Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Demoniseren mag eigenlijk niet | Hoofdmenu | Het verdriet van water »

05 april 2006

Recensie in de Limburger

Vandaag in de Limburger: een recensie op de eerste vier Contrabassen, hieronder met toestemming van de auteur, Willem Kurstjens, overgenomen:

Met maar liefst vier dichtbundels tegelijk maakt uitgeverij BnM uit Nijmegen zijn opwachting op de literatuurmarkt. Alle vier in sobere, elegante stijl uitgegeven in een reeks die De Contrabas heet.

Na lezing van de bundels lijkt die naam evenveel te maken te hebben met de welluidendheid van dit instrument als met het woord ‘contra’ dat er in opgesloten zit: contra de stilstand in de poëzie, contra de gevoelspoëzie of contra wat dan ook. Zoiets als de Tegenpartij dus. De bundels kosten tussen de € 7, 95 en € 9,95 , dat is ongeveer de helft van de reguliere prijs. Kennelijk zijn in Havana aan de Waal, zoals Nijmegen vanwege zijn linkse bestuurssnit heet, niet alleen de minder draagkrachtigen, maar ook de uitgevers welgezind.

Een licht verteerbare prijs, maar zware kost, alle vier. Ik begin met Menno van der Beek, de auteur van de bundel Kaddisj. Kaddisj is een joods rouwgebed, dat gebruikt wordt om het verlies van een verwant of vriend te verwerken. Van der Beek gebruikt het in verband met de dood van zijn vader. In het lange titelgedicht memoreert hoe hij van de tandarts komende, zijn vader toevallig op straat ontmoet.

Er staat geschreven dat wanneer een man zijn vader tegenkomt, onaangekondigd, gewoon op straat, waar het toevallig lijkt, en zij elkaar verbaasd aankijken, dat dan de zoon is uitgegroeid. Hij kan niet meer terug. Iets tussen hen wordt afgerond.

Mooie regels, met dat bijbelse ‘Er staat geschreven’ aan het begin en die dubbele betekenis van het woord ‘uitgegroeid’, als ‘ten einde gegroeid’ en ‘uitgevlogen’. Helaas slaat de vonk daarna niet meer over. Ik denk doordat hij er teveel een vormgedicht van heeft willen maken, waardoor er geen plaats meer is voor emotie. Ook met de andere gedichten heb ik dat. Prachtige poëtische thema’s, zoals de begrafenis van de boeienkoning Houdini, de dood van Gustav Mahler of de papegaai van Churchill gaan in academisme tenonder.

Frédéric Leroy opent zijn bundel, die simpelweg Gedichten heet, met een cyclus charmante, speelse liefdesgedichten. Zoals het begin van het tweede gedicht, die begint met een beeldende en sensuele vergelijking:

Hoe bij het ontwaken je lichaam in daagse eenvoud een publieke plaats is, een zonbeschenen marktplein dat werelden draagt, zich overweldigend uitvouwt en koopwaar uitstalt – hoe ik dan stiekem verdwijn in ochtendrumoer, aan meloenen ruik en een druif meepik volwaardig het spel van vraag en aanbod meespeel, slinks met vervalste prijskaartjes schuif (…)

De tweede cylus met de titel Schaafwonden omvat van alles wat, van jeugdherinnering tot en met een oproep tot vrijheid voor Griekenland, terwijl de derde cyclus dezwangerschap van mevrouw Alighieri behandelt. Kennelijk wordt hiermee Dante’s platonische geliefdeop-afstand Beatrice bedoeld, want de twee zijn nooit getrouwd geweest. Ook verder tast ik volledig in het duister. Ik meen vaag een verband met Danto’s Inferno te ontwaren, maar dat is dan ook alles. Jammer, ik had er me meer van voorgesteld.

Nu we dan toch bij Dante’s Inferno zijn: daaraan heb ik meermalen moeten denken onder het lezen van de bundel van Han van de Vegt: Exorbitans, waarin deze een reis van een ruimteschip beschrijft door een planetenstelsel, dat alle kenmerken vertoont van het menselijk spijsverteringsstelsel.

Wanneer we wakker worden uit de omarming van ongrijpbare dromen en taai plastic zien we door het raam dat Exorbitans ons naar een nieuw onderzoeksobject heeft gebracht: een kleine, met pokken en korsten bezette planeet, ondergelopen met modderige plassen, waarop wellicht leven valt te ontdekken.

Van der Vegt bespaart ons geen enkel fysiologisch detail van die planeet. Hij doet dat zeer plastisch, bijna net zo plastisch als Dante de verschrikkingen van de hel beschrijft, maar wat heeft het allemaal voor zin als het verhaal maar voortkabbelt van de ene planeet naar de andere en ten slotte eindigt in een soort oerknal, waarbij iedereen zijn spraakvermogen verliest? Wat heeft het voor zin als je je geen moment kunt identificeren met de astronauten Rolfo, Zark, Mim en hoe ze ook verder mogen heten. Ze zijn volslagen inwisselbaar. Ten slotte de vierde en laatste bundel uit deze nieuwe reeks: Zij is niet vast, zij is veranderbaar van Marwin Vos. Waar Van der Vegt in zijn bundel stopt, bij de totale onverstaanbaarheid, gaat Vos verder met zinnen als:

Zonder wijf zonder weg zonder regels. Wij kiezen wallah Weg wij kiezen zeven gremia zacht. Wij zijn de zonder twijfel

Aan de eerste tien pagina’s is geen touw vast te knopen, als dat al de bedoeling zou zijn geweest. Pas op bladzijde 16 daagt er iets van licht aan de kim, met zinnen als ‘Het gaf me een ruim gevoel hem met zoveel warmte in het luchtledige te horen praten. Ik voelde zijn zorg in wervelingen om me heen’ of op pagina 17: ‘Ik wilde hem graag vasthouden mijn armen er om heen slaag de geuren die hem omzwerfden kalm door me heen laten gaan.’

Even hoopte ik dat dit het begin zou zijn van een andere, meer toegankelijke stijl, maar helaas, hier is iemand aan het woord die wil laten zien dat hij is afgestudeerd in de literatuurwetenschap. Het zou toch te gek zijn als het gewone volk er iets van begreep.

Menno van Beek: Kaddisj, Frédéric Leroy: Gedichten, Han van der Vegt: Exorbitans, Marwin Vos: Zij is niet vast, zij is veranderbaar Verschenen bij BnM Uitgevers, Nijmegen.

Reacties

marcel raman

Dat "Kaddisj een joods rouwgebed" is "dat gebruikt wordt om het verlies van een verwant of vriend te verwerken." is een vergissing, die oa ook door de columns van Tom Lanoye in de hand gewerkt wordt.
Cfr: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaddisj

Ruben van Gogh

Verdomd Chrétien, je had ons wel eens mogen vertellen dat het allevier prozagedichten betrof – verrassend. Ik zal ze binnenkort aanschaffen, zag ze zowaar liggen, fraai naast elkaar.

Joris Vechter

Zullen we een prijsvraag uitschrijven voor degeen die het eerst een poeticaal, niet bestaand, verband dat toch zo lijkt te bestaan ontdekt tussen de bundel van Menno van Beek en de titel van Menno van Beek's bundel?

Zou het de redacteur worden, of een willekeurige voorbijganger?

Joris Vechter

Ik zou haast denken dat geen van de bezoekers of redacteuren alhier aanwezig enige kennis der Beat poëzie bezit. Geef ik mij daar een hint van jewelste. Kom op mensen, nu met z'n allen.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...