te kennen heeft gegeven gratis bijbels ter beschikking te stellen aan het Amsterdamse politiekorps, naar eigen zeggen omdat de bijbelkennis onder Nederlanders zou zijn afgenomen, maar in werkelijkheid natuurlijk als reactie op het met korting ter beschikking stellen van de nieuwe Koranvertaling van schrijver Kader Abdolah aan datzelfde korps, ziet uitgeverij Contact zich genoodzaakt om dit strijdtoneel te betreden en hetzelfde Amsterdamse Korps (en overigens ook andere korpsen) de verhalenbundel Boot van Hans van Wetering met korting aan te bieden, bij wijze van agnostisch antidotum. Waar bijbel en Koran recepten leveren voor hoe te leven en wat te doen, daar roepen de verhalen in Boot juist vragen op. Het raadsel dat de wereld heet, wordt in Boot niet kleiner gemaakt, maar groter. Levenslessen worden nadrukkelijk niet gegeven, of het moest zijn dat de mens zichzelf een raadsel is. En dat dan bij wijze van troost."
Nico de Boer publiceert in BN/De Stem een stuk over poëzie, dat ook een recensie is van het boek De 100 beste gedichten van 2007. Ik citeer: "Het aantal nieuwe dichtbundels neemt ieder jaar weer toe, om nog maar
te zwijgen van het aantal heruitgaven, bloemlezingen, de vele bundels
in eigen beheer, en de publicaties in tijdschriften en op weblogs.
Podiumdichters trekken volle zalen. Dichters kunnen tijdens festivals,
lezingen en optredens op een welwillend publiek rekenen. Daarnaast
moet gezien het grote aantal Nederlanders dat zelf dicht – meer dan een
half miljoen, schijnt het – de liefde voor de dichtkunst groot zijn. Maar
schijn bedriegt. Toonaangevend in het culturele en maatschappelijke
debat, zoals Gorter, Marsman, Nijhoff en Lucebert waren, is de poëzie
allang niet meer. De dichtkunst dreigt in een onpoëtische tijd waarin
alles poëzie kan zijn, steeds meer een marginaal verschijnsel te
worden. De dichtkunst preekt voor eigen parochie en vervreemdt zich van
de lezers, is de klacht die almaar luider klinkt."
Onder het stuk staan links naar mini-interviews met Anne Büdgen ("Ik zou graag meer mensen willen bereiken. Scholen zouden
meer aandacht aan poëzie kunnen schenken, maar je moet het leerlingen niet
door de strot duwen."), Jan Baeke ("Kunst is complexer geworden, er is meer scholing vereist om het [sic] te doorgronden), Sasja Janssen ("Wat meer aandacht voor poëzie in
de media zou wel prettig zijn"), Wiel Kusters ("Nu publiceren velen op internet, destijds stencilde je boekjes. Maar
als je verder wilt in de poëzie dan wil je een publicatie in een
tijdschrift of bundel."). Ook schrijft De Boer een kort stukje over de stand van zaken in poëtenland, gebaseerd op een inmiddels gedateerd overzicht van Rottend Staal.
Max Dohle meldt: "De basis [van The Apostrophe Engine] is het gedicht "apostrophe" van Bill Kenney. Elke regel is een
hyperlink die je via een zoekmachine op een volgende regel brengt.
Enzovoorts: A poem that builds upon itself and grows as the
world wide web grows. The Apostrophe Engine is a website operated by
Bill Kenney and Darren Wershler-Henry. It is the source of the poems in
apostrophe, a book published by ECW Press in 2006. The home page of the
Apostrophe Engine site presents the full text of a poem called
"apostrophe", written by Bill in 1993. In this digital version of the
poem, each line is now a hyperlink." Hoe werkt het? Nou, zo >>
De Papieren Man meldt: "De Parijse uitgeverij Gallimard is verwoed op zoek naar de verloren notitieboekjes van de Franse schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) en heeft in het laatste nummer van Le Magazine Littéraire een ogenschijnlijk wanhopige oproep aan de lezer gelanceerd, zo meldt De Standaard." Het zal niemand verbazen als ze binnenkort opduiken bij de Directeur en de Stofjas, daar bezorgd door een Middernachtzendeling...
F. Starik laat weten: "In Zutphen verzorgde Hanz Mirck zijn eerste eenzame uitvaart, in Den Haag was Gilles Boeuf dichter van dienst bij nummer 10, terwijl F. Starik de vijfennegentigste eenzame dode in Amsterdam wegbracht. U vindt het allemaal op de website van de Eenzame Uitvaarten, onder het knopje uitvaarten, rechts op de thuispagina."
"De
Koninklijke Bibliotheek in Den Haag laat acht miljoen pagina's van oude
Nederlandse kranten via internet toegankelijk maken. De oudste pagina's
zijn afkomstig uit de Courante uyt Italien, Duytsland & tc
die in 1618 voor het eerst verscheen. Per maand zullen zo'n 200.000
krantenpagina's worden gedigitaliseerd. Begin 2009 worden de eerste
resultaten online beschikbaar gesteld." Lees verder op Woest en Ledig >>
"Poëziefestival Poetry International pakt uit met een ongewone betaalformule. Onder het
motto 'Eerst poëzie halen, dan betalen', betalen toeschouwers dit jaar
hun ticket ná de voordrachten. De hoogte van het te betalen bedrag mogen ze zelf kiezen, afhankelijk
van wat ze van de bijgewoonde voorstelling vonden. Een dagticket (12,50
euro) of een zesdagenticket (47,50 euro) wordt afgeschaft. 'Bij het
verlaten van de zaal kunnen ze hun geldelijke waardering in de daarvoor
bestemde boxen deponeren. Een uitgesproken voorbeeld van ‘waar voor je
geld’. En een enorme motivatie voor de organisatie om het beste van het
beste te laten zien', zo luidt het in een persbericht."
"De V.W.S. (vereniging West-Vlaamse schrijvers werd opgericht in 1961 en heeft
als doel de literatuur van West-Vlamingen te steunen en breed bekend te
maken. De V.W.S. publiceert jaarlijks zes V.W.S.-cahiers waarin telkens
een auteur wordt belicht die in West-Vlaanderen woont of gewoond heeft.
Elk cahier telt 48 pagina’s met een inleidend essay, een bloemlezing,
illustraties, een handschrift en een bibliografie. Als nummer 245
in de reeks verscheen een cahier over Lut de block. De Block
publiceerde tot nog toe vijf dichtbundels (waarvan de laatste ‘Het
onverborgene’ - Arbeiderspers 2006 – was) en één roman. Ze stelde de
bloemlezing ‘Nooit te vangen met haar eigen pen’ (Poëziecentrum, Gent
2005) samen waarin een keuze staat te lezen van de vrouwelijke
poëzieproductie uit de periode van de voorbije zestig jaar."
"Hoe kunnen nieuwe media de poëzie en literatuur vernieuwen en aanvullen? Op het nieuwe digitale platform digidicht.nl zal dat duidelijk worden. De site wordt gelanceerd op donderdag 29 mei. De verkenningen maken deel uit van de vierde editie van het project 'Poëzie op het scherm'. Nieuw is dat het Fonds voor de Letteren daarbij dit jaar samenwerkt met het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst."
En: "digidicht.nl moet het voor dichters, schrijvers, vormgevers en andere kunstenaars mogelijk maken om online nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan en het daaruit voortkomende werk te publiceren. De maker van de website, Marcel van der Drift, en dichter Tonnus Oosterhoff zullen de website openen."
Om te besluiten met: "Aanleiding voor 'Poëzie op het scherm' vormden onder andere de experimenten van Tonnus Oosterhoff die met behulp van het programma Flash bewegende gedichten maakt. Het Fonds voor de Letteren wil het gebruik van nieuwe media stimuleren, maar heeft daar nog geen structureel subsidiepotje voor. (...) De presentatie is op 29 mei om 20.00 in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam (zaal open vanaf 19.30). De toegang is gratis, reserveren verplicht op: fondsvoordeletteren.nl. De avond is live te volgen op killertv.nl De uitzending wordt verzorgd door Waag Society."
En een voorproefje: "De vormgevers en de dichters kenden elkaar niet; een commissie met leden van het Fonds voor de Letteren en het Fonds BKVB stelde de teams samen. De teams zijn: Tsead Bruinja en Catelijne van Middelkoop, Elma van Haren en Eva Knutz, Astrid Lampe en Marcel van den Berg, K. Michel en Dirk Vis, Xavier Roelens en Gabrielle Marks, Nachoem Wijnberg en William van Giessen. Na de presentaties gaan schrijver Dirk van Weelden, grafisch ontwerper Annelys de Vet en dichter Martin Reints met elkaar in debat over de getoonde werken en de toekomst van intermediale poëzie."
Het Poëziecircus laat weten: "Dichter Bernhard Christiansen, winnaar van het NK Poetry Slam 2008, neemt tussen 27 en 31 voor Nederland deel aan de Wereldkampioenschappen Poetry Slam in Bobigny, dichtbij Parijs. In totaal hebben 16 landen een afvaardiging naar het WK gestuurd. De kwalificatierondes verdeeld over vier dagen monden zaterdag 31 mei uit in een finale waarin de twee beste dichters van het festival het tegen elkaar opnemen. De verrichtingen van Nederland op het WK Slam zijn te volgen via een dagelijks weblog vanuit Bobigny op: www.nkpoetryslam.nl"
Gisteren arriveerden twee door mij bij JOOT bestelde titels van D. Hooijer: Zuidwester meningen en Kruik en kling. In laatstgenoemde titel trof ik een ansichtkaart aan, bevattende een reproductie van een werk in olieverf, op papier aangebracht door de kunstenaar Martin Tissing. De schrijfkant is gevuld met een krabbel aan ene G*, geschreven door 'Kitty Ruys'. Kitty Ruys... waar ken ik die naam toch van? Enig googlen bracht de uitkomst. Dat is de 'echte' naam van D. Hooijer, die eerder opereerde onder het pseudoniem Milly Wiers en blijkbaar een voorkeur heeft voor namen met een ij of een y erin. JOOT had het, blij(y)kbaar, niet gemerkt.
De nieuwe DW B is uit. Met als thema In de kruipruimte van de literatuur, over voetnoten en samengesteld door Arnoud van Adrichem. En een opmerkelijk gedicht van Serge Delbruyère. Lezen dus >>
TEKST AANGETROFFEN OP EEN TAFEL IN HET RESTAURANT MIRAMAR (QUINTAY)
Als de afgrond met zijn stilte ons niet riep konden wij Trakl niet lezen, en niet uren die anonieme grafstenen blijven bekijken die de storm teistert gelijk de schreeuw van de vogel die de doden begeleidt. Versregels uit Sebastian im Traum aan het einde van het strand met drijfzand gelijk schipbreukelingen. Onze tijd moest eindeloos zijn als het zand van dat strand. Maar alle as, alle donkenschap, alle duurzaamheid is overbodig omdat wij vergaan. En op de kust - zoals je weet - duurt het gestage schouwspel van de golfslag voort. Wij trekken verder over verspreid gebeente dat de golven van de zee hebben teruggespoeld, we trekken verder om zoveel deuren te openen, stalen deuren, houten deuren, onzichtbare deuren, - innerlijke verhuizing waarvan we ons willen bevrijden - waar een woord alles met zich neemt wat we hebben kunnen bezitten.
"Nobelprijswinnaar Derek Walcott bezocht Amsterdam om een lezing te
geven. Hoe meer Walcott de wereld over reist, hoe belangrijker
terugkeer naar de Caraïben voor hem wordt.
Hij is moe en geërgerd. De Nobelprijswinnaar van 1992 Derek Walcott –
ook wel de Homerus van de Caraïben genoemd – zou om elf uur een
persconferentie geven, maar er is niemand, behalve ik dan, en ons
gesprek komt maar moeizaam op gang. Walcott zit onderuitgezakt en geeft
aanvankelijk vrijwel alleen monosyllabische antwoorden, waarna hij zijn
armen steeds weer pontificaal over elkaar kruist. Voor morgen staat de
eerste Cola Debrot-lezing gepland, maar een lezing zal het niet worden,
laat hij weten. Hij gaat gedichten voorlezen."
De keunst fan it blomlêzen wurdt jûn oan 'e oarder steld
yn Tresoar yn Ljouwert. Oanlieding is it ferskinen fan de blomlêzing Het goud op de weg, De Friese poezie sinds 1880 – een dik boek waarin de beste Friese poëzie vanaf 1880 is verzameld door Abe de Vries en uitgegeven door Bornmeer. Dielnimmers oan 'e
diskúsje binne ûnder mear Teake Oppewal, Jabik Veenbaas, Jetske Bilker, Tsead Bruinja, Hein Jaap Hilarides en Chrétien Breukers. Jûn om acht oere, Bûterhoeke 1 yn Ljouwert / aanvang 8 uur, Boterhoek 1, Leeuwarden.
Ook als iemand zich gedraagt alsof hij Jaap uit de Gouden Kooi naar de kroon wil steken, ook als iemand in de digitale wereld niet veel meer in huis heeft dan kroegjool en bralspraak, jawel... als zoiemand (en ik bedoel hier, als Martijn Benders) een mooi gedicht schrijft, dan is dat gedicht een mooi gedicht. Het heet 'De schatzoeker', komt uit de bundel Karavanserai, werd de dankbare abonnees van Laurens Jz Coster vanochtend gratis toegezonden en gaat zo:
De schatzoeker
Als ik 's avonds de gordijnen sluit en mijn vrouw knoopt haar ogen dicht dan is het niet de dood die mij nabij wil zijn, noch de slaap die vat
na vat betrekt uit het stomme water van mijn mond; nee, het is de hond die in mijn voeten al jaren een schat vermoedt.
Zelf ben ik, vrees ik, niet anders. Ook ik zoek de onuitputtelijke bron.
Ik ben opblijver, zittend op de bank. Ik ben een hondse herhaling met tenen.
The life of Robert Frost
has been autopsied and re-autopsied so many times that, 45 years since
his death, the congeries of appraisals can already be measured in
layers, like geologic strata. The early biographies — beginning with
Gorham B. Munson’s Robert Frost: A Study in Sensibility and Good
Sense, published less than 15 years after Frost’s first book of poems
— tended toward hagiography, portraying Frost as Frost carefully
portrayed himself: as a homespun Yankee sage, the L. L. Bean of verse,
a swinger of birches and picker of apples whose wisdom and prickly wit
were like a potbellied woodstove taking the chill (Eliot, Pound) out of
Modernist poetry.
Then came Lawrance Thompson,
whose authorized three-volume life (1966-76), while magisterial in its
detail, was a big fat voodoo doll of a biography, with Thompson (and
his co-author on the final volume, R. H. Winnick) puncturing Frost from
every angle. The correctives followed, and were met eventually with
another Thompsonesque thumping (Jeffrey Meyers’s 1996 Robert Frost), which a sympathetic portrait by Jay Parini rebutted three years later.
Now
comes Brian Hall, who in his previous novel (I Should Be Extremely
Happy in Your Company, about Lewis and Clark) described his role as
“rushing in where historians refrain from treading.” That’s a tall
order when applied to Frost’s life, precious few aspects of which
historians haven’t already trampled. When it comes to biographical
approaches to Frost, the road less traveled doesn’t exist.
Han van der Vegt heeft een website, die hier te vinden is >> Gaat daar allen heen, en leest. Behalve diverse poëmen, bevat zijn site ook essays en bespiegelingen, onder meer over Gust Gils, de ten onrechte in de vergetelheid gesukkelde Belgische schrijver. Van der Vegts bundel Exorbitans is nog verkrijgbaar, via het CB, via BnM uitgevers en via een mail aan de redactie van deze website.
"De VvL-penning 2008 gaat naar de
Stichting Schrijvers School Samenleving. De Vereniging van
Letterkundigen is van mening dat SSS een unieke bemiddelende rol
vervult tussen enerzijds schrijvers en anderzijds allerlei
instellingen, zoals bibliotheken en scholen, die een schrijver willen
uitnodigen voor een lezing." Lees verder op de website van de VvL >>
De Papieren Man meldt: "In Groot-Brittannië is een geanimeerd debat opgelaaid over de Poet Laureate,
zeg maar de Britse dichter des vaderlands. De organisatrice van een van
de belangrijkste Britse poëziefestivals dringt er op aan dat er nu
eindelijk ook eens een vrouwelijke Poet Laureate wordt benoemd, zo
schrijft The Independent.
Sinds de functie in 1668 officieel in het leven werd geroepen en John
Dryden zich de eerste Poet Laureate mocht noemen, voerden in de
voorbije 340 jaar 22 mannelijke dichters de prestigieuze titel,
waaronder zwaargewichten als William Wordsworth en Ted Hughes.
Momenteel wordt de ceremoniële functie ingevuld door Andrew Motion,
maar diens mandaat loopt volgend jaar af." Lees verder >>
De Waterlandstichting is "een progressieve denktank die de linkse leegte te lijf gaat en
antwoorden wil formuleren op de nieuwe uitdagingen van deze tijd.
Waterland werkt aan een nieuw links verhaal over vrijheid, gelijkheid
en solidariteit, daartoe geïnspireerd door de rijke tradities van het
progressieve denken." In maandelijkse nieuwsbrief van deze organisatie (Waterstof) staat altijd één gedicht. In mei is dat 'Urbi, Orbi, Ufarsin' van jullie hoofdredacteur.
Jacques Brel, bloot brons, een geblondeerde meneer... Ze komen allemaal samen op het Van Oldenbarneveldtplein in Amsterdam. Hoe en wat? Bekijk het nieuwe Westerparkgedicht van Hans Kloos, dat online staat op www.hanskloos.nl.
Naar aanleiding van dit bericht, en dit, meldt F. Starik het volgende: Aziz Adahchour van GroenLinks in Almere stelde voor om bij eenzame uitvaarten een dichter uit te nodigen. Dit leidde tot een bij vlagen hilarische gemeenteraadsvergadering. Inmiddels is de heer Adahchour ervan overtuigd een meerderheid achter zijn voorstel verzameld te hebben. Volgende week wordt zijn voorstel in stemming gebracht. Ondertussen kreeg het televisieprogramma Eén Vandaag (18.20 uur, NL 1) lucht van de zaak en wijdde er, naast vragen als ‘Hoe veilig zijn Nederlandse ziekenhuizen’ en ‘Is Putten opgelucht?’, gisteravond een item aan, dat hier te bekijken is. Of dit zal helpen, is voorlopig de vraag." Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Andy Fierens meldt: "Cineast/dichter/rolmodel Jess De Gruyter maakte voor Andy & the Androids een fijne no budget-videoclip. Het resultaat vindt u hier - knipper niet te vaak met de ogen want het duurt maar anderhalve minuut. Dank is verschuldigd aan cultuurtempels Nova en CC De Kern. Excuses worden aangeboden aan de bewoners van Antwerpen-Kiel voor het verstoren van de nachtrust. Andy & the Androids is het poppemieke van dichter Andy Fierens, contrabassist Filip Vandebril en homo universalis Michaël Brijs. Boekingen en info: orans@telenet.be"
"Op zaterdag 24 mei 2008 vindt in het Hof in Dordrecht de
presentatie plaats van de literaire wandelgids 'Dordt, wat zal ik ervan
zeggen' - Literair wandelen door het Dordrecht van Kees Buddingh’.
Dordt - wat zal ik ervan zeggen: ik ben er geboren
en woon er nu, op een paar onderbrekingen na,
al zo’n zesenvijtig jaar.
Zo luidden de eerste regels van het gedicht ‘Ode aan Dordrecht’ dat
C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985) in 1974 schreef. De schrijver is
geboren en getogen in Dordrecht. De stad speelt in zijn gedichten,
verhalen, essays en dagboeknotities dan ook een grote rol.
In deze literaire wandelgids voert Buddingh’s biograaf Wim Huijser u
mee in de voetsporen van de bekende auteur en ereburger van Dordrecht.
U maakt kennis met zeventig Dordtse locaties die in Buddingh’s werk
voorkomen. Bovendien krijgt u tijdens de literaire wandeltochten een
boeiend beeld van de vele veranderingen die de stad in de afgelopen
zeventig jaar onderging."
"In een uitverkochte Lutherse Kerk aan het Amsterdamse Spui,
hield dichter en schrijver Derek Walcott dinsdag 20 mei de eerste Cola
Debrot-Lezing. Walcott won in 1992 de Nobelprijs voor de Literatuur. In
Caribisch-Engels droeg hij voor uit eigen werk en het gemêleerde
publiek luisterde aandachtig. Na afloop was er tijd voor vragen uit de
zaal. Die werden door Walcott met de nodige humor beantwoord.
De Cola Debrot-Lezing werd georganiseerd door de werkgroep Caraïbische
Letteren en zal elke twee jaar plaatsvinden. Michiel van Kempen,
hoogleraar West-Indische Letteren aan de UvA, is voorzitter van die
werkgroep. Hij sprak over Walcott als ‘de Shakespeare van Sint Lucia'
en roemde zijn literaire kwaliteiten. De Surinaamse Felix Burleson en
de Antilliaanse Paulette Smit droegen een passage voor uit Walcott's
werk. Met verve vertolkten zij de ontmoeting tussen een Amerikaanse
toeriste en een inwoner van Sint Lucia."
"'All my life, my heart has yearned for a thing I cannot name.' Had this
yearning been for money, rather than revolutionary art, André Breton
would today have seen his dream realised, on learning that a selection
of his personal effects have been sold at auction in Paris for a total
of €3.6m (£2.9m)." Lees meer, op de website van The Guardian >>
Onlangs bracht de Vlaamse Auteursvereniging een tot nu toe nauwelijks opgemerkte brandbrief naar buiten, onder de titel 'Oproep tot loyaliteit en solidariteit'. Dit schrijven begint met een onschuldige alinea: "Zoals bekend kennen we in Vlaanderen voor literaire auteurs in brede zin (ook stripauteurs, vertalers, auteurs van non-fictie…) een systeem van beurzen die door het Vlaams Fonds voor de Letteren worden toegekend. Deze subsidies zijn bestemd voor mensen die met hun inkomen onder een vastgelegd plafond zitten."
Om daarna meteen maar met de vuist op tafel te vervolgen: "Nu blijkt dat er auteurs zijn die deze maximumgrens omzeilen, bijvoorbeeld door met een vennootschapsconstructie te werken: de auteur verdeelt de inkomsten over zijn vennootschap en over zichzelf en zorgt er daarbij voor dat hijzelf voldoende onder het inkomstenplafond komt te zitten waardoor hij de toegekende beurs alsnog in haar geheel kan innen."
Lelijk, van die auteurs. Maar ja, het is een mogelijkheid die het fiscale systeem biedt, en schrijvers zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen, en dezelfde mensenstreken... en dan krijg je dat. Gelukkig eindigt de VAV haar korte encycliek met een oproep die menig dwaallicht zal doen terugkeren in de fatsoenlijke kudde, waar geen vennootschapsconstructies zijn: "We roepen daarom alle auteurs op om loyaal en solidair alleen subsidies
aan te vragen als ze effectief minder verdienen dan het inkomstenplafond. De Vlaamse Auteursvereniging zal in haar permanent overleg met het Vlaams Fonds voor de Letteren naar een regelgeving zoeken die dergelijke misbruiken verhindert."
Wij gaan het zien. Ondertussen rezen er ook klachten over de aanbodzijde van het subsidiespectrum. In een eerdere brandbrief schreef de VAV onder meer: "Auteurs en illustratoren die bij het Vlaams Fonds voor de Letteren
(VFL) een werkbeurs vroegen, ontvingen recent hun toekenningsbesluit.
Sindsdien noteert de Vlaamse Auteursvereniging daarover onverwacht veel
klachten. Een grote groep auteurs en illustratoren is
verontwaardigd over de toonzetting van de beoordelingsverslagen. Deze
verslagen worden vaak als ‘pedant’, ‘vernederend’ of ‘demotiverend’
ervaren. De Vlaamse Auteursvereniging neemt deze kritiek mee naar de
volgende overlegvergadering met het VFL, die op 22 mei plaatsvindt."
Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het lezen van een 'beoordeling' inderdaad soms een flinke oefening in nederigheid is, maar dan denk ik vervolgens altijd, in navolging van Liberace: 'I cry all the way to the bank.' En je kunt het niet iedereen naar de zin maken, tenslotte.
In de Knack van deze week schetst Philip Hoorneeen van zijn ervaringen met het Vlaamse Fonds voor de Letteren: "Gesterkt door een nominatie voor de Vlaamse Debuutprijs, besloot ik
voor mijn tweede dichtbundel een stimuleringsbeurs aan te vragen bij
het Vlaams Fonds voor de Letteren. (...) In theorie klinkt het prachtig: het VFL
'stimuleert' Vlaamse schrijvers. Omdat ik debuteerde onder de vleugels
van een van de voornaamste literatoren van ons taalgebied, meende ik
dat die stimulans mij niet kon ontlopen. Het VFL besloot mij evenwel
neer te sabelen in plaats van aan te moedigen."
Hoorne eindigt zijn J'accuse! met deze bittere woorden: "De VAV belooft te ageren tegen datgene wat iedereen in het literaire
wereldje weet, namelijk dat de toekenning van subsidies aan Vlaamse
schrijvers geheel subjectief gebeurt. Het VFL, of beter de commissies
bestaande uit zelfverklaarde literatuurpausen, waarachter het Fonds
zich graag verbergt, lust een schrijver of lust hem niet. (...) Een hemeltergende discriminatie, waarvan je zou denken dat
ze alleen bestaat in dictaturen of bananenrepublieken. Op 22 mei is er
een overleg tussen de Vlaamse Auteursvereniging en het Vlaams Fonds
voor de Letteren over dit onwelriekend potje. Gaat het deksel eraf of
blijft het erop?"
Het geld en de letteren: het blijft een ongelukkige relatie, waarin sommige auteurs inderdaad – ten onrechte – buiten de boot vallen, daar waar anderen juist merkwaardig lang mee mogen varen. Ik ben benieuwd wat er de na de 22e mei allemaal gaat gebeuren – als er al iets gebeurt, natuurlijk.
Onderdeel van de expositie over de historische Zuiderwaterlinie zijn zeventien gedichten die de dichteres Yvonne Né gewijd heeft aan vestingen en forten langs die hele linie. Hieronder het gedicht dat zij opdroeg aan de vesting Bergen op Zoom (1260-1867).
Haal het hoge weg rondom, schep toppen af, stellig komt men over het droge, hul je in wallen, je meest stekelige jas. Zet de haven binnen, open een sluis, zo roep je de wateren tot dicht aan je huis, jij bent de rand in elke strijd, en alle malen herschep je het werk dat belagers weerhoudt, hier staat o zo kort maar wat er staat, Haal het hoge weg rondom, schep ja soms herbouwt zelfs de vijand je veste.
De Zuidwaterlinie loopt van Zeeland tot achterin Gelderland en is tweehonderd kilometer lang. Hij vormt bijzonder Brabants erfgoed. Van Hulst, via Bergen op Zoom en Tholen, langs Willemstad, Klundert, Geertruidenberg en Heusden verder de rivier af naar Grave. Breda en alle linies in de Baronie plus de lunetten van Den Bosch horen erbij. Er vallen dertien vestingsteden onder, dik 65 zichtbare en inmiddels niet meer zichtbare forten en schansen. En enorme lappen inundatiegebied. Na Hulst is Bergen op Zoom de eerste vesting (met de forten De Waterschans, Pinssen en De Roovere), daarna volgen de vestingen Tholen, Steenbergen en Willemstad, alle met hun bijbehorende forten.
Stroom nummer 29 met veel gedichten, veelal conventioneel, maar ook met een, wat mij betreft, duidelijk lichtpuntje: de door Herman J. Claeys vertaalde gedichten van de in het voormalige Joegoslavië geboren Eleonora Luthander.
Mijn hersens zijn een kerncentrale
Ik schrijf radioactieve gedichten
Daarom word ik niet uitgenodigd om ze voor te lezen in het Cultuurhuis van Skansen zelfs niet in het Volkshuis te Rinkeby
In De rug van de dirigent stel ik naar aanleiding van enkele uitspraken van de Amerikaanse flarf dichter K. Silem Mohammad nadrukkelijk de positie van de flarf auteur met 'hogere aspiraties' ter discussie:
"Het komt mij voor dat Mohammads bedoelingen hem voor de taak stellen om in zijn poëzie duidelijk afstand te nemen van wat Pamela Lu heeft omschreven als 'transgressieve kunst die simpelweg het experiment als excuus gebruikt voor haar eigen gewelddadige, rascistische of seksistische interesses'."
In een goed doordacht essay komt de Amerikaanse dichter Craig Perez min of meer, want minder expliciet uitgesproken, tot dezelfde conclusie:
"I am asking about tomorrow. What can we expect from a Pragmatist Flarf? [...] Will a Pragmatist Flarf “break up their lines to weep” and protest more fully? Or is Flarf too new, too vital a movement to promise anything, something, everything? Is Flarf, like America, on the way?"
"In Harderwijk
komt een gedenkteken ter ere van de Franse dichter Arthur Rimbaud. Een groepje
poëzieliefhebbers in Harderwijk heeft zich verenigd in een Arthur Rimbaud Comité
en werkt aan een gedenkteken. Het is de bedoeling dat het monument in het
voorjaar van 2009 wordt onthuld.
Arthur Rimbaud (1854-1891) verbleef in het jaar
1876 korte tijd in Harderwijk: welgeteld 23 dagen. Hij wilde naar het Verre
Oosten en het Koninklijk Nederlands Indisch Leger kon hem daarbij helpen. Het
KNIL zocht militairen om te vechten in Atjeh. In Harderwijk werd hij
klaargestoomd voor zijn missie. Vanuit het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk
vertrokken de militairen.
De keuze van Rimbaud voor een verre reis betekende een
ommekeer in zijn leven. Vanaf zijn zestiende stak de Fransman zijn liefde en
energie in de poëzie. Hij schreef baanbrekende gedichten. Ze worden gezien als
het begin van de moderne literatuur.
Rimbaud experimenteerde met rijm,
introduceerde obsceen woordgebruik in de dichtkunst, gebruikte spreektaal in
zijn poëzie. Rimbaud gaf klinkers kleuren, waardoor zijn gedichten een soort
schilderijen werden. Verder verzon hij de vorm prozagedicht. Nooit eerder had
iemand zulke literatuur gemaakt. 'Want ik is een ander', karakteriseerde hij zichzelf in
een brief aan Paul Demeny. Hij noemde zich een ziener."
"Op een dag
in het jaar 1954 zette winkelier Salomon Cohen een grote zwarte
typemachine op de toonbank van zijn sigarenmagazijn ‘Luxe’ in de
Havenstraat in Rotterdam-Delfshaven. Als jongen had hij altijd al
gedichten en verhaaltjes geschreven. Misschien kon hij nu wat extra
klandizie werven met het schrijven van een vers voor wie zijn winkel
bezocht.
Het was
het begin van zijn carrière als dichter, of beter, als sneldichter,
want al spoedig rolden de gedichten achter elkaar uit de machine. Elke
klant kreeg gevraagd of ongevraagd een gedicht mee naar huis. Het
duurde niet lang of men kwam met het verzoek om een gedicht voor een
bepaalde gelegenheid, een verjaardag of een bruiloft. Cohen draaide er
zijn hand niet voor om. Hij had maar een paar gegevens over de
betreffende persoon nodig en hij begon, steeds met twee vingers, de
strofen op zijn schrijfklavier te hameren.
Hoogwaardigheidsbekleders,
bekende artiesten en televisiepresentatoren als Ted de Braak, Theo
Eerdmans en Barend Barendse (‘De Zeskamp gaat ons nooit vervelen, door
zijn vitale zeggingskracht’) kregen een lofdicht op rijm toegestuurd.
Maar ook de tewaterlating van de tanker Esso Gambia ontlokte hem een
lofzang: ‘machtig boeiend zijn de lijnen / als een symfonie van staal /
net alsof een zon gaat schijnen / in ons levensideaal.’ Helaas, schreef
Esso Nederland NV, was er geen plaats in het personeelsblad om het
sneldicht op te nemen."
Gegevens: Tentoonstelling Salomon Cohen (1908-1985) - De Sneldichter van Delfshaven in Museum
De Dubbelde Palmboom, Rotterdam-Delfshaven, van 12 april nog tot en met 8 juni 2008
Erik Jan Harmens, op zijn weblog: "Het Openbaar Ministerie begrijpt nog steeds niet wat de grootste straf is die je een provocerend kunstenaar kunt geven. Doodzwijgen. Nu wordt het wel heel gemakkelijk om als talentarm artiest het wereldnieuws te halen. Ik stel me een spotprent voor van Minister Hirsch Ballin, die
een uitnodigende pose heeft aangenomen, met achter hem in Adamskostuum
een nog veel harder briesende profeet, betatoueerd met hakenkruisen
en handtekeningetjes van Anne Frank, die zijn harde, kloppende tampoer…"
Bücher sind online rasch gefunden, Lyrik gibt’s
gratis aufs Ohr. Nur die Netzdichter sind unglücklich: Sie wollen
zuletzt doch lieber zwischen Buchdeckel. Lees verder op de website van Die Zeit >> Kijk ook: hier >>
Naar aanleiding van deze berichtgeving: "Sympathiek, maar bemoeizuchtig. Dat vinden de meeste politieke partijen [in Almere]
van het idee van GroenLinks om eenzame mensen die komen te overlijden,
een waardige uitvaart te geven. Onder meer door een dichter in te huren
die tijdens de uitvaart een speciaal gedicht voordraagt. In een aantal
grote steden is dit al gebruikelijk. At Kasbergen, raadslid voor de
PvdA: 'Normaal gesproken zeggen nabestaanden iets tijdens een
uitvaart, zij kennen de overledene. Een dichter kent diegene helemaal
niet, waar bemoeit hij zich mee. Misschien wilde de overledene dat wel
helemaal niet.'" Aziz Adachour van GroenLinks,
initiatiefnemer van het plan, sputtert nog wat tegen, maar zelfs burgemeester Annemarie Jorritsma sprak openlijk
haar twijfels uit over het idee. Een nuchter denkende PvdA'er en een daadkrachtige burgemeester: Paarse tijden herleven.
Gregorius Nekschot werd onlangs gearresteerd. Een blamage voor OM en overheid, maar ongetwijfeld wordt binnen niet al te lange tijd recht gebreid, wat krom is. Gerrit Komrij heeft alvast een paar tips voor uitvinders in de dop, tips die Nekschot in de toekomst van dienst kunnen zijn: "Een computer voor schrijvers en tekenaars die bij aanraking door de politie spontaan ontploft. Een mobiele telefoon, idem dito."
[Ingezonden mededeling] Als zanger, liedjesschrijver, cabaretier en kinderboekenauteur is Herman van Veen al bekend. Mogelijk wordt hij dat ook als schilder. ‘Van de een op de andere dag ben ik zomaar op mijn zestigste gaan schilderen, heb er niet voor geleerd. Niemand gevraagd, misschien voortgezet waar mijn vader nooit aan toe is gekomen, een schilder te worden.'
Herman van Veen las de gedichten van Tsead Bruinja en vond ze geweldig. Via de Leeuwarder Jeroen Stek kwamen Tsead Bruinja en Herman van Veen met elkaar in contact. Deze expositie is het gevolg daarvan. De gedichten die voor de expositie gebruikt zijn, komen uit de bundel De geboorte van het zwarte paard die op 28 mei verschijnt bij uitgeverij Cossee. De geboorte van het zwarte paard is een tweetalige bloemlezing uit de Friestalige poëzie van Tsead Bruinja
'Alsof je het licht vangt', een expositie van Herman van Veen met veertien grote schilderijen gebaseerd op evenzoveel gedichten van de dichter Tsead Bruinja. De opening van de expositie vindt plaats op zondag 1 juni. Herman van Veen en Tsead Bruinja zullen beiden een optreden verzorgen. Meer info op de website van het Natuurmuseum Fryslân Leeuwarden >>
Ik houd van tucht en orde. Niet terwille
maar. omdat het de waarheid is, …… Later
zegt hij met een gebaar naar de bomkrater
Bij het langzame indirect grillen
J.J. Pollet meldt op zijn weblog: "‘Létoile de mer’ is een gedicht van Robert Desnos, Frankrijks
onfortuinlijkste surrealist die omkwam in de concentratiekampen. Man
Ray maakte er zijn surrealistische, erotische en grafische versie van: klik hier voor een 20 minuten durend zwart-wit filmpje."
"'De mens
is een vreemd wezen: hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij in zijn
hemd staat’. De poëzie raast de komende maanden in sneltreinvaart door
de Drechtsteden. Soms in de vorm van een gedichtenwedstrijd, soms in de
vorm van de Buddingh’ Poëzie Express. Op onverwachte plekken – zoals de
Kerkbuurt in Sliedrecht, vol met winkelend publiek of bij de molens in
Kinderdijk – doken plotseling acteurs op en droegen ze gedichten van de
Dordtse dichter Cees Buddingh’ voor. Het omvangrijke poëzieproject
Drechtsteden (Ge)Dicht, waar de Buddingh’ Poëzie Express een onderdeel
van was, is een voorbeeld van samenwerking op het culturele vlak tussen
tussen de Drechtsteden." Lees verder in het AD >>
"Het legendarische radioprogramma Candlelight, met romantische gedichten van luisteraars, keert vanaf maandag terug in de ether. Mr. Candlelight Jan van Veen (63) leent zijn donkerbruine stem vijf avonden per week aan het radiostation voor Nederlandse muziek 100%NL." Lees verder op nu.nl >>
"I've usually approached poetry magazines in much the same way as credit
card companies choose to approach me. By the time you've mailed a
hundred sets of six poems to a third of the 300 magazines in the UK,
most of whom you've never read, you're fairly confident of having a
couple published somewhere. After all, I have two visas and a
mastercard." Aldus Jonathan Morrison. Zijn artikel over The future of poetry magazines staat op de website van The Guardian >>
"Als dichter moet ik dol zijn op boeken. Zwierig gesigneerde, liefst met de hand gezette eilanden van kennis en avontuur in rundlederen omslag, jarenlang gerijpte prachtbanden vol leeslinten en goud op snee. Bij voorkeur bewaard in een enorme, schemerige bibliotheek waar het stof ronddanst in een paar strepen zonlicht, rood en geel gekleurd door glas in lood.
In werkelijkheid haat ik boeken. Ik ben bereid toe te geven dat niets zo opwindend ruikt als vers bedrukt papier – als er een boek van me uitkomt is het eerste wat ik doe, mijn neus erin steken om het zalige boeket van vers papier en licht metalig ruikende inkt op te snuiven – maar verder gaat mijn liefde niet. Dat komt omdat boeken, zeker met zijn allen, ruimte innemen. Ik houd van de inhoud van mijn boeken, niet van hun schaamteloze omvang."
Vandaag, maar dan 68 jaar geleden, werd het centrum van Rotterdam door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Op de weblog van Ben Herbergs staat te lezen: "Waar de vlammen ophielden, ontstond de
brandgrens die de overgang tussen vóór en na, tussen oud en nieuw
Rotterdam, zou markeren. Het gebied dat Duitse bommen in 1940 in puin
en as legden wordt vanaf 14 mei 2010 voorgoed zichtbaar gemaakt door
lampen in het plaveisel die in de vorm van rode vlammetjes de hele
brandgrens – permanent – verlichten. Zo’n 130 stralenbundels die naar
de avondhemel gericht zijn geven sinds [14 mei] 2007 al vanuit de hoogte het
gebied aan waar de verwoestende bommen vielen."Een foto van deze lichtbundels en een prachtig vers van Manuel Kneepkens zijn hier te bekijken en te lezen >> Meer informatie over de brandgrens is op de website van de gemeente Rotterdam te vinden >>
Steeds moeilijker wordt het, om ergens in alle eenzaamheid te worden begraven. Want, F. Starik meldt het zelf, opnieuw is er een stad toegetreden tot de poule des doods. En op de website van Omroep Flevoland staat het te lezen: "Een dichter die een persoonlijk gedicht voorleest bij een uitvaart waar
helemaal niemand komt. Dat wil GroenLinks in Almere introduceren. De partij wil hiervoor de Stichting Eenzame Uitvaart inschakelen. Deze
stichting zorgt er in een aantal grote steden voor dat een dichter
aanwezig is bij de begrafenis of crematie van een overledene zonder
nabestaanden."
Het filmpje laat een plaatselijke politicus aan het woord die zijn cursus Nederlands nog moet doen, maar dit geheel terzijde. En het aller, allerfijnste nieuws voor Almere en omstreken, bovenop het mooie nieuws dat Starik al voor ons heeft, is dit: Maria van Daalen gaat 'de kar trekken'. Dus ook de spiritueel-hysterische kant van de zaak is geheel en al in kannen, kruiken en wierookvaten. 'Wat doet die kip met afgehakt hoofd hier?' 'O, die is voor een voodoo-ritueel, want er is weer een eenzame uitvaart.' 'Ah, zo.'
"In de vroege ochtend van 8 mei is de schrijver Willem Brakman overleden,
meldde zijn uitgever. Brakman is 85 jaar geworden. Dat is niet
bijzonder jong, toch grijpt dit overlijden mij zeer aan. Hij is een van
mijn lievelingsschrijvers. Als ik even stop met schrijven en mij
omdraai, zie ik zijn boeken achter mij. Ze vormen een flinke rij in de
boekenkast. Brakman publiceerde ruim vijftig titels, ergens las ik
zelfs dat het er tachtig zijn, hij publiceerde kortom véél. Zijn
laatste roman kwam in 2006 uit. De titel vind ik al meteen erg sterk,
die luidt Naar de zee, om het strand te zien. Het schijnt trouwens dat er nóg een roman van Brakman komt, of in elk geval dat hij met een nieuw boek bezig was." Lees de rest van Arie Storms necrologie op zijn website >>
"De Vlaamse Auteursvereniging (en de met haar geassocieerde ScenaristenGilde) en de Vlaamse Uitgeversvereniging trekken al enige tijd gezamenlijk aan de kar wat het probleem van de fiscale behandeling van inkomsten uit auteurs- rechten, naburige rechten en wettelijke licenties betreft. Naar gelang het geval en - vooral - de houding van de belastingcontroleur kunnen deze inkomsten naar geldend recht immers worden gekwalificeerd als beroepsinkomsten (progres- sieve belasting), als diverse inkomsten (belast aan 33 %) of als roerende inkomsten (belast aan 15 %). Veel hangt ook af van de aard van de rechts- verhouding tussen auteur en uitgever:
de overdracht van rechten wordt fiscaal soms anders behandeld dan de licentie. Dat dit tot rechtsonzekerheid op het terrein leidt, behoeft geen betoog." Lees verder op de website van de Vlaamse Auteursvereniging >>
"YoungPoets is een initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg. Het
is een gedichtenproject voor jongeren in de leeftijd van 14 tot 25
jaar, en bestaat allereerst uit deze website. Op deze website kunnen
jongeren gedichten plaatsen, audio- en YouTubebestanden uploaden en via
de forumfunctie met elkaar over de gedichten discussiëren, of over
actuele ontwikkelingen in poëzieland." Lees verder >>
"Every weekday for the past twenty-seven years, a long-in-the-tooth
history major named Phil Schaap has hosted a morning program on WKCR,
Columbia University’s radio station, called 'Bird Flight', which places
a degree of attention on the music of the bebop saxophonist Charlie
Parker that is so obsessive, so ardent and detailed, that Schaap
frequently sounds like a mad Talmudic scholar who has decided that the
laws of humankind reside not in the ancient Babylonian tractates but in
alternate takes of 'Moose the Mooche' and 'Swedish Schnapps'." Lees verder in de New Yorker >> Gevonden op de Leestafel >> zittend waaraan ook een stuk Parker te beluisteren is >>
"Dick van Halsema publiceerde onlangs een nieuw artikel: 'Filosofie in
de poëzie van J.H. Leopold: een rijke bron van ambivalentie'. In:
Philippus Breuker en Jan Gulmans (red.), De dichters en de filosofen. Wijsgerige aspecten van de poëzie in Nederland rond 1900. Leeuwarden 2008, p. 87-102. Deze bijdrage is gebaseerd op een lezing die Van Halsema in 2007 hield voor het Obe Postma Selskip." Dit meldt de weblog van de VU >> Op de website van de Friese Pers staat meer bestelinformatie over deze fraaie uitgave >>
Eenmaal gerecenseerd door Erik Lindner: "Arnoud van Adrichem geeft de indruk met zijn debuut snel te schrijven,
alsof zijn regels per vergissing raken. Maar hij schiet zo vaak raak
dat de dichter wel degelijk de teugels in handen moet hebben. Rare
poëzie levert dat op. Vis is met zijn negen verschillende afdelingen een eigenaardig sterk geheel."
En eenmaal door Willem Thies, die niet tot een slotsom komt, of hij moet verborgen liggen in de afsluitende cryptische zin: "Hoewel uiterst primitieve dieren, bestaan vissen en spinnen, in tegenstelling tot de complexe postmoderne mens, wel degelijk."
"Na ruim zes jaar een dagelijks weblog te hebben verzorgd voor de VPRO,
denk ik dat de tijd is gekomen op zoek te gaan naar nieuwe ideeën." Lees de rest van de afscheidsbrief hier >> Ik spreek bij deze de hoop uit dat De Bie van zijn welverdiende rust gaat genieten. Mocht hij een nieuw iets beginnen, ooit, dan heb ik één gratis tip: vermijd flauwe typetjes! Die zijn heel erg 2007.
Vijfentwintig knalroze vogelhuisjes hangen op mooie plekken in de Goudse binnenstad. Margriet de Kruijf en Marien Brand leggen hun oor te luister bij het vogelkastje bij de Visbanken. Als je op een knopje drukt komt er een lentegeluid uit. Het kan muziek zijn, een gedicht, de grutto hoogstpersoonlijk of zomaar een beschouwing over dit jaargetijde. Aan 25 min of meer bekende Gouwenaars heeft de stichting Boven de 7e verdieping gevraagd mee te doen.
Via boekhandelaar Ineke Verkaaik (die zelf meedoet met een gedicht van de Goudse dichter Henk Kooijman) is Leo Vroman bereikt. De 92-jarige dichter, die in de Verenigde Staten woont, heeft twee gedichten voor het project geschreven. Het een gaat over donder en bliksem in zijn woonplaats Fort Worth, dat toen net geteisterd werd door wervelstormen. Het is door iemand anders ingesproken. Het tweede gaat over een vogelhuisje en dat heeft Vroman zelf door de telefoon voorgelezen.