Over Pozzato en over de dopingoorlog
Met Rigolle hopen we dat Pozzato vandaag wereldkampioen wordt... En de Duitsers? Die zijn fout. In de dopingoorlog.
« augustus 2007 | Hoofdmenu | oktober 2007 »
Met Rigolle hopen we dat Pozzato vandaag wereldkampioen wordt... En de Duitsers? Die zijn fout. In de dopingoorlog.
Ingmar Heytze laat weten (en zie zijn weblog voor meer info):
Utrecht gaat op 10 oktober een volstrekt ongeloofwaardig burgemeestersreferendum tegemoet. Los van de op zichzelf interessante vraag of gekozen burgemeesters het democratisch gehalte van ons land verhogen, kunnen we het er veilig over eens zijn dat de burgemeester die straks uit de bestuurlijke puinhopen van Utrecht verrijst geen enkel mandaat heeft. De enige manier om dat te laten zien, is door op 10 oktober niet te gaan stemmen. Niet op een van beide kandidaten, niet blanco, gewoon helemaal niet. Vind je dat ook? Voeg dan de daad bij het woord en zegt het voort.
'Sinds gisteren is onze woordenschat verrijkt met het woord roofbloemlezing. Je zou verwachten dat dit zoiets is als "een bloemlezing waarin werk is opgenomen waarvoor de gebloemleesde auteurs geen toestemming hebben gegeven". Zo kan het woord inderdaad worden geïnterpreteerd, maar de auctor intellectualis van deze tot dusver onbekende samenstelling blijkt roofbloemlezing eerder in een andere betekenis te gebruiken.' Lees verder op Taalbank >> en bij Ted van Lieshout >> (Overigens is het calculatietechnisch zo dat een vergoeding van meer dan 20 euro per gedicht het maken van grote overzichtsbloemlezingen onmogelijk maakt.)
Παντα ρει
of
Herakleitos’ slavin
daar liggen haar bruine slippers
in het gele gras op de kant
onder haar voeten voelt ze nu
weer de oude grijsgroene modder
van de rivier die in alle schakeringen
rond haar kuiten spoelt
ze verzamelt de zoom en steeds meer
van haar kleed in haar handen
ze gaat door het water waden
naar de overkant – steeds herhaalt zich
een andere rivier stromend
langs haar dijen golft het
door me heen de weerspiegeling
van haar rug volgt haar wit rimpelend
– ik kan haar gezicht niet zien
behalve in die droom
waarin zij druipend op de oever staat
nog twee slokken in de lekkende kom
van haar handen draagt
en ik van water ben
Hans Kloos
'Παντα ρει' van Hans Kloos is de 44e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Hans Kloos (1960) schreef onder meer de bundels 'Legioen' (1986), 'Voor mevr. en meneer Naaktgeboren' (1988), 'de hand boven het hoofd' (1994), 'het zingen van het ijs' (2002) en 'zoekresultaten [voor liefde, dood, afscheid, huwelijk, oorlog, water, biografie, vriendschap, geluk, geboorte, ouder(s), alleen, jarig, sonnet, school, zomer, verhuizen, humor, poëzie, oma]' (2007).
In de serie ‘op televisie gemist, wellicht wegens onmogelijk nachtelijk uitzenduur’ zag ik gisteren op het Nederlands Film Festival Pieter Verhoeffs portret van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Twee jaar lang volgde en filmde Verhoeff Hettinga. Op Vlieland, en onderweg daar naar toe, want Hettinga is buitengewoon geïnteresseerd in de overgangen tussen water en land en het verschil tussen vast en beweeglijk grondgebied. Verder op de ijsbaan, in de keuken en tijdens een festival in Canada, waar Hettinga gewoon in het Fries voordraagt.
De hele film is overigens in de moedertaal van de makers (en in het Nederlands ondertiteld). Verhoeff vraagt Hettinga naar zijn jeugd en zijn vrijwel-blindheid, iets dat de dichter eerder een natuurlijk onderdeel van zijn wezen vindt dan iets dat je zou moeten verwerken in gedichten. Hoe dichten werkt, daar kan hij veel over vertellen, maar waaróm hij dicht? ‘Jongen, ik zou het niet weten.’
Nieuw op het het Nederlands Film Festival is dat alle films door een vrijwilliger worden ingeleid. Deze middag bestond de inleiding uit: ‘Ik neem aan dat u weet waar de film over gaat, anders zat u hier niet.’ Inderdaad. Er zaten zes bezoekers. Gelukkig zijn er nog enkele kansen.
Tsjêbbe Hettinga: Yn dat sykjen sûnder finden (In dat zoeken zonder vinden) (2006) is nog te zien op vrijdag 28 september om 22.15 in het Louis Hartlooper Complex, op zaterdag 29 september om 22.15 in het Louis Hartlooper Complex en op donderdag 4 oktober om 9.30 in Camera/Studio.
© Vrouwkje Tuinman
Op zaterdag 29 september 2007 presenteert BnM Uitgevers in Boekhandel v/h Van Gennep te Rotterdam Bij het zien van zijn lichaam, het poëziedebuut van dichter/journalist Peter Swanborn. Voor een duidelijker omslag, klik op de afbeelding links. Dit nieuwe deel in de Contrabas-reeks
bevat 44 sonnetten over lichamelijkheid.
Terwijl om ons heen mensen ziek worden en sterven, lijkt de behoefte aan liefde en seks bij hen die gezond blijven, alleen maar sterker te worden. Misschien is het wanhoop, een genieten voor het te laat is, misschien is het levenslust. Waarschijnlijk beide.
Acteur Simon Versnel draagt een aantal sonnetten voor.
Datum: zaterdag 29 september 2007, 16.00 uur tot 18.00 uur
Plaats: Boekhandel v/h Van Gennep, Oude Binnenweg 131-b, 3012 JD Rotterdam
Philip Hoorne (1964) publiceerde de dichtbundels Niets met jou (het eerste deel in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij, 2002), Inbreng nihil (2004) en Het ei in mezelf (2005). Hij is de poëzierecensent van Knack, medewerker van Poëziekrant, Awater en wielertijdschrift De Muur. Onlangs publiceerde hij in het boek Jeugdhelden een artikel over John Lydon en in de volgende Muur komt een hilarisch verhaal over veldrijden. Hilarisch, dat is ook zijn prozadebuut Het vlees is haar dat op vrijdag 28 september om 20.00 uur wordt voorgesteld in het Cultureel Centrum Guldenberg te Wevelgem. Op 11 oktober volgt een dubbelpresentatie te Utrecht, samen met Ingmar Heytze.
Een lief romantisch liedje om de dag mee te beginnen. Lammert Voos is zijn muziekarchief aan het opruimen en vond iets van hem met zijn band Umberto di Bosso é Compadres. De opname is gemaakt door de VARA tijdens het Noorderslagfestival in Groningen, ergens eind jaren tachtig. Luister. Je hoeft geen James Brown te zijn om soul te hebben... Get up!>>
En voor de talloze fans van Claw Boys Claw: allen naar hun website, voor drie voorproefjes van het nieuwe 'album' >>
Koop Het vlees is haar, het prozadebuut van Philip Hoorne, en win voor € 30 aan boeken... Hoe? Kijk hier >>
Het maken van een website voor en door schrijvers kost tijd. Bovendien vereist het een visie. Dit hoeft geen wereldomspannende visie te zijn, maar het begin van een idee wat je met je site van plan bent is wel handig. Schrijvers op Elkaar, afgekort tot het SOA-achtige SoE, was helaas geheel visievrij. Was? Nu ja, is, maar binnenkort gaat de tegenwoordige tijd definitief over in de verleden tijd. Want wat is het geval? Lees maar:
Een maand voor het eenjarige bestaan van Schrijvers op Elkaar besloten de site te sluiten. SOE is niet geworden wat we ervan hadden gehoopt. Zonder redactie, gesubsidieerde medewerkers en onderlinge afspraken komt een site blijkbaar niet tot leven. Daarnaast zijn we de spam zat, de technische problemen en de negatieve opmerkingen die verschijnen. De tijd en energie die het ons kost om de site draaiende te houden, besteden we liever aan iets anders.'
Ja, dat krijg je ervan, als je je website en weblog redactieloos beheert en laat overnemen door al dan niet anonieme zeurkousen en ruziezoekers. Die hebben, als ze niet worden geconfronteerd met de keiharde modereerwaarheid, de neiging om alle discussies op hun eigen stokpaardjes te tillen en ermee vandoor te gaan. Een redactie die dat toestaat, is bij voorbaat verloren. Lees verder, want we zijn er nog niet:
'Schrijvers die de verantwoordelijkheid van ons willen overnemen en de site een doorstart willen geven, kunnen zich bij ons melden.'
Ja... een fijn idee. Dan kunnen de eerder genoemde lastpakken het overnemen en er en gezellige vuilnisbelt van maken, inclusief het op dergelijke vuilnisbelten gebruikelijke gescheld en geïnsinueer; om over de lasterpraat die er rondwaart nog maar te zwijgen.
Gelukkig kijkt de redactie van SoE niet om in wrok:
'We willen jullie bedanken voor jullie positieve reacties aan het begin van dit project. We hadden een wild idee en binnen twee weken meldden schrijvers zich aan. Eveneens bedankt voor jullie support, berichten en adviezen. Het is jammer dat al dit enthousiasme niet tot een drukke en kwalitatief goede site heeft geleid.'
Nee, natuurlijk niet! Een drukke en 'kwalitatief goede' (wat wel heel erg goed is, zo bij elkaar) krijg je alleen maar door kwalitatieve berichtgeving, goede stukken en een scherp redactiebeleid. De rest is bijzaak. Enthousiasme van zich aanmeldende schrijvers is een schone zaak, maar helpt je wat je site betreft niet vooruit. En dus:
'Per 1 oktober 2007 wordt Schrijvers op Elkaar opgeheven. De archieven van het blog en de berichten op het forum zullen de komende maanden nog bewaard blijven, maar er zullen geen nieuwe berichten meer verschijnen. (Tenzij iemand het van ons wil overnemen).'
(Hier iets aardigs zeggen over de redactie van SoE... kom, Chrétien... je kunt het.)
'Maar het is toch leuk om te laten zien dat jazz en poëzie er niet alleen zijn voor mensen die er verstand van hebben (...). De mensen die er verstand van zeggen te hebben, die kunnen aan m'n reet roesten. Ik maak m'n gedichten niet voor een paar studenten Nederlands met voetschimmel en schaamluis, maar voor iedereen. En dan heb je ook nog die lui die denken dat je op jazz niet kunt dansen. Nou, dat kan dus verdorie wèl.' Aldus Jules Deelder. Die op toernee gaat het New Cool Collective. Meldt het Brabants Dagblad >> Op de website van New Cool Collective is te vinden wanneer er optredens zijn >>
Dylan + Nijhoff in één. Naar aanleiding van dit bericht en met dank aan de zanger zelf.
Via Frederik Lucien de Laere kwam ik op deze website, voor 'speciale wandelingen' te Brugge. Ik citeer uit de wervende tekst die de Jotie T'Hooft-wandelingen van 5 en 6 oktober onder onze aandacht wil brengen:
'S-wan vzw brengt tijdens deze speciale wandeling vooral hulde aan de in Brugge te jong gestorven neo-romantische dichter en schrijver Jotie T'Hooft (1956-1977) die in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 zelfmoord pleegde in Brugge. (...) Bij de dertigste verjaardag van het overlijden van Jotie T'Hooft staan we uitvoering stil bij leven en werk van deze dichter. Maar verder hebben we het ook over de galgen van Brugge, hoe gebeurden executies, waar woonde de beul, waar brandden de heksen op de brandstapels? Allemaal vragen waar we met gepaste luister een antwoord op geven.'
Heel... stijlvol. Maar de uitsmijter is nog fraaier: 'Wat Ivo Van Damme betekende voor de atletiek was Jotie T'Hooft ongetwijfeld voor de Nederlandstalige letterkunde: een te jong gestorven supertalent. Nog steeds blijft hij een cultfiguur en één van de meest gelezen Vlaamse dichters.' Wellicht krijgen de wandelaars op 5 en 6 oktober ook de spuit waarmee Jotie, dit net iets te vroeg uit de baan gestapte supertalent, zichzelf het fatale shot toebracht te zien, of mogen ze die (één keer per persoon) in de eigen arm zetten – met gepaste luister, uiteraard; en dat allemaal voor maar 8 euro per persoon!
Jotie T'Hooft... wie leest hem nog? Rond 5 oktober komen we op dit korte dichtersleven terug!
'Zes partijen in de Tilburgse gemeenteraad, aangevoerd door het CDA, willen regels stellen aan kunst die "onnodig kwetsend" is voor "bepaalde groepen". De PvdA, coalitiegenoot van de christen-democraten, spreekt van censuur. "Zelfs in Staphorst wordt deze discussie niet gevoerd."' Dit meldt dagblad Trouw >>
Waarom in Tilburg zo'n discussie wel wordt gevoerd? Omdat twee Tilburgse kunstenaars, Jeroen de Leijer en stadsdichter b.d. Nick J. Swarth, bezig zijn met een project onder de titel 'moderne kruisweg'. Tijdens deze kruisweg leiden ze Jezus in postmoderne setting langs zijn ’levensweg’, met vrouwen in bikini en hamburgertenten langs de route.
Flauw is het misschien wel, zo'n kruisweg. Maar onnodig kwetsend? Het College van B en W zag er in elk geval geen kwaad in, nam een positief advies van een commissie over en verleende € 50.000 subsidie. De bedoeling is dat het werk vanaf januari wordt tentoongesteld in het Tilburgse theater De Vorst.
Dit is bij menig katholiek te Tilburg slecht gevallen. Trouw: 'Het CDA krijgt steun van vijf raadsfracties voor een voorstel dat er uiteindelijk toe moet leiden dat de gemeente "kwetsende" kunst niet subsidieert. Het kunstwerk en het subsidiebesluit tonen volgens de criticasters duidelijk aan dat het in de huidige procedure aan morele criteria ontbreekt. De politiek zou dergelijke criteria moeten opstellen, aldus de zes partijen (samen goed voor 19 van de 39 zetels in de raad). De vier overige fracties in de Tilburgse raad zijn daar op tegen."
Vanavond wordt het voorstel in de Tilburgse gemeenteraad behandeld.
'Lang geleden, in 1986, maakten Rob van Erkelens, Jack van der Weide en ik, de redactie van het Nijmeegse literaire tijdschrift Tristan, een studiereis naar Amsterdam, waar we contact hadden gelegd met broederredacties van Adem (in de persoon van Jan Kostwinder), Noord, waarvan ik niet meer wie in de redactie zaten en Spreek (dat een zeer uitgebreide redactie had, onder wie Jan Maarten van Dalen Buissant des Amories, René Huigen en Maarten Bijlenga, een jongen van ongeveer 2.10 meter met een enorm dichterlijke uitstraling).'
Emma Burns (1980) probeerde op haar vijftiende een gedicht te schrijven. Dat lukte en ze won er meteen de wedstrijd Kunstbende mee. Toch bleef het toen bij dat ene gedicht en wat kleine naweeën. Tien jaar later, in 2006, begon ze opnieuw te schrijven. Dit keer voorgoed. Burns kan zich geen dag meer voorstellen zonder poëzie.
Al vrij snel worden gedichten van haar gepubliceerd in literaire bladen als Krakatau, Meander en Hollands Maandblad - van welk blad ze onlangs als een van de tien 'in het bijzonder opgemerkte auteurs van het afgelopen jaar' een aanvullend honorarium 2006/2007 ontving.
Na het bereiken van de jaarfinales van de poetry slams in Festina lente, Slamzeist en Slamersfoort besloot ze de slam de slam te laten. Toch vindt ze het optreden een niet meer weg te denken onderdeel van haar werk. Regelmatig draagt ze met veel plezier haar poëzie voor op literaire podia door heel Nederland.
Sommige gedichten kunnen een leven lang mee. Daarmee bedoel ik: die kun je een leven lang lezen, zonder er op uitgekeken te raken. Ik stel me, in mijn meer optimistische momenten, voor dat alle poëzieliefhebbers dat hebben. Dit levert een x-aantal hoogstpersoonlijke canonnetjes op. Wat zou het een boeiende bloemlezing opleveren, al die canonnetjes bij elkaar, met toelichting...
In mijn persoonlijke canon leven gedichten van J.C. Bloem, P.C. Boutens, Frans Budé, Eva Cox, Ida Gerhardt, Eva Gerlach, Elma van Haren, René Huigen, Hans Kloos, Jan Kostwinder, J.H. Leopold, K. Michel (wiens debuut Ja! Naakt als de stenen een van mijn meest verpletterende leeservaringen vormde), A. Roland Holst, Abe de Vries en Cornelis van der Wal vreedzaam samen met verzen van Remco Campert, Sjoerd Spanninga, Hélène Swarth en nog veel meer van hun collega's.
Maar vandaag wil ik jullie attenderen op een gedicht van Martinus Nijhoff dat via een liedje van Bob Dylan tot mij kwam. In mijn ontvankelijke jaren, in 1979, kreeg ik de lp Bob Dylan: At Budokan. Ik was nogal onder de indruk van Simple twist of fate. Op de website in vorige zin gelinkt staat een voorproefje van dit nummer, heel mooi ingehouden gespeeld, met een laagvliegende viool in een belangrijke bijrol. De tekst – voor zover ik hem kon verstaan – prevelde ik soms, ik was nogal een romantische knaap, voor me uit als ik op de fiets vanuit Leveroy richting Weert & school peddelde:
They sat together in the park
As the evening sky grew dark,
She looked at him and he felt a spark tingle to his bones.
'Twas then he felt alone and wished that he'd gone straight
And watched out for a simple twist of fate.
They walked along by the old canal
A little confused, I remember well
And stopped into a strange hotel with a neon burnin' bright.
He felt the heat of the night hit him like a freight train
Moving with a simple twist of fate.
(...)
He hears the ticking of the clocks
And walks along with a parrot that talks,
Hunts her down by the waterfront docks where the sailers all come in.
Maybe she'll pick him out again, how long must he wait
Once more for a simple twist of fate.
Later, tijdens de literatuurlessen van Herman van Horen, een aardige man die zijn beroep uitoefende met de moed der wanhoop, kwam een gedicht van Martinus Nijhoff ter sprake, 'Twee reddeloozen'. Het bezorgde me toen, en nu nog, kippe(n)vel:
Twee reddelozen
Zij gaat 's nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging -
En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat -
In mijn hoge verlichte venster
Tussen schoorstene' en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.
In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik groter geworden
Wanneer ik had liefgehad?
Dit gedicht deed me aan Dylans lied denken, om de 'sfeer', om het late licht dat over de regels hangt, om de droefheid om wat voorbij is en niet te repareren. Ik geef toe, wetenschappelijk te onderbouwen is deze overeenkomst niet, maar zowel Dylan als Nijhoff begeven zich in het gebied waar melancholie en heimwee wonen, een gebied dat snel aanleiding geeft tot gedram en gezeur – maar in deze twee gevallen dus niet.
Misschien, nu we toch zo heerlijk respectvol aan discussiëren zijn geslagen, kunnen we het eens hebben over de recensie die Arie Storm in het Parool publiceerde over Erik Jan Harmens' romandebuut Kleine doorschijnende man. De hele tekst staat hier >>
Wat mij aan Harmens' boek opvalt, heb ik in een optekenboekje geschreven en het bevat ongeveer deze kern:
EH verkent de grenzen van de, maar vooral: van zijn eigen taal. Dat gaat in lange, meanderende zinnen, waarin geen uiterste wordt geschuwd. Ik vind dat interessant, maar vraag me wel af: 'Waarheen leidt deze weg eigenlijk?' Net als Mieke T. inderdaad. Soms lijkt het boek meer een presentatie van de zoektocht (een interessante zoektocht, dat wel) dan een resultaat-an-sich (sorry, ik heb ooit literatuurwetenschap gestudeerd).
Door dit boek ben ik Harmens' talent, waar ik eerst wat... ambivalenter tegenover stond, meer gaan waarderen. Wat ik me tegelijkertijd afvraag, is: 'Zou hij niet beter af zijn zonder die uithalen?' Of nee, anders: 'Zouden die uithalen niet beter moeten worden "gereguleerd"? – zonder te worden ingeduffeld in een deken van gewoon & saai taalgebruik, uiteraard.'
Ik was oprecht onder de indruk van de regel 'O heer spuit uw oren uit en hoor mij aan' in de Prinsentuinbundel. Ik kreeg daar kippe(n)vel van. De rest van het gedicht was goed, maar meer 'aangeharkt', minder recht in de roos. Nu ja. Zoiets. Zoiets had ik met deze roman ook, zij het dat de missers hier niet aangeharkt zijn. Maar het is en blijft taaltechnisch allemaal bijzonder. (Latere toevoeging: zouden ze bij Nijgh niet eens een eindredacteur kunnen kopen?)
Toen het Academiegebouw aan het Domplein gisteren steeds dichterbij kwam, dacht ik: 'Goh, dat wordt een drukke avond.' Het plein stond zwart van de mensen. Nog dichterbij gekomen verbaasde het me enigszins dat veel van die mensen waren getooid in verkleedkleren en dat velen ook waren geschminkt. Beetje ongewoon, voor een poëzieavond. Even later bleek dat ik hier te doen had met studenten. Zij ondernamen iets, maar hielden zich verre van de (podium)poëzie.
In de Senaatszaal was het minder, maar gelukkig net aangenaam druk. Ik maakte kennis met Pim te Bokkel (zo jong, en dan al dichter!), schudde mijn dierbare vijanden Xavier Roelens en Samuel Vriezen de hand, zag Joost Baars en Dante Oei (een naam zo onwaarschijnlijk Phileas Fog), ontwaarde Cornelia Graebner, met wie ik al eerder in debat was, enfin. De hele pre - optreden - goh - wat - leuk - om - je - te - zien - sfeer.
De avond ging van start met een voordracht van Xavier Roelens, die tijdens zijn gedicht de zaal instapte om mensen de hand te schudden. Hoe het bij u zit weet ik niet, maar bij zoiets last van plaatsvervangende schaamte krijgen is wat mij betreft heel menselijk. Ik kon dan ook niet anders dan het hoofd afwenden in de hoop dat mijn hand overgeslagen werd.
Michaël Stoker opende na deze voordracht de avond. Hij kondigde bovendien nog maar weer twee dichters aan, want ons waren in totaal 'drie debutanten' beloofd, tenslotte: Alexis de Roode en Sander Koolwijk. De Roode vond ik dan nog de betere tekst hebben. Die hij volgens mij beter bracht dan Koolwijk.
Soit. Hierna moesten Roelens, Vriezen, Koolwijk, Gaston Franssen (die net een proefschrift over Kouwenaar heeft voltooid), Graebner en ik plaatsnemen op zeer voorname stoelen, teneinde in debat te treden. Wij deden dit aan de hand van stellingen. Voor ronde een stonden deze twee op het programma: 'Een dichter is als een goochelaar een attractienummer' (Paul van Ostaijen) versus 'De plaats van een schrijver is achter een bureau en niet op de planken' (Gerrit Komrij).
Na vriendelijke, inleidende beschietingen, was het tijd voor een van de hoogtepunten van de avond, het duet 'Daar bij die molen' van Astrid Lampe en F. – Dix – van Dixhoorn. De mooie tekstbehandeling van de dichters, de dreiging die als een baslijn onder het werk van beiden loopt en hun tamelijk grote presence maakte het stuk boeiend van begin tot eind.
Nog enigszins nagenietend trok de gespreksleider stellingen nummer 2 en 3 samen: 'De stem en het lichaam van de dichter en de onmiddellijkheid van het optreden zijn betekenisgevende elementen die een poëzieperformance een eigen soort diepgang verlenen.' en 'Wat een gedicht tot een gedicht maakt is de ervaring van een gedicht' (J.H. de Roder).
Maar ondanks of dankzij deze geleerde woorden: voor de pauze zat een debat er nog niet in, al wist Cornelia Graebner de eer te redden door een voorlopige en voorzichtige definitie van podiumpoëzie neer te zetten – waarin het, als ik het goed heb begrepen, ging om een genre dat gebruikt maakt van technieken en effecten die buiten de taal liggen, en die kunnen variëren van het lichaam van de dichter tot de geluiden die tijdens een optreden uit de zaal komen. Pin me daar alstjeblieft niet op vast.
Na de pauze deden Vriezen, Baars en Oei 'Situation Hockets'. Ik nodig Samuel uit om hieronder, in de reacties, uit te leggen hoe het stuk precies in elkaar zit. Ik vond het, samen met Lampe & Dix, de beste bijdrage van de avond. Op de avond zelf willekeurig gekozen woorden, op een vooraf gegeven stramien voorgelezen... en toch werd het poëzie.
Na Vriezen, Baars en Oei kwam het 'debat' wat meer op stoom. Stelling 4 ('Podiumpoëzie is een stroming die in de literatuurgeschiedenis het postmodernisme opvolgt en in de huidige, misschien nog embryonale fase onterecht door critici en beschouwers wordt genegeerd of onderschat.') hebben we wellicht niet tot de bodem uitgediept, maar we kwamen een heel eind.
Hoewel het natuurlijk meestal een gebed zonder eind is en blijft, zo'n debat. Omdat iedereen zo het zijne (m/v) van het onderwerp vindt, en omdat het soms regent, soms vriest, maar soms ook dooit en droog is. Ik bedoel maar. Tussen de gesprekken door revancheerde Xavier Roelens zich door ons a) allemaal een praline te geven en b) ons nadat we daar drie maal op hadden gekauwd 'O' te laten zeggen, wat een zeer apart effect gaf; en na dat 'O' las hij, uit het hoofd, na het gedicht heel wat jaren niet te hebben bekeken (beweerde hij), '(O) gij die kommrend...' van Karel van de Woestijne; hier kreeg het zoeken naar woorden een mooie bijbetekenis.
Tot slot, toen ik van Michaël Stoker nog één opmerking mocht maken, zei ik dan ook uit de grond van mijn door Sander Koolwijk tot 'boosaardig' bestempelde hart: 'Volgens mij is "de" poëzie, net als het heelal, één almaar groter wordend geheel. Na deze avond hebben de voordrachten van Lampe & Dix en van Vriezen c.s. wat mij betreft een plaats in dat heelal verdiend.'
n.b. Dit verslag gaat over dit debat >>
In de Engelstalige wereld wordt, meer nog dan in het Nederlandstalige gebied, flink gedicussieerd over de stand van zaken met betrekking tot de kritiek. De discussie spitst zich ook daar toe op het langzaam verdwijnen van de kritiek uit de reguliere papieren pers ten faveure van de 'ongeregelde' 'elektronisch' pers, lees webstites en -logs. De 'deskundigheid' van de al dan niet geschoolde 'elektronische', vaak gelegenheidscriticus wordt ook in de Engelstalige wereld regelmatig ter discussie gesteld. De stem van de dichter wordt, evenals hier, zelden gehoord in deze gedachtewisseling.
De Contrabas wordt de laatste tijd, meer dan voorheen, geconfronteerd met dichters die niet 'willen' of 'kunnen' publiceren in de, door het Lira Fonds gesubsidieerde, Contrabasreeks 'Gedicht van de week'. Menigmaal wordt als reden opgegeven dat men geen voor publicatie geschikt gedicht voorhanden heeft. Steeds vaker horen we echter dat de dichter geen voor op de Contrabas geschikt gedicht voorhanden heeft. Deze toevoeging heeft me aan 't denken gezet.
Aanvankelijk besteedde ik aan het toenemende aantal negatieve antwoorden nauwelijks aandacht, maar onderhand vraag ik me af waar dit aan zou kunnen liggen? Daarnaast constateer ik dat sommige in de reeks 'Gedichten van de week' gepubliceerde gedichten tot ongemeen felle reacties hebben geleid.
Publiceren op de Contrabas betekent, vanwege de vele lezers en reactiemogelijkheid, dat je je als dichter uiterst kwetsbaar opstelt. Deze moed zouden we moeten koesteren. Niet iedereen die als lezer en potentiële 'commentator' te gast is op de Contrabas is blijkbaar, gezien de soms ongemeen felle reacties, tot dit koesteren bereid. Dat wil niet zeggen dat er geen kritiek op de publicaties van dichters zou mogen worden geuit. Dat mag wel degelijk. Maar dan met het bovenstaande in gedachten, met respect voor de moed van de dichter en voor datgene wat hij heeft gepubliceerd. Dit respect dient, volgens de redactie van de Contrabas, door te klinken in reacties.
Alleen dan, dat wil zeggen met inachtneming van bepaalde fatsoensnormen, kunnen 'pleisterplaatsen' op het internet, zoals de Contrabas, uitgroeien tot serieuze 'mediaknooppunten van kritiek', waar het 'goed toeven' is, voor zowel de dichter als de criticus, waar beiden zich, zonder angst voor ongenuanceerde uitlatingen, durven te bewegen.
Dit is, hoe triviaal het ook in ogen van oudere lezer mag lijken, een zaak die mijns inziens door de nieuwe elektronische media opnieuw voor het voetlicht is geworpen. Het is, geloof ik, ook een wezenlijk punt in de discussie over de levensvatbaarheid van de huidige kritiek, een kritiek die zich ontegenzeggelijk verschuift naar het door onmiddellijke reactiemogelijkheden gedomineerde internet.
Ik hoor 't u al zeggen: Maar dan mag de redactie van de Contrabas eerst weleens de hand in eigen boezem steken, want ook zij is zich soms aan buitensporige reacties te buiten gegaan. En dat is waar. Maar ook wij leren elke dag bij. Geen excuus, maar wel een modus [jur.] tot verandering. In dienst van de poëzie.
Dit alles brengt mij tot de gedachte dat de zogenaamde 'democratisering' die het internet teweeg heeft gebracht, een internet waarin/waarop ieder individu kan zeggen wat hem of haar goeddunkt, tegelijkertijd een verplichting op zijn of haar schouders heeft gelegd: namelijk dat de wijze waarop men elkaar bejegent zich ook binnen dit nieuwe medium niet onttrekt aan de geldende fatsoensnormen: een zekere mate van respect.
Alleen dan, en daar ben ik van overtuigd, kan het internet, en daarmee 'pleisterplaatsen' als Poëzierapport, in Letterland en de Contrabas, uitgroeien tot een echt serieus medium dat de huidige papieren kritiek kan vervangen.
Uiteraard is de vloer open voor discussie.
De redactie van de Contrabas mag te allen tijde worden geattaqueerd op datgene wat zij op haar website publiceert.
Keith Richards (1943)
1.
we zien hem nog niet gaan
door verhanging aan zijn gitaren
zijn ding echt aan hem opgeknoopt
alsof geen gedicht ooit de schrijver wurgt
geen taal verstomt in de eeuwig opgewarmde stem
verzamelend maakt hij nog wat toen niet hechter kon
driften in de dans jagend, zich uitstervend, als een toetssteen
uit het hart verstoten - een levenskunst taai in hem afgespiegeld
hij kent zijn jaren beter dan wij ze ooit
achter ons zullen vinden - dagen dat de zon
volstaat, lucht om te ademen, muziek om te aarden
van oude helden gestolen klank al op de schoolbank
luid gezet, met de vrienden vunzig vastberaden ingebed
van doen met te plukken katoen als uit de kelders van Londen
hij modelleert - voor wie de toon schreeuwt
om een beeld - de uitstraling van plezier, zacht slepend
over straat op zoek naar soulvingerige medezangers in het deurgat
wie luistert als vermaakt leeft zo intussen nieuw
voelt een laatste betekenis door ritme afgeschud
wenst het gelukkig lang met woorden niet zo stil
2.
als een bandolero
hoort hij binnen zijn groep
beginselvast / alsof
geen slagwerk ooit de drummer
afstaat / geen melodie
het rood van de tong oproept
zijn omslachtig onding toch maar
telecaster als tuig voor de vingers uitslijtend
wat geen stem guitig doorheen de rook vertolkt
wie in de nagalm
van het uitgeknepen
volslagen opspelende
zich aan de rotsen paart
dan al klinkend het glas
in oude wijn bewaart
Richard Steegmans
'Keith Richards (1943)' van Richard Steegmans is de 43e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Richard Steegmans (1952) schreef de bundels 'Uitgeslagen zomers' (2002) en 'Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid' (2005).
Op zijn weblog schreef Kees Klok onlangs onder meer dit:
'Ik wilde het nummer (van de Poëziekrant, CB) alweer op
de stapel nog te lezen lectuur leggen toen mijn oog viel op de naam van
de Dordtse dichter Pieter Breman. Zijn debuut (nu ja debuut, in 1995
bracht hij al de mooie bundel Zwitserland uit,
maar in Nederland hebben we afgesproken, schijnt het, dat geen
officiële uitgever ook geen echt boek kan opleveren) wordt samen met
dat van Lucas Hirsch besproken door Philip Hoorne. Ik ken Philip als
een gewetensvol dichter en een vriendelijk mens. De bundel van Lucas
Hirsch heb ik nog niet gelezen, maar het werk van Pieter Breman ken ik
door en door, ik heb het min of meer voor mijn neus zien ontstaan.
Philip velt een hard en onterecht oordeel over Bremans poëzie. Tjitske
Jansen schrijft in haar column dat je ‘de vrijheid moet nemen om een
gedicht te lijf te gaan alsof het een slot is dat je wilt openbreken.
Of om het juist heel voorzichtig van alle kanten te benaderen.’ Ik heb
de indruk dat Philip vooral die eerste vrijheid heeft genomen. Hij
erkent het talent van Breman, maar de mening dat deze zijn talent in
veel gedichten vakkundig afbreekt, deel ik absoluut niet. wees gewaarschuwd! verdient
een dergelijk pak rammel niet. Philips kritiek is wel een goed
uitgangspunt voor een discussie over het werk van Pieter Breman. Ik zal
daar met genoegen aan deelnemen.'
Klok geeft zelf de aftrap van de discussie, in de Kleine Zaal >>
Voor de ware liefhebber van het pittigere werk, staat er morgen een... debat op het programma. Niet zomaar een debat, natuurlijk, nee, maar een dat gekoppeld is aan een aantal uniek voordrachten en performances. Waar dit over gaat? Wacht, ik citeer:
Voorafgaande aan de jubileumvoorstelling Het Grote Poëziecircus in Tivoli maken dichters, wetenschappers en critici de balans op van de afgelopen tien jaar. Wat heeft de populariteit van podia in de literaire wereld voor effect gehad? Heeft de huidige generatie dichters een groter bewustzijn van de orale oorsprong van poëzie, en zo ja, hoe is dat te verklaren? Bestaat er zoiets als podiumpoëzie?
In een debat met onder meer letterkundige Gaston Franssen, weblogger en letterknecht Chrétien Breukers en poetry slam kampioen Sander Koolwijk zullen deze en andere kwesties ter tafel komen.
Het debat wordt
afgewisseld met optredens van dichters die het begrip 'podiumpoëzie'
concreet proberen te maken. Astrid Lampe & F. van Dixhoorn brengen
het stuk 'Daar bij die molen'. Samuel Vriezen voert 'Situation
Hockets', een stuk voor drie spreekstemmen, uit. En de debutanten
Alexis de Roode, Sander Koolwijk en X. Roelens laten horen wat ze waard
zijn op het podium.
Kortom, dat wordt weer een zaal vol bezwijmende pubers.
Academiegebouw Universiteit Utrecht (Senaatszaal)
Domplein 29, Utrecht.
Aanvang: 20.00 uur, toegang gratis.
In samenwerking met Studievereniging Awater
De smiley,
het eerste en wereldberoemdste emoticon, bestaat vandaag 25 jaar. Dit %$%$#!! ding, dat al jaren wordt gebruikt door mensen die te lui zijn om iets te omschrijven, is uitgevonden door ene prof. Scott E. Fahlman. Misschien zou het ding met pensioen moeten, net als Loeki de Leeuw. Lees verder op nu.nl >>
Driek van Wissen is Dichter des Vaderlands. Van heel het vaderland? Nee, hij maakt graag een uitzondering voor 'de' Friezen: '(...) die platte Friezen op hun terpen, / die enkel al door hun bestaan / een smet op onze natie werpen / en daarbij met hun stomme koppen / een koe beschouwen als hun god.' Leuk. Vervang 'Friezen' door 'Marokkanen', maak van 'terpen' 'Rifgebergte', maak van 'koe' 'de koe Allah', zet twee jokers in en neem een nieuwe identiteit.
De redactie van de Valse Noot, die nu al voor de tweede keer (na dit geval) een oudbakken, meerdere keren in allerlei jolige settings gepubliceerd vers als nieuw presenteert, heeft een veilige modus gevonden voor het presenteren van 'hekelverzen': alles wat als literatuur wordt gepresenteerd, mag alleen als literatuur – en niet als bevattende verwijzingen naar de werkelijkheid – worden beschouwd. Nobel. En prijzenswaardig. Alleen jammer dat die modus wordt uitgedragen door een stelletje laffe meelopers. Een uitbarsting die ik natuurlijk literair bedoel.
The original Sex Pistols will reunite for a one-off London gig to celebrate the 30th anniversary of Never Mind the Bollocks, Here's The Sex Pistols. The November 8 show will take place at Brixton Academy. A seven-inch vinyl of God Save The Queen will also be released as part of the anniversary. Lees verder op Boing Boing >>
De afgelopen dagen was ik veel weg. Om de vertaling van dit boek, om gastroscopische slangen die mij bezochten als duivels in de nacht, om een Vestdijkmiddag (met bijbehorende prent, vanaf nu te koop bij de kunstenaar zelf) en om, nu ja, gewoon, omdat een keer weg ook wel fijn is.
Maar... we hebben nog van alles, de komende tijd. Recensies her en der, een interview met Emma Burns voor de Kleine Zaal en wellicht ook nieuws. Zoals dit nieuws, dat toch wel iets doet met je wereldbeeld.
In de nieuwe reeks Ook al 25 jaar dood: John Belushi:
Theo van Baaren was een van die curieuze figuren uit het Nederlandse literaire leven van net voor en net na de Tweede Wereldoorlog. Grootste wapenfeit: het uitgeven van De Schone Zakdoek, een tijdschrift in één exemplaar, dat verscheen tussen 1941 en 1944, 'het enige surrealistische tijdschrift dat de Nederlandse letterkunde heeft gekend' – volgens deze bron.
Woest en Ledig weet meldt: 'Van Baaren - door W.F. Hermans in Onder professoren neergezet als professor Stavinga "verzamelaar van strijkijzers, peniskokers, opgezette Maori’s en boomerangs" - was godsdiensthistoricus en godsdienstwetenschapper in Groningen. Daarnaast was hij actief als beeldend kunstenaar, dichter en medeoprichter van het surrealistische tijdschrift De schone zakdoek waar Cees Buddingh’ zijn Blauwbilgorgel publiceerde.'
Op datzelfde Woest en Ledig pleit professor Yme Kuiper aldus: 'Die Van Baaren verdient een biografie(...). In het boek zouden de opvattingen van Van Baaren
over de wetenschap en de kunst integraal moeten worden beschreven.' Ach, dat zou toch aardig zijn, een biografie over deze dichter, kunstenaar en wetenschapper. Wie? Nou?
Lees het hele bericht op Woest en Ledig >>
De Cypriotische dichter Theoklis Kouyialis (1936) werd geboren in Páno Defterá. Hij studeerde aan het Morfou College of Education en daarna onderwijskunde aan het Glassboro State College (USA) en aan de New York State University in Albany. Ook volgde hij postgraduate studies aan de Universiteit van Londen. Hij was werkzaam in het onderwijs en pensioneerde als directeur van een basisschool.
De dromen van koning Ninemon*
Koning Ninemon viel in slaap.
Met een boek in zijn hand
Liet hij het hoofd lichtjes naar links zakken
Sloot onmerkbaar zijn ogen
En gaf zich geleidelijk over aan de weldaad van de slaap.
Na een verkwikkende hoogmis in de Antonius van Padua-kerk hier in de wijk, zie ik ineens dat er nog meer dichters zijn die hun religieuze plichten vervullen. Bart FM Droog bijvoorbeeld, toog naar het heiligdom van de door de onstuimige Friezen in 754 of 755 ten onrechte vermoorde Bonifatius, alwaar hij deze heilige en God dankzegde voor de succesvolle operatie Zonder Initialen Deze Keer.
Antonius van Padua wordt vaak aangeroepen om verloren zaken terug te vinden. Uit mijn jeugd herinner ik me nog de aanroep 'Sint Antonius, lieve vrind, zorg dat ik mijn [...] weer vind'. Zoals in dit bericht al staat, zouden sommige dichters (ook Zonder Initialen) deze heilige nu kunnen aanroepen omdat Google cache de inhoud van een voormalige site niet meer traceert. Maar hopelijk kijkt Antonius bij het horen van dat schietgebed even opzij en houdt hij zich oostindisch doof.
Lees ik me daar toch ineens dat Joe Zawinul op 11 september is overleden. Midden jaren tachtig heb ik tijdens mijn Blauwe Periode avonden zitten luisteren naar de LP Heavy weather uit 1977. Van Weather Report, de band die Zawinul oprichtte samen met Wayne Shorter. De line-up van Heavy Weather klinkt mij nog steeds als een dichtregel in de oren: Alejandro Acuña, Manolo Badrena, Jaco Pastorius, Wayne Shorter en Joe Zawinul. Hieronder een afschuwelijke video, voorzien van een van de mooiste nummers van de LP, A remark you made:
NIEUW HIER
Ik ga in een dorp wonen, hoog in de bergen, de zee kan niet verder weg zijn.
Ik zeg tegen een meisje, de dochter van de familie bij wie ik een kamer huur, dat zij liever met een postbode of een advocaat zou willen trouwen.
Zij zegt dat zij liever mij heeft en dat ik in een ander huis of in een hotel moet gaan wonen, zodat ik naar haar huis kan lopen op de ochtend van de bruiloft.
Jongens en meisjes, ik ben nieuw hier, vraag maar of er iets is waar ik goed in ben, het is makkelijk te zien waar ik niet goed in ben.
Vraag of ik misschien een hele nacht hetzelfde kan blijven doen, zonder op te houden, behalve om een moment op het balkon te gaan staan.
Als wie aan de beurt is om een antwoord voor te stellen, en als het lukt, mag hij ergens waar niemand anders is de zon zien opkomen, vroeg in de ochtend, wanneer komt anders de zon op?
Als behalve hij iemand anders aan de beurt is gaan zij tegelijk naar hetzelfde hotel in de bergen, zij zien elkaar bij het avondeten en bij het ontbijt.
Als een van hen in de afgelopen nacht argumenten bedacht heeft tegen het laatste voorstel van de ander vertelt hij hem die bij het ontbijt.
Als hij zelf in de afgelopen nacht een nieuw antwoord bedacht heeft vertelt hij dat pas bij het avondeten, hij slaat het ontbijt over en gaat in de bergen wandelen.
Of hij blijft in zijn kamer en schrijft een toneelstuk, over een jongen in een dorp in de bergen die een bewijs vindt voor een wiskundige stelling, tegelijk met andere jongens in andere dorpen.
In ieder dorp leeft wel iemand die zo voorspelbaar is in wat hij doet dat de klokken gelijkgezet worden als hij voorbijloopt.
Weten jullie hoe lang zij bij mij mag blijven, niet lang, ik bind mij aan haar vast en het touw wordt doorgeknipt.
Zo word ik het huis uitgestuurd, ik krijg een stok om mij te helpen met lopen, want ik moet zo ver lopen dat ik het huis niet meer kan zien.
Ik krijg geen brood mee, want dat zou ik toch niet kunnen eten, mijn ogen vol tranen als ik er naar kijk.
Omdat ik niet wil beslissen dat ik het laatste van iets opmaak.
Ik ben niet moeilijk aan het huilen te brengen, dat is niets nieuws voor mij.
Nachoem M. Wijnberg
'Nieuw hier' van Nachoem M. Wijnberg is de 42e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Nachoem M. Wijnberg (1961) schreef naast romans de volgende dichtbundels: 'De simulatie van de schepping' (1989), 'De voorstelling in de nachtclub' (1991), 'De expeditie naar Cathay' (1991), 'Langzaam en zacht' (1993), 'Is het dan goed' (1994), het met de Herman Gorter-Prijs bekroonde 'Geschenken' (1996), 'Alvast' (1998), 'Vogels' (2001, bekroond met de Paul Snoek Poëzieprijs), 'Uit7' (een bloemlezing uit de vroegere bundels, 2003), 'Eerst dit, dan dat' (2004, hiervoor kreeg hij de Jan Campertprijs) en 'Liedjes' (2006).
De Deputearren fan de Provinsje Fryslân hawwe ynstimd mei de takenning fan de Gysbert Japicxpriis 2007 foar proaza oan (prozaschrijver en dichter) Josse de Haan. Dat hat de skriuwer yn in mail oan de Farsk-redaksje befêstige kind. Lees verder op Farsk >>
Abe de Vries, twee jaar geleden winnaar van deze prijs voor zijn poëzie, zet op zijn weblog een paar vraagtekens en schrijft onder meer: 'Dat de takenning fan de priis oan Josse de Haan oanlieding is om sokke fragen te stellen, docht neat ôf oan syn fertsjinsten. It is lykwols net de literatuer dy’t wint, sa’t Josse oan Farsk mailde, mar de passy foar literatuer. En dy passy is, úteinlik, like belangryk. Dus, Josse: santé!' Lees het hele bericht hier >>
Lezers van de Contrabas die het Fries niet beheersen – die paar lezers dus – kunnen terecht bij De Haans boek Kikkerjaren, dat in 2001 werd uitgegeven door Meulenhoff.
Cornelis van der Wal laat weten: No, fergees te belústerjen en del te laden: de dichtbondel Hûn oan 'e himel, yntegraal foarlêzen troch de dichter sels, Cornelis van der Wal. Te finen fia dizze link >>.
Dat betekent zoveel als: Vergeet niet om de dichtbundel Hûn oan 'e himel, integraal voorgelezen door Cornelis van der Wal, te beluisteren via deze link >>
Onderstaand gedicht, 'Koper', heeft eerder in Kinbote gestaan. Dan hebben jullie meteen de Nederlandstalige partituur bij dit gedicht >>
Het koper
Breed blaast het koper het stof en bladeren
door het bos en raakt het spaarzame haar
kaal in de war. Bruckner de Boeddha
zegt boe en ba, hij staat achter een magere
boom en verschuilt verlegen zijn oor.
Dood en herfst verkleumen in een schuur.
Na twaalven grommen de tuba's en bassen
in tongen onder de houten vloer en hoog
aan een dunne nek hangt daar een hoofd zacht
slingerend als lamp in zijn licht te denken.
Lucas Hirsch laat weten: 'Op donderdag 13 september zal Kleine Revolutie Producties in samenwerking met Het Patronaat te Haarlem een avond presenteren met de titel 'Een Kleine Revolutie'. In de zaal boven het Patronaat Café zullen 3 dichters en 3 singer-song writers ieder op een unieke manier op elkaars werk reageren. Bas Belleman zal optreden met Leine; Thomas Möhlmann met Jodi's Doorstep en Lucas Hirsch met Benjamin Winter.' Meer informatie op het weblog van Kleine Revolutie Producties >>
Fijn snookernieuws. Alex Higgins (the hurricane; de man die collega's écht met de dood bedreigde, die scheidsrechters molesteerde en die een levenswandel beoefent waar menig poète maudit een puntje aan kan zuigen – kortom, een tópsporter) gaat weer eens aan een groot toernooi meedoen, het VC Poker Irish Professional Championship. Lees maar, het staat op de website van de BBC. Zijn eerste ronde staat gepland voor 26 september, tegen O'Brien.
Higgins.... Enfin. Ik heb hem zelf nauwelijks zien spelen, maar wie onderstaand filmpje met droge ogen kan aanzien, is een onmens. Kijk toch eens! Dat gerommel. Die onmogelijke ballen. De manier waarop hij de jonge Jimmy White zometeen, dat zie je al gebeuren, uitschakelt in de halve finale van het WK, om (maar dat weet hij dan nog niet, al wist hij het natuurlijk wél) een wedstrijd later wereldkampioen te worden. En die arme Jimmy White – nooit zou hij wereldkampioen worden, helemaal nooit. Dit alles begeleid door waarlijk rustgevend commentaar...
(Dank aan Jan van Mersbergen, die mij op dit nieuws attendeerde.)
Toon Tellegen (1941) krijgt de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre. Dat heeft de verantwoordelijke Jan Campert-Stichting woensdag bekendgemaakt. Tellegen is onder meer bekend als dichter. Voor zijn (dieren)verhalen voor kinderen ontving hij in 1997 de Theo Thijssen-prijs. Dirk van Bastelaere (1960) krijgt de Jan Campert-prijs voor poëzie voor De voorbode van iets groots. Lees verder voor meer Campertprijzen in het Parool >>
Minister Plasterk wil het vebod op het verkopen en verspreiden van een Nederlandstalige editie van Mein Kampf opheffen. Een goede zaak. Boeken, hoe perfide hun inhoud ook is, horen niet verboden te zijn. Wat mij wel verbaast is de 'quote' die nu de ronde doet: 'Misschien moeten we daar maar eens mee ophouden, met Mein Kampf te verbieden. Laat het vrij verkrijgbaar zijn - en dat zeg ik dan maar als minister van media en literatuur.' Valt Mein Kampf dan, na een eventuele nieuwe uitgave, voortaan onder de literatuur?
Door Jenny McCartney in de Telegraph
Achtkarspelen gaat op zoek naar een eigen dorpsdichter. Het idee, bedacht door burgemeester Tjeerd van der Zwan, is een van de voornemens in de nieuwe cultuurnota van de gemeente. Van der Zwan heeft het idee meegenomen uit Lelystad, waar al vaker een verkiezing voor een eigen stadsdichter is gehouden. Lees verder in de Leeuwarder Courant >>
* Dit bericht, deels gesloopt van Boekblad, deels van eigen commentaar voorzien, is niet geschikt voor jongere lezers *
De Vlaamse soapie Steph Goossens, bekend van de serie Thuis, heeft een dichtbundel gepubliceerd: Een nacht. De titel verwijst naar de tijd waarin Goossens poëzie ontstaat: meestal 'gutst' een gedicht 'er in één nacht uit,' aldus de kersverse dichter in Het Belang van Limburg. Zo van dat zijn vrouw 's ochtends wakker wordt en dan zegt: 'Steph, wat ligt er op mijn hoofdkussen?' Steph: 'Dat is een gedicht, het gutste er in één nacht uit.' 'Doe weg dat ding!' Etc.
Auteur en uitgever moeten zich, dat hoort bij boekdebuten van BV-ers, verdedigen. Maar zij menen, heel verrassend, dat de uitgave absoluut waarde heeft. 'Ik schrijf al langer,' verklaarde Goossens. 'Ik weet wel dat mijn naamsbekendheid me heeft geholpen, maar als Lannoo (de uitgeverij die alle 'echte' dichters er vorig jaar uitbonjourde, CB) me een contract voor vijf boeken aanbiedt, gaat het volgens mij toch iets verder.' Dat kun je wel stellen, al bedoelt Goossens met 'ver' weer iets anders dan ik, hoop ik. Op de website van Boekblad staat een vers van Goossens:
Smartlap
Het gaat in het leven altijd over de liefde
Het is af of het is aan
Het is komen en weer gaan
Het is een leugen of het is waar
Soms zijt ge een koppel
Soms een paar
Het is tomatensoep met ballekes
Of een petit-beurreke met vanillepap
Mijn leven is altijd kiezen
Mijn leven is een smartlap.
Mocht dit vers representatief zijn voor de hele bundel, dan is het maar beter als iemand de hele oplage ervan – in de geest van 11 september – op een grote stapel legt, om er daarna een middelgroot vliegtuig doorheen te laten vliegen; door die stapel, niet door Goossens, uiteraard.
Het aantal schrijvende Vlaamse acteurs is hiermee toegenomen. In 2005 bracht Axel Daeseleire (het bekendst van de tv-serie Matroesjka's) bij het kleine Berghmans Uitgevers Nachtdier uit. Vorig jaar debuteerde Ianka Fleerackers (tegenwoordig te zien in Flikken [echt de beste serie aller tijden, CB]) met het kinderboek Uil plus Leeuwerik. Op 22 september verschijnt met Zwaan het tweede deel van een drieluik over Uil [wat wel gek is, want een Uil is geen Zwaan, CB].
Ook Fleerackers voelde bij het verschijnen van haar debuut de behoefte om zich te verdedigen: 'Schrijven is gewoon deel van mijn leven,' zei ze indertijd op VRTnieuws.net. 'Het zit in me en moet eruit komen.' De combinatie is ook logisch: 'Bij acteren ben ik ook met taal bezig en het vult elkaar aan.' Hiermee leren we dus van onze acterende Vlaamse kunstbroeders en -zusters dat het schrijven van scheppend werk een proces is, tijdens welk iets wat 'erin' zit 'eruit' moet. Terwijl dat vers van Goossens er beter in had kunnen blijven, of anders: het ware beter ongegutst gebleven. Leerzaam.
In Nederland zijn er ook heel wat acteurs, actrices en actreutels die de pen ter hand hebben genomen, van Halina Reijn en Loes Wouterson tot Imca Marina en Edwin de Vries (en dan zwijg ik nog over het zingende volkje dat dichter speelt, zoals Rick de Leeuw en Huub of Huib van der Lubbe). Het is een plaag, en dat is het.
Bron: Maarten Dessing, in Boekblad
De redactie van Parlandoooooh! vraagt jullie aandacht voor het volgende:
Bart Stouten heeft eind augustus de zijn Parlan.doc-schap afgesloten. Hilde Keteleer is zijn opvolger.
In de rubriek Vuurdoop zijn er al interessante getuigenissen te lezen (over eerste optredens in het openbaar, CB). De eenkoppige redactie zoekt dringend NIEUW materiaal. Heb je woorden en beelden bij je eerste podiumervaring? Mail die dan gerust door naar dit adres.
Geachte,
Bij deze nodigt het Steuncomité Ex-Dichters u uit voor het tekenen van de Steunverklaring bij de oprichting van het Comité van Ex-Dichters. Deze verklaring zal medio oktober openbaar worden gemaakt bij de officiële presentatie van het Comité van Ex-Dichters, met vermelding van alle ondertekenaars. Wij hopen op tenminste vijftig en liever nog zo’n honderd handtekeningen.
Lees verder in de Kleine Zaal >>
'Het is geen gebruik in de westerse democratie en al helemaal niet in de journalistiek, om per decreet een discussie af te kappen. Maar als het mogelijk was zou ik voorstellen onmiddellijk op te houden over de 'verschraling van de pers', hier en daar nog sterker uitgedrukt als 'debilisering'. Niet alleen omdat er mijns inziens van verschraling helemaal geen sprake is, maar meer nog omdat je anno 2007 eerder van het tegendeel kunt spreken. En het vasthouden aan de sombere klank van 'verschraling' een stompzinnige ontkenning is van ontelbare nieuwe wegen en mogelijkheden die in de media voor het grijpen liggen en de afgelopen jaren deels al gegrepen zijn.'
Het hele stuk van Hans van Willigenburg staat op De Nieuwe Reporter >>
Niet alleen met troffel en aspergemes zijn ze erg handig, de Polen; ook met zinnen en strofes en zo kunnen ze alleraardigst overweg. Dit heeft de afgelopen decennia een heuse invasie van uit het Pools vertaalde dichters veroorzaakt, van Aleksander Wat en Zbigniew Herbert via Czeslaw Milosz en Tadeusz Rosewicz tot Adam Zagajewski.
Om over Grzegorz Lato, Zbigniew Boniek, Wlodzimierz Smolarek en Kazimierz Górki nog maar te zwijgen, al is dat een heel ander verhaal.
De Geus zorgt in dit licht voor een heuse Poolse Herfst, met twee bundels: een van Wisława Szymborska (Dubbele punt) en een van Ewa Lipska (Splinter). In Meander is een interview van Sander de Vaan met haar te lezen, dat wordt ondersteund door een aantal gedichten. In het NRC stond een interview met Szymborska, waarin Lipska ook figureert.
De bundel van Szymborska is... wel aardig, als ik zo onbescheiden mag zijn, maar is of a) een keer te vaak thee van hetzelfde zakje of b) niet zo goed vertaald als voorheen, toen Gerard Rasch nog leefde. In de bundel van Lipska staat dit mooie, niet-nadrukkelijke gedicht:
Daarom
Regen met sneeuw aan tafel.
Op de plaats van moeder vader grootvaders
bevroren geheugen. Een schaal horloges.
Een bril met een ongeneeslijk gebrek aan zicht.
Zwijgen verloopt niet goed.
Het kerstlied zakt door de benen.
Niemand roept iemand om hulp.
Daarom houd ik niet van de feestdagen.
© Ewa Lipska, vertaald door Ad van Rijsewijk
Uitgeverij Boom presenteert in februari een cassette met briefwisselingen van de Groninger drukker, graficus en dichter Hendrik Nicolaas Werkman (1882 – 1945). Het gaat daarbij om brieven van Werkman en zijn correspondenten uit de tijd dat hij actief was voor de clandestiene uitgeverij De Blauwe Schuit (1940 – 1945). Samenstellers zijn Mieke van der Wal, Frans Blom en Willem van Koppen. Lees verder op het onvolprezen Woest en Ledig >>
Over de ontwikkeling van een flarf poëtica met 'hogere' aspiraties en de mogelijke gevolgen ervan voor de positie van de flarf auteur
De auteur als schuimspaan
In Fold Appropriate Text, een bijna 200 bladzijden dikke bundeling collagegedichten, wordt de huidige Amerikaanse maatschappij 'brutaal en schokkend' bespot. In hun voorwoord hekelen de redacteuren Stan Apps & Mathew Timmons het kapitalisme en consumentisme: 'a general economy of waste'. In de Westerse overvloed raakt betekenis verloren en hebben productie en distributie de overhand. Elk nieuw boek lijkt op alle andere: 'I came to realize that the primary meaning of books was this division into selfsame pages.'
Op Meander behandelt Joop Leibbrand – Apostolische Nuntius b.d. – de nieuwe bundels van Hans Kloos en Fred Papenhove, in wat je zou kunnen noemen 'Het Schuttersstuk van Leibbrand': ook Anne Borsboom (wie?) en Freek Lomme staan op zijn met bevende hand geschreven werkje.
Helaas is de Nuntius een beetje moe, of misschien is zijn Google tijdelijk kapot. Want Hans Kloos noemt hij 'zelfbenoemd stadsdeeldichter van de Amsterdamse Westerparkbuurt' – en dat is niet correct. Daar had een eindredacteur eens naar kunnen kijken. Wij beweren hier toch ook niet dat Leibbrand alleen stadsdichter van Den Helder kon worden door al zijn politieke vrienden voor al zijn karren te spannen? Nou dan.
Over Papenhove's personage Draaibaar zegt de Nuntius (na een lunch met de Paus, besproeid met rode wijnen en schnaps, denk ik): 'Het is duidelijk dat Papenhove uit is op het tragikomische effect van de volgehouden slapstick, maar dat werkt alleen bij een figuur met wie je je als lezer ondanks – of misschien dankzij – alle absurditeiten kunt identificeren (...)' Want voor Joop Leibbrand is 1-1 nog altijd 0, en krek zo is het.
De Stichting Altvoorde ijvert ervoor dat de laatste rustplaats van de dichter Martinus Nijhoff (1894-1953) op begraafplaats Westduin in Den Haag een waardig grafmonument krijgt. De Stichting, die zich al jaren inzet voor het behoud en de restauratie van graven van Nederlandse cultuurdragers, krijgt daarbij de steun van acteur Jules Royaards, de stiefzoon van Nijhoff. Het bericht is afkomstig van Radio TV West. Lees verder bij de Papieren Man >>
Niet Willem Groenewegen, maar Kristiina Ehin uit Estland is vrijdag bekroond met de Corneliu M. Popescu Prize for European Poetry. Ehin kreeg de vertaalprijs van de Londense Poetry Society (1500 pond) voor het gedicht The Drums of Silence. De Popescu Prize werd uitgereikt tijdens een bijeenkomst in Londen. Er waren vijf genomineerden. Lees verder op de onvolprezen weblog Woest en Ledig >>