Gisteren won Jan Lauwereyns voor zijn bundel Hemelsblauw de VSB-Poëzieprijs, een ooit als "prestigieus" de markt in geholpen prijs die nu alleen nog de genomineerden en hun directe familie uit de slaap houdt (één dag). Knack bericht. Deze zin uit het bericht joeg een milde glimlach over mijn gelaat: "Gedichtendag kan niet meer stuk voor de Vlaamse auteurs, althans wat de poëtische lauweren betreft. Paul Demets, David Troch en nu ook Jan Lauwereyns - Vlaamse expat die als neurowetenschapper in Japan verblijft - vielen immers in de prijzen." Nu de lezers nog.
Ook in Knack, een artikel van Frank Hellemans waarin dichters en Erik Spinoy aan het woord komen over "de toekomst" van "de poëzie" in gedrukte vorm. Ik, jullie hoofdredacteur, krijg even het woord en probeer er het beste van te maken. Paul Claes staat er het meest ontspannen in: "Knacks huisdichter en zelf ook een poëet van formaat, zal het allemaal worst wezen. Hij laat de kermis van deze Gedichtendag stoïcijns aan zich voorbijgaan: 'Om wat tegenwoordig poëzie heet, kun je lachen zoals Democritus of huilen zoals Heraclitus. Mij laat ze vooral koud.'"
Wat mijn een bruggetje verschaft naar mijn hartenkreet van vorig jaar, toen verschenen in nrc*next en het grote broertje, NRC Handelsblad. Mijn voorstel tot een moratorium van vijf jaar heeft het (voorlopig) niet gered: "Maar toch, ik herhaal het: het moet de komende jaren maar eens afgelopen zijn. E. du Perron schreef het immers al: 'De Poëzie blijft, naakt en ongekromd, / een Tijdverdrijf voor enk’le Fijne Luiden.' Zo is het maar net. Ook al bedoelde hij het ironisch."
Laatste reacties