Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Joe Zawinul (1932 - 2007) | Hoofdmenu | Theoklis Kouyialis »

16 september 2007

Sint Antonius, goede vrind...

Na een verkwikkende hoogmis in de Antonius van Padua-kerk hier in de wijk, zie ik ineens dat er nog meer dichters zijn die hun religieuze plichten vervullen. Bart FM Droog bijvoorbeeld, toog naar het heiligdom van de door de onstuimige Friezen in 754 of 755 ten onrechte vermoorde Bonifatius, alwaar hij deze heilige en God dankzegde voor de succesvolle operatie Zonder Initialen Deze Keer.

Antonius van Padua wordt vaak aangeroepen om verloren zaken terug te vinden. Uit mijn jeugd herinner ik me nog de aanroep 'Sint Antonius, lieve vrind, zorg dat ik mijn [...] weer vind'. Zoals in dit bericht al staat, zouden sommige dichters (ook Zonder Initialen) deze heilige nu kunnen aanroepen omdat Google cache de inhoud van een voormalige site niet meer traceert. Maar hopelijk kijkt Antonius bij het horen van dat schietgebed even opzij en houdt hij zich oostindisch doof.

Reacties

Bart FM Droog

Waarde mede-inquisiteur (was het niet Rob Schouten, medewerker van het ketterse want hervormde Trouw) die ons in Vrij Nederland eens betitelde als de poëzie-inquisitie?), je moet de schapen niet te luid oproepen om de Heilige Antonius aan te roepen.

Zag namelijk dat de duivel zich nog steeds in enkele Google-caches ophoudt. Er moet nog even wat wierook gebrand worden - zo, ja - en binnen 48 uur zal ook de allerlaatste cache geleegd zijn. Oderint dum metuant et pastores futuant!

Chrétien Breukers

Zeer geachte mede-inquisiteur. Ik bevind mij nu in een zwaarbewaakt huis in de nabijheid van de Heilige Land Stichting. Zometeen moet ik weer mensen gaan ondervragen, dus ik heb weinig tijd. Behalve om te zeggen: 'A fronte praecipitium, a tergo lupi.' Houd dat vooral in gedachten!

Bart FM Droog

Esto! De dienst in de St. Bonifatiuskerk in Wehe-den Hoorn was overigens kostelijk - in meerdere opzichten. De priester en ik hebben ons vermaakt met het geselen van... de koster! Hij had nogal rare opvattingen over het Drievuldigheidsprincipe. Maar genoeg gegrold - mijn draagkoets is nu onderweg naar dit: http://www.bisdomgroningen.nl/. Want de bisschop vermoedt dat ketterse krachten zijn site gesaboteerd hebben.

Otto Maanzaad

Wordt het niet eens tijd voor een poeem van Gabriël Smit of Maria de Groot? Of doe een dansje van Fons Jansen.

Chrétien Breukers

Beste Otto, ik vind jou soms gewoon niet katholiek genoeg. Dat merken wij gewoon, aan andere mensen, als ze het niet zijn... groet, Christianus Breukers.

Otto Maanzaad

Neen, maar ik ben wel opgevoed met het Woord. Kwam pas in aanraking met wierook eind jaren zestig.

Otto Maanzaad

Doe anders een moppie van Okke Jager http://users.ncrvnet.nl/gjhardeman/citjage2.htm, al was die dan weer sji’iet, geloof ik. Ik kom er ook niet uit, al die rare geloven.

Bart FM Droog

Nu, dan ga ik voor Anton van Duinkerkens 'Ballade van den katholiek' http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel/kn1728a.htm
(te lezen halverwege de pagina).

Otto Maanzaad

Ah, daar doemt dan ook den onvolpreezen Michel van der Plas op. Mijn herte springt op.

Anna tot Jozef

Het eten was al opgedaan.
Ik had haar driemaal moeten roepen, had driemaal
de lepel in mijn hand gewogen.
Toen zag ik haar op de drempel staan
met nieuwe ogen,
grote, nee, kleiner, ik weet niet, ze gaven zich uit
voor duiven, o ja, ik zag duiven achter haar sluier.

De ogen van een bruid.
Zij dorst ze haast niet op te slaan.
Ze zei alleen: Een bries...
er is een bries door mijn kamer heen gegaan.

Ik weet niet waarom, maar ik geloof dat ik ben gaan staan.
Ik dacht opeens dingen uit boeken, ik weet niet, ik dacht
aan een roos na zachte regen.
Ik stond met die lepel in mijn hand, van de wijs verlegen:
dat kwam door het licht dat zij in de kamer bracht,
dat kwam door de witte holten boven haar blos,
daar wilden de duiven uit los.

En het was
of achter haar huid een vuur te trillen stond,
zoals dat bos, waarvan ik dikwijls las,
dat brandde zonder te verteren,
in heilige grond.

Wij aten zwijgend, zij en ik,
als luisterend naar een ver zwaar onweer.
Pas na het danken, zwijgend opgestaan,
een ver zwaar, een oneindig ogenblik,
keek zij mij aan.

O moeder zei ze,
Een wingerd aan de deurpost, zachtjes bevend;
breekbaar; een kaars van wil je 't mij vergeven.
O moeder, zei ze
en schreide, maar ik zag geen traan.

En nog eens: moeder, of zij 't woord kon strelen.
En langzaam, fluisterend
Gegroet door een schaduw
nee,
Overschaduwd door een groet
(ik weet niet of ik het heb verstaan)
en zuchtend dansend,
onder geluk gebogen,
(ik weet niet hoe ik het zeggen moet)
is zij de schemer het weiland ingegaan.

Er zijn dingen die ons te boven gaan.
Had ik maar tranen gezien, haar stem maar horen breken,
ik had haar naam geroepen, over haar haar gestreken,
maar zij was haar naam niet, ik heb niets gedaan.

Er zijn grote dingen aan haar gedaan
en wij zijn niet gewaarschuwd, wij hebben de duiven
niet achter haar sluier neer zien strijken.
Wij zijn bedrogen:
zij is al hemelend; goud, en al gewogen;
zestien en zonder gisteren;
zestien en met verzadigde ogen.

God is met ons bezig, God is met ons bezig
en het is verschrikkelijk.
Wij zijn niet gewaarschuwd, wij zien ook geen schaduw, wij gaan
dingen uit boeken denken,
wartaal uitslaan.

Wij zullen zwijgen, jij en ik.
Wij zullen dikwijls eenzaam zijn voortaan,
en stomgeslagen, en met lege handen,
vervreemdend van de
schouders en wangen waar zij nu naar staan.

Zij zal veel dingen zeggen die wij niet verstaan.
Zij zal van vuur zijn en maar niet opbranden.
Want als de bries haar dit heeft aangedaan,
wat als de storm opstaat?
En als de schaduw haar al doet verdwijnen,
wat dan wanneer het licht eens in zal slaan?
Jongen, probeer haar tegemoet te gaan.

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...