Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Nieuwe bundel Barnas: bezoeking of briljant? | Hoofdmenu | Berichtgeving tot vanavond gestremd... »

28 augustus 2007

Enjambementen voor mietjes?

Wat is een 'enjambement'? Antwoord: 'Het zonder pauze doorlopen van de ene versregel in de volgende, waardoor zinsdelen die syntactisch bij elkaar horen, worden gescheiden; bij een functioneel enjambement krijgen beide zinsdelen hierdoor extra aandacht.' Dat lees ik op Meander. Erik Jan Harmens vindt enjambementen meer iets voor mietjes. Hij schrijft op zijn weblog, in een overigens vermakelijk stukje: 'Ik wist onmiddellijk dat ik enjambementen iets voor mietjes vond. Doe mij maar gewoon de tekst. De hele tekst. En niets dan de tekst.'

Straffe taal. Vreemder is in dit verband dat hij, tijdens de redactiefase van zijn eerste bundel, nog helemaal niet wíst wat een enjambement wás: 'Toen bekende ik dat ik geen flauw idee had wat dat woord betekende, enjambementen.' Heel vreemd. Iemand als Harmens, die toch wel naar school zal zijn geweest, in de rol van Nobele Wilde... nee, ik geloof het niet.

Nicolaas Beets ('God ging voorbij; / Neen, niet voorbij, hij toefde'); P.C. Boutens ('Mag ik uit de wilde spelen / van dit wisslend licht en donker, / uit de wankle op- en neergang / der verbloeiende getijden'); Reinhard Mey ('Ik tel de dagen die sindsdien verstreken / al lang niet meer / op de vingers van één hand') en Ilja Leonard Pfeijffer ('niet is het een bange hand die klampt en keelt het is een / wonderlijke hand jouw hand die mij heel / streelt heelt en zon oplegt'): allemaal mietjes. Zou hij dat echt vinden?

Hoe dan ook & wat er ook van aan zij. Daar moet ik nu voortaan steeds aan denken, als ik Harmens bezig hoor tijdens de Avonden, of lees in de Groene; dat hij een poëtisch middel a) niet kende voordat hij debuteerde en b) iets voor mietjes vindt. Enne... mietjes... het is een woord dat je maar beter kunt meiden mijden in deze tijd; een beschuldiging van homofobie heb je zo te pakken.

Reacties

Ingmar Heytze

Harmens heeft gelijk. Dat goede dichters meestal ook (spaarzaam) goede enjambementen gebruiken, doet er weinig aan af dat een gedicht met opzichtige enjambementen bijna nooit een goed gedicht is, omdat de dichter in het beste geval verwarring probeert te zaaien met iets anders dan de tekst (en dat moet met niets dan de tekst) en in het slechtste geval gewoon niet weet wat hij wil zeggen en zijn gedicht daarom maar wat gaat bijknippen om meer diepte te suggereren. Een goed enjambement meestal een slimmigheidje dat het gedicht moet verfraaien, een slecht enjambement is een lolligheidje of erger.

Chrétien Breukers

Jaha. Maar dat staat er allemaal niet. Er staat dat, nu ja, wat er staat.

Uiteraard heb jij gelijk in de kwestie waarin je Harmens gelijk geeft. Maar dat is de kwestie in dit stukje niet.

Samuel Vriezen

Daarom is proza ook altijd zo stom. Daar heb je bijna alleen maar lukrake enjambementen.

RHCdG

Of neem dit stukje waardeloze poëzie, met op 20 regels niet minder dan 13 enjambementen:

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht --
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels van mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggn, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een pooze wijl de jongen floot.

Bart FM Droog

Ach bah, is dat niet dat vreselijke Meigezever van, kom, hoe heet die onlangs overleden knakker ook al weer? Je weet wel, waarover Hendrik de Vries zoiets al dit schreef:

Gorter
ik heb uw Meimaand willen lezen
maar begon al snel te vrezen
dat het voor mijn dood
niet uit zou wezen
Korter! Korter! Korter!

Chrétien Breukers

Hij zei 'korter!', hij zei niet 'minder enjambementen!'

Bart FM Droog

Sorry, ik reproduceerde het uit mijn hoofd en wist niet dat het 'k'orter in onderkast moest zijn. Nogmaals, mijn nederige apologieën.

Erwin Troost

Wat zijn wij toch altijd aan het hekelen aan mekaar. Zelfs ik heb ooit een goed gedicht gelezen van CB en ook ik heb vandaag Ingmar Heytze weer gelezen, ondanks mijn vakantie en ik vind het heerlijk. Sorry. Ban mij maar van deze site omdat er ook andere leuke dingen in het leven zijn. Ik heb bijvoorbeeld ook 'Howl' van Allen Ginsberg weer even beetgepakt. Laten we elkaar geen Marietje noemen. Ik leer van jullie en ik zie iets in hen. Al kom ik hier de laatste tijd slechte poëzie tegen en meer een gewedijver, waar ik niet tegenover sta. Ik mis ook al wat bezoekers, de laatste tijd, dat vind ik jammer.

Je maakt je daar niet meer zo populair, CB, maar ik mag je. Ik kom iedere een paar keer kijken op je site.

Chrétien Breukers

Erwin... Al kom ik hier de laatste tijd slechte poëzie tegen en meer een gewedijver, waar ik niet tegenover sta....

Dat zeg je... over Spanninga, Vekemans, Stainer, die Cubaanse dichter, Whitman... nu ja.

En de bezoekers zijn er (volgens de cijfers) wel, maar reageren minder.

En voorts begrijp ik niet waarom dit stukje negatief zou zijn.

Adriaan Krabbendam

Vanwege het eufemistisch gesproken spierballenvertoon van sommige reagerenden is het niet altijd even zinvol om te reageren, helaas. Terug naar het onderwerp:

Dat het niet per se korter hoeft om effectief te zijn bewijzen de verzen van Pé Hawinkels. Hier het begin van een gedicht waar Gorter een puntje aan had kunnen zuigen:

Moet dit een wereldbeeld verbeelden?

Het aardoppervlak is plat & grof; het dobbert
huiselijk in een trouwring van water, — en die
is gevat in een overzichtelijke edelsteen, goed
voor een doorzichtig uitspansel, een koepel,
welks troebel evenbeeld als een hangende,
halve bel, groezelig & wel, een bovenmaats
scrotum, de onderwereld verzorgt.

En waarvoor nou helemaal?

Boven de triviale aarde klonten de wolken
plebeïsch tezamen; ze zitten aaneengeklit
het spaarzame licht, het ongeproduceerde,
niet weerkaatste schijnsel, nog dwars ook.
Zonder de medewerking van de geijkte
commissionaris hangt het licht wat rond,
boven de orbis terrarum, die de arbiter uithangt
tussen het luttele licht en zijn spekkige
antipode, de duisternis.

[...] Pé Hawinkels, “De tuin der lusten”

RHCdG

Het 'eufemistisch gesproken spierballenvertoon van sommige reagerenden': dan is 'RHCdG' toch veel korter?

Waarom Gorter hier vergeleken moet worden met Pé Hawinkels, en in hem wat enjambement betreft zijn meerdere zou moeten erkennen is weer zo'n gratuite opmerking die alleen maar van de kwestie afleidt. Hawinkels enjambeert helemaal niet; de regels lopen alleen in elkaar over. Het geciteerde Mei-fragment volgt in alle regels gepaard mannelijk eindrijm, waarvan de monotonie juist door enjambement wordt doorbroken; de manier waarop Gorter het inzet zorgt voor subtiliteit, afwisseling en vaart in het geheel - om het nu maar niet te hebben over meerduidigheid en de benadrukking van het verticale karakter van het gedicht (dat wat het gedicht tot gedicht maakt).

Over zoveel domheid - 'Gorter kan aan Hawinkels een puntje zuigen' - kun je eigenlijk alleen maar moedeloos je schouders ophalen: het kletst maar wat, het geeft maar weer eens een meninkje, het dringt zichzelf maar weer eens voor wat werkelijk mooi en bijzonder is - maar kom je ertegen in het geweer, dan ben je onredelijk en onsympathiek. Het mocht wat.

Frédéric Leroy

Hé! Ik ben het helemaal met Rutger eens! Moet ik me zorgen maken?

Adriaan Krabbendam

@ Rutger: 3 alinea’s = 2 te veel
1) RHCdG is inderdaad veel korter maar dekt de lading niet in dezen.
2) is een steekhoudend commentaar en welkome bijdrage aan de discussie. Mijn wat flauwe en gechargeerde opmerking over Gorter betrof de poëtische inhoud en niet zozeer het gebruik van enjambementen of de definitie daarvan. Uiteraard zijn beide verzen noch op poëtische inhoud noch op verstechnisch niveau vergelijkbaar. Dat ik van mening ben dat Hawinkels een veel groter dichter was dan Gorter doet hier niet ter zake.
3) (“Over zoveel [sic] domheid...” et cetera) slaat nergens op en is bezijden de discussie. “Het” kletst.

Frédéric Leroy

"Dat ik van mening ben dat Hawinkels een veel groter dichter was dan Gorter doet hier niet ter zake."

Je meent het?

Adriaan Krabbendam

@Frédéric: Dat het niet ter zake doet? Jij houdt bijvoorbeeld van frambozen, zeewind en zwartbittere chocolade, lees ik. Ook geen slechte voorliefdes.

RHCdG

Adriaan, je kunt dit soort dingen voorkomen door niet allerlei smaakoordelen tot waardeoordelen te promoveren. Er zijn mensen uit heden en verleden die hun best hebben gedaan ergens op en die, al zijn ze dood, niet zitten te wachten op vergelijkingen waar ze part noch deel aan hebben. Je kunt ook gewoon in ander verband een keer zeggen dat je Hawinkels graag leest, zonder Gorter meteen te depreciëren.

Ten slotte: De uitdrukking '[sic]' is erg pedant. '[Sic]' zeggen na 'zoveel' wijst op verregaande beroepsdeformatie. Zet de spellingscontrole van Word een tijdje uit.

Alexis de Roode

Zeg redactie, komt er nog een nieuwe post? Hebben jullie vakantie?

Koenraad Goudeseune

ENJAMBEMENT

Kijk: een vrachtwagen
op de fiets.

Adriaan Krabbendam

Rutger, je kunt dit soort dingen voorkomen door ze gewoon te voorkomen. Je kunt ook gewoon discussiëren of ervaringen uitwisselen en meer van dat fraais, zonder meteen te gaan schermen met termen als “pedant” en “domheid”. Grappen maken of je ernstige voorkeuren debiteren, zonder meteen te doen alsof je god bent en de rest van de wereld gek. Het gaat niet om sympathiek gevonden te worden of niet, het gaat om collegiale uitwisseling van kennis, voorliefde en inzicht. Bravoure en spot kunnen daarbij van pas komen, verongelijktheid en betweterigheid doorgaans niet. Ik weet niet wat het verschil is tussen een mening en een meninkje, maar het gebruik van de verkleinvorm is hier blijkbaar bewust denigrerend bedoeld en maakt daarmee slechts de gebruiker van de term ongeloofwaardig en slaat de discussie dood.
Ik had het ook liever over poëzie.

Adriaan Krabbendam

Dus: "Hawinkels enjambeert helemaal niet; de regels lopen alleen in elkaar over." Verklaar je nader. (Van Dale meent over "enjambement": "het doorlopen van de zin van de ene versregel in de volgende, zonder rustteken" en over "enjamberen": "enjambement toepassen, doen overlopen".) Het verschijnsel hoeft niet per se samen te vallen met het gebruik van metrum en/of eindrijm. Dat maakt Hawinkels net zo bruikbaar als voorbeeld als Gorter (of Dèr Mouw of Achterberg of Van Ostayen of Goudeseune of...)

Catharina Blaauwendraad

@Koenraad: wat dacht je van een prijs voor het Enjambement van het Jaar? Jij mag van mij in de jury.

Ik ga alvast een alias e-mailadres aanmaken voor de, naar ik hoop, talrijke inzendingen, die natuurlijk afkomstig dienen te zijn uit de bundels die in het jaaroverzicht 2007 van De Contrabas komen te staan.

Ook niet-mietjes mogen meedoen.

Ingmar Heytze

Vooruit, zij het uit een vroeger jaar:

'Menig dichter stapte van de brug en viel
verder niemand lastig'

Uit: Schaduwboekhouding, Uitgeverij Podium, 2005

Ingmar Heytze

Oeps! Dat moet zijn: uit 'Liegend konijn', het gedicht haalde de bundel toen niet.

Koenraad Goudeseune

@Catharina: ik houd me aanbevolen en mijn agenda
vrij, vrij naar Ingmar. Dank.

RHCdG

Adriaan,
De discussie over enjambementen loopt meer kans dood te slaan wanneer jij plotseling met de nauwelijks prototypisch enjamberende (zie hieronder) Hawinkels aankomt en en passant de fantastisch enjamberende Gorter in zijn schaduw stelt. Die bijdragen vind ik eerder onredelijk en onsympathiek (tov Gorter en het onderwerp) dan mijn reactie erop. Mijn collegialiteit geldt in zulke gevallen de dichter in kwestie, en niet de in misplaatste vergelijkingen grossierende 'collega'. Enfin.

RHCdG

Over enjambement (en de daarbij passende voordracht): daar is hier en elders vorig jaar zeer uitvoerig gesproken; laten we dat maar niet herhalen. Volgens Bronzwaer, 'Lessen in lyriek' (1993) is enjambement 'een techniek om te vermijden dat het eind van een versregel samenvalt met het eind van een syntactische eenheid' (p. 118) en bovendien een middel om rijm te verdoezelen (128-9). Zelf vind ik het met enjambement samenhangende verschijnsel apoikonou erg aantrekkelijk, waarbij een (deel van een) regel op zichzelf kan worden gelezen, maar ook in combinatie wat daarop in de volgende regel volgt.

Voor de prijs voor het Enjambement van het Jaar wil ik bij deze graag de volgende strofe op p. 31 van de tot dusverre onopgemerkt gebleven bundel 'Schaduwwerk' (Uitgeverij P, 2006) van Bart Vonck voordragen:

Zo neemt hij.
Zo neemt hij
waar of niet,
en geeft zich
over. Wint

...

Elke regel vanaf de tweede is hier geïsoleerd maar ook in samenhang met de erop volgende te lezen. In de laatste regel neemt de punt de functie van het regeleinde over.

Eerder al heb ik eens gewezen op de volgende regels van Van Bastelaere uit diens 'voorbode':

Dit is waar
Het verhaal eindigt. In zijn Mustang Kust
de bomexpert het meisje
...

Een zuiver enjambement bij de overgang van regel 1 naar 2, waardoor de eerste regel zowel op zichzelf staat als deel uitmaakt van de hele eerste zin; wie is de dichter ook om te verkondigen wat waar is? ‘Waar’ is hier alleen maar een plaatsaanduiding, en wel van het enjambement zelf. Na de punt achter ‘eindigt’ in regel 2 zou de regel af kunnen breken, maar hij loopt door en eindigt zelfs voorbij het begin van de volgende, derde regel, die ofwel met het woord ‘Mustang’ ofwel met ‘Kust’ zou beginnen; doordat ‘Mustang’ een naam is en dus van zichzelf met een hoofdletter wordt geschreven, valt dat niet uit te maken, waarmee Van Bastelaere de onzekerheid verder opvoert. Maar goed, daar houdt Harmens dus allemaal niet van. De lezers van De Groene zijn gewaarschuwd.

Adriaan Krabbendam

Haha!
Hahaha!
Rutger, dank
voor de ongeloof-
lijk grappige
repliek!

Koenraad Goudeseune

Rutger. Ik citeer je even: 'In de laatste regel neemt de punt de functie van het regeleinde over.' Dat is allemaal wel waar en ik snap wel wat het wil zeggen, ook al vroeg ik me de laatste uren soms af of de punt, naast het beïndigen van een regel, nog een andere functie heeft? Ja allicht, maar ik gebaar me nu eens van krommen haas, ik bedoel alleen maar: wat je in die regel zegt, dat is van verf zeggen dat ze vooraleer ze droog is, nat is. Prima hoor, maar mij houd je daarmee niet wakker en dat ben ik niet van u gewend. Amice.

RHCdG

Koenraad,

Om niet te breedsprakig te zijn heb ik allicht te weinig van het gedicht geciteerd. Het gaat zo verder (ik herneem):

'Zo neemt hij.
Zo neemt hij
waar of niet,
en geeft zich
over. Wint

voor zonsopgang
de nacht woestijndroog
voor zich

terug.'

Door de toevoeging van het woord 'Wint' treedt dus hetzelfde effect als bij enjambement op: je kunt de regel lezen als 'overwint' - in oppositie tot 'overgeven', en in samenhang met 'nemen' en 'terugwinnen'. De regel biedt dus niet een deel van een geheel zoals bij enjambement, en ook niet 'de hele tekst' zoals Harmens wil, maar de hele tekst plús een overschot, een teveel. De betekenisvorming komt niet tot staan bij de punt, maar zet die voort.

Eerder in het gedicht staan nog de volgende regels:

'Ruimte zomaar laten liggen?
Ontrafelen? ontrafeld!

Alles mislukt zo
voorspelbaar, zo ontragisch'...

Adriaan Krabbendam

Harmens en enjambementen – één bericht, 30 reacties, 24 dichters: Beets, Boutens, Mey, Pfeijffer, Gorter, de Vries, Breukers, Heytze, Ginsberg, Spanninga, Vekemans, Stainer, die Cubaanse dichter, Whitman, Hawinkels, Leroy, Goudeseune, Dèr Mouw, Achterberg, Van Ostayen, Blaauwendraad, Vonck, Van Bastelaere. Ben ik iemand vergeten?

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...