Jeroen Brouwers krijgt in november de hoogste literaire prijs, de door Nederland en België samen uitgereikte Prijs der Nederlandse Letteren. Eervol, inderdaad. Maar in interviews laakt Brouwers de hoogte van het prijzengeld, dat inderdaad archaïsch aandoet: 16.000 euro. Niet echt een bedrag waarmee iemand die een heel oeuvre bij elkaar heeft geschreven zijn pensioengat kan vullen.
Maar mijn oma, zaliger nagedachtenis, zei altijd als mijn broer en ik ergens om vroegen cq zeurden: 'Kindjes die vragen, worden hard geslagen' – en dan kreeg je een wats om je oren. Jeroen Brouwers krijgt geen wats, maar steun van De Vlaamse Auteursvereniging en van de Vereniging van Letterkundigen. Die steun heeft zijn neerslag gekregen in een druilerig epistel dat Erik Vlaminck, Koen Stassijns en Tom Naegels (de Billy Bragg van de Sinjorenstad, de man die zo warm kan schrijven over buitenlanders en racistische binnenlanders) namens de Belgen en René Appel namens de Nederlanders in elkaar hebben gezet. Het ding is gericht aan de ministers Anciaux en Plasterk en begint zo:
Ooit was de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren een bekroning waar de laureaat trots op was. Deze staatsprijs, die wordt toegekend aan een volledig oeuvre, was de hoogste onderscheiding die een schrijver in ons taalgebied te beurt kon vallen. Hij wordt afwisselend uitgereikt door de Koning der Belgen en de Koningin der Nederlanden, die dat namens het hele volk doen. Herman Teirlinck was in 1956 de eerste laureaat, na hem kwamen onder meer Gerard Walschap (1968), W.F. Hermans (1977), Hugo Claus (1986), Harry Mulisch (1995), Gerard Reve (2001) en Hella Haasse (2004).
Ooit? Was? Namens het hele volk? Hé, hoh, hebben wij ergens iets gemist dan? Het ís toch nog steeds de hoogste onderscheiding? Die terecht is toegekend aan Jeroen Brouwers, omdat hij een groot en veelzijdig oeuvre bij elkaar heeft geschreven? Of is hij een laureaat die niet past in het door de Vier Musketiers opgestelde schrijven? Snel naar de tweede alinea.
De huidige laureaat, Jeroen Brouwers, die in november de Prijs krijgt uitgereikt, laat in interviews duidelijk blijken dat hij teleurgesteld is. Niet vanwege de Prijs die hem werd toegekend en waarmee hij zeer vereerd is, maar omdat het eraan verbonden geldbedrag allerminst de waardering van de Staat voor de schrijver en de literatuur in het algemeen uitdrukt. De Vlaamse Auteursvereniging en de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen, de vakverenigingen van de auteurs in Vlaanderen en Nederland, treden Brouwers hierin bij. Wij vragen de ministers Anciaux en Plasterk om het prestige van de Prijs te herstellen.
Herstellen naar wat? Naar het niveau van 1956? Toen ontving Teirlinck een bedrag van 6.000 gulden, omgerekend nog geen 3.000 euro, ook toen geen bedrag waar je van flauwviel. Nee, dat zal niet de bedoeling zijn van de vier scribenten, die pas in de scribentenpen klimmen als een auteur begint de klagen in de krant. Wat misschien terecht is, maar niet chique. De beide verenigingen willen – na de klachten van Brouwers – dat het prijzenbedrag wordt opgetrokken, er onterecht van uitgaand dat prestige en prijzengeld synonieme begrippen zijn.
Misschien hadden de Vlaamse Auteursvereniging en de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen zich de afgelopen jaren eens uit zichzelf druk kunnen maken over deze en andere geldelijke kwesties, het beroep auteur betreffende. Maar nee, zoals altijd is iedereen weer ná de oorlog in het verzet. En gaat het prijzenbedrag binnenkort omhoog naar, pak 'm beet, 50.000 euro (en verspreiden beide verenigingen een persbericht over hun 'overwinning'), wat nog steeds iets minder is dan de gemiddelde 'topbestuurder' incasseert als hij een paar obligaties verzilvert. Enfin. Genoeg! Ik ga de nieuwe roman van Brouwers eens lezen.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties