Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Respect voor Storm en Harmens | Hoofdmenu | Mini-interview met Emma Burns »

23 september 2007

Zondag met Nijhoff en Dylan

Sommige gedichten kunnen een leven lang mee. Daarmee bedoel ik: die kun je een leven lang lezen, zonder er op uitgekeken te raken. Ik stel me, in mijn meer optimistische momenten, voor dat alle poëzieliefhebbers dat hebben. Dit levert een x-aantal hoogstpersoonlijke canonnetjes op. Wat zou het een boeiende bloemlezing opleveren, al die canonnetjes bij elkaar, met toelichting...

In mijn persoonlijke canon leven gedichten van J.C. Bloem, P.C. Boutens, Frans Budé, Eva Cox, Ida Gerhardt, Eva Gerlach, Elma van Haren, René Huigen, Hans Kloos, Jan Kostwinder, J.H. Leopold, K. Michel (wiens debuut Ja! Naakt als de stenen een van mijn meest verpletterende leeservaringen vormde), A. Roland Holst, Abe de Vries en Cornelis van der Wal vreedzaam samen met verzen van Remco Campert, Sjoerd Spanninga, Hélène Swarth en nog veel meer van hun collega's.

Maar vandaag wil ik jullie attenderen op een gedicht van Martinus Nijhoff dat via een liedje van Bob Dylan tot mij kwam. In mijn ontvankelijke jaren, in 1979, kreeg ik de lp Bob Dylan: At Budokan. Ik was nogal onder de indruk van Simple twist of fate. Op de website in vorige zin gelinkt staat een voorproefje van dit nummer, heel mooi ingehouden gespeeld, met een laagvliegende viool in een belangrijke bijrol. De tekst – voor zover ik hem kon verstaan – prevelde ik soms, ik was nogal een romantische knaap, voor me uit als ik op de fiets vanuit Leveroy richting Weert & school peddelde:

They sat together in the park
As the evening sky grew dark,
She looked at him and he felt a spark tingle to his bones.
'Twas then he felt alone and wished that he'd gone straight
And watched out for a simple twist of fate.

They walked along by the old canal
A little confused, I remember well
And stopped into a strange hotel with a neon burnin' bright.
He felt the heat of the night hit him like a freight train
Moving with a simple twist of fate.

(...)

He hears the ticking of the clocks
And walks along with a parrot that talks,
Hunts her down by the waterfront docks where the sailers all come in.
Maybe she'll pick him out again, how long must he wait
Once more for a simple twist of fate.

Later, tijdens de literatuurlessen van Herman van Horen, een aardige man die zijn beroep uitoefende met de moed der wanhoop, kwam een gedicht van Martinus Nijhoff ter sprake, 'Twee reddeloozen'. Het bezorgde me toen, en nu nog, kippe(n)vel:

Twee reddelozen

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging -

En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat -

In mijn hoge verlichte venster
Tussen schoorstene' en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik groter geworden
Wanneer ik had liefgehad?

Dit gedicht deed me aan Dylans lied denken, om de 'sfeer', om het late licht dat over de regels hangt, om de droefheid om wat voorbij is en niet te repareren. Ik geef toe, wetenschappelijk te onderbouwen is deze overeenkomst niet, maar zowel Dylan als Nijhoff begeven zich in het gebied waar melancholie en heimwee wonen, een gebied dat snel aanleiding geeft tot gedram en gezeur – maar in deze twee gevallen dus niet.

Reacties

Koenraad Goudeseune

Bijzonder mooi gedicht. Diep ontroerd. Mooi stuk ook. En toch deze vraag: Waarom ook niet mijn Zen in dat lijstje, goede Chrétien? Uw lof ontging mij niet destijds.

hanz mirck

Tja, ik vind Nijhoff tamelijk direct in zijn slot hoor. Is hij te moralistisch of komtie er net mee weg? Dylan vind ik spannender, maar vergeet niet dat de muziek veel aan de tekstbeleving meehelpt: die blijmoedige melancholieke melodie met pittig tempo helpt de pathetiek weg te houden... Ik snap het verband dat je legt heel goed hoor maar ervaar zelf nogal een kwaliteitsverschil. Jij niet?

Chrétien Breukers

Ja, maar mijn voorkeur zou naar Nijhoff uitgaan, al is het een close finish. Kloos. nu ja, ha ha.

Chrétien Breukers

enne Koenraad... ik laat vele namen ongenoemd, maar waardeer je werk zeer.

hanz mirck

waarom naar Nijhoff dan?

Chrétien Breukers

Moeilijke vraag...

Adriaan Krabbendam

Ik zie in elk geval wel wat overeenkomst in beeldgebruik en thematiek. Nijhoff vertegenwoordigt daarin het technisch strenge, Dylan het lossere evocatieve, grofweg. Misschien ligt daar de keuze?

Chrétien Breukers

Dylan heeft twee heel erg lelijke strofes in zijn vers geplaatst:

He woke up, the room was bare
He didn't see her anywhere.
He told himself he didn't care, pushed the window open wide,
Felt an emptiness inside to which he just could not relate
Brought on by a simple twist of fate.

(...)

People tell me it's a sin
To know and feel too much within.
I still believe she was my twin, but I lost the ring.
She was born in spring, but I was born too late
Blame it on a simple twist of fate.

Wat hij doet is het gedicht dat in zijn tekst zit, uitleggen.

En daarom 'wint' Nijhoff voor mij; al zijn de mooie regels en strofes bij Dylan inderdaad heel mooi.

hanz mirck

Dat laatste kwatrijn bij Nijhoff is zo expliciet, ik zou dat tegenwoordig niet goed vinden, hoe hij zichzelf daarmee neerzet, waar Dylan alleen 'A little confused, I remember well' zegt. Nijhoff reduceert zijn gedicht tot een vraag, waar Dylan het veel minder aanscherpt. Is het je katholieke imborst die je parten speelt, Chretien?

Chrétien Breukers

Nah. Katholieken zijn zo streng niet.

Adriaan Krabbendam

Ik weet niet wat iemand leest die Dylan het niet heeft horen zingen, en het is geen gemakkelijke oefening zijn stem en intonatie weg te denken als je dat wel hebt, ik vind de laatst geciteerd strofe prachtig. Maar ik weet ook dat ik "I want you" altijd voor grootse poëzie heb gehouden tot ik het daadwerkelijk las en zag hoe kort door de bocht het was. En dat geldt wel voor meer Dylan-lyrics. Nou ja, Nijhoff is ook niet altijd even briljant. Maar wel godzijdank zonder die viool.

hanz mirck

Ja die viool is inderdaad wel erg, haha. Maar samengevat legt Dylan dus voor Chretien het lied uit, en voor mij reduceert Nijhoff in zijn slot zijn gedicht tot een simpele vraag. Wat is erger, de tekst in zijn volle breedheid neerzetten of je tekst ongevaarlijk maken?

Adriaan Krabbendam

"but I lost the ring" is een echte stoplap natuurlijk, goedgemaakt door "She was born in spring". Bij Dylan gaan slordigheid (gemakzucht?) hand in hand met briljantie. Als we dan toch gaan vergelijken kent Nijhoff's vers dit soort uitschieters nauwelijks, het blijft toch allemaal wat vlak in mijn oren/ogen.

Adriaan Krabbendam

Ik weet niet wat "erger" is, het functioneert gewoon anders. Dylan schrijft songs, die je in eerste instantie ook als zodanig bereiken. Ik kan die slotregels niet lezen zonder te horen welke emotieve meerwaarde Dylan eraan gaf door de manier waarop hij ze bracht. Als er iemand podiumpoëzie bedreef... Dit effect doet zich ook gelden wanneer ik bijvoorbeeld een bundel van Erik Jan Harmens lees - ik heb 'm te vaak horen en zien optreden om dat te kunnen wegdenken bij het lezen. Hoewel hij daar bij "Underperformer" BIJNA in slaagde.
En, terug bij Dylan, ik beschouw "I want you" wel degelijk als poëzie, alleen niet wanneer ik het lees, afgezien van de prachtige openingsregel.

Chrétien Breukers

Heb het gedicht van Nijhoff nog eens goed bekeken, maar... dat is toch niet vlak of al te houterig? Eerder elegant, zou ik zeggen.

En de viool in Dylans lied – die is toch geweldig?

hanz mirck

Nou ik kan met je meegaan tot de laatste strofe van Nijhoff, de beginregel ervan zou ook van Rawie kunnen wezen, maar die zou niet zo expliciet zijn geweest in het slot. En die viool, als dat een contrabas zou zijn geweest ok, maar nu...

Chrétien Breukers

In die laatste strofe reflecteert Nijhoff op zijn eigen leven - dat zou Rawie nooit doen.

Micha Hamel

Ik ken het liedje van Bob Dylan niet. Ik ben van 1970, dus prevelde andere dingen. Ik vind het een beetje een 'en toen en toen'-verhaaltje. 't Is mij te bedoelerig, en te uitleggerig, hetgeen ook noodzakelijk is, wil men een grote schare bereiken. Maar ook typisch Amerikaans, die alles-afdekkerige symboliektaal, met tikkende klokken, een twist of fate, en een hotel dat 'strange' moet worden genoemd, en het neon 'bright' en hoe precies de hitte aanvoelde. Maak dat es voelbaar, zou ik mijn leerling zeggen. Het is een soort relaas, een rhapsodietje, het verhaal van de kleine man universeel verteld. Voor zover ik weet is BD een loot aan de boom van de folk. Daar kan ik het mee eens zijn.

Chrétien Breukers

En Nijhoff?

Peter M. van der Linden

http://nl.youtube.com/watch?v=HYybKGp1ycQ

Micha Hamel

Dank voor de link. Kruidige detonatie in G-groot plus losjes maar urgent (zorgelijke blik) roepzingen maken het zorgvuldig bestudeerd authenthiek. Effectieve inzet van middelen. Goeie artiest, verder zegt het mij niet zoveel.
Nijhoff, ja, mooi. Ik vind het woord 'voorpost' erg mooi. Daar moet ik lang over nadenken, want het omvat veel.
Het onderweg zijn naar God, het uitstijgen boven zichzelf en de wereld, de helikopterview over de eigen daden.
Dat 'eeuwige' bij zee kan eruit; een leuke kleur, een nog lulliger pleonasme, of een radicaler adjectief zou beter zijn, vind ik persoonlijk.
Het slot vind ik prachtig. Tweespoor van vraag en rhethorische vraag, echoënd tot in de EEUWIGHEID.
Doei
MH

Chrétien Breukers

Ah, dank.

RHCdG

Niet om de pret te bederven, want ik hou erg van Nijhoff, maar dit doet aan als het gedicht van een puber die zichzelf met een schuldgevoel feliciteert.

Ten eerste: Hoe wéét hij dat die meid 's nachts vaak naar die haven gaat en vraagt waarom het voorbij ging? Ze kan het hem niet hebben verteld. Dan kan het niet anders of zijn schuldgevoel berust op inbeelding.

Meer inbeelding in de derde strofe, met dat hoge verlichte venster, de torenklokken en de voorpost tegen den hemel; zoiets verwacht je eerder bij Marsman. Als je zulke regels leest kun je je helemaal voorstellen dat het hoog tijd werd voor Vijftig en voor een uit de hemel *neergedaalde* engel. Hoog tijd voor een vernieuwing van de poëzie, waarbij dichters niet meer vanuit torens op de stad neerzien en zich tegen de achtergrond van een eeuwig telaat zogenaamd existentiële vragen stellen, maar aan die existentie daadwerkelijk gingen deelnemen.

Het spijt me, maar ik geef er niet veel om, om dit gedicht.

Micha Hamel

De titel rept nochthans van enige distantie tot de pathethiek, en maakt het geheel daardoor lichter, aangezien de inbeelder zichzelf ook ziet staan.
En volgens mij neemt iemand die aan het raam staat te kniezen ook daadwerkelijk deel aan de existentie.
Het is niet het allermooiste gedicht dat ik ooit gelezen heb, maar ik vind het fijn dat het juist nogal los van de tijd staat, eenvoudig. Vrouw raam zee haven toren sterren boten. Het is geschreven ergens tussen het jaar dat ze klokken in torens gingen hangen en ramen in de huizen eromheen, en gisteren. Maar Lucebert is ook mooi, en ook niet alles even.

RHCdG

Nemen mensen die aan het raam staan te kniezen deel aan de existentie? Hoort de lijst van het schilderij bij het kunstwerk? Maakt de voyeur deel uit van de scène? Interessante vragen, waar Marc Reugebrink op zijn weblog juist op in is gegaan. Maar als het kunstwerk alles in zich op moet kunnen nemen, waarom moet het dan uitgerekend *los* van de tijd staan?

Micha Hamel

Ja. Nee. Soms. Aha. Moet? Rete-interessant.

RHCdG

Ja, dat dacht ik dat jij was.

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...