De avond is niet zomaar
de soep is niet zomaar
de lepels zijn niet zomaar
lepels
lepeltje lepeltje
op het aanrecht
straks verdwijnt het, zegt ze
je moet vooral niet blazen
de aanraking is niet zomaar
de hand is niet zomaar
de vingers zijn niet zomaar
vingers
naast andere vingers
op de tafel gelegd.
Jef Aerts
Het gedicht 'Soep' van Jef Aerts is de 13e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.
Jef Aerts (1972) publiceerde de romans 'Haeren Majesteit' (1999), 'Vertezucht' (2001) en 'De nadagen' (2003). In 2006 debuteerde hij als dichter met de bundel 'Voor je er bent'.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Is deze poëzie nu zo nietszeggend dat sinds de bijdrage van Toon Vanlaere dit de eerste keer is dat niemand reageert op het geplaatste gedicht? Komt dat wellicht omdat ze alletwee uit Vlaanderen komen? Of door de kwaliteit van de geplaatste gedichten? Als mogelijk antwoord op deze vraag hieronder mijn recensie van Aerts debuutbundel Voor je er bent (eerder geplaats in Abuus).
Wat?
Door een lid van PREND
Het gaat goed met de dingen. Onlangs bleek nog dat je er zelfs de Librisliteratuurprijs mee kunt winnen. Als een van de kenmerken van 'het grote en veelsoortige werk van K. Schippers', roemde de jury zijn 'liefde voor de dingen'. Bovendien is zijn werk te zien is als 'verlicht realisme waarin de dingen moeiteloos van plaats en betekenis veranderen terwijl ze toch hun gewone vorm en kleur behouden.' (zie voor verdere uitweidingen over 'De dingen in het werk van K. Schippers' de rest van dat onvolprezen juryrapport op http://www.libris.nl/ExtraPaginas/content_pagina_ExtraPagina.asp?Tekstid=344)
Ook Jef Aerts lijkt zich in zijn debuutbundel Voor je er bent (niet te verwarren met Waar was je nou?) bezig te houden met de dingen. Dat wil zeggen, op de achterflap van zijn bundel staat dat het mysterie in zijn gedichten niet ligt '[i]n zijn zinsbouw of woordkeuze, maar in de wereld achter de dingen.' Nog niet eens begonnen in de dichtbundel word je als lezer dus geconfronteerd met raadsels. Deze dichter zal een mysterieuze wereld áchter (dus niet boven of onder) de dingen scheppen, maar doet dit zonder de gebruikelijke dichterlijke instrumenten als zinsbouw en woordkeuze. Interessant. De gedichten in de bundel zelf blijken vervolgens wel degelijk te bestaan uit woorden (met zinsbouw en woordkeuze) en de bundel is onderverdeeld in vijf afdelingen. De laatste afdeling heet 'Voor je er bent' (met als laatste woorden verrassend 'voor je er bent'), maar voor je er bent staan in de bundel nog de afdelingen 'Wat een landschap is', 'Het vooropgestelde', 'Geleewiekte engelen' en 'Advent'.
De gedichten worden doorgaans bevolkt door 'ik', 'je' en 'wij' en beschrijven de handelingen en onderlinge verhoudingen van die drie. Vaak gebeurt dit in een aanspreekvorm waarin onduidelijk is of het lyrisch subject zich in de je-vorm uitspreekt, of dat er een lyrisch object in de je-vorm beschreven wordt: ' 's Nachts wacht je in de kamer, met je jas aan / op het bed, tot iets je naar buiten drijft / dat meer is dan wat je kende en anders' (22).
Na eerste lezing van de gedichten blijft een soort onbestemd gevoel achter, alsof je slechts in halfslaap heb liggen mijmeren over 'veranderende / dingen, in een altijd ander licht' (24). Dat komt omdat de gedichten je aandacht er niet bijhouden, ze kruipen niet alleen traag van hoofdletter naar punt (zonder enige uitzondering), maar ze beschrijven ook nog eens weinig boeiende gedachtegangetjes. Het onbestemde uit zich ook op woordniveau: het gebruik van het woordje 'wat' is werkelijk tot een kunstvorm verheven: 'er bloesemt wat in de afvoerpijp' (11); 'wat je je niet herinnert / is wat je werkelijk mist' (16); 'het doet me wat' (27); 'wat?' (39); 'wat is het verschil tussen donker en donker' (48) enzovoorts. In bijna tweederde van de gedichten komt dat schitterende woordje een of meerdere keren voor.
Het grootste gedeelte van de bundel bestaat uit observaties die het niveau van de oninteressante anekdote en de quasi-filosofische sententie niet overstijgen.
Dulcinea uit Rabat
Er zijn te weinig ridders
van de naïeve soort, dat dacht ik
gisteren op de bus toen
de hoofddoek van een Arabisch
meisje werd bespuwd
een paard lag kreupel op de stoep
zo droomde ik vannacht
Don Quichot ernaast voor dood
en niemand die het wilde zien
het was winteruitverkoop
terwijl het toch eenvoudig kan
met een helm vol verhalen
de rovers in het straatgewas
en achter op de fiets
Dulcinea uit Rabat.
Nog afgezien van de weinig vernieuwende maatschappijkritiek die hierin te lezen is (wat (!) is het toch naar dat hoofddoekmeisjes bespuugd worden) en mijns inziens lelijke taalgebruik 'van de naïeve soort', gebeurt er hier verder niets spannends met de taal. Enjambementen en witregels lijken soms als enige functie te hebben dat de bladspiegel er dan mooi regelmatig uit komt te zien. De meerwaarde die goedgekozen enjambementen aan betekenis kunnen toevoegen, ontbreekt vaak. Ook rijm komt in Aerts' gedichten weinig voor, wat op zich uiteraard niet slecht is. Het effect is jammer genoeg dat zo de nadruk komt te liggen op de momenten waar rijm wel voorkomt. Oordeelt u zelf: 'er had muziek kunnen zijn, een plaat vol Prozac / maar er is geen Mozart en zelfs geen muzak' (24). Slechts eenmaal gebeurt er iets aardigs met de vorm: de strofes in het gedicht 'Advent' tellen eerst zes, dan vijf, dan vier, dan drie, dan twee en dan één regel.
Ik heb Aerts' romans niet gelezen, maar het feit dat men hem heeft toegestaan er reeds drie te publiceren zegt allicht iets over de populariteit van deze boeken. Een nieuwe gedichtenbundel hoeft hij mijns inziens echter niet te schrijven.[1]
[1] Dat het onder ongeveer dezelfde omstandigheden ook anders kan, bewees Koen Peeters reeds in 2005 met zijn bundel fijne motoriek (waarin overigens slechts in eenvijfde van de gedichten het woordje 'wat' voorkomt). Hoewel ook hij uit Vlaanderen afkomstig is, ook met een gedicht in het jubileumnummer DW&B vertegenwoordigd is en ook begonnen is met proza (dat ik wel allemaal gelezen heb), hoop ik dat hij na zijn poëziedebuut zeker wel doorgaat met dichten. Een gedicht ter motivatie en om u tenminste íets goeds te laten lezen (let hier bijvoorbeeld op de wél functionele enjambementen).
Het slechte gezelschap dat schrijvers zijn
Niemand beter dan Willem Elsschot wist
- en zijn vrouw, vermoedelijk slechts gedeeltelijk –
dat een man alleen in slecht gezelschap
is.
Elsschot, ook een man van de reclame, zei al: schrijven is
schrappen maar schrappen doen wij niet.
Bedoelde hij niet: schrijven is
scheppen? Daarom brand ik kaarsen voor Maria
van damme toffe schrijvers zijn,
en dat ik mix
in de literaire wixi mixer pardon
in de literaire wiski misker pardon
het leven van alledag met dat
van grote schrijvers, van grote boeken pardon
dat ik in de stad bij valavond hang en dwaal
licht kom ik hem tegen: een dweil
vuil, verzadigd van haren uit cafés
maar met een feestelijk tricolore rand.
Geplaatst door: Een lid van PREND | 27-2-07 om 21:35
Wel, ik vind dit prachtig. Eenvoudig, subtiel en toch trillelend. Overigens wil ik 'Voor je er bent' aan iedereen aanraden. Een zeer fijngevoelige bundel. Of zoals Maria Barnas in De Groene Amsterdammer schreef: 'Aerts is een meester in het weglaten'. En daar hou ik dan weer van.
Geplaatst door: Maaike Daems | 28-2-07 om 9:03
@Geplaatst door: Maaike Daems | 28-2-07 om 9:03
Dan spreek ik hierbij de wens uit dat Aerts zich (alvorens een volgende bundel uit te brengen) verder zal toeleggen op zijn meesterschap in het weglaten. Het lijkt mij gewéldig als Aerts zijn naam zal kunnen verbinden aan poëtische weglatingshoogtepunten als:
http://www.hema.nl/SITE/HEMA-NL/KANTOOR/Product/xp/CategoryId.Kantoor_Schriften+en+blokken/ProductID.99000212/default.aspx.
Geplaatst door: Een lid van PREND | 1-3-07 om 11:23
Zeg, het mag dan wel complimentendag zijn, maar wil "Een lid van PREND" zich kenbaar maken? Ik heb Prend nooit ontmoet, maar het lijkt me wat onsmakelijk. Jammer want de Veel Te Lange Bijdrage had zeker z'n kwaliteiten. Maar die anonieme geslachtsdelen, nee.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 1-3-07 om 23:50
Ach, voor mij mag dat lid van PREND best anoniem blijven. Wat een lullig arrogant ego-artikel is dat.
Wat mij betreft is Aerts één van de meest interessante jonge dichters. Misschien al gemerkt dat hij 7de eindigde bij de publieksprijs? Er denken dus heel wat lezers zo over.
Chapeau voor deze jongeman!
Geplaatst door: Hans Boomans | 2-3-07 om 15:24
Een heerlijk ouderwetse bloedeed! Dat deden zelfs de tachtigers al niet meer!
(En, zoals ik zag: Over de oprichtingsdatum bestaat onduidelijkheid. Van dit onderwerp wordt betwijfeld of het relevant genoeg is. Het onderwerp is niet geschikt en daarom genomineerd voor verwijdering.)
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 3-3-07 om 1:23
Of ook:
PREND - NE; wie dit artikel goed bekijkt ziet snel dat het artikel zelf de praktical joke is waarover gesproken wordt. Wat mij betreft: nuweg. Peli 1 mrt 2007 00:50
Ik denk dat u het niet bij het rechte eind heeft. In Utrechtse studentenblaadjes (zoals het vroegere Transvormer en het huidige Abuus) verschijnen regelmatig bijdragen van iemand die zich 'Lid van PREND' noemt. Ook op www.decontrabas.com is pas een recensie verschenen van een 'Lid van PREND'. Hoewel ik niet weet of deze twee 'leden' gewoon een-en-dezelfde persoon zijn die zich voor de grap PREND noemt, of zoiets, het lijkt me wel iets voor een encyclopedie om mens(en) die actief zijn in het literaire veld en zulks onder pseudoniem(en) effectueren, op te nemen.
- De voorgaande niet ondertekende opmerking werd toegevoegd door 82.157.135.66
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 3-3-07 om 1:46