Παντα ρει
of
Herakleitos’ slavin
daar liggen haar bruine slippers
in het gele gras op de kant
onder haar voeten voelt ze nu
weer de oude grijsgroene modder
van de rivier die in alle schakeringen
rond haar kuiten spoelt
ze verzamelt de zoom en steeds meer
van haar kleed in haar handen
ze gaat door het water waden
naar de overkant – steeds herhaalt zich
een andere rivier stromend
langs haar dijen golft het
door me heen de weerspiegeling
van haar rug volgt haar wit rimpelend
– ik kan haar gezicht niet zien
behalve in die droom
waarin zij druipend op de oever staat
nog twee slokken in de lekkende kom
van haar handen draagt
en ik van water ben
Hans Kloos
'Παντα ρει' van Hans Kloos is de 44e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Hans Kloos (1960) schreef onder meer de bundels 'Legioen' (1986), 'Voor mevr. en meneer Naaktgeboren' (1988), 'de hand boven het hoofd' (1994), 'het zingen van het ijs' (2002) en 'zoekresultaten [voor liefde, dood, afscheid, huwelijk, oorlog, water, biografie, vriendschap, geluk, geboorte, ouder(s), alleen, jarig, sonnet, school, zomer, verhuizen, humor, poëzie, oma]' (2007).
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
De slotstrofe van dit gedicht mogen we toch wel indrukwekkend noemen, niet?
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 29-9-07 om 0:45
Ja fraai en tijdloos, alleen zou ik ZIJ door ZE vervangen in de laatste strofe, omwille van de vlotgang..
Geplaatst door: Peter M. van der Linden | 29-9-07 om 2:55
Door voor "zij" te kiezen creëert de dichter een virtuele afstand.
Ik blijf nog even kauwen op de kleuren in het begin: bruin-geel-grijsgroen.
Wellicht levert het nog wat op.
(Mooi dat Hans Kloos zich niet afkeert van dit medium! Chapeau in dubbel opzicht.)
Geplaatst door: Wim van Til | 29-9-07 om 8:21
Zo laag is men gevallen bij de beoordeling van poëzie dat men dit soort pseudopoëtisch geneuzel goed vindt. Tss... Tss...
Geplaatst door: Peter W. | 29-9-07 om 9:42
Dit is nou zo’n respectloze reactie die het voor sommige auteurs kennelijk minder aantrekkelijk maakt een ‘Gedicht van de week’ op deze website te plaatsen.
Geen mens heeft iets aan dit soort neerbuigende scheldpartijen; de dichter niet, de lezer niet, de deelnemers aan de discussie niet, redactie niet... zelfs de schrijvers van dit soort zeikreacties niet.
Die zetten zichzelf hooguit te kijk als territoriumdriftige honden die instinctmatig tegen elke boom aanpissen die langs hun weg staat.
Tssss...
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 29-9-07 om 10:13
Ja, dat is dan ook weer zo Wim, maar ik zou dan tevens kiezen voor, door MIJ heen. En ik zou er als moderator voor kiezen om de reactiemogelijkheid bij het 'Gedicht van de week' .. uit te schakelen.
Geplaatst door: Peter M. van der Linden | 29-9-07 om 11:21
Kom, kom niet zo kleinzerig, uiteindelijk zegt elke reactie meer over de afzender dan over het gewraakte kunstwerk. En echt niet-zinnige bijdrages worden toch al verwijderd. Ik heb ook wel aanmerkingen op het gedicht (zoals dat de slotstrofe op zichzelf misschien een nog beter gedicht zou zijn) maar die geef ik slechts tussen haakjes.
Geplaatst door: hanz mirck | 29-9-07 om 12:37
Veel kleuren in de eerste regels ja. Daar blijf ik ook hangen.
En de gedachte in de laatste strofe vind ik ook erg mooi, maar de klanken wat, eh, lomp (druipend, slokken, lekkende), wat mi een beetje contrasteert met de zo mooie soepele laatste regel (in betekenis en vorm)
Geplaatst door: Emma Burns | 29-9-07 om 13:01
Niet blijven hangen, Emma, maar doorlezen, helemaal naar regel 14: daar staat dat de vrouw van de titel 'wit' is. De kleuren lijken aan de rivier/dichter toe te behoren. Maar hij kan haar niet zien.
Opvallend vind ik verder dat het stromende in diezelfde derde strofe nogal ingrijpend wordt verstoord. Allicht komt dat doordat de vrouw in kwestie daar door het water waadt. Van Gert de Jager mag ik het niet zeggen, maar ik vind dat iconisch, en erg mooi.
Vraag: waaróm kan de dichter haar niet zien? Geef daar eens antwoord op, mensen, en laten we eens zien of er wat van deze rubriek te maken valt.
Geplaatst door: RHCdG | 30-9-07 om 0:18
Ja, waarom kan hij haar niet zien en weet hij wel waar haar slippers liggen (dat had dan nog gekund, maar...) en wat ze slipperloos voelt en verzamelt?
Hij kan haar gezicht niet zien, dat betekent misschien niet dat hij háár niet kan zien. Behalve in die droom waarin hij zich een beetje vloeibaar voelt (sorry, het is laat) en ook nog eens weglekt.. Tragisch.
Duidelijk een communicatieprobleem hier, als je het mij vraagt.
Maar hoe mooi is het dan dat hij het water ís, waar ze door waadt ('langs haar dijen golft het door me heen'. Mooi..)ook, de druppels op haar, in die droom.
Misschien interpreteer ik hier helemaal verkeerd, maar het komt op mij over als een prachtige gedachte. De uitvoering ervan loopt daar wat achteraan (maar, veel herlezen helpt hier, merk ik). Behalve in de laatste strofe. Als die drie klanken anders waren geweest had ik die nóg sterker gevonden. Net zo sterk als de gedachte.
Geplaatst door: Emma Burns | 30-9-07 om 1:50
Een mooi gedicht, dat moeiteloos beelden oproept waarin een hedendaags ik terechtkomt in een mythische droom.
De titel, “Παντα ρει, of Herakleitos’ slavin”, is in eerste instantie bevreemdend. Was niet juist het vuur Herakleitos’ slavin? Of bedoelt de dichter dat het water aan hem ondergeschikt was? Nee, het is anders.
Hoe dan ook, alles stroomt inderdaad in dit gedicht, overvloedig, het zou ook “Alles is nat” kunnen heten. Er staan nog wel wat onnodige adjectieven e.d. en ik snap soms de ritmekeuzen niet, maar het stromende, natte element overspoelt je ten slotte in een ontroerende strofe (als de ik inmiddels al is geintroduceerd), waarover Emma Burns terecht opmerkt dat er te veel gedropen, geslokt en gelekt wordt – technisch gezien een juiste observatie.
En dan lees je het als een die de maan over de stroom ziet gaan. De ene stroom over de andere. Kloos klotst wel maar tapt uit een discreet vaatje. Zelfs met schijnbare toegankelijkheid – de afdronk bekomt je niet licht. De maan, de godin en het water, gevat in een klotsend vaatje. Haar reflectie is zelf al een reflectie, nooit zie je haar gezicht, en daar heet ze ook naar.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 30-9-07 om 2:03
Of is het water
het sloofje van het vuur,
zou het? Beiden
drinken van de aarde
happend naar lucht,
verslinden elkaar sissend
en kokend en lekkend en blussend
en sussend de vissen en ving'ren
waartussen het sijpelen en stromen
garant staat voor blaken en blakeren,
zwart is de zijde waartegen zij rust.
De ik is gekust en geblust.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 1-10-07 om 17:02
ik heb dit gedicht nu toch wel een zes, zeven keer gelezen
en ik blijf alsmaar mijn twijfel houden of je van modder kunt voelen dat het grijsgroen is
natuurlijk kun je dat niet
maar kun je het desondanks zo zeggen in dit gedicht
ik neig ertoe dat een 'fout' te vinden; al was het alleen al omdat je het je blijft afvragen en die vraag detoneert met de overige vragen die je je bij dit gedicht stelt
een zeer aangenaam gedicht
met een absolute topslotstrofe
Geplaatst door: zijlstra | 4-10-07 om 19:26
addendum
ik kon het aanvankelijk niet thuisbrengen; maar nu weet ik weer waaraan de sfeer van dit gedicht me doet denken: Hölderlin
ik gok dat de auteur een hölderlin liefhebber is
Geplaatst door: zijlstra | 6-10-07 om 10:36
verkeerd gegokt
Geplaatst door: hans kloos | 7-10-07 om 23:01